Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:3188

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
5 juni 2026
Publicatiedatum
5 juni 2026
Zaaknummer
ak_25_2138
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 Wvw 1994Wegenverkeerswet 1994Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeerArt. 7:5 AwbArt. 7:13 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrondverklaring beroep tegen verkeersbesluit afsluiting Schoonhetenseweg N35

De rechtbank Overijssel behandelde het beroep van de Vereniging Plaatselijk Belang Mariënheem tegen het verkeersbesluit van 5 maart 2025, waarbij de aansluiting van de Schoonhetenseweg op de N35 werd afgesloten. Eisers voerden meerdere beroepsgronden aan, waaronder het vertrouwensbeginsel en onvoldoende belangenafweging.

De rechtbank oordeelde dat de minister niet gehouden was alle dertien veiligheidsmaatregelen integraal uit te voeren en dat geen toezeggingen waren gedaan die het bestuursorgaan binden. De verkeersveiligheid op de N35 is verbeterd en de toename van verkeer op omliggende wegen, zoals de Nijverdalseweg, is beperkt en aanvaardbaar.

Hoewel de bereikbaarheid van restaurant de Bagatelle is beperkt door het besluit, is deze niet onredelijk aangetast. De minister heeft maatregelen genomen om de bereikbaarheid te ondersteunen. De stelling van omzetverlies is onvoldoende onderbouwd en maakt het besluit niet onrechtmatig.

De klacht over partijdigheid van de ambtelijke hoorcommissie faalt wegens gebrek aan concrete feiten. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, waardoor het verkeersbesluit in stand blijft en eisers geen proceskostenvergoeding ontvangen.

Uitkomst: Het beroep tegen het verkeersbesluit tot afsluiting van de Schoonhetenseweg van de N35 wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 25/2138
uitspraak van de meervoudige kamer van de rechtbank Overijssel in de zaak tussen

De Bagatelle B.V., uit Mariënheem,

Vereniging Plaatselijk Belang Mariënheem,uit Mariënheem,
hierna samen: eisers,

de minister van Infrastructuur en Waterstaat

hierna: de minister,
(gemachtigde: mr. W.S. Klooster).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over het verkeersbesluit van 5 maart 2025 waarbij de aansluiting van en naar de Schoonhetenseweg op de N35 tussen Raalte en Mariënheem is afgesloten. Eisers zijn het niet eens met dat de ongegrondverklaring van hun bezwaren tegen dat besluit. Zij voeren daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de rechtmatigheid van het bestreden besluit.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de nadelige gevolgen voor de bereikbaarheid van het restaurant niet onevenredig zijn in verhouding tot de met het verkeersbesluit beoogde verbetering van de verkeersveiligheid en doorstroming op de N35. Eisers krijgen dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
1.2.
Onder 2 staat het procesverloop in deze zaak. Onder 3 staan de van belang zijnde feiten en omstandigheden die hebben geleid tot het bestreden besluit. De beoordeling door de rechtbank volgt vanaf 4. Aan het eind staat de beslissing van de rechtbank en de gevolgen daarvan.

Procesverloop

2. Met het bestreden besluit van 9 juli 2025 op het bezwaar van eisers is de minister bij het verkeersbesluit van 5 maart 2025 gebleven.
2.1.
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 8 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen:
  • [naam 1] en [naam 2], namens eisers;
  • mr. W.S. Klooster, [naam 3], [naam 4] en [naam 5], namens de minister.

