Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:3281

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
9 juni 2026
Publicatiedatum
10 juni 2026
Zaaknummer
08-292031-25 (P)
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 WVW 1994Art. 175 WVW 1994Art. 179 WVW 1994Art. 23 SrArt. 24c Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling wegens veroorzaken verkeersongeval met zwaar lichamelijk letsel door onvoldoende voorrang verlenen

Op 10 april 2025 veroorzaakte verdachte op de Saffierstraat te Hengelo een verkeersongeval door zonder te stoppen een kruisend bromfietspad op te rijden en geen voorrang te verlenen aan een naderende bromfietser, het slachtoffer. Hierdoor liep het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel op, waaronder een gebroken sleutelbeen en longkneuzing, met langdurige gevolgen voor zijn mobiliteit en dagelijkse bezigheden.

De rechtbank stelde vast dat verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam heeft gereden, ondanks dat hij bekend was met de verkeerssituatie en het zicht niet belemmerd was. Camerabeelden en getuigenverklaringen weerleggen de stelling van verdachte dat hij stapvoets reed en bijna stopte. Het letsel van het slachtoffer werd gekwalificeerd als zodanig dat tijdelijke ziekte en verhindering in de normale bezigheden ontstond.

De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte schuld had aan het ongeval in de zin van artikel 6 Wegenverkeerswet Pro 1994. Gelet op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het plaatsvond en het ontbreken van eerdere veroordelingen, legde de rechtbank een geldboete van € 1.000,- op en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor drie maanden. De rechtbank hield rekening met mede-verkeersfouten van het slachtoffer, maar verwierp de ontkenning van verdachte en zijn gebrek aan verantwoording.

Het vonnis werd gewezen door de meervoudige kamer van de Rechtbank Overijssel te Almelo op 9 juni 2026.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete van € 1.000 en een rijontzegging van drie maanden wegens het veroorzaken van een verkeersongeval met zwaar lichamelijk letsel door onvoldoende voorrang te verlenen.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht
Meervoudige kamer
Zittingsplaats Almelo
Parketnummer: 08-292031-25 (P)
Datum vonnis: 9 juni 2026
Verstekvonnis in de zaak van de officier van justitie tegen:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1999 in [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres] .

1.Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 26 mei 2026.
De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie.

