ECLI:NL:RBOVE:2026:3192

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
26 mei 2026
Publicatiedatum
6 juni 2026
Zaaknummer
11870926 \ CV EXPL 25-2692
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:5 BWArt. 7:17 BWArt. 7:18a BWArt. 7:21 lid 6 BWArt. 7:22 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding koopovereenkomst tweedehands bestelwagen wegens non-conformiteit roetfiltersensoren

De eiser, een Belgische particulier, kocht bij de gedaagde, een professionele verkoper, een tweedehands Ford Transit bestelwagen. Na aankoop bleek dat de roetfiltersensoren van de bestelwagen waren losgekoppeld van de boordcomputer, wat niet was medegedeeld en niet verwacht mocht worden. De eiser stelde de verkoper in gebreke, maar deze ondernam geen herstel.

De rechtbank oordeelde dat de bestelwagen niet aan de overeenkomst voldeed vanwege dit gebrek, dat zich binnen een jaar na aflevering openbaarde, waardoor de koper de koopovereenkomst buitengerechtelijk mocht ontbinden. De verkoper werd veroordeeld tot terugbetaling van het aankoopbedrag en een schadevergoeding voor onderzoekskosten en verzekeringspremies.

De kosten voor herstel van de turbo en olietoevoer werden afgewezen omdat de verkoper niet in gebreke was gesteld voor deze reparaties. Daarnaast werd de verkoper veroordeeld mee te werken aan de overschrijving van het kenteken en het overleggen van het vrijwaringsbewijs, met een dwangsom bij niet-naleving.

De proceskosten werden aan de verkoper opgelegd. De vordering tot het ophalen van de bestelwagen door de verkoper werd afgewezen, omdat de wet de koper verplicht de zaak terug te zenden. De uitspraak bevestigt het belang van transparantie en conformiteit bij consumentenkoop van tweedehands voertuigen.

Uitkomst: De koopovereenkomst is ontbonden wegens non-conformiteit en de verkoper is veroordeeld tot terugbetaling, schadevergoeding en medewerking aan kentekenoverschrijving.

Uitspraak

RECHTBANKOVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer: 11870926 \ CV EXPL 25-2692
Vonnis van 26 mei 2026
in de zaak van
[eiser],
te [woonplaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. G.I. Niesert,
tegen
[gedaagde 1], handelend onder de naam [gedaagde 2] ,
te [woonplaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde 2] ,
gemachtigde: mr. A.A. Bos.

1.De procedure

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 t/m 25;
- de conclusie van antwoord met productie 1 t/m 6;
- de akte overlegging producties tevens akte vermeerdering/ wijziging eis met producties 7 t/m 15;
- de mondelinge behandeling van 27 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt en de spreekaantekeningen van mrs. Niesert en Bos.
1.2
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1
[gedaagde 2] heeft een onderneming in de in- en verkoop en reparatie en onderhoud van (tweedehands) auto’s.
2.2
Op 18 mei 2024 heeft [eiser] , een Belgische particulier, naar aanleiding van een Marktplaats advertentie van [gedaagde 2] via de Marktplaats-chat contact opgenomen met [gedaagde 2] over de mogelijke aankoop van een Ford Transit/ Tourneo, bouwjaar 2012, met een kilometerstand van 277094 (hierna: de bestelwagen). Het door [eiser] aan [gedaagde 2] verstuurde bericht luidt als volgt:
‘Beste, Ik heb interesse in de bestelwagen. Ik zou graag eens komen kijken, zijn jullie maandag geopend, ik zou uit Antwerpen moeten komen. Ik heb enkel nog een vraag over de wagen. Heeft die momenteel geen geldige apk? Zoniet is dat omdat er gebreken zijn? En is dit nodig voor particulieren export naar België?(…)’
2.3
Daarop reageert [gedaagde 2] met: ‘
Hi (…) Bus is ingeruild en blijven staan van daar apk verlopen, geen gebreken aanwezig, ik wil ook nieuw apk er op doen, voor deze prijs, maar ik red niet op maandag om te doen, dinsdag wel.’
2.4
Op 23 mei 2024 is de bestelwagen APK gekeurd door Interkeur. Onder punt 6 ‘Adviespunten’ staat opgenomen:
‘Van de punten hieronder is te verwachten dat deze binnenkort niet meer aan de APK- eisen voldoen.
1x Band(en) aanwezig met een profieldiepte van 1,6 t/m 2,5 mm (AC1/nat APK)
1x Mechanische delen van het remsysteem vertonen slijtage (AC5/nat APK).’
2.5
Dezelfde dag heeft [gedaagde 2] [eiser] bericht dat de APK was uitgevoerd en de bestelwagen goedgekeurd was. Op 25 mei 2024 heeft [eiser] samen met een vriend [gedaagde 2] bezocht en zij hebben een proefrit in de bestelwagen gemaakt.
2.6
Na de proefrit hebben [eiser] en [gedaagde 2] gesproken over de versleten banden. Zij zijn een prijs van € 5.203,00 overeengekomen, die door [eiser] is betaald.
2.7
[eiser] is met de bestelwagen naar huis gereden.
2.8
Op 10 juli 2024 heeft [bedrijf] (hierna: de garage) in opdracht van [eiser] de bestelwagen onderzocht en zij heeft [eiser] het volgende gemaild:

