ECLI:NL:RBOVE:2026:3134
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering kinderbijslag voor Oekraïense vluchteling zonder aantoonbaar werk in Nederland
De zaak betreft een Oekraïense vrouw die verblijft in Nederland op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming 2001/55 EG en kinderbijslag ontving voor haar kinderen. De Sociale Verzekeringsbank (SVB) heeft de kinderbijslag over bepaalde kwartalen ingetrokken en een bedrag van €811,62 teruggevorderd omdat zij onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij in Nederland heeft gewerkt en daardoor verzekerd was.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de vrouw sinds 16 mei 2022 in Nederland verblijft en sinds 9 mei 2025 als zelfstandige ondernemer is ingeschreven, maar dat dit onvoldoende bewijs is dat zij daadwerkelijk werkzaamheden heeft verricht. De SVB heeft ook geen volledige gegevens ontvangen over haar inkomsten en bijdrage aan onderhoudskosten van haar uitwonende zoon.
De rechtbank oordeelt dat op grond van de wetgeving en jurisprudentie alleen personen die in Nederland beroepswerkzaamheden verrichten verzekerd zijn voor de kinderbijslag. Verblijf op basis van de Richtlijn is tijdelijk en geeft geen recht op verzekering op grond van wonen. De vrouw heeft niet aangetoond dat zij aan de voorwaarden voldoet en er zijn geen dringende redenen om af te zien van intrekking en terugvordering.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard, het bestreden besluit blijft in stand en er is geen proceskostenveroordeling. De vrouw kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen intrekking en terugvordering van kinderbijslag wordt ongegrond verklaard omdat onvoldoende is aangetoond dat eiseres in Nederland heeft gewerkt en verzekerd was.