Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:3208

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
9 juni 2026
Publicatiedatum
9 juni 2026
Zaaknummer
12190592 \ CV EXPL 26-588
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:5 BWArt. 7:17 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering tot terugbetaling koopprijs wegens non-conformiteit auto

Eiser kocht een gebruikte Volkswagen ID.4 Pro Max van gedaagde voor €17.800, met een kilometerstand van 191.464 km. Kort na aankoop trad een elektronische storing op, waarna de auto na circa twee maanden niet meer startte. Eiser stelde dat de auto non-conform was en vorderde ontbinding van de koopovereenkomst met terugbetaling van de koopsom en schadevergoeding.

Gedaagde betwistte dat het gebrek bij levering aanwezig was. De rechtbank oordeelde dat het enkele optreden van een storing en het niet meer starten van de auto onvoldoende bewijs vormen voor non-conformiteit. Eiser had nagelaten het gebrek en het verband met de storing voldoende te onderbouwen.

De rechtbank concludeerde dat de vorderingen onvoldoende kans van slagen hebben in de bodemprocedure en wees de vorderingen af. Eiser werd veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van eiser af wegens onvoldoende bewijs van non-conformiteit en veroordeelt eiser in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKOVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer: 12190592 \ CV EXPL 26-588
Vonnis in kort geding van 9 juni 2026
in de zaak van
[eiser],
te [woonplaats 1],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
gemachtigde: mr. I.R. Lieshout,
tegen
[gedaagde],
te [woonplaats 2],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
gemachtigde: [gemachtigde].

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding,
- de conclusie van antwoord,
- de mondelinge behandeling van 26 mei 2026,
- de pleitnota van [eiser].

2.De feiten

2.1.
[gedaagde] heeft via Marktplaats een Volkswagen ID.4 Pro Max te koop aangeboden.
[eiser] heeft op 3 november 2025 de auto gekocht voor € 17.800,00. Op dat moment had de auto een kilometerstand van 191.464 kilometer.
2.2.
[eiser] is zelfstandig taxichauffeur en heeft de auto gekocht als bedrijfsmiddel voor zijn onderneming.
2.3.
Op 13 november 2025 gaf de auto de storingsmelding: “
Elektrosysteem werkt niet correct. Werkplaats opzoeken, alstublieft”. [eiser] heeft [gedaagde] dezelfde dag daarover bericht. [gedaagde] heeft daarop gereageerd:

Deze melding komt met verschillende elektronische storingen.
Ik heb deze melding ook een keer gehad toen een accu vervangen moest worden.
Maar het kan ook iets onschuldigs zijn.
[eiser] heeft de melding laten verwijderen en is met de auto doorgereden.
2.4.
De auto is op 30 december 2025 uitgevallen en kon daarna niet meer starten. De auto is vervolgens afgesleept naar een Volkswagen dealer voor onderzoek. Bij e-mail van
7 januari 2026 heeft de service adviseur van de Volkswagen dealer daar het volgende over geschreven:

In de eerste fase zou de we 12 volt accu vervangen maar dat is wat ik nu hoor niet meer doorgegaan. Daarna hebben we, met uw akkoord, twee uur besteed aan verdere diagnose om te onderzoeken waarom de auto niet startte.
(…)
Op dit moment bedraagt de factuur €404.02,- inclusief btw. Dit omvat de kosten voor het vervangen van de accu en twee uur diagnosewerk. Indien het nodig blijkt om hoogvolt cellen in te bouwen en te vervangen, schat ik dat er ongeveer 15 arbeidsuren (TE) nodig zullen zijn. Eén arbeidsuur (TE) kost €166,95 exclusief btw, wat neerkomt op een totaal van €2504,25 Inclusief btw en die Is exclusief onderdelen dan loop zeker tot kosten van €10.000 of meer.
Bij e-mail van een aantal uur later heeft de service adviseur nog het volgende geschreven:
“(…)
Daarnaast kunnen wij geen verder werkzaam heden zonder u akkoord, omdat dit zou betekenen dat we de auto volledig zouden moeten demonteren en test uitvoeren om exact oorzaak te vinden waarom de auto niet start.globaal kosten heb ik u in de vorig mail ook aan gegeven,
2.5.
Op 22 januari 2026 heeft de gemachtigde van [eiser] aan [gedaagde] een brief gestuurd waarin zij schrijft dat de auto niet aan de koopovereenkomst voldoet en [gedaagde] daarom in gebreke wordt gesteld. Daarnaast wordt [gedaagde] in de brief verzocht om in te stemmen met ontbinding van de koopovereenkomst. De gemachtigde van [gedaagde] heeft bij brief van
12 februari 2026 gereageerd met dat niet is gebleken dat het gestelde gebrek al bij levering aanwezig was en dat hij het beroep op non-conformiteit daarom van de hand wijst.
2.6.
Bij e-mail van 25 maart 2026 heeft de gemachtigde van [eiser] (nogmaals) een beroep gedaan op ontbinding van de koopovereenkomst en aanspraak gemaakt op terugbetaling van de koopprijs. De gemachtigde van [gedaagde] heeft daarop gereageerd dat [gedaagde] bij zijn standpunt blijft.

