Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], uit [woonplaats], (hierna: [eiser])
het college van burgemeester en wethouders van Raalte (college),
Samenvatting
.[eiser] krijgt geen gelijk en het beroep is dus ongegrond.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Overijssel
Eiser heeft zich op 23 oktober 2024 met zijn twee minderjarige kinderen ingeschreven op een adres waar hij een woning toegewezen kreeg en tegelijkertijd een bijstandsuitkering en bijzondere bijstand heeft aangevraagd. Het college kende de uitkering toe, maar startte op 6 februari 2025 een onderzoek naar het hoofdverblijf van eiser vanwege een melding dat hij nauwelijks op het inschrijvingsadres verbleef.
Uit het onderzoek bleek dat eiser feitelijk een gezamenlijke huishouding voerde met zijn ex-partner in een andere plaats en dat hij dit niet had gemeld. Het college trok daarom de bijstandsuitkering en bijzondere bijstand met terugwerkende kracht in en vorderde het totaalbedrag van € 15.481,89 terug. Eiser voerde aan dat hij de verbouwing van de woning had gemeld en daarom tijdelijk elders verbleef, maar kon dit niet aantonen.
De rechtbank oordeelt dat eiser zijn inlichtingenplicht heeft geschonden door niet te melden dat hij niet op het inschrijvingsadres verbleef en dat het college terecht de uitkering heeft ingetrokken en teruggevorderd. Er is geen dringende reden om van terugvordering af te zien. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering wordt ongegrond verklaard.