2.De tenlastelegging

De verdenking komt er kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:
primair:een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft veroorzaakt, waardoor
[slachtoffer] (zwaar) lichamelijk letsel heeft opgelopen;
subsidiair:gevaar op de weg heeft veroorzaakt en/of het verkeer heeft gehinderd;
meer subsidiair:een verkeersovertreding heeft begaan door een bromfiets geen voorrang te verlenen, waarbij letsel aan personen is ontstaan of schade aan goederen is toegebracht.
Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:
hij op of omstreeks 10 april 2025 te Hengelo (o) in de gemeente Hengelo (o), althans in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een voertuig (personenauto/busje), gaande in de richting van de Diamantstraat, daarmede rijdende over de weg de Saffierstraat,
roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte,
terwijl verdachte goed bekend was met de verkeerssituatie en/of
terwijl zijn zicht ter plaatse niet belemmerd, beperkt of gehinderd werd en/of
terwijl verdachte het fiets/bromfietspad van de Diamantstraat over de Saffierstraat te Hengelo (o) benaderde en/of
terwijl voor voormelde fiets/bromfietspad aan de gezien verdachtes rijrichting rechterzijde van die weg (de Saffierstraat) een in zijn, verdachtes rijrichting gekeerd bord B6 van bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, inhoudende: "Verleen voorrang aan de bestuurders op de kruisende weg", was geplaatst,
-direct voor die kruising op het wegdek van die weg (de Saffierstraat) haaientanden, als bedoeld in artikel 80 van Pro voormeld reglement, inhoudende: "Bestuurders moeten voorrang verlenen aan de bestuurders op de kruisende weg", waren aangebracht en/of
- ( daarbij) niet (voortdurend) de controle over het door hem bestuurde voertuig heeft gehouden en/of niet of onvoldoende heeft geanticipeerd op het voor hem rijdende verkeer en/of zijn snelheid niet of onvoldoende heeft aangepast en/of
- zijn aandacht gedurende enige tijd niet, althans in onvoldoende mate, op het overige verkeer en/of de (verkeers)situatie ter plaatse heeft gericht en/of gehad en/of
-(vervolgens) die kruisende voorrangsweg zonder te stoppen en/of met onverminderde snelheid is op- en overgereden en/of in strijd met voormeld bord B6 en/of de haaientanden geen voorrang heeft verleend aan een op die kruisende voorrangsweg (Diamantstraat) rijdend, toen hem, verdachte dicht van rechts genaderd zijnde ander motorrijtuig (bromfiets) en/of
-in strijd met het gestelde in artikel 19 van Pro voormeld reglement, niet de snelheid van dat door hem, verdachte bestuurde motorrijtuig (personenauto/busje) zodanig heeft geregeld dat hij, verdachte in staat was door hem, bestuurde motorrijtuig (personenauto/busje) tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg (Diamantstraat) /die kruising/voorrangsweg kon overzien en waarover deze vrij was en/of
is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met dat andere motorrijtuig (bromfiets),
en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 10 april 2025 te Hengelo (o) in de gemeente Hengelo (o), althans in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een voertuig (personenauto/busje), gaande in de richting van de Diamantstraat, daarmede rijdende over de weg de Saffierstraat,
terwijl verdachte goed bekend was met de verkeerssituatie en/of
terwijl zijn zicht ter plaatse niet belemmerd, beperkt of gehinderd werd en/of
terwijl verdachte het fiets/bromfietspad van de Diamantstraat over de Saffierstraat te Hengelo (o) benaderde en/of
terwijl voor voormelde fiets/bromfietspad aan de gezien verdachtes rijrichting rechterzijde van die weg (de Saffierstraat) een in zijn, verdachtes rijrichting gekeerd bord B6 van bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, inhoudende: "Verleen voorrang aan de bestuurders op de kruisende weg", was geplaatst,
-direct voor die kruising op het wegdek van die weg (de Saffierstraat) haaientanden, als bedoeld in artikel 80 van Pro voormeld reglement, inhoudende: "Bestuurders moeten voorrang verlenen aan de bestuurders op de kruisende weg", waren aangebracht en/of
- ( daarbij) niet (voortdurend) de controle over het door hem bestuurde voertuig heeft gehouden en/of niet of onvoldoende heeft geanticipeerd op het voor hem rijdende verkeer en/of zijn snelheid niet of onvoldoende heeft aangepast en/of
- zijn aandacht gedurende enige tijd niet, althans in onvoldoende mate, op het overige verkeer en/of de (verkeers)situatie ter plaatse heeft gericht en/of gehad en/of
-(vervolgens) die kruisende voorrangsweg zonder te stoppen en/of met onverminderde snelheid is op- en overgereden en/of in strijd met voormeld bord B6 en/of de haaientanden geen voorrang heeft verleend aan een op die kruisende voorrangsweg (Diamantstraat) rijdend, toen hem, verdachte dicht van rechts genaderd zijnde ander motorrijtuig (bromfiets) en/of
-in strijd met het gestelde in artikel 19 van Pro voormeld reglement, niet de snelheid van dat door hem, verdachte bestuurde motorrijtuig (personenauto/busje) zodanig heeft geregeld dat hij, verdachte in staat was door hem, bestuurde motorrijtuig (personenauto/busje) tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg (Diamantstraat) /die kruising/voorrangsweg kon overzien en waarover deze vrij was en/of
is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met dat andere motorrijtuig (bromfiets), en door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon
worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;
meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 10 april 2025 te Hengelo, gemeente Hengelo (O) als bestuurder van een personenauto/busje op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, Saffierstraat, ter plaatse waar voor een kruisende weg, te weten de voor het openbaar verkeer openstaande weg,Saffierstraat met het fiets/bromfietspad van de Diamantstraat, op het wegdek haaientanden waren aangebracht, de bestuurder van een op die kruisende weg bromfiets geen voorrang heeft gegeven, waarbij letsel aan personen is ontstaan of schade aan goederen is toegebracht.