een olielek op leiding olietoevoer
speling op het turbinewiel
aanzuigdam te soepel van de olie

turbo is te vervangen
Onder voorbehoud en na démontage komt de geschatte herstelkost op € 2.759,14 incl. btw (…)
2.9
Op dezelfde dag stuurde [eiser] [gedaagde 2] de email van de garage door met de volgende begeleidende email:
‘Hallo,
Ik heb 25 mei een gele Ford Transit gekocht bij uw firma: (…)
Na een tijdje begon de wagen piepend geluid te maken bij het gasgeven. Ik heb de wagen laten nakijken bij een officiële garage. Ze hebben erge schade vastgesteld aan turbo, zie de mail hieronder. (…)’
2.1
Op 16 juli 2024 stuurt [eiser] een email naar [gedaagde 2] met de inhoud ‘
Was u op de hoogte van deze problemen met de olietoevoer en de turbo?’
2.11
[eiser] heeft op 1 augustus 2025 de turbolader en de olietoevoer laten vervangen door de garage voor een bedrag van € 2.971,61.
2.12
De garage heeft [eiser] dezelfde dag per email een video toegestuurd omdat na controle van de auto een aandachtspunt was gevonden. In dit filmpje wordt onder meer gezegd:
‘We hadden ook geconstateerd dat bij de roetfilter alle sensoren zijn afgekoppeld, dus ik vraag me wel af of die roetfilter is leeggemaakt en uitgeprogrammeerd want we krijgen daar ook geen foutcodes op. Dus dat is een hele rare situatie. Ik vernoem dat even omdat u daar best van op de hoogte bent want een roetfilter dat niet verwijderd zou zijn en niet kan regenereren dat gaat blokkeren na een tijd en daar kan je heel grote kosten mee krijgen als je niet uitkijkt.’
2.13
Bij navraag over de kosten van herstel ontvangt [eiser] op 5 augustus 2024 het volgende bericht van de garage:
‘Ik heb dit nagevraagd bij ons chef atelier, hij vermoed dat de vorige eigenaar dit met een reden heeft gedaan of laten doen, wij kunnen dit niet terug aansluiten omdat we ook de achtergrond niet kennen waarom zij dat gedaan hebben, best eens informeren bij de vorige eigenaar aub. Onze chef atelier zei me ook als wij hier alles terug moeten in orde zetten u vermoedelijk een groot bedrag gaat kwijt zijn omdat hij niet alleen aansluitingen moet doen maar ook nieuwe stukken gaat moeten plaatsen die ook duur zijn.
2.14
Op 5 augustus 2024 heeft [eiser] via de Marktplaats-chat aan [gedaagde 2] gevraagd naar de reden van ontkoppeling van het roetfilter, waarop [gedaagde 2] meldt dat hij niet weet wat daarmee is gebeurd.
2.15
Op 12 augustus 2024 heeft [eiser] [gedaagde 2] per aangetekende post een brief verstuurd waarin hij [gedaagde 2] om een oplossing vraagt voor het probleem met het roetfilter. Daarop heeft [gedaagde 2] niet gereageerd.
2.16
Op 23 januari 2025 heeft de garage een factuur opgesteld waarin is opgenomen:
‘(…)Diagnose roetfilter
Werkuren Diagnose uitgevoerd € 42,50 € 42,50
Totaal werkuren € 42,50
Roetfilter is uitgeschreven
bij de tuning in de PCM bij de
vorige eigenaar
Dit is niet door ons aan te passen
PCM moet terug aangepast worden
waar dit is gebeurd en daarna kunnen wij pas een prijs maken om
de roetfilter terug te laten werken
(…)
Totaal excl. BTW € 42,50
BTW 21% € 8,93
Factuur totaal € 51,43
(…)’
2.17
Op 6 februari 2025 stuurt de garage aan Dceulaer een offerte voor herstel van het roetfilter en de Powertrain Control Module (hierna: PCM). In de offerte staat vermeld: ‘
Zoals telefonisch afgesproken geef ik hierbij een richtprijs mee voor de herstelling van het roetfilter en PCM. De PCM moeten we vervangen omdat en tuning bedrijf deze heeft aangepast om zonder roetfilter te kunnen rijden. De roetfilter omdat hier vermoedelijk een gat in gemaakt is zodat het roet vrije doorgang heeft. Onderdelen roetfilter en benodigdheden + PCM komt op 4.059.18 euro BTW incl. en reken daar nog een 1200 euro werk bij om alles te monteren, programmeren en bedradingen te herstellen. Dit is een richtprijs omdat wij niet op voorhand weten wat we gaan tegen komen bij de demontage.’
2.18
In de periode van 20 februari tot en met 15 maart 2025 hebben de advocaten van partijen met elkaar gecorrespondeerd. Bij brief van 20 februari 2025 heeft de advocaat van [eiser] [gedaagde 2] in de gelegenheid gesteld om binnen twee weken de bestelwagen te herstellen voor wat betreft de door [eiser] gestelde vermeende verbreken aan de roetfiltersensoren. Dit heeft [gedaagde 2] niet gedaan.
2.19
Bij brief van 13 mei 2025 is namens [eiser] de buitengerechtelijke ontbinding van de koopovereenkomst ingeroepen en is [gedaagde 2] gesommeerd om uiterlijk op 20 mei 2025 het bedrag van € 5.203,- terug te betalen. Dit is niet gebeurd.

