Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
primair), dan wel samen met een ander [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft mishandeld (
subsidiair).
3.De bewijsmotivering
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen.
5.De strafbaarheid van verdachte
6.De motivering van de straf
7.De schade van benadeelden
- € 110,30 wegens zorgkosten in de vorm van eigen risico;
- € 849,-- voor de aanschaf van een nieuwe bril;
- € 240,-- wegens een intake en EMDR-behandeling.
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen;
taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van
120 (honderdtwintig) uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast voor de duur van
60 (zestig) dagen;
de benadeelde partij [slachtoffer 1]toe tot een bedrag van
- veroordeelt verdachte tot (hoofdelijke) betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] van een bedrag van € 2.199,30, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 10 juli 2022, te weten dat als en voor zover al door een ander (gedeeltelijk) is betaald, de verdachte (in zoverre) van deze verplichting zijn bevrijd;
- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;
- legt de
- bepaalt dat als de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van de verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als de verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen.
de benadeelde partij [slachtoffer 2]toe tot een bedrag van
- veroordeelt verdachte tot (hoofdelijke) betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] van een bedrag van € 990,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 10 juli 2022, te weten dat als en voor zover al door een ander (gedeeltelijk) is betaald, de verdachte (in zoverre) van deze verplichting zijn bevrijd;
- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;
- legt de
- bepaalt dat als de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van de verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als de verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen.