Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:3288

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
11 juni 2026
Publicatiedatum
11 juni 2026
Zaaknummer
08-952921-18
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:6:31 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging PIJ-maatregel wegens hoog recidiverisico en stagnerend resocialisatietraject

De rechtbank Overijssel heeft op 11 juni 2026 besloten de termijn van de PIJ-maatregel van verdachte, opgelegd na bewezenverklaring van moord, met zes maanden te verlengen. De maatregel was ingegaan op 4 november 2020 en zou zonder verlenging eindigen op 7 april 2026.

De rechtbank baseerde zich op het verlengingsadvies van de Rijks Justitiële Jeugdinrichting (RJJI) en de toelichting van een deskundige ter zitting. Bij verdachte is een Autisme Spectrum Stoornis en cannabisgebruikstoornis vastgesteld, met bijkomende problemen in executieve functies en een bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling. Hoewel verdachte zich meewerkend opstelt en diverse therapieën volgt, is het resocialisatietraject stagnerend door het ontbreken van een geschikte vervolgplek en tijdelijke stillegging van verlof vanwege niet-naleving van voorwaarden.

De rechtbank acht verlenging noodzakelijk vanwege het hoge recidiverisico en het belang van een stapsgewijze resocialisatie onder een dwingend justitieel kader. Verdachte zal mogelijk worden onderzocht in het Pieter Baan Centrum om te beoordelen of omzetting naar een terbeschikkingstelling nodig is. De verlenging biedt ruimte om de behandeling voort te zetten en een passende woonvorm te vinden.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de PIJ-maatregel van verdachte met zes maanden vanwege het hoge recidiverisico en het stagnerende resocialisatietraject.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht
Zittingsplaats Almelo
Parketnummer: 08-952921-18
Datum uitspraak: 11 juni 2026
Beslissing op de vordering van het Openbaar Ministerie tot verlenging van de termijn van de plaatsing in een inrichting voor jeugdigen van:
[verdachte]
geboren op [geboortedatum] 2001 in [geboorteplaats],
nu verblijvende in de Rijks Justitiële Jeugdinrichting (RJJI)
[locatie],
hierna te noemen: [verdachte].

1.De aanleiding

De maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (hierna: PIJ-maatregel) is bij arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 15 juli 2020 opgelegd, naast een jeugddetentie van vierentwintig maanden, na bewezenverklaring van het misdrijf moord.
De PIJ-maatregel is ingegaan op 4 november 2020. De maatregel is voor het laatst verlengd bij beslissing van deze rechtbank van 7 november 2024 en eindigt, als zij niet wordt verlengd, op 7 april 2026.

2.De stukken

De rechtbank heeft kennis genomen van de overgelegde stukken, te weten:
  • het PIJ-verlengingsadvies van RJJI [locatie] (hierna: de RJJI) van 11 februari 2026, opgemaakt en ondertekend door [naam 1], gedragswetenschapper en [naam 2], Pedagogisch Directeur RJJI;
  • het vijftiende perspectiefplan van YOUTURN betrekking hebbende op de periode van 22 april 2024 tot en met 1 december 2024;
  • het zestiende perspectiefplan van YOUTURN betrekking hebbende op de periode van 1 december 2024 tot en met 4 juli 2025;
  • het zeventiende perspectiefplan van YOUTURN betrekking hebbende op de periode van 4 juli 2025 tot en met 8 januari 2026;
  • een mail van het Openbaar Ministerie met bijlagen van 27 mei 2026 .

3.De procedure

Het Openbaar Ministerie heeft op 18 februari 2025 een vordering ingediend tot verlenging van de PIJ-maatregel met zes maanden.
Ter terechtzitting van 7 mei 2026 is [verdachte] niet verschenen. De rechtbank heeft op die zitting gehoord:
  • de raadsman mr. T. Geerdink, advocaat in Borne en
  • de officier van justitie;
De rechtbank heeft vervolgens het onderzoek geschorst tot de terechtzitting van 28 mei 2026.
De rechtbank heeft het onderzoek op 28 mei 2026 voortgezet en op die zitting zijn gehoord:
  • [verdachte], bijgestaan door zijn raadsman mr. T. Geerdink;
  • de officier van justitie;
  • [naam 1], voornoemd, als deskundige.
De officier van justitie heeft gepersisteerd bij de vordering.
Omdat [verdachte] op 7 mei 2026 niet is verschenen op de verlengingszitting en omdat recent is gebleken dat hij bij een controle niet aanwezig was op de locatie waar hij zou moeten zijn, is zijn verlof tijdelijk stilgezet. De maximale duur van de PIJ-maatregel is in zicht, maar het is de vraag of over zes maanden al overgegaan kan worden tot de voorwaardelijke beëindiging van de PIJ. Om die reden heeft het Openbaar Ministerie een verzoek ingediend om [verdachte] in het Pieter Baan Centrum (PBC) te laten onderzoeken en te adviseren over de noodzaak van omzetting van de PIJ-maatregel naar een maatregel tot terbeschikkingstelling.
[verdachte] en zijn raadsman zijn het eens met het advies tot verlenging van de PIJ-maatregel.
[verdachte] realiseert zich dat zijn gedrag en inzet moeten bijdragen aan het verdere verloop en een voor hem positieve afronding van het resocialisatietraject in het kader van de PIJ-maatregel. De resterende tijd is kort, dus er zal door hem hard gewerkt moeten worden.
De beoordeling
De vordering is op tijd ingediend, namelijk op 18 februari 2026.
De rechtbank moet op grond van artikel 6:6:31 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv) bepalen of de termijn van de PIJ-maatregel moet worden verlengd.
De rechtbank neemt bij haar overwegingen de inhoud van het verlengingsadvies van de RJJI en de daarop door de deskundige ter zitting gegeven toelichting mee.
Het verlengingsadvies
Het rapport van de RJJI houdt, zakelijk weergegeven, onder meer het volgende in.
Bij [verdachte] is een Autisme Spectrum Stoornis ASS vastgesteld en een stoornis in het gebruik van cannabis. Daarnaast is sprake van problemen met de executieve functies die, in combinatie met een ongelijkmatig intelligentieprofiel, zorgen voor forse problemen in de informatieverwerking. De identiteit van [verdachte] is nog weinig ontwikkeld maar er is wel zichtbaar sprake van een scheefgroei zodat kan worden gesproken van een bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling met antisociale en narcistische trekken.
[verdachte] verblijft sinds april 2024 op de Individuele Traject Afdeling (ITA) in de RJJI.
In de afgelopen periode wordt binnen de strakke structuur en sterk vereenvoudigde wereld van de ITA over het algemeen gezien dat hij meestal positief aanwezig is. Hij voegt zich in het dagprogramma en volgt de regels en de ITA-structuur op.
Nadat hij meer vertrouwen in het behandelteam kreeg, kon hij beter zaken bespreken. Daarnaast kon hij onaangepast en onhandig zijn in het sociaal contact met het behandelteam. Gezien de diagnose autisme zal hij ook moeite blijven houden in het aanvoelen van emoties en het inleven in de ander waardoor het behandelteam rekening zal moeten houden met zijn beperking en vaardigheden zal moeten trainen in plaats van in te steken op inzicht.