3.De bewijsmotivering

3.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard. Volgens haar is daarbij sprake van aanmerkelijke schuld in de zin van artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet (hierna: WVW 1994) en is aan [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer] ) zodanig lichamelijk letsel toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan.
3.2
Het oordeel van de rechtbank
3.2.1
De redengevende feiten en omstandigheden
De rechtbank stelt op grond van de in de bijlage opgenomen bewijsmiddelen de volgende feiten en omstandigheden vast.
Op 10 april 2025 vond op de Saffierstraat in Hengelo een verkeersongeval plaats waarbij verdachte als bestuurder van een witte bestelbus en [slachtoffer] als bestuurder van een bromfiets betrokken waren. Verdachte reed met zijn bestelbus op de Saffierstraat in de richting van de Diamantstraat. [slachtoffer] reed met zijn bromfiets op het (brom)fietspad van de Diamantstraat. Voor bestuurders die vanuit de Saffierstraat het (brom)fietspad van de Diamantstraat naderen wordt door middel van haaientanden op de weg en een (B6) verkeersbord kenbaar gemaakt dat aan bestuurders op de kruisende weg voorrang moet worden verleend. Verdachte was ter plaatse goed bekend en hij was zich ervan bewust dat hij een voorrangsweg naderde. Er zijn camerabeelden veiliggesteld bij een nabijgelegen bedrijfspand die het verkeersongeval en de nadering van de voertuigen hebben vastgelegd. Verbalisanten hebben beschreven dat op de camerabeelden te zien is dat de witte bestelbus vanaf de Saffierstraat zonder te stoppen het kruisende (brom)fietspad van de Diamantstraat op reed en dat de bestelbus en de bromfiets met elkaar in aanrijding kwamen. Er is door verdachte, als bestuurder van de witte bestelbus, geen voorrang verleend aan [slachtoffer] , die als bestuurder van de bromfiets kwam aangereden.
Als gevolg van deze aanrijding heeft [slachtoffer] lichamelijk letsel opgelopen. Dit letsel bestaat uit een gebroken sleutelbeen, een longkneuzing en een gekneusde schouder. [slachtoffer] heeft de eerste drie weken veel pijn ervaren door dit letsel. Hij heeft meerdere weken niet goed kunnen slapen. Ook heeft hij zich een aantal weken niet zelfstandig kunnen douchen en hij kon niet fietsen en autorijden, waardoor hij afhankelijk was van anderen. Door het letsel heeft hij een periode niet kunnen werken, een aantal maanden niet kunnen voetballen en heeft hij studievertraging opgelopen. Ook is hij onder behandeling geweest van een fysiotherapeut. Pas ruim een half jaar na het ongeluk ondervindt hij geen last meer van het letsel en is naar eigen zeggen ‘alles weer normaal geworden’. Volgens [slachtoffer] is er wel sprake van zichtbaar blijvend letsel in de vorm van een bult op zijn sleutelbeen en een uitstekend sleutelbeen.
3.2.2
Het juridisch kader
Voor een bewezenverklaring van het primair tenlastegelegde is vereist dat er (1) sprake is van een causaal verband tussen de gedragingen van verdachte en het ongeval, (2) dat verdachte een schuldverwijt kan worden gemaakt en (3) dat sprake is van zwaar lichamelijk letsel, dan wel zodanig letsel dat hierdoor tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan.
3.2.3
Het causaal verband
Naar het oordeel van de rechtbank is sprake van een causaal verband tussen de gedragingen van verdachte en het ongeval. Verdachte verleende immers met zijn bestelbus geen voorrang aan [slachtoffer] , waardoor bij [slachtoffer] letsel is ontstaan. Gelet hierop kan zowel het ontstaan van het verkeersongeval als het letsel aan het handelen van verdachte worden toegerekend.
3.2.4
Schuld in de zin van artikel 6 WVW Pro 1994
De rechtbank dient vervolgens te beoordelen of het verkeersgedrag van verdachte de (primair) ten laste gelegde vorm van schuld in de zin van artikel 6 WVVW Pro 1994 oplevert. Voor het oordeel dat sprake is van schuld in de zin van artikel 6 WVW Pro 1994 moet in ieder geval sprake zijn van een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid, onachtzaamheid en/of onoplettendheid van verdachte. Dat sprake is van schuld in de hiervoor bedoelde zin kan niet al uit de ernst van de gevolgen van verkeersgedrag dat in strijd is met één of meer wettelijke gedragsregels in het verkeer, worden afgeleid. Bij de bepaling van de mate van schuld komt het volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad aan op het geheel van de gedragingen van de verdachte, de aard en ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. Dat brengt mee dat niet in algemene zin is aan te geven of één verkeersovertreding voldoende is voor de bewezenverklaring van schuld in de zin van artikel 6 WVW Pro 1994. Daarvoor zijn verschillende factoren van belang, zoals de aard en de concrete ernst van de overtreding en de omstandigheden waaronder die overtreding is begaan. Een enkel moment van onoplettendheid in het verkeer hoeft geen schuld op te leveren.
