Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:3191

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
26 mei 2026
Publicatiedatum
6 juni 2026
Zaaknummer
12036519 \ CV EXPL 25-4209
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:44 BWArt. 6:119a BWBesluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betalingsvordering uit financial leaseovereenkomst na vervroegde opeisbaarheid en verkoop auto

DutchFinance heeft een financial leaseovereenkomst gesloten met [gedaagde] voor een Audi Q5. Na meerdere niet-tijdige betalingen heeft DutchFinance het volledige leasebedrag vervroegd opgeëist, de auto ingenomen en verkocht. De opbrengst is in mindering gebracht op het openstaande bedrag. DutchFinance vordert betaling van het resterende bedrag plus bijkomende kosten.

[gedaagde] betwist de vordering deels, onder meer vanwege de staat van de auto en de hoogte van de bijkomende kosten. De rechtbank overweegt dat de overeenkomst uitsluitend ziet op de geldlening en niet op de koop van de auto, zodat klachten over de auto niet jegens DutchFinance kunnen worden ingebracht. De verkoop van de auto is getaxeerd en de rechtbank acht de verkoopprijs niet te laag.

De rechtbank wijst de vordering grotendeels toe, maar beperkt de buitengerechtelijke incassokosten tot het bedrag volgens de wettelijke staffel. De gevorderde rente na 16 april 2025 wordt afgewezen wegens onvoldoende specificatie. [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van € 11.730,71 plus wettelijke rente en proceskosten.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt [gedaagde] tot betaling van € 11.730,71 plus wettelijke rente en proceskosten aan DutchFinance.

Uitspraak

RECHTBANKOVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer: 12036519 \ CV EXPL 25-4209
Vonnis van 26 mei 2026
in de zaak van
VOLKSWAGEN PON FINANCIAL SERVICES B.V., handelend onder de naam DutchFinance,
te Amersfoort,
eisende partij,
hierna te noemen: DutchFinance,
gemachtigde: Jongejan & Wisseborn,
tegen
[gedaagde], handelend onder de naam [bedrijf 1],
te [woonplaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.

1.De zaak in het kort

Voor de financiering van een Audi Q5 heeft [gedaagde] een financial leaseovereenkomst met DutchFinance gesloten. [gedaagde] heeft meerdere termijnen niet (op tijd) betaald. DutchFinance heeft het totale leasebedrag daarom vervroegd opgeëist. DutchFinance heeft de Audi ingenomen en verkocht. De opbrengst heeft zij in mindering laten strekken op het openstaande kredietbedrag. DutchFinance vordert betaling van het hierna resterende bedrag plus bijkomende kosten (rente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten). De kantonrechter wijst de vordering grotendeels toe.

2.De procedure

2.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 18 december 2025;
- de conclusie van antwoord van 10 februari 2026;
- de conclusie van repliek van 10 maart 2026;
- de conclusie van dupliek van 7 april 2026.
2.2
Ten slotte is vonnis bepaald.
3 De feiten
3.1
[gedaagde] heeft bij [bedrijf 2] een Audi Q5 2.0 TFSI hybr.q. PL+ uit het jaar 2014 met kenteken [kenteken] gekocht (hierna: de auto). Voor de betaling van de auto heeft hij op 8 april 2022 een financial leaseovereenkomst (hierna ook: de leaseovereenkomst) met DutchFinance gesloten.
3.2
In de leaseovereenkomst staat, voor zover van belang, het volgende vermeld:
Kredietnemer:
a. Met dit krediet heeft u een motorrijtuig gefinancierd. Dit motorrijtuig heeft Leverancier aan u geleverd. Dit motorrijtuig is juridisch eigendom van Kredietgever. Zodra u aan al uw betalingsverplichtingen heeft voldaan, gaat de juridisch eigendom van het motorrijtuig over van Kredietgever op u en wordt u de juridisch eigenaar van het motorrijtuig.
[…]
c. Tijdens de looptijd van dit contract betaalt u aan Kredietgever:
Aankoopprijs € 26.900,00
Aanbetaling € 1.000 -
[…]
Kredietbedrag € 25.900,00
Kredietvergoeding € 4.974,72 +
Totaal te betalen € 30.874,72
d. Dit contract heeft een looptijd van 48 maanden […]. U betaalt maandelijks € 447,39. In de laatste maand betaalt u ook de overeengekomen slottermijn van € 9.400,00. Uw laatste maandtermijn is in totaal dus € 9.847,39.
[…]
h. Met betrekking tot de kwaliteit en eigenschappen van het motorrijtuig is Kredietgever jegens Kredietnemer tot geen enkele garantie of schadevergoeding gehouden. Kredietnemer kan hiervoor uitsluitend Leverancier aanspreken.”
3.3
Op de overeenkomst zijn de ‘Algemene Voorwaarden Financial Lease’ van toepassing (hierna: de algemene voorwaarden). In de algemene voorwaarden staat, voor zover van belang, het volgende vermeld:
“3.Wie is waarvoor verantwoordelijk?
[…]
3.2.
Alle kosten voor het gebruik van het motorvoertuig betaalt u zelf. Denk bijvoorbeeld aan de kosten voor […] schade […].

