ECLI:NL:RBOVE:2026:319
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens gewijzigde beslissing UWV
Verzoekster stelde beroep in tegen het besluit van het UWV van 8 mei 2024, waarin een uitkering op grond van de Wet WIA werd geweigerd. Dit beroep werd op 25 mei 2024 ingediend. Op 29 oktober 2025 wijzigde het UWV het besluit en kende alsnog een IVA-uitkering toe vanaf 16 oktober 2023. Hierdoor trok verzoekster haar beroep in.
De rechtbank beoordeelde het verzoek van verzoekster om het UWV te veroordelen tot betaling van proceskosten. Het UWV stemde in met deze veroordeling conform het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). De rechtbank oordeelde dat het UWV aan verzoekster was tegemoetgekomen door de gewijzigde beslissing en wees het verzoek toe.
De proceskostenvergoeding werd berekend op basis van de door de gemachtigde verrichte proceshandelingen, met een totaalbedrag van € 2.335,-. Daarnaast werd het griffierecht van € 51,- aan verzoekster vergoed. De rechtbank deed deze uitspraak zonder zitting en informeerde partijen over de mogelijkheid tot verzet binnen zes weken.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 2.335,- aan proceskosten en vergoeding van het griffierecht van € 51,- aan verzoekster.