De rechtbank stelt voorop dat verdachte, net als iedere andere verkeersdeelnemer, in het verkeer de voortdurende zorgplicht heeft om te anticiperen op komende verkeerssituaties en zich te vergewissen van de eventuele aanwezigheid van ander verkeer. In de betreffende verkeerssituatie is sprake van een kruising waar voorrang moest worden verleend. In deze, bij verdachte goed bekende verkeerssituatie, is extra voorzichtigheid en oplettendheid geboden, omdat de kruisende weg een fietspad is waarop kwetsbare verkeersdeelnemers, zoals fietsers en bromfietsers rijden. Naar algemene ervaringsregels is de kans op ernstig(er) letsel groot bij een aanrijding tussen een (brom-)fietser en een auto, ook bij relatief lage snelheden binnen de bebouwde kom. De aard van de verkeerssituatie maakt daarom dat de belangen van de geschonden norm (voorrang voor kruisende (brom)fietsers) in deze situatie zwaar wegen.
De rechtbank overweegt dat verdachte bij het naderen en oprijden van het kruisende (brom)fietspad, er kennelijk geen rekening mee heeft gehouden dat er verkeer van rechts zou kunnen komen. Hoewel het (brom)fietspad op de plaats van het ongeval was bestemd voor (brom)fietsers vanuit de andere rijrichting en het slachtoffer daar volgens de geldende verkeersregels niet had mogen rijden, ontslaat dit verdachte niet van zijn verplichting om voorrang te verlenen. Verdachte moet ook bedacht zijn op verkeersdeelnemers die zich niet aan de verkeersregels houden. Verdachte was daarop onvoldoende alert. Hij is met onverminderde snelheid op het kruisende (brom)fietspad afgereden, heeft onvoldoende naar rechts gekeken om te controleren of het (brom)fietspad dat hij wilde oversteken vrij was en daarbij nagelaten [slachtoffer] voorrang te verlenen. Door voornoemd handelen heeft verdachte verkeersfouten gemaakt en gehandeld in strijd met de zorgvuldigheid die van hem als bestuurder in de onderhavige situatie mocht worden verwacht.
Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij stapvoets reed en zo goed als was gestopt voor de haaientanden. Dit volgt echter niet uit de camerabeelden van een nabijgelegen bedrijfspand en de verklaring van getuige [getuige] , die met zijn auto achter verdachte reed. De verbalisanten die de camerabeelden hebben bekeken hebben daarop gezien dat de witte bestelbus zonder te stoppen het kruisende (brom)fietspad op reed. [getuige] heeft verklaard dat de witte passagiersbus de kruising van de Diamantstraat naderde met ongeveer 40 kilometer per uur. Verdachte heeft verder bij de politie verklaard dat zijn zicht werd belemmerd door begroeiing. Uit het forensisch onderzoek op het plaats delict blijkt echter dat het zicht door de wegsituatie en/of de inrichting van de weg niet werd belemmerd. Bovendien heeft getuige [getuige] , die een aantal meters achter verdachte reed, verklaard dat hij de bromfiets wél zag komen aanrijden op het (brom)fietspad. De rechtbank gaat dan ook voorbij aan deze verklaringen van verdachte.
Gelet op het geheel van gedragingen van verdachte, de aard en ernst daarvan en de omstandigheden waaronder die hebben plaatsgevonden, is de rechtbank van oordeel dat verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam heeft gereden en dat het aldus aan verdachtes schuld (in de zin van aanmerkelijke schuld) is te wijten dat het verkeersongeval heeft plaatsgevonden.
3.2.5
Letsel slachtoffer