3.Het geschil

3.1
[eiser] vordert - samengevat – voor recht te verklaren dat de koopovereenkomst per 13 mei 2025 is ontbonden, dan wel de koopovereenkomst te ontbinden of te vernietigen. Ook vordert hij terugbetaling van het aankoopbedrag van de bestelwagen van € 5.203,- en betaling van een bedrag van € 4.147,18 aan schadevergoeding, een en ander vermeerderd met de wettelijke rente. Daarnaast vordert [eiser] [gedaagde 2] te veroordelen om binnen drie dagen na betekening van het vonnis mee te werken aan de overschrijving van het kenteken van de bestelwagen en het vrijwaringsbewijs aan [eiser] te overleggen. Ook vordert [eiser] [gedaagde 2] te veroordelen de bestelwagen bij hem op te halen.
3.2
[eiser] stelt dat de bestelwagen niet aan de koopovereenkomst voldoet, omdat er sprake is van een gebrek doordat de roetfiltersensoren niet zijn aangesloten aan de boordcomputer van de auto. Hij voert aan dat hij [gedaagde 2] in de gelegenheid heeft gesteld om het gebrek te verhelpen, dat [gedaagde 2] dat niet heeft gedaan en dat hij vervolgens om die reden de koopovereenkomst buitengerechtelijk heeft ontbonden. De kosten voor herstel van de olietoevoer en de turbo door de garage komen volgens [eiser] voor rekening van [gedaagde 2] , omdat [gedaagde 2] niet tot herstel is overgegaan.
3.3
[gedaagde 2] voert verweer. Hij concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiser] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure. Volgens [gedaagde 2] voldoet de bestelwagen aan de overeenkomst. Voor wat betreft de vordering tot betaling van herstelkosten van de turbo en de olietoevoer, geldt dat deze volgens [gedaagde 2] niet voor toewijzing in aanmerking komt nu [eiser] hem niet in gebreke heeft gesteld alvorens de reparatiewerkzaamheden te laten uitvoeren door de garage.
3.4
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4 De beoordeling
Rechtsmacht en toepasselijk recht
4.1
Omdat [eiser] in België woonachtig is, hebben de vorderingen een internationaal karakter en moet allereerst de vraag worden beantwoord of de Nederlandse rechter bevoegd is van de vorderingen van [eiser] kennis te nemen.
4.2
De rechtbank beantwoordt die vraag bevestigend op grond van artikel 18 lid 1 van Pro de in deze zaak toepasselijke Verordening (EU) nr. 1215/2012. Gelet op de vestigingsplaats van [gedaagde 2] (te weten: [vestigingsplaats] ) is de rechtbank Overijssel bevoegd van de vordering kennis te nemen.
4.3
De volgende vraag die beantwoord moet worden is welk recht van toepassing is op de rechtsverhouding tussen partijen. Nu de betreffende overeenkomst is gesloten na 17 december 2009, dient bepaling van het toepasselijke recht plaats te vinden aan de hand van Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (hierna: Rome I-Vo). Niet gesteld of gebleken is dat door partijen een keuze is gemaakt ten aanzien van het toepasselijke recht, zodat op grond van artikel 4 en Pro artikel 6 lid 3 van Pro Rome I-Vo het recht van het land waar de verkoper van roerende zaken zijn gewone verblijfplaats heeft op de overeenkomst van toepassing is. Nu [gedaagde 2] zijn verblijfplaats heeft in Nederland, is op de onderhavige vorderingen Nederlands recht van toepassing is.
Consumentenkoop
4.4
Tussen partijen is niet in geschil dat [eiser] de bestelwagen als consument heeft aangeschaft en dat er dus sprake is van een consumentenkoop. [1] De vorderingen van [eiser] zullen daarom met inachtneming van het hierna geldende toetsingskader worden beoordeeld.
Non- conformiteit en (buitengerechtelijke) ontbinding
