Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 31 oktober 2025;
- het bericht van de GI, met bijlagen, ontvangen op 5 november 2025.
2.De feiten
7 januari 2026 en de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een pleeggezin verlengd voor de duur van zes maanden, te weten tot 7 juli 2025, onder aanhouding van het overige.
3.De verzoeken
4.De standpunten
5.De beoordeling
family lifezoals bedoeld in artikel 8 Verdrag ter bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). De nauwe persoonlijke betrekking tussen [minderjarige] en de vader is naar het oordeel van de rechtbank weliswaar gewijzigd, maar niet verbroken. Door de machtiging tot uithuisplaatsing is er geen sprake meer van dagelijkse betrokkenheid bij de verzorging en opvoeding van [minderjarige], maar er is wel sprake van structurele wekelijkse omgang tussen de vader en [minderjarige]. De rechtbank is daarom van oordeel dat er nog steeds sprake is van
family life. De belangen van de vader zijn rechtstreeks betrokken bij de verlengingsverzoeken van de ondertoezichtstelling en de machtiging uithuisplaatsing en het verzoek van de GI om het perspectiefbesluit te toetsen. Vader zijn
family lifewordt daarmee namelijk rechtstreeks geraakt. De rechtbank zal de vader in deze procedure daarom nog steeds aanmerken als belanghebbende.
6.De beslissing
5 januari 2026, in aanwezigheid van mr. S. ten Thije - Blokvoort als griffier. De schriftelijke uitwerking heeft plaatsgevonden op 21 januari 2026.
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.