3.Het geschil

3.1.
[eiser] vordert – samengevat – dat de kantonrechter bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad [gedaagde] veroordeelt tot betaling van:
I. een voorschot op de terugbetaling van de koopsom van € 17.800,00;
II. een voorschot op de schadevergoeding, bestaande uit diagnosekosten, inrichtingskosten voertuig voor taxigebruik en inkomensschade;
III. € 953,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met wettelijke rente;
IV. de proceskosten, vermeerderd met wettelijke rente.
3.2.
[gedaagde] heeft verweer gevoerd.
4. De beoordeling
4.1.
Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. De kantonrechter moet daarom eerst beoordelen of [eiser] ten tijde van dit vonnis bij die voorziening een spoedeisend belang heeft. Daarnaast geldt dat de kantonrechter in dit kort geding moet beoordelen of de vorderingen in de bodemprocedure een zodanige kans van slagen hebben, dat vooruitlopend daarop toewijzing van de voorlopige voorziening gerechtvaardigd is. Met betrekking tot een voorziening in kort geding, bestaande uit een veroordeling tot betaling van een geldsom, is terughoudendheid op zijn plaats. Daarnaast geldt dat in een kort geding geen plaats is voor bewijslevering.
Spoedeisend belang
4.2.
[eiser] heeft gesteld dat omdat de auto niet meer start hij al meerdere maanden zijn werkzaamheden als taxichauffeur niet kan uitvoeren en daardoor aanzienlijke inkomensschade lijdt. Daarmee heeft hij naar oordeel van de kantonrechter het spoedeisend belang bij zijn vorderingen voldoende aannemelijk gemaakt.
Geen consumentenkoop
4.3.
De tussen partijen gesloten koopovereenkomst betreft, naar tussen hen ook niet in geschil is, geen consumentenkoop in de zin van artikel 7:5 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW).
Non-conformiteit?
4.4.
[eiser] doet een beroep op non-conformiteit als bedoeld in artikel 7:17 BW Pro. Op grond van artikel 7:17 lid 2 BW Pro beantwoordt een zaak niet aan de overeenkomst wanneer zij, mede gelet op de aard van de zaak en de mededelingen die de verkoper over de zaak heeft gedaan, niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. De koper mag verwachten dat de zaak de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik nodig zijn en waarvan de koper de aanwezigheid niet hoefde te betwijfelen, alsmede de eigenschappen die nodig zijn voor een bijzonder gebruik dat bij de overeenkomst is voorzien.
4.5.
[eiser] stelt dat de auto niet aan de koopovereenkomst beantwoordt, nu al tien dagen na aankoop een elektrische storing optrad en de auto na twee maanden niet meer kon starten. De Volkswagen dealer heeft volgens [eiser] geconstateerd dat sprake is van een ernstig defect in het hoogvoltsysteem van de auto en begroot de herstelkosten op circa
€ 10.000,00. Gelet op de zeer korte tijd tussen de levering van de auto en het optreden van de eerste storing moet het gebrek volgens [eiser] bij levering van de auto aanwezig zijn geweest. Daarnaast heeft [gedaagde] volgens [eiser] erkend dat hij een soortgelijke storing eerder heeft gehad. Dat blijkt volgens [eiser] uit het bericht van [gedaagde] van 13 november 2025 (zie 2.3). Het voorgaande is door [gedaagde] gemotiveerd betwist.
4.6.
Dat [eiser] korte tijd na aankoop is geconfronteerd met een storingsmelding, is uiteraard vervelend, maar is in deze procedure onvoldoende voor het oordeel dat de auto non-conform is. Een diagnose met betrekking tot deze melding ontbreekt en [eiser] heeft deze melding, kennelijk zonder alarmerende signalen van de door hem ingeschakelde garage, laten verwijderen. Vervolgens is hij met de auto blijven rijden (naar eigen zeggen circa 10.000 kilometers) tot 30 december 2025.
4.7.
Dat de auto op laatstgemelde datum niet meer wilde starten, is evenmin aanleiding voor het oordeel dat de auto non-conform is. Het had op de weg van [eiser] gelegen om (deugdelijk onderbouwd) te stellen wat het gebrek is én waarom dit gebrek, gelet op wat hij mocht verwachten van de auto, maakt dat deze non-conform is. Dit heeft hij niet gedaan; hij heeft het gelaten bij de verwijzing naar hetgeen hiervoor onder 2.4 is vermeld (waaruit enkel kan worden opgemaakt dát de auto niet start en dat het
mogelijknodig is om hoogvolt cellen in te bouwen en te vervangen). Verder is wel gesteld, maar niet onderbouwd dat er een verband is tussen de storingsmelding op 13 november en het niet meer willen starten op
30 december 2025.
Conclusie
4.8.
Het voorgaande betekent dat vooralsnog niet aannemelijk is dat de bodemrechter zal oordelen dat de auto niet aan de koopovereenkomst beantwoordt en dat ontbinding van de koopovereenkomst gerechtvaardigd is. Dat leidt ertoe dat geen grond bestaat om [gedaagde] te veroordelen om (een gedeelte van) de koopsom terug te betalen en eventuele (gevolg)schade te vergoeden. De vorderingen van [eiser] zullen daarom worden afgewezen.
Proceskosten
4.9.
[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:
- salaris gemachtigde
577,00
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
721,00

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
wijst de vorderingen van [eiser] af,
5.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 721,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. E. Horsthuis en in het openbaar uitgesproken op 9 juni 2026.