4.5
De koper kan de koop ontbinden indien de auto niet aan de overeenkomst beantwoordt. [2] Bij de beantwoording van de vraag of de auto non-conform is, geldt dat de afgeleverde zaak aan de overeenkomst moet beantwoorden en dat dat niet het geval is als de zaak, mede gelet op de aard van de zaak en de mededelingen die de verkoper over de zaak heeft gedaan, niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. [3] De koper mag in ieder geval verwachten dat de zaak de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn en waarvan hij de aanwezigheid niet behoefde te betwijfelen. Wat onder ‘normaal gebruik’ moet worden verstaan, is afhankelijk van de verkeersopvattingen.
4.6
Volgens vaste jurisprudentie moet als regel worden aangenomen dat in het geval een (tweedehands) auto wordt gekocht om daarmee aan het verkeer deel te nemen, de auto niet beantwoordt aan de overeenkomst indien gebruik van de auto gevaar voor de verkeersveiligheid zou opleveren als gevolg van een aan de auto klevend gebrek dat niet op eenvoudige wijze kan worden ontdekt en hersteld. [4] Dit is dus de ondergrens van wat de koper mag verwachten. Uitzonderingen op deze regel zijn mogelijk, bijvoorbeeld wanneer de koper het risico van een zodanig gebrek heeft aanvaard.
4.7
Als het gebruik van de auto door het gebrek geen gevaar voor de verkeersveiligheid oplevert, moet de rechter beoordelen of een verondersteld gebrek tot non-conformiteit leidt. De vraag is dan of het gestelde gebrek, als het aanwezig is, maakt dat de auto niet aan de overeenkomst beantwoordt. In dit verband is het volgende van belang.
4.8
Op grond van artikel 7:18a lid 2 BW wordt vermoed dat de zaak bij aflevering niet aan de overeenkomst beantwoordt, als de afwijking ten opzichte van hetgeen is overeengekomen zich binnen één jaar na aflevering openbaart, tenzij de verkoper anders aantoont of de aard van de zaak of de aard van de afwijking zich daartegen verzet.
4.9
De kantonrechter begrijpt het zo dat [eiser] zijn vorderingen ten aanzien van de ontbinding baseert op het vermeende gebrek dat ziet op de van de boordcomputer afgekoppelde roetfiltersensoren. De vraag is wat [eiser] in dit verband mocht verwachten bij de aankoop van de bestelwagen. Hoewel een (vergaande) mate van slijtage van het roetfilter wel verwacht mag worden bij een bestelwagen van 12 jaar oud en 277.000 gereden kilometers, had [eiser] niet hoeven te verwachten dat hij een bestelwagen kocht waarbij de sensoren van het roetfilter (al dan niet bewust) waren losgekoppeld van de boordcomputer. In dit verband is van belang dat [eiser] onweersproken heeft gesteld dat hij de bestelwagen bewust bij een professionele verkoper heeft gekocht in plaats van een particulier en dat hij ook actief navraag heeft gedaan naar eventuele gebreken van de bestelwagen waarbij [gedaagde 2] heeft toegezegd dat er geen gebreken aan de bestelwagen waren. Daarbij heeft [eiser] – eveneens onweersproken – verklaard dat de vriend die aanwezig was bij de aankoop nog onder de motorkap heeft gekeken en dat de bestelwagen tijdens de proefrit goed reed en geen afwijkende geluiden maakte. Nu [eiser] geïnformeerd heeft naar gebreken en [gedaagde 2] hem heeft verteld dat die er niet waren mocht [eiser] erop vertrouwen dat hij een bestelwagen kocht waarbij de aanwezige roetfiltersensoren waren aangesloten op de boordcomputer zodat het roetfilter zichzelf regelmatig zou regenereren en een melding zou geven als er iets mis was. Voor zover er al een onderzoeksplicht op [eiser] zou rusten, hetgeen door [gedaagde 2] is aangevoerd maar door [eiser] gemotiveerd is bestreden, dan heeft hij daaraan voldaan door de bestelwagen voorafgaand aan de aankoop APK te laten keuren, een proefrit te maken en een visuele inspectie onder de motorkap uit te voeren. Van [eiser] mocht niet méér worden verwacht dan dat, temeer nu, zoals uit het navolgende blijkt, de loskoppeling van de roetfiltersensoren ook niet eenvoudig te ontdekken was.