Beoordeling door de rechtbank

De feiten
3.1.
De N35, van Zwolle tot aan de A35 bij Almelo, is één van de belangrijkste doorgaande wegen tussen Zwolle en Twente. De N35 is een drukke weg die in beheer is bij het Rijk. De maximumsnelheid op het grootste deel van deze weg bedraagt 80 kilometer per uur. Sinds een aantal jaren wordt gewerkt aan knelpunten op deze weg.
3.2.
Naast de N35, tussen Raalte en Mariënheem, loopt een parallelweg, de Nijverdalseweg. Tussen Raalte en Mariënheem ligt restaurant de Bagatelle (hierna: de Bagatelle). De Bagatelle ligt op de hoek van de Nijverdalseweg en de Schoonhetenseweg. Tot de afsluiting van de Schoonhetenseweg van de N35 was de Bagatelle goed bereikbaar via de N35. De afrit van en naar de Schoonhetenseweg was niet voorzien van verkeerslichten.
3.3.
Met het oog op het bevorderen van de verkeersveiligheid en de doorstroming op de N35 en het voorkomen van sluipverkeer via de Nijverdalseweg heeft de minister in het verkeersbesluit van 5 maart 2025 besloten om de Schoonhetenseweg af te sluiten van de hoofdrijbaan van de N35. Als gevolg hiervan moeten bezoekers van de Bagatelle nu omrijden.
Wettelijk kader en toetsingskader
4.1.
Het wettelijk kader voor het nemen van een verkeersbesluit als hier aan de orde wordt gevormd door de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: de Wvw 1994) en het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (hierna: het Babw).
4.2.
Wat betreft het toetsingskader geldt het volgende. Bij het nemen van een verkeersbesluit beschikt het bestuursorgaan over beoordelingsruimte bij de uitleg en toepassing van de in artikel 2, eerste en tweede lid, van de Wvw 1994 genoemde belangen, waaronder de verkeersveiligheid op de weg en het beschermen van de weggebruikers en passagiers. Daarnaast komt het bestuursorgaan beleidsruimte toe bij de afweging van deze belangen. De bestuursrechter gaat niet na of hij in het concrete geval tot hetzelfde besluit zou zijn gekomen. De bestuursrechter toetst de gemaakte belangenafweging terughoudend en beoordeelt of de nadelige gevolgen van het besluit voor een of meer belanghebbenden niet onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen.
Inhoudelijke beoordeling
5.1
Eisers hebben zich op het standpunt gesteld dat in 2021 is toegezegd dat dertien veiligheidsbevorderende maatregelen integraal en gelijktijdig zouden worden uitgevoerd en dat de minister zich daarom niet had mogen beperken tot het afsluiten van de Schoonhetenseweg van en naar de hoofdrijbaan van de N35, waardoor de Schoonhetenseweg uitsluitend nog via de parallelrijbaan wordt ontsloten. Namens de minister is erkend dat weliswaar gesproken is over dertien mogelijke veiligheidsbevorderende maatregelen, maar betwist wordt dat toezeggingen zijn gedaan. Daarbij heeft de minister gewezen op de financiële randvoorwaarden.
5.2.
De rechtbank begrijpt het betoog van eisers aldus dat zij zich beroepen op het vertrouwensbeginsel. Wie zich beroept op het vertrouwensbeginsel moet aannemelijk maken dat van de kant van de overheid toezeggingen of andere uitlatingen zijn gedaan of gedragingen zijn verricht waaruit hij of zij in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs kon en mocht afleiden of het bestuursorgaan een bepaalde bevoegdheid zou uitoefenen en zo ja hoe.
5.3.
Eisers zijn daarin niet geslaagd. Zo zijn geen stukken overgelegd waaruit een dergelijke toezegging blijkt. Eisers hebben niet aannemelijk gemaakt dat van de zijde van de minister een toezegging of andere uitlating is gedaan of gedragingen zijn verricht waaruit zij in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs konden en mochten afleiden dat alle dertien veiligheidsbevorderende maatregelen integraal en gelijktijdig zouden worden uitgevoerd.
6.1.
Op de zitting is desgevraagd door eisers erkend dat de verkeerssituatie op de N35 veiliger is geworden door de afsluiting van de Schoonhetenseweg. Eisers stellen zich op het standpunt dat het verkeersprobleem is verschoven en dat de verkeersituatie op de Nijverdalseweg onveiliger is geworden. De minister heeft weersproken dat sprake is van een onveilige verkeerssituatie en verwezen naar de aan het besluit ten grondslag gelegde deskundigenrapportage, waaruit blijkt dat de netwerkeffecten beperkt zijn, terwijl de veiligheidswinst op de N35 groot is.
6.2.