4.Hoe en hoeveel betaalt u?

4.1.
U betaalt ons in maandelijkse termijnen volgens het betaalschema dat is opgenomen in uw contract. U doet dit tot het moment waarop u aan al uw betalingsverplichtingen uit het contract heeft voldaan.
[…]
4.4.
Het betaalschema dat is opgenomen in uw contract is dwingend en u mag daar niet van afwijken. Dit betekent dat u bij niet-volledige of niet-tijdige betaling direct in verzuim bent […]. U bent dan aan ons een achterstandsrente verschuldigd over het openstaande bedrag. Deze achterstandsrente is nooit hoger dan de wettelijke rente volgens het Burgerlijk Wetboek. […]
4.5.
Moeten wij incassokosten maken, dan zijn die voor uw rekening. Die kosten zijn minimaal 15% van het openstaande bedrag, met een minimum van € 40 exclusief btw.
[…]

5.Onmiddellijke opeisbaarheid en inname van het voertuig

5.1.
In bepaalde situaties hebben wij het recht om alle betalingen die u op grond van uw contract nog moet betalen in één keer en per direct bij u op te eisen. In die situaties mogen wij het contract bovendien meteen ontbinden zonder dat daarvoor eerst nog een ingebrekestelling nodig is. Bij zo’n ontbinding blijft ons recht op vergoeding van achterstandsrente, kosten en schade volledig in stand. De situaties waarvoor dit geldt zijn onder meer:
a.
a) U heeft twee maanden (of langer) niet betaald, ook niet na een schriftelijke aanmaning. Of u houdt zich niet aan de afspraken uit uw contract of deze Algemene Voorwaarden.
[…]
c) Het motorrijtuig is gestolen of vermist of volgens ons te beschadigd om nog te repareren.
5.2
Als wij gebruik maken van onze rechten uit artikel 5.1., dan levert u het motorrijtuig binnen 24 uur in.[…]
5.3.
Nadat wij het motorrijtuig hebben ingenomen verkopen we deze. De opbrengst verrekenen wij met het totale bedrag dat u nog aan ons verschuldigd bent. U moet in elk geval ook de volgende kosten betalen:
a) Eventuele achterstandsrente en incassokosten.
[…]
Brengt de verkoop niet voldoende op om alles wat u aan ons verschuldigd bent te dekken? Dan moet u het verschil alsnog aan ons betalen.[…]”
3.4
Vanaf augustus 2022 heeft [gedaagde] meerdere leasetermijnen niet (tijdig) betaald. Een aantal automatische incasso’s is mislukt. [gedaagde] heeft in de periode daarna de leasetermijnen handmatig aan DutchFinance overgemaakt, maar ook deze betalingen waren vaak te laat. In totaal heeft [gedaagde] wel een bedrag van € 13.427,70 betaald.
3.5
Op 21 mei 2024 had [gedaagde] (opnieuw) een betalingsachterstand en heeft DutchFinance hem aangemaand om het op dat moment openstaande saldo van € 894,78 (twee termijnen van € 447,39, inclusief achterstandsrente) binnen drie dagen aan haar te betalen. Daarbij heeft DutchFinance het volgende aangezegd:
“Wanneer de betaling niet binnen de gestelde termijn op onze rekening is bijgeschreven dan kunnen we overgaan tot het nemen van rechtsmaatregelen. We wijzen u erop dat het volledige saldo en de achterstandsrente dan geheel en in één keer opeisbaar zal worden.
We zijn dan genoodzaakt het door ons gefinancierde object(en) in te nemen en tot verkoop over te gaan. De opbrengst bij verkoop, onder aftrek van alle gemaakte kosten, zal in mindering worden gebracht op het openstaande saldo. Voor een eventueel restant saldo na verkoop blijft u hoofdelijk aansprakelijk.”
3.6
[gedaagde] heeft niet tijdig aan de aanmaning voldaan. DutchFinance heeft haar vordering vervolgens opeisbaar gesteld en [gedaagde] verzocht de auto in te leveren. Dit heeft [gedaagde] uiteindelijk in november 2024 gedaan. De auto bleek ernstige schade te hebben en werd total loss verklaard.
3.7
De auto is getaxeerd op een bedrag van € 5.400,00. DutchFinance heeft de auto vervolgens ook verkocht voor dat bedrag. Dit bedrag is op de openstaande vordering in mindering gebracht.
3.8
Op 15 januari 2025 heeft DutchFinance [gedaagde] per brief verzocht om het totaal openstaande bedrag binnen acht dagen te betalen.
3.9
[gedaagde] heeft hier niet aan voldaan. DutchFinance heeft de vordering vervolgens uit handen gegeven aan haar incassogemachtigde. Hierna heeft [gedaagde] tussen juni 2025 en november 2025 nog een bedrag van in totaal € 1.500,00 aan DutchFinance betaald.

