DutchFinance heeft een financial leaseovereenkomst gesloten met [gedaagde] voor een Audi Q5. Na meerdere niet-tijdige betalingen heeft DutchFinance het volledige leasebedrag vervroegd opgeëist, de auto ingenomen en verkocht. De opbrengst is in mindering gebracht op het openstaande bedrag. DutchFinance vordert betaling van het resterende bedrag plus bijkomende kosten.
[gedaagde] betwist de vordering deels, onder meer vanwege de staat van de auto en de hoogte van de bijkomende kosten. De rechtbank overweegt dat de overeenkomst uitsluitend ziet op de geldlening en niet op de koop van de auto, zodat klachten over de auto niet jegens DutchFinance kunnen worden ingebracht. De verkoop van de auto is getaxeerd en de rechtbank acht de verkoopprijs niet te laag.
De rechtbank wijst de vordering grotendeels toe, maar beperkt de buitengerechtelijke incassokosten tot het bedrag volgens de wettelijke staffel. De gevorderde rente na 16 april 2025 wordt afgewezen wegens onvoldoende specificatie. [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van € 11.730,71 plus wettelijke rente en proceskosten.