[verdachte] is gestopt met het gebruik van cannabis. Hij weet dat cannabisgebruik zorgt voor vertraging in zijn traject, omdat hij niet op verlof kan als hij positief test bij een UC. De traumatherapie (EMDR) is positief afgerond. [verdachte] heeft een aanvullende incidentenanalyse en psychomotorische therapie afgerond. De cognitieve gedragstherapie loopt nog. Tot op heden stelt hij zich meewerkend op. Hij is tijdens zijn verlof goed in contact met het personeel en stelt zich begeleidbaar op. Momenteel is niet goed in te schatten wat de risico's zijn op het moment dat hij zich buiten de veilige ITA-structuur gaat bewegen. De risico's liggen voornamelijk op de loer op de lange termijn, in verband met overvraging en het stapelen van emoties. [verdachte] draait mee met regulier onderwijs zodat kan worden onderzocht hoe hij omgaat met meer prikkels buiten de ITA-omgeving. [verdachte] werkt al langere tijd mee aan zijn behandeltraject. Hoewel er zeker nog risicofactoren zijn die nog verder bewerkt dienen te worden, wordt het van belang geacht ook een verdere stap te maken richting resocialisatie.
Gelet op de bij [verdachte] aanwezige problematiek is een stapsgewijze fasering naar resocialisatie noodzakelijk om te kunnen komen tot een geleidelijke, verantwoorde uitstroom. Geprobeerd is om [verdachte] met een artikel 48 plaatsing Pro in een FPK te plaatsen, maar alle intakes die hebben plaatsgevonden hebben in een afwijzing geresulteerd. De voornaamste reden voor afwijzing is dat een overstap vanuit de ITA naar een groepsklimaat een te grote stap is en de resterende tijd van de PIJ-maatregel te kort. Gelet hierop is een nieuw plan opgesteld vanuit de RJJI. Gezien de zeer korte resterende tijd van de PIJ-maatregel zal het onvoorwaardelijke deel van de maatregel afgesloten worden met een Scholings- en Trainingsprogramma (STP) zodat het behandelteam stapsgewijs een inschatting kan maken van het gedrag van [verdachte] buiten de RJJI.
Op dit moment worden de vele (kritische) risicofactoren nog het meest getemperd door de externe structuur, begeleiding en holding vanuit de PIJ-maatregel. Wanneer de PIJ-maatregel per direct beëindigd zou worden, valt de huidige structuur weg en zijn er nog geen beschermende/ondersteunende factoren opgebouwd (wonen, werk, inkomen, begeleiding), waardoor het recidiverisico als hoog wordt ingeschat.
De verloven moeten weer worden opgepakt om stap voor stap verder vrijheden uit te bouwen. De reclassering is betrokken en er zijn verschillende netwerkberaden geweest om na te denken over de uitstroom van [verdachte]. Het uitstroomdoel is afhankelijk van hoe [verdachte] de komende periode omgaat met toenemende vrijheden. Op dit moment wordt gedacht aan een beschermde woonvorm voor [verdachte].
Een gedwongen kader waarin vrijheden en verantwoordelijkheden steeds verder uitgebreid kunnen worden, wordt op dit moment het meest wenselijk geacht. Gelet op de aard en de omvang van het recidiverisico is het noodzakelijk dat [verdachte] de komende tijd verder gaat werken aan de beschreven behandeldoelen, de risicofactoren verder bewerkt worden, de protectieve factoren verder uitgebreid worden en de beoogde verlofstappen doorlopen worden. Om de behandeldoelen te behalen en bijbehorende verlofstappen te doorlopen heeft [verdachte] tenminste het resterende deel van PIJ-maatregel (zes maanden) nodig.
De deskundige ter zitting
Ter zitting heeft de deskundige het advies gehandhaafd en in aanvulling op het rapport zakelijk weergegeven, het volgende verklaard.
Omdat [verdachte] onlangs niet op de plek was waar hij had moeten zijn, is het verlof voor korte tijd stil gezet, maar inmiddels weer hervat. De sociale verloven (sporten en rijlessen) liggen nog wel stil. Om die reden zijn ook extra maatregelen genomen in de vorm van een enkelband. Op dit moment wordt onderzocht hoe het verlof voor werk en regulier onderwijs verloopt. [verdachte] heeft nu drie à vier weken verlof om te werken en sinds kort weer onbegeleid verlof. Hij is eerlijk en transparant, maar pas nadat hij wordt geconfronteerd met wat er niet goed is gegaan.