4.Het geschil

4.1
DutchFinance vordert, samengevat en voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 13.764,75, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over € 12.047,02 vanaf 18 december 2025 en met de proceskosten. Het bedrag is als volgt berekend:
€ 12.047,02 restant leasesom (€ 30.874,39 - € 13.427,70 - € 5.400,00)
€ 100,17 vertragingsrente tot 16 april 2025
€ 1.822,08 buitengerechtelijke incassokosten
€ 382,64 BTW over de buitengerechtelijke incassokosten
€ 912,84 +handelsrente vanaf 16 april 2025 tot en met 17 december 2025
€ 15.264,75
€ 1.500,00 -betaling [gedaagde] na het uit handen geven van de vordering
€ 13.764,75
4.2
[gedaagde] voert verweer.
4.3
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

5.De beoordeling

5.1
Tussen partijen is niet in geschil dat [gedaagde] een betalingsachterstand heeft laten ontstaan door meerdere termijnen niet tijdig te voldoen. Ook is door [gedaagde] niet betwist dat DutchFinance op grond van de overeenkomst en algemene voorwaarden het recht toe kwam het verschuldigde bedrag ineens op te eisen, de overeenkomst te beëindigen en de auto in te nemen, te verkopen en zich op de opbrengst te verhalen.
De restant leasesom
Waarom moet [gedaagde] DutchFinance betalen?
5.2
[gedaagde] vindt het oneerlijk dat hij moet betalen voor een auto die niet goed functioneerde en mogelijk al is vernietigd.
5.3
De kantonrechter overweegt daarover het volgende. Het is belangrijk om te begrijpen dat er twee dingen zijn gebeurd, namelijk: de koop van de auto bij [bedrijf 2] en de geldlening bij DutchFinance om de auto te betalen. Deze zaak gaat alleen over de geldlening. Het gaat dus niet over de koop van de auto en de vraag of [gedaagde] zou moeten betalen voor een kapotte auto. De problemen die [gedaagde] met de auto heeft gehad, zou hij met [bedrijf 2] kunnen bespreken. Dat is niet iets wat DutchFinance aangaat. DutchFinance heeft enkel geld uitgeleend en wil dat geld terug.
5.4
Het is dus niet zo dat [gedaagde] DutchFinance niet meer hoeft terug te betalen omdat de auto niet goed functioneerde, want dat is niet het probleem van DutchFinance. Dat staat ook zo in de overeenkomst die [gedaagde] met DutchFinance heeft gesloten en in de algemene voorwaarden: DutchFinance gaat niet over de auto, maar alleen over de lening die is afgesloten voor de auto.
5.5
[gedaagde] heeft nog aangevoerd dat DutchFinance ongetwijfeld voor dit soort gevallen verzekerd is en via haar verzekeringsmaatschappij een bedrag uitgekeerd heeft gekregen. Maar dit is alleen een niet onderbouwd vermoeden van [gedaagde], zodat daarvan niet kan worden uitgegaan. [gedaagde] heeft bovendien niet uitgelegd waarom dat zou betekenen dat DutchFinance hem niet aan zijn betalingsverplichtingen zou mogen houden.
Is de auto voor een te laag bedrag geveild? Nee.
5.6
[gedaagde] vindt dat DutchFinance de auto op de veiling voor een te laag bedrag heeft verkocht, waardoor hij is benadeeld.
5.7
DutchFinance heeft daarop gereageerd en het taxatierapport in de procedure ingebracht. Daarin staat dat de auto schade had en een restwaarde had van € 5.400,00.
5.8
De kantonrechter twijfelt niet aan wat er in het taxatierapport staat. [gedaagde] heeft ook niet gezegd wat er niet zou kloppen aan het rapport. De auto is voor het getaxeerde bedrag geveild. De kantonrechter is daarom van oordeel dat het busje niet voor een te laag bedrag is verkocht.
5.9