Voor een bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde is tevens vereist dat als gevolg van het ongeval sprake is van zwaar lichamelijk letsel, dan wel zodanig letsel dat hierdoor tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan. Op grond van artikel 82 Wetboek Pro van Strafrecht (Sr) kan onder zwaar lichamelijk letsel onder meer worden begrepen: ziekte die geen uitzicht op volkomen genezing overlaat of voortdurende ongeschiktheid tot uitoefening van ambts- of beroepsbezigheden. Buiten deze gevallen kan lichamelijk letsel ook als zwaar worden beschouwd, indien dat voldoende belangrijk is om naar gewoon spraakgebruik als zodanig te worden aangeduid. Bij de beantwoording van de vraag of letsel als zwaar lichamelijk letsel moet worden aangemerkt zijn van belang: de aard van het letsel, de eventuele noodzaak en aard van medisch ingrijpen en/of het uitzicht op (volledig) herstel. De beoordeling kan ook op een combinatie van deze gezichtspunten worden gebaseerd.
[slachtoffer] heeft als gevolg van het verkeersongeval lichamelijk letsel opgelopen, zoals hierboven nader omschreven onder de feiten en omstandigheden. De rechtbank is van oordeel dat het dossier onvoldoende aanknopingspunten bevat om te kunnen concluderen dat bij [slachtoffer] sprake is van zwaar lichamelijk letsel in voornoemde juridische zin. Het door [slachtoffer] opgelopen lichamelijk letsel merkt de rechtbank wel aan als letsel waardoor tijdelijke ziekte en verhindering is ontstaan in de uitoefening van de normale bezigheden. Daarvoor is redengevend dat uit het dossier blijkt dat [slachtoffer] door het ongeval gedurende langere tijd in zijn mobiliteit en dagelijkse activiteiten is beperkt en studievertraging heeft opgelopen.
3.2.6
Conclusie
De rechtbank is op grond van het voorgaande van oordeel dat verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam heeft gereden en daarmee schuld heeft aan het verkeersongeval in de zin van artikel 6 WVW Pro 1994, waardoor aan [slachtoffer] zodanig lichamelijk letsel is toegebracht dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan. Het primair ten laste gelegde is daarmee wettig en overtuigend bewezen.
3.3
De bewezenverklaring
De rechtbank acht op grond van de in de bijlage opgenomen bewijsmiddelen waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 10 april 2025 in de gemeente Hengelo (o), als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een voertuig (busje), gaande in de richting van de Diamantstraat, daarmede rijdende over de Saffierstraat, aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte, terwijl verdachte goed bekend was met de verkeerssituatie en terwijl zijn zicht ter plaatse niet belemmerd, beperkt of gehinderd werd en terwijl verdachte het fiets/bromfietspad van de Diamantstraat over de Saffierstraat te Hengelo (o) naderde en terwijl voor voormeld fiets/bromfietspad aan de rechterzijde van die weg (de Saffierstraat) een in zijn, verdachtes rijrichting gekeerd bord B6 van bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, inhoudende: "Verleen voorrang aan de bestuurders op de kruisende weg", was geplaatst,
- direct voor die kruising op het wegdek van die weg (de Saffierstraat) haaientanden, als bedoeld in artikel 80 van Pro voormeld reglement, inhoudende: "Bestuurders moeten voorrang verlenen aan de bestuurders op de kruisende weg", waren aangebracht en
- daarbij onvoldoende heeft geanticipeerd en zijn snelheid onvoldoende heeft aangepast en
- zijn aandacht gedurende enige tijd in onvoldoende mate op het overige verkeer en de (verkeers)situatie ter plaatse heeft gericht en
- vervolgens die kruisende voorrangsweg zonder te stoppen en met onverminderde snelheid is opgereden en in strijd met voormeld bord B6 en de haaientanden geen voorrang heeft verleend aan een op die kruisende voorrangsweg (Diamantstraat) rijdend, ander motorrijtuig (bromfiets) en
-in strijd met het gestelde in artikel 19 van Pro voormeld reglement, niet de snelheid van dat door hem, verdachte bestuurde motorrijtuig (busje) zodanig heeft geregeld dat hij, verdachte in staat was het door hem, bestuurde motorrijtuig (busje) tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die kruising kon overzien en waarover deze vrij was en in aanrijding is gekomen met dat andere motorrijtuig (bromfiets), en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer] ) zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan.
De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
4. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in artikel 175 WVW Pro 1994. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:
primair
het misdrijf: de overtreding van artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht.