De rechtbank overweegt dat als gevolg van de afsluiting van de Schoonhetenseweg van en naar de hoofdrijbaan van de N35 sprake kan zijn van een verschuiving van verkeersbewegingen naar omliggende wegen. Zoals volgt uit het aan het besluit ten grondslag gelegde deskundigenrapport, waarvan de bevindingen in het verweerschrift zijn toegelicht, is gebleken dat weliswaar sprake zal zijn van enige toename van het verkeer op omliggende wegen, waaronder op de Nijverdalseweg, maar deze toename is aanvaardbaar en ligt ruim onder de streefwaarden voor dit soort wegen. Van een onveilige verkeerssituatie op de omliggende wegen, waaronder op de Nijverdalseweg, is dan ook geen sprake. De rechtbank is van oordeel dat de daarmee gepaard gaande hinder niet onevenredig is in verhouding tot de verbetering van de verkeersveiligheid en doorstroming op de N35. De minister heeft de gevolgen van het verkeersbesluit voor de verkeersveiligheid zorgvuldig onderzocht en heeft hiermee, bij de afweging van de betrokken belangen, in voldoende mate rekening gehouden.
7.1.
Naar aanleiding van de stelling van eisers dat door de minister onvoldoende rekening is gehouden met de belangen van de Bagatelle, overweegt de rechtbank als volgt.
7.2.
Door het verkeersbesluit is de directe aansluiting van de Bagatelle op de N35 komen te vervallen, waardoor bezoekers en leveranciers gebruik moeten maken van een omrijroute. Daarmee is sprake van een beperking in de bereikbaarheid van het bedrijf. De rechtbank is van oordeel dat de minister deze beperking kenbaar heeft meegewogen en het belang van de verbetering van de verkeersveiligheid en de doorstroming op de N35 zwaarder heeft mogen laten wegen dan de nadelige gevolgen van het verkeersbesluit voor de bereikbaarheid van de Bagatelle. Daarbij acht de rechtbank van belang dat de Bagatelle bereikbaar is gebleven en dat maatregelen zijn getroffen om dit te ondersteunen, waaronder het plaatsen van tijdelijke en permanente bewegwijzering, ook al heeft de plaatsing daarvan meer tijd gekost dan aanvankelijk voorzien was.
7.3.
Voor zover eisers hebben gesteld dat sprake is van een omzetverlies van € 100.000, overweegt de rechtbank dat deze stelling niet met stukken is onderbouwd, zodat daaraan beperkt gewicht toekomt. Dat het verkeersbesluit mogelijk financiële gevolgen heeft voor eisers, maakt het besluit op zichzelf niet onrechtmatig. Voor eventuele vergoeding van schade die het gevolg is van rechtmatig overheidshandelen staat de weg van nadeelcompensatie open. In het verlengde hiervan is gebleken dat inmiddels een verzoek om nadeelcompensatie is gedaan, waarin de gestelde financiële gevolgen langs de daarvoor aangewezen weg kunnen worden beoordeeld.
7.4.
Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat de nadelige gevolgen van het verkeersbesluit voor de Bagatelle niet onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen.
8. Eisers hebben gesteld dat de ambtelijke hoorcommissie partijdig is geweest. De minister kan voor het horen van eisers gebruik gemaakt van een ambtelijke hoorcommissie als bedoeld in artikel 7:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Anders dan eisers kennelijk menen is de minister niet verplicht een onafhankelijke commissie als bedoeld in artikel 7:13 van Pro de Awb hiervoor in te schakelen. Eisers hebben hun stelling niet met concrete feiten of omstandigheden onderbouwd. Deze stelling is daarom onvoldoende voor het aannemen van strijd met artikel 2:4 van Pro de Awb. Vooringenomenheid vergt dat sprake is van oneigenlijke belangenbehartiging, bijvoorbeeld doordat persoonlijke belangen of voorkeuren een rol spelen. Van dergelijke belangen of voorkeuren bij de ambtelijke hoorcommissie is niet gebleken. Op de zitting is nog namens de minister toegelicht dat de ambtenaren die hebben gehoord, niet betrokken waren bij het nemen van het primaire besluit. Deze beroepsgrond slaagt dan ook niet.

Conclusie en gevolgen

9. Het beroep is gelet op wat hiervoor is overwogen ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Eisers krijgen daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgen ook geen vergoeding van hun proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K. Ides, voorzitter, mr. A.L.M. Steinebach-de Wit en
mr. B.A.J. Haagen, rechters, in aanwezigheid van mr. A. van der Weij, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op .
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.