[gedaagde] heeft verder geen verweer gevoerd tegen de door DutchFinance gemaakte berekening van de restant leasesom, zodat de rechtbank van deze berekening uitgaat.
De bijkomende kosten
5.1
[gedaagde] is het niet eens met de hoge bijkomende kosten die DutchFinance vordert. [gedaagde] wijst erop dat hij € 1.500,00 heeft afbetaald in het kader van een betalingsregeling en bereid was een nieuwe betalingsregeling te treffen en dat hij tot twee keer toe een voorstel heeft gedaan om de overeenkomst af te kopen tegen betaling van € 10.000,00. Hij betoogt dat de bijkomende kosten niet nodig waren geweest als DutchFinance zich coulanter had opgesteld.
5.11
De kantonrechter oordeelt als volgt.
De betalingsregeling
5.12
De kantonrechter volgt [gedaagde] niet in zijn betoog dat DutchFinance de bijkomende kosten nodeloos heeft gemaakt. DutchFinance heeft in de conclusie van repliek toegelicht dat de betalingsregeling was overeengekomen onder de voorwaarde dat [gedaagde] stipt zou betalen en dat de regeling tussentijds opnieuw kón worden bekeken en iedere zes maanden kón worden aangepast. Het was volgens DutchFinance dus niet zo dat er iedere zes maanden een herberekening zou plaatsvinden en een nieuwe betalingsregeling zou worden afgesproken. DutchFinance voert aan dat de betalingsregeling is komen te vervallen, omdat [gedaagde] niet stipt heeft betaald. Dit heeft [gedaagde] niet weersproken, zodat dit komt vast te staan.
5.13
Omdat [gedaagde] zich niet aan de voorwaarde van de betalingsregeling hield, mocht DutchFinance de regeling beëindigen. Anders dan [gedaagde] betoogt, hoefde DutchFinance hierna niet in te stemmen met een nieuwe betalingsregeling. Het treffen van een betalingsregeling is een mogelijkheid die veelal uit coulance wordt aangeboden aan de schuldenaar, maar een schuldeiser is daartoe niet verplicht.
Buitengerechtelijke incassokosten
5.14
DutchFinance heeft vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten van
€ 1.822,08 (15% van de hoofdsom) en € 382,64 aan btw (21% over de incassokosten) gevorderd. DutchFinance stelt dat zij haar gemachtigde voor diens werkzaamheden 15% over de te vorderen som moet betalen en dat dit (forfaitaire) tarief gebruikelijk is en gewoonlijk aan opdrachtgevers in zaken zoals deze in rekening wordt gebracht. [gedaagde] wil deze kosten niet betalen.
5.15
De kantonrechter is van oordeel dat DutchFinance voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. DutchFinance heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Ten aanzien van de hoogte van de vergoeding, oordeelt de kantonrechter als volgt. Het door DutchFinance gevorderde bedrag van € 1.822,08 is hoger dan het bedrag dat volgens de staffel in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) hoort bij een hoofdsom van € 12.047,02. DutchFinance heeft weliswaar gesteld dat de werkelijk door haar gemaakte incassokosten hoger zijn dan het conform het Besluit begrote bedrag, maar zij heeft deze stelling niet van een concrete onderbouwing voorzien. Gelet op de betwisting van [gedaagde] had dat wel op haar weg gelegen. Daarom zal de kantonrechter de vergoeding voor de buitengerechtelijke incassokosten berekenen volgens de staffel in het Besluit. Volgens de staffel in het Besluit hoort bij een hoofdsom van € 12.047,02 een vergoeding van € 895,47 exclusief BTW. Omdat DutchFinance ten aanzien van deze vordering niet btw-plichtig is en de btw over de buitengerechtelijke kosten niet kan verrekenen, wordt de vergoeding verhoogd met btw. Dit betekent dat de kantonrechter een bedrag van € 895,47 + € 188,05 aan btw = € 1.083,52 aan vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten zal toewijzen.