5.De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit.

6.De op te leggen straf of maatregel

6.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft geëist dat verdachte wordt veroordeeld tot betaling van een geldboete van € 1.000, -- en dat aan hem een onvoorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen voor de duur van drie maanden wordt opgelegd.
6.2
De gronden voor een straf of maatregel
Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang.
Aard en ernst van het feit
Verdachte heeft door zijn rijgedrag een ernstig verkeersgeval veroorzaakt, als gevolg waarvan [slachtoffer] letsel heeft opgelopen. Verdachte heeft bij het naderen van de kruisende voorrangsweg onvoldoende rekening gehouden met mogelijk van rechts komend verkeer, zijn snelheid in onvoldoende mate aangepast en onvoldoende gekeken of er verkeer aankwam op de kruising. Hierdoor heeft hij [slachtoffer] niet opgemerkt en hem geen voorrang verleend, waardoor een aanrijding is ontstaan. Van iedere verkeersdeelnemer mag worden verwacht dat hij of zij aandacht op het verkeer en kwetsbare verkeersdeelnemers houdt en zijn of haar rijgedrag daarop aanpast. Vooral als dit wordt aangegeven door middel van een voorrangsbord en haaientanden. Verdachte is hierin tekortgeschoten. De rechtbank rekent dit verdachte aan.
Persoon van verdachte
De rechtbank heeft acht geslagen het strafblad van verdachte van 10 april 2026. Hieruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor verkeersmisdrijven.
Strafoplegging
De rechtbank heeft bij het bepalen van de hoogte van de op te leggen straf gelet op de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Voor het veroorzaken van een verkeersongeval waarbij aan een ander lichamelijk letsel is toegebracht en waarbij sprake is van aanmerkelijke schuld is het uitgangspunt een geldboete van € 1.300, -- en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van drie maanden.
De rechtbank houdt in strafmatigende zin rekening met de omstandigheid dat niet alleen verdachte, maar ook [slachtoffer] een verkeersfout heeft gemaakt. [slachtoffer] reed immers als bromfietser met een te hoge snelheid uit een rijrichting waar [slachtoffer] volgens de aldaar geldende verkeersregels niet mocht rijden. Hoewel dit niet afdoet aan de bewezenverklaring en de strafbaarheid van verdachte, ziet de rechtbank in deze omstandigheden wel aanleiding om af te wijken van de oriëntatiepunten van het LOVS.
De rechtbank rekent het verdachte ook aan dat hij klaarblijkelijk geen verantwoordelijkheid neemt voor zijn verkeersgedrag, omdat hij een verklaring heeft afgelegd (dat hij stapvoets reed en nagenoeg was gestopt) die in strijd is met beschikbaar beeldmateriaal. Ook heeft verdachte zich niet ter zitting verantwoord.
Alles afwegende acht de rechtbank het passend en geboden dat aan verdachte wordt opgelegd een geldboete van € 1.000,00 en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van drie maanden.

7.De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 23, 24c Sr en artikel 179 WVW Pro 1994.

