Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
2.De feiten
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 1] 2015 in [geboorteplaats 1] ;
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 2] 2017 in [geboorteplaats 2] .
1.Bewuste afstand van overwaarde en vermogensrechten
De vrouw verklaart dat zij vrijwillig, zonder enige vorm van dwang of misleiding, afziet van haar juridische aanspraak op de helft van de overwaarde van de gezamenlijke woning. Deze afstand maakt integraal onderdeel uit van de overeengekomen vermogensverdeling, zoals bedoeld in artikel 2 van Pro het convenant. Zij doet afstand van iedere verdere aanspraak, voor zover deze het bedrag overstijgt dat aan haar kan worden uitgekeerd uit de beschikbare onderhandse opnameruimte conform artikel 2.3 t/m 2.5 van het convenant. Deze keuze is weloverwogen gemaakt in het belang van stabiliteit, continuïteit en een werkbare regeling, en de vrouw bevestigt hiermee definitief af te zien van verdere aanspraken ter zake, tenzij partijen daarover in onderling overleg schriftelijk anders overeenkomen. Zij bevestigt dat deze afstand onderdeel is van de vermogensverdeling bij echtscheiding en géén schenking vormt.
2. Geen schenking, maar verrekening via aanvullende hypotheek
- De overeengekomen vergoeding aan de vrouw uit te keren;
- De in het convenant genoemde kosten (waaronder advies, notaris, taxatie, ORV) te
voldoen.
3.Verrekening van kosten
4.Voorbehoud bij financiële (on)haalbaarheid
5.Inzicht en vrije wil
- Dat zij vrijwillig afstand doet van het recht op de helft van de overwaarde;
- Dat deze keuze past bij de beoogde praktische en snelle afwikkeling van de
echtscheiding;
- Dat zij geen vordering of compensatie zal eisen op basis van dit recht;
- Dat de gekozen constructie geen schenking vormt maar een juridische verrekening
6.Pensioenverdeling (aanvulling op artikel 4 convenant Pro)
Ter aanvulling en bevestiging van artikel 4 van Pro het convenant verklaren partijen aanvullend:
- Dat ieder het door hem/haar opgebouwde ouderdomspensioen volledig behoudt;
- Dat zij afzien van verdeling of verevening van pensioenrechten conform de Wet
9.Ondertekende bevestiging door vrouw
3.Het (gewijzigd c.q. aanvullend) verzoek
4.Het verweer en de (gewijzigde) zelfstandige verzoeken
€ 5.000;
5.Het verweer op de zelfstandige verzoeken
- toewijzing van de verzoeken 1,2 en 10;
- afwijzing van de verzoeken 6 en 9;
- afwijzing van de verzoeken onder 7 en 8 voor wat betreft de gevraagde dwangsommen en voort ook afwijzing als de genoemde saldi onjuist/onvolledig blijken te zijn.
6.De beoordeling
7.De beslissing
29 mei 2026 in tegenwoordigheid van mr. K.J. de Jong, griffier.
het ouderschapsplan