Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:3293

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
12 juni 2026
Publicatiedatum
12 juni 2026
Zaaknummer
AK_25_1566
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling van de mate van arbeidsongeschiktheid vastgesteld door het UWV

Eiseres, een voormalige thuiszorgmedewerker, betwistte de door het UWV vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid van 55,51% per 12 april 2023. Zij voerde aan dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek onzorgvuldig was en dat haar beperkingen, met name door ACNES en medicatiegebruik, zwaarder waren dan aangenomen.

De rechtbank beoordeelde het procesverloop, de medische en arbeidskundige rapporten en concludeerde dat het UWV zorgvuldig te werk was gegaan. De verzekeringsartsen hadden het dossier grondig bestudeerd, rekening gehouden met de medische voorgeschiedenis en medicatie, en de beperkingen logisch gemotiveerd. De arbeidsdeskundige had passende functies geselecteerd die binnen de belastbaarheid van eiseres vielen.

De rechtbank vond geen aanleiding om de medische beoordeling te betwijfelen of een onafhankelijke deskundige te benoemen. Ook de door eiseres aangevoerde toename van klachten na de datum in geding was niet relevant voor deze beoordeling. Het beroep werd ongegrond verklaard, met als gevolg dat de vaststelling van het UWV in stand bleef en eiseres geen proceskostenvergoeding kreeg.

Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de vaststelling van 55,51% arbeidsongeschiktheid door het UWV blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Zittingsplaats Almelo
Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 25/1566

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres], uit [woonplaats], eiseres (hierna te noemen: [eiseres]),
gemachtigde: mr. G.B.A. Bol,
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen, het UWV
(gemachtigde: mr. Y.A. van Veelen).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid van [eiseres] door het UWV. Het UWV heeft [eiseres] per 12 april 2023 55,51% arbeidsongeschikt geacht. [eiseres] is het hier niet mee eens en zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank deze zaak.
1.1
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is
.[eiseres] krijgt dus geen gelijk. Het UWV heeft de mate van arbeidsongeschiktheid van [eiseres] per 12 april 2023 terecht vastgesteld op 55,51%. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
1.2
Onder 2 staat het procesverloop in deze zaak. Onder 3 staan de van belang zijnde feiten en omstandigheden die hebben geleid tot het bestreden besluit. De standpunten van het UWV en van [eiseres] staan onder 4. De beoordeling door de rechtbank volgt vanaf 5. Aan het eind staat de beslissing van de rechtbank en de gevolgen daarvan.

Procesverloop

2. In het besluit van 23 april 2024 heeft het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid van [eiseres] op grond van de WIA [1] opnieuw beoordeeld en per 12 april 2023 vastgesteld op 39,06%. Het UWV past de WIA-uitkering van [eiseres] aan met ingang van 1 juli 2024.
2.1.
[eiseres] heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. In het bestreden besluit van 29 april 2025 heeft het UWV het bezwaar gegrond verklaard en de mate van arbeidsongeschiktheid van [eiseres] per 12 april 2023 vastgesteld op 55,51%. De wijziging van de WIA-uitkering gaat in per 1 juli 2025.
2.2.
[eiseres] heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.3.
Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.4.
De rechtbank heeft het beroep op 18 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [eiseres], haar gemachtigde en de gemachtigde van het UWV. [eiseres] heeft ook haar echtgenoot meegenomen naar de zitting.

Totstandkoming van het bestreden besluit

3. [eiseres] werkte als thuiszorgmedewerker voor 24 uur per week. Op 10 oktober 2019 heeft zij zich ziekgemeld. [eiseres] is ziekengeld toegekend. Na het doorlopen van de wachttijd heeft [eiseres] een WIA-uitkering aangevraagd. In het besluit van 3 mei 2022 heeft het UWV aan [eiseres] met ingang van 7 oktober 2021 een loongerelateerde WGA [2] -uitkering toegekend, waarbij de mate van arbeidsongeschiktheid is vastgesteld op 78,52%. Na afloop van de loongerelateerde periode heeft het UWV aan [eiseres] per 7 oktober 2023 een WGA-vervolguitkering toegekend naar de arbeidsongeschiktheidsklasse van 65 tot 80%.
3.1.
In het kader van een herbeoordeling op verzoek van [eiseres] heeft het UWV verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek verricht. Dat heeft geleid tot de besluitvorming zoals onder ‘Procesverloop’ uiteen is gezet.