4.1
Op basis van voorgaande feiten en omstandigheden stelt de rechtbank vast dat [eiser] mocht verwachten dat hij een bestelwagen kocht met op de boordcomputer aangesloten roetfiltersensoren. Dat [eiser] een oudere tweedehands auto heeft gekocht doet hier niet aan af. Door [gedaagde 2] zijn geen andere feiten en omstandigheden aangevoerd waaruit blijkt dat dit anders is. Of de niet aangesloten roetfiltersensoren een gevaar voor de verkeersveiligheid opleveren kan in het midden blijven, nu [eiser] bij aankoop van de bestelwagen eenvoudigweg niet hoefde te verwachten dat de roetfiltersensoren niet aangesloten waren op de boordcomputer.
4.11
Door [gedaagde 2] is weliswaar bestreden dat de sensoren van het roetfilter zijn losgekoppeld van de boordcomputer, althans dat dit het geval was op het moment van de aankoop maar gezien de door [eiser] gemotiveerde en onderbouwde stelling daarvan gaat deze betwisting niet op. [eiser] heeft immers het ten tijde van de reparatie van de turbolader door de garage gemaakte filmpje overgelegd waarin een medewerker van het bedrijf toelicht dat is geconstateerd dat de sensoren van het roetfilter zijn afgekoppeld. Daarbij wordt de vraag wordt gesteld of het roetfilter wel is ‘uitgeprogrammeerd’. Ook uit de factuur van de garage van 23 januari 2025 blijkt dat de garage heeft vastgesteld dat het ‘roetfilter is uitgeschreven bij de tuning in de PCM bij de vorige eigenaar’. Hieruit blijkt volgens de kantonrechter genoegzaam dat de sensoren van het roetfilter niet gekoppeld zijn aan de boordcomputer en om die reden voldoet de bestelwagen niet aan de overeenkomst. Door [gedaagde 2] is aangevoerd dat uit de uitlatingen van de garage niet afgeleid kan worden dat er sprake is van een gebrek, maar dit is door [eiser] gemotiveerd weersproken. De door de garage geconcludeerde bevindingen zijn zodanig concreet dat [eiser] zijn stellingen daarover voldoende heeft onderbouwd. De enkele omstandigheid dat een onderliggend diagnosedocument ontbreekt die de conclusie van de garage zoals vermeld op de factuur van 23 januari 2025 zou kunnen onderschrijven, doet daar niet aan af. Bovendien komt de conclusie van een (erkende) Ford dealer die gelet op de toelichting van [eiser] geen belang had bij een bepaalde diagnose. Door [eiser] is immers – onweersproken – aangevoerd dat een eventueel herstel aan de roetfiltersensoren niet uitgevoerd zou worden door de garage omdat de garage zich niet bereid heeft verklaard om de herstelwerkzaamheden uit te voeren.
4.12
Nu vaststaat dat in ieder geval op 23 januari 2025 de roetfiltersensoren waren afgekoppeld van de boordcomputer van de bestelwagen en dit kwalificeert als een gebrek en dit gebrek zich binnen een jaar na aankoop heeft geopenbaard, wordt vermoed dat de bestelwagen bij aflevering niet aan de overeenkomst beantwoordde. Voor zover [gedaagde 2] dit bewijsvermoeden tracht te weerleggen door zich te beroepen op de APK keuring die twee dagen voorafgaand aan de aankoop van de bestelwagen heeft plaatsgevonden, gaat dat beroep niet op. Door [eiser] is immers onweersproken aangevoerd dat bij een