8.De beslissing

De rechtbank:
bewezenverklaring
- verklaart bewezen dat verdachte het onder primair ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
strafbaarheid feit
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;
- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:
primair
het misdrijf:
overtreding van artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft
waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht;
strafbaarheid verdachte
- verklaart verdachte strafbaar voor het primair bewezenverklaarde;
straf
- veroordeelt de verdachte tot betaling van
een geldboete van € 1.000, -- (zegge: duizend euro);
- beveelt dat bij niet volledige betaling en verhaal van de geldboete, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van
10 (tien) dagen;
-
ontzegtde verdachte de
bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigenvoor de duur van
3 (drie) maanden.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. ter Riet, voorzitter, mr. A.F. Germs-de Goede en mr. R.A. Heblij, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.C. van Leeuwen, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 9 juni 2026.
Buiten staat
Mr. A.F. Germs-de Goede is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage bewijsmiddelen
Leeswijzer
Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.
Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Oost-Nederland met nummer PL0600-2025163838, en het aanvullend
dossier, gesloten op 5 februari 2026. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar pagina’s van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

1.Het proces-verbaal van verhoor verdachte van 10 april 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina 25 en 26:

Op 10 april 2025 reed ik op de Saffierstraat samenkomend met de Diamantstraat in Hengelo. Dit is een weg waar ik dagelijks rijd, eigenlijk altijd wanneer het druk is. Ik kijk altijd goed naar links omdat het eenrichtingsverkeer is. Deze jongeman kwam van rechts op zijn bromfiets. Hij kwam vol in mijn zijkant. Ik had het pas door toen hij mij had aangereden. Daarvoor had ik hem niet gezien.

2.

Het proces-verbaal FO Verkeer opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , van 29 april 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina’s 40 tot en met 60:

1.2
Aanleiding onderzoek
Op 10 april 2025 omstreeks 13.01 uur, had op de Saffierstraat, gelegen binnen de als zodanig aangegeven bebouwde kom van Hengelo in de gemeente Hengelo het verkeersongeval plaatsgevonden waarbij een personenauto (busje) en een bromfiets betrokken waren.
2.2.1
Reguliere verkeersmaatregelen
- ter plaatse waren de volgende verkeerstekens van toepassing:
- voor bestuurders die het fietspad van de Diamantstraat over de Saffierstraat naderden werd dit door middel van bord conform model B6 van bijlage 1 van het RVV 1990 en haaientanden op het wegdek als bedoeld in artikel 80 van Pro het RVV 1990 kenbaar gemaakt;
- het fietspad van de Diamantstraat was voor het openbaar verkeerd openstaand.
2.6
Zicht
Wij stelden vast dat het zicht voor de betreffende bestuurders door de wegsituatie en/of inrichting van de weg niet belemmerd werd.
2.7
Veiligstellen videobeelden
Door collega’s waren bij een nabijgelegen bedrijfspand camerabeelden veiliggesteld die het verkeersongeval en de nadering van voertuigen hebben vastgelegd.
Wij hebben deze camerabeelden bekeken en wij zagen het volgende:
- een witte bestelbus reed over de Saffierstraat in de richting van de Diamantstraat;
- een bromfiets reed over het aan de linkerzijde van de Diamantstraat gelegen fiets/bromfietspad, komende uit de richting van de Haaksbergerstraat en gaande in de richting van de Saffierstraat;
- de witte bestelbus reed zonder te stoppen het kruisende fiets/bromfietspad op;
- de witte bestelauto en de bromfiets kwamen met elkaar in botsing.
6 Interpretatie bevindingen
6.1
Toedracht
De bestuurder van de Opel had gereden over de Saffierstraat in de richting van de Diamantstraat. De bestuurder van de bromfiets had gereden over het fietspad/bromfietspad van de Diamantstraat, komende uit de richting van de Haaksbergerstraat en gaande in de richting van de Saffierstraat.
6.2
Oorzaak
De bestuurder van de Opel verleende geen voorrang
(Bord B6 van bijlage 1 van het RVV 1990 en haaientanden op het wegdek als bedoeld in artikel 80 van Pro het RVV 1990)aan de voor hem gezien van rechts over het fiets/bromfietspad naderende bromfiets.
6.3
Gevolg
Als gevolg van het verkeersongeval ontstond lichamelijk letsel bij de bestuurder van de bromfiets.