Standpunten van partijen

4. Aan het bestreden besluit ligt de motivering ten grondslag dat [eiseres] per 12 april 2023 55,51% arbeidsongeschikt is. [eiseres] heeft met inachtneming van de uitlooptermijn per 1 juli 2025 recht op een WGA-vervolguitkering naar de arbeidsongeschiktheidsklasse van 55 tot 65%.
4.1.
[eiseres] stelt – samengevat weergegeven – dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek onzorgvuldig is geweest. Zij heeft veel meer beperkingen dan het UWV heeft aangenomen. [eiseres] is bekend met ACNES en die aandoening bleek niet bekend bij de verzekeringsarts. De meeste klachten van [eiseres] komen juist voort uit ACNES en daar wordt volledig aan voorbij gegaan. Vanwege ACNES heeft [eiseres] veel last van pijn in buik en bekken. Ook is zitten voor [eiseres] nauwelijks mogelijk. Zij houdt dit hooguit een half uur vol. Dat blijkt ook uit het feit dat zij tijdens het spreekuur niet in staat was goed rechtop te zitten. Lopen kan zij alleen in een laag tempo en ook dat houdt zij hooguit een half uur vol. Bekend is dat bij ACNES door het aanspannen van de buikspieren de pijn verergert. [eiseres] is daarom verdergaand beperkt op de onderdelen bukken en zitten, opstaan en vertreden en tillen en dragen.
4.2. De pijnklachten leiden bovendien tot ernstige slaapproblemen, waardoor [eiseres] de hele dag vermoeid is en ernstige vermoeidheidsklachten heeft ontwikkeld. [eiseres] is daarom aangewezen op een urenbeperking.
[eiseres] voert verder aan dat het UWV ten onrechte aanneemt dat haar belastbaarheid zal verbeteren. Onduidelijk is waar het UWV dit op baseert. Het UWV heeft onvoldoende aandacht gehad voor de ernst en complexiteit van haar klachten. [eiseres] stelt dat haar medische voorgeschiedenis, de vele behandelingen en operaties alsmede de verslechtering van haar gezondheid de afgelopen jaren, niet valt te rijmen met de conclusie van het UWV dat zij minder arbeidsongeschikt is dan voorheen. Er is in de gezondheidssituatie van [eiseres] geen vooruitgang geboekt. Er is eerder sprake van een verslechtering. Voor wat betreft de buikklachten is [eiseres] uitbehandeld en de behandeling richt zich vooral op pijnbestrijding. Zij gebruikt daarvoor tapentadol, tramadol en pregabaline. [eiseres] is daardoor vaak suf en vergeetachtig. Om die reden moet een beperking worden aangenomen voor het onderdeel verhoogd persoonlijk risico.
Vanwege de buikklachten is [eiseres] niet in staat om de geduide functies te verrichten, nu het hoofdzakelijk zittende functies zijn. Ook om andere redenen zijn de geduide functies niet geschikt.
Zo moet in de functie van productiemedewerker industrie (SBC-code 111180) een vakgerichte opleiding van 4 dagen in het Engels worden gevolgd. [eiseres] is daartoe niet in staat, omdat zij de Engelse taal niet beheerst. Verder moet men in deze functie vanwege de complexiteit en zeer kleine componenten beschikken over een zeer goede oog-, handcoördinatie en een goede fijne motoriek. Het is dus zwaar geconcentreerd precisiewerk gedurende de hele werkdag. Dat vergt bovennormaal vasthouden van de aandacht en dat kan van [eiseres] niet gevergd worden, gezien haar vermoeidheidsklachten, concentratieproblemen en geheugenproblemen. Ook heeft [eiseres] geen vaste hand. Zij is vertraagd in haar handelen en zij maakt daarom sneller fouten. Het werken met een soldeerbout is vanwege verwondingsgevaar dan ook niet mogelijk. Daarnaast moet er veel gezeten, gereikt en gebogen worden. Dat is voor [eiseres] vanwege ACNES niet mogelijk.
[eiseres] meent verder dat zij niet in staat is de functie van administratief medewerker (SBC-code 315100) te verrichten. In deze functie moet vrijwel de gehele dag gezeten worden. Dat is voor [eiseres] niet mogelijk. Afwisselend zitten en staan is vanwege ACNES voor [eiseres] geen oplossing. Zij moet dan haar buikspieren aanspannen en dat geeft extra pijn.
De functie medewerker binderij, grafisch nabewerker (SBC-code 268030) is evenmin geschikt. Ook in deze functie moeten handelingen met een grote mate van concentratie, nauwkeurigheid en precisie worden verricht. Dit is voor [eiseres] niet mogelijk vanwege haar vermoeidheidsklachten en medicijngebruik. Daarnaast moeten er stapels boeken, dozen en potten lijm worden getild. [eiseres] is daartoe niet in staat vanwege haar buikklachten.
4.2.
In reactie op wat [eiseres] in beroep heeft aangevoerd, heeft het UWV een rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 25 november 2025 en een rapport van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep van 4 december 2025 ingediend en geconcludeerd dat geen aanleiding bestaat om het eerder ingenomen standpunt te wijzigen.
4.3.
[eiseres] heeft in reactie op het rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 25 november 2025 en het rapport van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep van 4 december 2025 gesteld dat de conclusies van het UWV over de belastbaarheid van [eiseres] niet navolgbaar en niet concludent zijn. Zij blijft erbij dat er ten onrechte geen urenbeperking is opgenomen en dat zij op de onderdelen tillen en dragen, zitten en lopen verdergaand beperkt is. Ook is zij vanwege haar medicatiegebruik meer beperkt dan het UWV heeft aangenomen. De medische informatie die [eiseres] heeft overgelegd, geeft voldoende aanleiding om te twijfelen aan de bevindingen van het UWV. Zij verzoekt de rechtbank daarom een onafhankelijke deskundige te benoemen. [eiseres] stelt nogmaals dat zij de geduide functies niet kan verrichten.