APK- keuring de aansluiting van de roetfiltersensoren op de boordcomputer niet wordt gekeurd maar enkel de emissie, zodat een eventuele afkoppeling van de sensoren niet bij de APK- keuring aan het licht zou zijn gekomen. Bovendien is de afkoppeling ook niet tijdens de APK- keuring aan het licht gekomen maar pas tijdens een tweede onderzoek aan de bestelwagen door de garage. Door [gedaagde 2] zijn geen andere feiten en omstandigheden gesteld waaruit blijkt dat de sensoren ten tijde van de aflevering van de bestelwagen wel waren aangesloten op de boordcomputer, zodat de kantonrechter vaststelt dat de bestelwagen bij aflevering niet aan de overeenkomst beantwoordde en er sprake is van non-conformiteit.
4.13
[eiser] was gerechtigd om de koopovereenkomst bij brief van 13 mei 2025 te ontbinden. Hij heeft namelijk [gedaagde 2] in de gelegenheid gesteld het gebrek aan de niet aangesloten roetfiltersensoren van de bestelwagen te herstellen, maar [gedaagde 2] heeft nagelaten hiertoe over te gaan. De door [eiser] gevorderde verklaring voor recht zal dan ook worden toegewezen. Als gevolg van de ontbinding van de koopovereenkomst dient [gedaagde 2] het aankoopbedrag van de bestelwagen aan [eiser] terug te betalen. De kantonrechter zal de vordering van [eiser] daartoe toewijzen.
4.14
De ontbinding van de overeenkomst heeft ook als gevolg dat de bestelwagen in het kader van de ongedaanmakingsverplichting door [eiser] geretourneerd moet worden aan [gedaagde 2] . Uit de wet volgt dat de koper de zaak in dat geval op kosten van de verkoper naar de verkoper terugzendt. [5] De verkoper is niet verplicht om de zaak zelf te komen ophalen. [eiser] heeft in deze procedure niet de vergoeding van verzendkosten gevorderd, maar die kosten kunnen wel door [gedaagde 2] verschuldigd worden als hij ervoor zou kiezen de bestelwagen niet zelf op te halen en [eiser] de bestelwagen terugbrengt of laat terugbrengen. Het komt de kantonrechter dan ook voor dat het op de weg van [gedaagde 2] ligt om de bestelwagen bij [eiser] op te halen, mede gelet op het gebrek aan de bestelwagen en een mogelijk verlopen APK. Nu er geen juridische grond is om de vordering van [eiser] tot veroordeling van [gedaagde 2] om de bestelwagen te komen ophalen toe te wijzen, zal de kantonrechter de vordering van [eiser] hiertoe afwijzen.
4.15
[eiser] vordert [gedaagde 2] te veroordelen om binnen drie werkdagen na betekening van het vonnis mee te werken aan overschrijving van het kenteken en het vrijwaringsbewijs te overleggen, op verbeurte van een dwangsom. Die vrijwaring zal moeten plaatsvinden in het kader van de teruggave van de bestelwagen door [eiser] aan [gedaagde 2] , waarvan de kantonrechter verwacht dat het mede gezien de afstand tussen [eiser] en [gedaagde 2] praktisch moeilijk uitvoerbaar is om dit binnen drie werkdagen na betekening van het vonnis te realiseren. De kantonrechter zal de vordering van [eiser] in zoverre toewijzen dat [gedaagde 2] veroordeeld wordt om mee te werken aan de overschrijving en om binnen twee weken na betekening van het vonnis een vrijwaringsbewijs aan [eiser] te overleggen. Hoewel [eiser] enkel heeft gevorderd
eendwangsom te koppelen aan de vordering tot vrijwaring maar daaraan geen bedrag of termijn heeft gekoppeld, heeft de kantonrechter op grond van artikel 611a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de vrijheid om zelf de hoogte van de dwangsom en de termijn te bepalen. Nu [gedaagde 2] niet heeft toegezegd vrijwillig aan een eventuele veroordeling te voldoen, zal de kantonrechter een dwangsom koppelen aan de veroordeling van € 100,- per dag(deel) dat [gedaagde 2] in gebreke blijft hieraan te voldoen, tot een maximum van € 7.500,- is bereikt.
