ECLI:NL:RBOVE:2026:3292
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Eiser was werkzaam als pakketbezorger en meldde zich ziek op 9 december 2022. Na een aanvraag voor een WIA-uitkering op 11 september 2024 wees het UWV deze af omdat het arbeidsongeschiktheidspercentage volgens hun berekening 19,61% bedroeg, later bij bezwaar 28,58% en uiteindelijk 29,09% na aanvullend onderzoek.
Eiser voerde aan dat zijn fysieke klachten, waaronder heup- en rugpijn, en mentale klachten onvoldoende waren meegewogen. Hij stelde dat de medische rapporten niet recht deden aan de ernst van zijn klachten en dat de geselecteerde voorbeeldfuncties niet passend waren.
De rechtbank oordeelde dat de verzekeringsgeneeskundige rapporten zorgvuldig en navolgbaar waren opgesteld en dat de beperkingen goed waren gemotiveerd. De mentale klachten waren niet aantoonbaar aanwezig op de datum in geschil. De arbeidsdeskundige had de voorbeeldfuncties passend geselecteerd en de berekening van het arbeidsongeschiktheidspercentage was correct.
Daarom was het besluit van het UWV om geen WIA-uitkering toe te kennen terecht en werd het beroep ongegrond verklaard. Eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten en kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard omdat het arbeidsongeschiktheidspercentage onder de 35% blijft.