Beoordeling door de rechtbank

5. De rechtbank beoordeelt of het UWV terecht heeft beslist dat [eiseres] met ingang van 12 april 2023 55,51% arbeidsongeschikt is. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van [eiseres].
De zorgvuldigheid van het verzekeringsgeneeskundig onderzoek
5.1.
Het UWV mag zijn besluiten over arbeidsongeschiktheid baseren op rapporten van zijn verzekeringsartsen. Deze rapporten moeten dan wel op zorgvuldige wijze tot stand zijn gekomen en geen tegenstrijdigheden bevatten. De conclusies moeten logisch voortvloeien uit de rapporten.
5.2.
De rechtbank ziet in wat [eiseres] aanvoert geen aanknopingspunten voor het oordeel dat het onderzoek van de verzekeringsarts en de verzekeringsarts bezwaar en beroep onzorgvuldig is geweest.
De verzekeringsarts heeft het dossier van [eiseres] en het verzekeringsgeneeskundig rapport dat in het kader van de WIA-aanvraag is opgesteld, bestudeerd. Ook heeft hij acht geslagen op de destijds aangenomen beperkingen. Daarnaast heeft hij acht geslagen op het medicatiegebruik van [eiseres] en op wat naar voren is gekomen in het telefonisch spreekuur op 25 april 2023 dat heeft plaatsgevonden naar aanleiding van het verzoek van [eiseres] om een herbeoordeling. Verder heeft [eiseres] het spreekuur van de verzekeringsarts bezocht. De verzekeringsarts heeft een anamnese afgenomen. Hij heeft daarbij acht geslagen op de klachten en belemmeringen die [eiseres] ervaart als gevolg van onder meer ACNES. Tevens heeft de verzekeringsarts het dagverhaal van [eiseres] opgetekend en lichamelijk en psychisch onderzoek verricht. De verzekeringsarts heeft informatie over de gestelde diagnose en de geplande behandelingen opgevraagd en verkregen van orthopeed Meuffels (Meuffels) en orthopeed Ettema (Ettema).
Ook de verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft het dossier van [eiseres] bestudeerd. Hij was aanwezig bij de hoorzitting en heeft met [eiseres] gesproken. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft de door [eiseres] in bezwaar overgelegde medische informatie van anesthesioloog-pijnspecialist Steegers (Steegers) en chirurg Roumen (Roumen) bij zijn beoordeling betrokken. Niet is gebleken dat relevante aspecten van de gezondheidstoestand van [eiseres] zijn gemist. Uit wat [eiseres] heeft aangevoerd, volgt dus niet dat de wijze van onderzoek, in zijn geheel bezien, gebreken vertoont. De rapporten zijn daarom zorgvuldig tot stand gekomen.
De verzekeringsgeneeskundige beoordeling
5.3.
De belastbaarheid van [eiseres] op de datum in geding is naar het oordeel van de rechtbank op navolgbaar gemotiveerde wijze weergegeven in de rapporten van de verzekeringsarts en de verzekeringsarts bezwaar en beroep.
5.4.
De verzekeringsarts heeft aangenomen dat [eiseres] bekend is met pijn in buik en bekken, pijn in onderste extremiteit en overige gewrichtsklachten/triggerfinger. De verzekeringsarts ziet bij onderzoek geen evidente psychopathologie, wel een preoccupatie met het ervaren onvermogen. Bij lichamelijk onderzoek is een redelijke kracht in de handen en een goede beweeglijkheid van de armen vastgesteld. De verzekeringsarts bestempelt de kracht in de benen als adequaat. Het diep buigen en een diepe kniebuiging maken