Schadevergoeding
4.16
[eiser] vordert schadevergoeding, bestaande uit drie componenten. Het eerste component (een bedrag van € 2.971,61) ziet op de kosten van herstel van de turbo en de olietoevoer, welke werkzaamheden zijn uitgevoerd door de garage.
4.17
Uit artikel 7:21 lid 6 BW Pro volgt dat kosten van herstel van een gebrek door een derde slechts dan voor vergoeding in aanmerking kunnen komen indien de verkoper niet tot herstel overgaat nadat hij daartoe is aangemaand en daarmee in gebreke blijft. De kantonrechter overweegt dat zelfs als het niet goed functioneren van de turbo moet worden gekwalificeerd als een gebrek, hetgeen door [gedaagde 2] gemotiveerd is betwist, de kosten voor herstel van het gebrek niet voor vergoeding door [gedaagde 2] in aanmerking komen. Door [eiser] is weliswaar gesteld dat [gedaagde 2] is aangemaand om tot herstel van de turbo en de olietoevoer over te gaan, maar dat is door [gedaagde 2] gemotiveerd weersproken en blijkt ook niet uit de tot de processtukken behorende correspondentie tussen [eiser] en [gedaagde 2] . Daardoor komt niet vast te staan dat [gedaagde 2] in de gelegenheid is gesteld het herstel te verrichten en dus ook niet dat hij daarmee in gebreke is gebleven. Dit heeft als gevolg dat [eiser] deze kosten van herstel door de garage niet kan verhalen op [gedaagde 2] . De kantonrechter zal dit deel van de vordering dan ook afwijzen.
4.18
Het tweede component betreft de onderzoekskosten ter hoogte van € 51,43 van de garage, uit welk onderzoek is gebleken dat de roetfiltersensoren niet gekoppeld waren aan de boordcomputer van de bestelwagen. Dit betreffen kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid en komen om die reden voor vergoeding in aanmerking. [6] De kantonrechter zal dit deel van de vordering toewijzen.
4.19
Tenslotte worden de maandelijkse verzekeringspremies van de bestelwagen als schadecomponent opgevoerd. [eiser] stelt dat de verzekeringskosten voor vergoeding in aanmerking komen, hetgeen door [gedaagde 2] wordt betwist. [gedaagde 2] meent dat [eiser] in het kader van haar schadebeperkingsplicht de autoverzekering had moeten schorsen. Door [eiser] is echter onweersproken aangevoerd dat de bestelwagen op de straat geparkeerd staat en dat de verzekering om die reden niet geschorst kan en mag worden zodat de kantonrechter dit als vaststaand aanneemt. Nu vaststaat dat de bestelwagen non- conform is vanaf het moment van levering en [eiser] de bestelwagen vanaf dat moment moest verzekeren, komen deze kosten voor vergoeding in aanmerking. Door [gedaagde 2] is de door [eiser] gestelde hoogte van de verzekeringspremie niet betwist zodat de kantonrechter het bedrag van € 858,60 zal toewijzen.
Wettelijke rente en proceskosten
4.2
De gevorderde rente over het terug te betalen bedrag van € 5.203,- wordt zoals gevorderd toegewezen met ingang van de datum van dagvaarding. De gevorderde rente over de schadevergoeding zal door de kantonrechter worden vastgesteld per vonnisdatum nu niet alle maandelijkse verzekeringstermijnen bij dagvaarding al opeisbaar waren en dus van eerder verzuim in de betaling van een deel van de premies niet is gebleken.
4.21
[gedaagde 2] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
149,71
- griffierecht
257,00
- salaris gemachtigde
720,00
(2 punten × € 360,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.270,71

