9.De beslissing
- verklaart bewezen dat verdachte het primair alternatief ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;
- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:
Primair alternatief:
het misdrijf: schuldverkrachting.
- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezen verklaarde;
- veroordeelt verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
180 (honderdtachtig) dagen;
- bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte van
179 (honderdnegenenzeventig) dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de
proeftijd van 3 (drie) jarende navolgende algemene voorwaarde niet is nagekomen:
- stelt als
algemene voorwaardedat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- veroordeelt de verdachte tot een
taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van
240 (tweehonderdveertig) uren;
- beveelt, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat
vervangende hechteniszal worden toegepast voor de duur van
120 (honderdtwintig) dagen;
- wijst de vordering van de benadeelde partij
[slachtoffer]toe tot een bedrag van
€ 5.267,83(
vijfduizend tweehonderdzevenenzestig euro en drieëntachtig cent);
- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] van een bedrag van
€ 5.267,83 (bestaande uit materiële schade en immateriële schade), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 juli 2024;
- veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;
- legt de
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van
€ 5.267,83, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 juli 2024 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 51 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
- bepaalt dat als de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van de verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als de verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;
- bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige deel, bestaande uit materiële schade van € 1.223,23 en immateriële schade van € 7.000,- niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
Dit vonnis is gewezen door mr. S.H. Peper, voorzitter, mr. D. ten Boer en mr. D.K. ten Cate, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.M.A. van den Hoek, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 26 januari 2026.
Leeswijzer
Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.
Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de Koninklijke Marechaussee Bureau Zeden met nummer 20250121.1505.0979. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar pagina’s van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.
1. Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer] van 30 juli 2024, pagina 9, 14-18, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Adres: [adres] [plaats]. Op maandag 8 juli 2024. Ik lag op de bank. Op een gegeven moment heeft hij volgens mij wel gevraagd: "Zal ik gaan". Ik zei: "Goh, maakt niet uit" of iets in die richting. Hij zit in eerste instantie ook op de hoekbank, maar dan op het andere gedeelte, met zijn hoofd vlak bij mijn hoofd. Volgens mij ging hij eerst over mijn rug heen. Vanaf dat moment dacht mijn hoofd: 'Toedeledokie, laat maar zitten". Ik heb uiteindelijk tegen hem gezegd dat ik sliep. Ik heb het gewoon over me heen laten komen. Toen op een gegeven moment over mijn been. Uiteindelijk ook ertussen. Ik weet dat hij op een gegeven moment mijn onderbroek aan de kant heeft gedaan zodat hij met zijn hand naar binnen kon. Ik voelde dat hij heen en weer ging. Op een gegeven moment had hij ook zijn vinger naar binnen gedrukt. Ik heb helemaal niets gezegd. Ik keerde gewoon helemaal in mezelf. Er kwam geen reactie van mijn kant. Ik heb zolang stilgelegen.
2. Het proces-verbaal van verhoor verdachte van 16 april 2025, pagina 51, 53-54, 58, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Na de voetbal toen heb ik haar gevraagd, zal ik naar huis toe gaan? Toen zei ze: nee, kijk maar wat je doet. En toen dacht ik: nou dan ga ik wel effetjes op de bank zitten. En toen ging zij naast mij liggen. Maar dat gaf mij een gevoel van als ze weer, dat het weer zo’n avond zou worden als een paar dagen geleden. Ik heb een arm om haar heen geslagen en toen ben ik haar gaan strelen uiteindelijk ben ik haar gaan vingeren. [slachtoffer] deed niks, liggen, heeft helemaal niks gezegd, niks aangegeven. Zij lag gewoon als een zombie daar naast mij. De keer daarvoor dat ik haar vingerde was anders, toen zat ze ook echt tegen mij aan en zaten we te zoenen.
3. De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 12 januari 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
[slachtoffer] kwam dicht tegen mij aan liggen. Dat gaf mij het gevoel dat het oké was. De voorzitter vraagt mij of het feit dat [slachtoffer] stillag en niks deed geen signaal gaf dat zij het niet wilde. Uiteindelijk gaf mij dat het signaal zeker ja. Ik was al een tijdje aan het vingeren maar ik kreeg geen reactie. Ik heb er toen niet aan gedacht om te vragen of [slachtoffer] het wilde. Ik had het moeten vragen maar dat heb ik niet gedaan. Ik merkte dat er niks uit [slachtoffer] kwam, het was niet wederzijds. Toen ben ik ermee gestopt en weggegaan.
4. Het proces-verbaal van verhoor getuige [naam 2] van 3 december 2024, pagina 24, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Ik was die dinsdag, 9 juli 2024 bij haar. Ze heeft haar telefoon voor mij geopend en ik las dat [verdachte] over haar grenzen was gegaan. Ik zag aan haar lichaamshouding de spanning. Ze zat in elkaar gedoken op de bank.
5. Het proces-verbaal van bevindingen onderzoek iPhone 14 van aangeefster van 9 december 2025, pagina 79, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op 25-6-2024 stuurt [slachtoffer] een bericht naar [verdachte] waarin ze zegt dat hij niks verkeerds
heeft gedaan maar dat zij alleen vriendschappelijk contact wil.
[verdachte] reageert door te schrijven dat hij het begrijpt en bedankt [slachtoffer] dat hij zich even
weer verliefd mocht voelen.
Op 6-7-2024. [slachtoffer] reageert door te laten weten dat het oké is, als hij zijn handen thuishoudt en alleen [naam 1] aait.