3.

Het (niet ondertekende) proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] van 10 april 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina 13:

Op 10 april 2025 was ik getuige van een aanrijding tussen een auto en een scooter. Ik reed over de Saffierstraat in de richting van de Diamantstraat
(de rechtbank begrijpt: in Hengelo). In de Saffierstraat zag ik een witte passagiersbus rijden in de richting van de Diamantstraat. De bus had het formaat van een bestelbusje. Ik zag dat de passagiersbus de kruising met de Diamantstraat naderde. Ik reed achter de passagiersbus. Ik vermoed dat de snelheid ongeveer 40 kilometer per uur was, omdat ik ook zo hard reed. Ik zag dat er van rechts uit de richting van de Haaksbergerstraat een zwarte scooter kwam rijden over het fietspad. Ik zag dat de passagiersbus en de scooter op het fietspad met elkaar in botsing kwamen.
4.
Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 3] , van 5 februari 2026, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina 2 en 3 (aanvullend dossier):
Op 2 februari 2026 heb ik, verbalisant [verbalisant 3] , middels chatsysteem contact gehad met slachtoffer [slachtoffer] . Ik heb het slachtoffer gevraag hoelang en op welke wijze hij last heeft gehad van zijn letsel voortkomend uit de aanrijding. Op 5 februari 2026 ontving ik van slachtoffer [slachtoffer] het volgende bericht:
Ik heb op 10 april 2025 het ongeluk gehad.
Circa drie tot vier weken na het ongeluk niet goed kunnen slapen want ik kon niet op mijn zij slapen of omdraaien in bed, of het deed pijn.
Ik had hulp nodig met douchen in de eerste drie weken. Ik kon dit niet zelfstandig.
Anderhalve maand niet fietsen en een maand niet kunnen autorijden > afhankelijk van anderen.
Sociaal contact moeten missen > vrienden minder zien. Ik heb door het ongeluk ook studievertraging opgelopen van drie maanden.
De rest van het voetbalseizoen niet meer kunnen afmaken (t/m circa 30 juni). Pas begin september weer, aangezien ik nog niet in duel mocht komen.
Niet kunnen werken.
Veel pijn in de eerste drie weken, daarna langzaam minder.
Er is zichtbaar lichamelijk blijvend letsel. Op mijn sleutelbeen zit een bult doordat het bot zo aan elkaar is gegroeid. Ook steekt mijn sleutelbeen uit. Voor de rest van mijn leven ziet dit er zo uit. Hier heb ik wel moeite mee.
Ik heb oefeningen meegekregen vanuit het ziekenhuis, om te herstellen. Verder ben ik bij een fysiotherapeut geweest voor vervolgoefeningen. Hiermee is gestart op 10 juni 2025. Hier ben ik af en toe geweest voor evaluatie en vervolgoefeningen.
Ik ben ik augustus weer gestart met langzaam werk op te bouwen bij mijn bijbaan, dat is fysiek werk (orderpicken). Hier af en toe last van armen en rug gehad. Ook vaak de dag na een dag werken.
Uiteindelijk is pas rond eind oktober weer alles normaal geworden voor mij. Sindsdien heb ik er geen last meer van gehad.

5.

Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, onder 5, Sv, te weten een brief van het Medisch Spectrum Twente, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina 5 (aanvullend dossier):

Betreft
Dhr. [slachtoffer]
Bovengenoemde patiënt waas opgenomen van 10-04-2025 tot en met 11-04-2025 op de afdeling Chirurgie in verband met longcontusie en mediale clavicula fractuur.
Samenvatting
20-jarige man werd op de SEH gezien i.v.m. scooter vs busje met nu:
3. Mediale clavicula fractuur rechts
4. Contusie schouder links met forse weke delen zwelling
5. Longcontusie links