Wettelijke handelsrente
5.16
De wettelijke handelsrente is slechts toewijsbaar over het openstaande bedrag van de maandtermijnen (artikel 4 van Pro de algemene voorwaarden). DutchFinance heeft in haar specificatie, zoals weergegeven in rechtsoverweging 4.1. van dit vonnis, eerst de vertragingsrente tot 16 april 2025 over dit bedrag berekend. Hiertegen is geen afzonderlijk verweer gevoerd. Het gevorderde bedrag van € 100,17 aan wettelijke rente tot 16 april 2025 zal dan ook worden toegewezen.
5.17
DutchFinance heeft in haar specificatie verder rente berekend vanaf 16 april 2025 tot en met 17 december 2025. Uit haar specificatie blijkt echter niet waarover deze rente is berekend en of ook rente is berekend over de al berekende rente (tot 16 april 2025) die nog niet over een geheel jaar verschuldigd was. [gedaagde] heeft in zijn conclusie van antwoord aangevoerd dat DutchFinance rente over rente heeft berekend. DutchFinance heeft daar in de conclusie van repliek niet op gereageerd door toe te lichten over welk bedrag de rente is berekend of een renteberekening te overleggen. Omdat het niet aan de kantonrechter is om zelf een renteberekening te maken, zal de gevorderde rente van 16 april 2025 tot en met
17 december 2025 worden afgewezen.
5.18
DutchFinance vordert verder de wettelijke handelsrente over de oorspronkelijke hoofdsom vanaf 18 december 2025 (de datum van dagvaarding). Er moet echter rekening worden gehouden met het bedrag van in totaal € 1.500,00 dat [gedaagde] tussen juni 2025 en november 2025 nog heeft voldaan. Die betaling komt op grond van artikel 6:44 BW Pro eerst in mindering op de buitengerechtelijke kosten en op de verschenen rente en daarna op de hoofdsom, zodat de wettelijke handelsrente vanaf 18 december 2025 over een bedrag van
€ 11.730,71 zal worden toegewezen:
- hoofdsom
12.047,02
- vertragingsrente tot 16 april 2025
100,17
+
- buitengerechtelijke incassokosten
1.083,52
+
Totaal
13.230,71
- betaling [gedaagde]
1.500,00
-
11.730,71
Conclusie
5.19
De vordering van DutchFinance wordt toegewezen tot een bedrag van € 11.730,71, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 18 december 2025.
Proceskosten
5.2
De kantonrechter is van oordeel dat DutchFinance in redelijkheid heeft kunnen besluiten om [gedaagde] te dagvaarden. [gedaagde] moet als de in het ongelijk gestelde partij de proceskosten (inclusief nakosten) betalen.
5.21
De proceskosten van DutchFinance worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
146,14
- griffierecht
1.504,00
- salaris gemachtigde
864,00
(2 punten × € 432,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.658,14

6.De beslissing

De kantonrechter
6.1
veroordeelt [gedaagde] om aan DutchFinance te betalen een bedrag van € 11.730,71, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over dat bedrag, met ingang van 18 december 2025, tot de dag van volledige betaling,
6.2
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 2.658,14, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.3
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
6.4
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. N.P. Heisterkamp en in het openbaar uitgesproken op
26 mei 2026.