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1
verklaart voor recht dat de koopovereenkomst tussen [eiser] en [gedaagde 2] betreffende de bestelwagen per 13 mei 2025 is ontbonden,
5.2
veroordeelt [gedaagde 2] tot terugbetaling aan [eiser] van het aankoopbedrag van de bestelwagen van € 5.203,- te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 augustus 2025,
5.3
veroordeelt [gedaagde 2] tot betaling aan [eiser] van een bedrag aan schadevergoeding van € 910,03, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 26 mei 2026,
5.4
veroordeelt [gedaagde 2] om mee te werken aan de overschrijving van de bestelwagen en om binnen twee weken na betekening van het vonnis een vrijwaringsbewijs af te geven aan [eiser] , op verbeurte van een dwangsom van € 100,- per dag of deel daarvan dat [gedaagde 2] in gebreke blijft hieraan te voldoen, met een maximum van € 7.500,-;
5.5
veroordeelt [gedaagde 2] in de proceskosten van € 1.270,71, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde 2] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.6
verklaart de beslissingen onder 5.2. tot en met 5.5. uitvoerbaar bij voorraad,
5.7
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. K. Hermsen en in het openbaar uitgesproken op 26 mei 2026.

Voetnoten

1.In de zin van artikel 7:5 van Pro het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW)
2.Artikel 7:22 BW Pro
3.Artikel 7:17 BW Pro
4.HR 15 april 1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC1338, NJ 1995/614
5.Artikel 7:22 lid 7 BW Pro
6.Artikel 6:96 lid 2 sub b BW Pro