Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres], uit [woonplaats], eiseres
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen
Samenvatting
Eiseres is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Zij stelt, samengevat weergegeven, meer beperkingen te hebben dan door het UWV aangenomen en daarom niet in staat te zijn de geduide functies te verrichten. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
Procesverloop
Met het bestreden besluit van 8 april 2025 op het bezwaar van eiseres (verder te noemen: het bestreden besluit) is het UWV bij de afwijzing van de aanvraag gebleven, maar is het arbeidsongeschiktheidspercentage gewijzigd vastgesteld op 22,47%.
Vanuit de WW heeft zij zich op 1 december 2021 ziek gemeld vanwege lichamelijke klachten. Vervolgens is aan haar ziekengeld toegekend. Het UWV heeft in het kader van de zogenoemde eerstejaars ZW-beoordeling (EZWb) een verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek verricht. Bij besluit van 26 december 2022 heeft het UWV de uitkering van eiseres op grond van de Ziektewet (ZW) per 29 november 2022 voortgezet.
Beoordeling door de rechtbank
5. Eiseres stelt zich op het standpunt dat het UWV haar klachten en beperkingen heeft onderschat en dat zij daarom niet geschikt is voor de geduide functies.
Eiseres stelt samengevat weergegeven dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep meer beperkingen had moeten aannemen op de items zitten (tijdens het werk), items 5.1 en 5.2., knijp- en grijpkracht en visuele prikkels. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft niet, dan wel onvoldoende, toegelicht, waarom op deze punten geen beperking is aangenomen.
Eiser stelt dat al deze klachten verband houden met haar erfelijke ziekte, HNPP. Deze erfelijke ziekte is een aandoening die zenuwen extra kwetsbaar maakt voor druk. Uit de stukken blijkt dat eiseres al in het kader van de in december 2022 plaatsgevonden EZWb heeft aangegeven dat ze door haar klachten niet lang kan zitten.
Eiseres ervaart ook al jarenlang klachten van de onderarmen en vooral handen, die bijna dagelijks aanwezig zijn, zoals zij ook telkens heeft verklaard. Zij verwijst ter onderbouwing naar de beschikbare informatie van haar behandelend neuroloog van 14 oktober 2022. Eiseres heeft zowel bij de arts in de primaire fase als bij de verzekeringsarts bezwaar en beroep verklaard dat ze nog steeds klachten heeft van de armen en handen. Er kan daarom niet anders geconcludeerd worden dan dat deze klachten (hoogstwaarschijnlijk) het gevolg zijn van de erfelijke ziekte. Dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep tijdens zijn eigen onderzoek zou hebben bevonden dat de knijp- en grijpkracht aan beide handen adequaat is en dat zij met beide duimtoppen haar vingertoppen en bases van de vingers afzonderlijk in vlot tempo kan aanraken doet aan vorenstaande niet af.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft eiseres gezien op de hoorzitting van 3 februari 2025 en op het spreekuur van diezelfde datum. Hij heeft voorts informatie opgevraagd en ontvangen van de huisarts van eiseres, M.A.A. Hilhorst. Daarnaast is de afspraakbrief van de arts-assistent kindergeneeskunde van 2 september 2010, UMC St Radboud, een afspraakbrief voor een EMG van 20 september 2010, van de afdeling klinische neurofysiologie, UMC St Radboud, een brief van 2 september 2010, van J.H. Schieving, kinderneuroloog en I.M.P. Arts, neuroloog i.o., een brief van 31 januari 2011, van J.H. Schieving, kinderneuroloog en brieven van 3 januari 2023 en 21 februari 2023, van Z. Brusselman - Grootkarzijn, revalidatiearts, betrokken.
De belastbaarheid van eiseres op de datum in geding is op navolgbaar gemotiveerde wijze weergegeven in de rapporten van de verzekeringsarts en de verzekeringsarts bezwaar en beroep.
Dit heeft geleid tot de aangepaste FML van 14 maart 2025. De items rubriek 1(beoordelingspunten 8.2, 8.4, 8.5 en 8.6), rubriek 2 (beoordelingspunt 12.5), rubriek 3 (beoordelingspunten 4. en 7.) en rubriek 4 (beoordelingspunt 20.) en rubriek 5 (beoordelingspunt 3) zijn aanvullend aangenomen in de gewijzigde FML.
In de rapportage van 23 juli 2025 heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep hierop aanvullende gerapporteerd.
Hij heeft hierin aangegeven:
De rechtbank acht dit voldoende gemotiveerd. Uit de door eiseres in bezwaar overgelegde medische stukken van haar behandelaren blijkt niet dat dit onjuist is. Zij heeft in beroep ook geen nieuwe medische stukken overgelegd die een ander licht werpen op het standpunt van het UWV.
Eiseres heeft ter zitting ook zelf aangegeven dat de visuele prikkelgevoeligheid als zodanig ook niet is terug te leiden tot de HNPP, maar dat het een gevolg is van de totale overbelasting.
Grijp-knijpkracht handen/polsen6.4Eiseres wordt niet gevolgd in haar betoog. De rechtbank acht het standpunt van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 23 juli 2025 een afdoende motivering waarom op dat punt geen aanvullende beperkingen aangenomen hoeven worden.
“(…)Voornoemde wordt nog eens bevestigd door het onderzoek van de neuroloog d.d. 13 oktober 2022 waaruit bleek dat de kracht aan de armen en benen maximaal was, de reflexen aan de armen en benen symmetrisch normaal opwekbaar waren bij een normaal, vlot looppatroon en een ongestoorde hakkengang, tenengang en koorddansersgang. Ook de revalidatiearts geeft in haar brief van 3 januari 2023 aan dat er op dat moment geen sprake was van krachtsvermindering wat ook uit eigen onderzoek in bezwaar d.d. 3 februari 2025 naar voren kwam.”
Dat eiseres klachten heeft als gevolg van haar HNPP is niet in geschil. Bovenstaande citaten, waaruit blijkt dat eiseres ten tijde in geding geen beperkingen had aan haar handen en polsen, zijn afkomstig uit informatie van haar eigen behandelaren. Eiser heeft ook geen informatie, anders dan haar eigen ervaring, overgelegd die wijzen op het tegendeel.
Urenbeperking
In bezwaar zijn alsnog meer beperkingen aangenomen, ook in vergelijking met eerdere eerstejaarsziektewetbeoordeling. De vermoeidheidsklachten komen reeds tot uiting in de aangenomen beperkingen in de rubrieken persoonlijk functioneren, sociaal