Omdat het niet lukte om [verdachte] in een FPK geplaatst te krijgen, heeft de RJJI ervoor gekozen om [verdachte] via beschermd wonen te laten resocialiseren. Dit is een creatieve oplossing die mede is ingegeven door de omstandigheid dat de PIJ-maatregel over zes maanden afloopt en er geen alternatief is. Aanmelding bij een regionale instelling voor beschermd wonen (RIBW) is echter inmiddels al 15 keer afgewezen. Een RIBW in [plaats] is op dit moment de enige instelling die bereid is een intake af te nemen. De verwachting is dat op korte termijn duidelijk wordt of [verdachte] daar terecht kan. Een stapsgewijze fasering naar resocialisatie (werk, onderwijs, sporten en een begeleide woonvorm met betrokkenheid van de reclassering) is noodzakelijk. De behandeling van de aanvraag voor een STP duurt zes à acht weken. Een STP wil je niet in te grote (haastige) stappen doen, daar staat in dit geval tegenover dat de tijd dringt.
Gelet op de risico’s en de resterende tijd van de PIJ is de beslissing van de officier van justitie om onderzoek te laten verrichten naar de mogelijkheid van omzetting van de PIJ naar de maatregel van terbeschikkingstelling begrijpelijk. Onderzoek in het PBC heeft wel consequenties voor de verloven omdat [verdachte] dan enkele weken intern zal zitten en geen verloven kan hebben. Omdat er geen “plan B” is zal in de komende periode worden ingezet op het oppakken van verloven en het zoeken naar een woonvorm waar [verdachte] terecht kan. De resterende termijn van de PIJ-maatregel is daarvoor erg kort. De reclassering spant zich in om de mogelijkheden van uitstroom te onderzoeken. .
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank stelt vast dat de PIJ-maatregel op 4 november 2020 is ingegaan en dat deze is opgelegd voor een misdrijf dat is gericht tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen, te weten moord. Het is daarom volgens de wet mogelijk om de PIJ-maatregel te verlengen.
De rechtbank is op basis van het verlengingsadvies en de door de deskundige op zitting gegeven aanvulling van oordeel dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen, de verlenging van de PIJ-maatregel eist. Daarnaast moet een verlenging van de PIJ-maatregel in het belang van een zo gunstig mogelijke ontwikkeling van [verdachte] worden geacht. Het recidiverisico wordt momenteel als hoog ingeschat en de mate van bescherming nog als te gering, op het moment dat de PIJ-maatregel per direct wordt beëindigd en alle kaders en hulpverlening wegvallen.
De rechtbank constateert dat de PIJ-behandeling en het resocialisatietraject stagneert, omdat geen vervolgplek is gevonden waar het traject kan worden voortgezet. Daarbij is het belemmerend dat [verdachte] zich niet aan een voorwaarde heeft gehouden, waardoor de verloven tijdelijk zijn stilgelegd. De zeer korte resterende tijd van de PIJ-maatregel maakt de gewenste stapsgewijze resocialisatie bijzonder ingewikkeld. Door de RJJI worden diverse denkbare mogelijkheden en alternatieven beproefd. Gezien het nog aanwezige risico op recidive kan een behandel- en resocialisatietraject alleen verantwoord worden vormgegeven wanneer gedurende de gehele duur van de behandel- en resocialisatieperiode een (dwingend) justitieel kader aanwezig is.
Naar verwachting zal [verdachte] in de komende periode in het PBC worden onderzocht om te bezien of omzetting in een terbeschikkingstelling noodzakelijk is, dan wel dat de resterende tijd in het kader van de PIJ-maatregel toereikend is voor [verdachte]. Bezien moet worden welke stappen er nodig zijn om hem op een verantwoorde wijze te laten resocialiseren. Dit alles zal de nodige tijd en inzet van alle betrokkenen vergen. Het is aan [verdachte] om hierin gemotiveerd te blijven en zo toe te werken naar een door hem gewenste en voor hem meest passende toekomst. Bij de volgende verlengingszitting zal duidelijk moeten worden welke vervolgstappen gewenst worden en mogelijk of noodzakelijk worden geacht.
De rechtbank zal op grond van wat hiervoor is uiteengezet de PIJ-maatregel met zes maanden verlengen.

4.De beslissing

De rechtbank:
- verlengt de termijn van de PIJ-maatregel van
[verdachte]met zes maanden.
Aldus gegeven door mr. M.H. van der Lecq, voorzitter, mr. A.F. Germs-de Goede en
mr. D.K. ten Cate, rechters, in tegenwoordigheid van S. Wongsokerto, griffier en uitgesproken ter openbare zitting van 11 juni 2026.
Mr. A.F. Germs-de Goede is niet in de gelegenheid deze beslissing te ondertekenen.