is in enige mate belemmerd. Dat sprake is van ACNES, acht de verzekeringsarts plausibel en in lijn met de behandeling die [eiseres] daarvoor ondergaan heeft en ondergaat. Anderzijds is gebleken dat er geen behandelopties meer zijn en de klachten aanwezig blijven. Daardoor zijn net als voorheen enige beperkingen aan te nemen, waarbij de beperkingen wel lichter worden ingeschat op grond van lichamelijk onderzoek. Er is een adequate knijpkracht in de handen vastgesteld en er zijn geen aanwijzingen dat een zenuw in de knel zit. De verzekeringsarts meent dat zijn bevindingen niet volledig bij de ervaren belemmeringen aansluiten. Er is bij [eiseres] niet duidelijk sprake van een storend gebrek aan energie of opvallende vermoeidheid. Uit de opgevraagde informatie komt volgens de verzekeringsarts niet naar voren dat [eiseres] op korte termijn een heupprothese zal krijgen. Voor het overige wijzen de belemmeringen en de anamnestische gegevens niet duidelijk op een wezenlijk ander beeld dan voorheen. Dat [eiseres] een scopie van de rechterenkel zal krijgen, leidt niet tot duurzame beperkingen, omdat bij een dergelijke ingreep is te verwachten dat ze na herstel belastbaar zal zijn als voorheen, zo volgt uit de informatie van de orthopeed. Omdat behandeling nog volgt, is enige mate van verbetering van de belastbaarheid nog te verwachten, aldus de verzekeringsarts. Hij heeft in de FML beperkingen opgenomen voor de onderdelen ‘persoonlijk functioneren’, ‘fysieke omgevingseisen’, ‘dynamische handelingen’, ‘statische houdingen’ en ‘werktijden’.
5.5.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft in het rapport van 8 april 2025 overtuigend gemotiveerd waarom de conclusie van de verzekeringsarts over de belastbaarheid van [eiseres] grotendeels in stand kan blijven, maar ook waarom er vanwege het medicatiegebruik wel aanleiding is om de FML aan te vullen op de onderdelen ‘persoonlijk functioneren’, ‘sociaal functioneren’, ‘dynamische handelingen’ en ‘statische houdingen’. [eiseres] gebruikt diverse middelen die kunnen leiden tot een verminderde reactiesnelheid en problemen met de rijvaardigheid. De verzekeringsarts bezwaar en beroep acht [eiseres] aanvullend beperkt voor persoonlijk risico en het beroepsmatig besturen van voertuigen. Ook acht de verzekeringsarts bezwaar en beroep [eiseres] beperkt voor het omgaan met deadlines. Zij is sterk beperkt voor het frequent buigen tijdens werk, waarbij ook rekening is gehouden met een beperkte buighoek. De beschikbare medische gegevens geven volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep geen aanleiding om [eiseres] op dit punt verdergaand beperkt te achten. De beperkingen die zijn aangenomen op duwen en trekken passen bij de chronische pijnklachten in de buikregio en de voet en heup. Gezien het complex aan klachten en aandoeningen is zowel de aaneengesloten duur van het lopen als de totale duur in de visie van de verzekeringsarts bezwaar en beroep enigszins overschat. Hij ziet redenen om de aaneengesloten duur van het lopen te beperken tot maximaal 15 minuten en de totale duur per dag tot maximaal 2 uur. Volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep is er geen aanleiding om [eiseres] verdergaand beperkt te achten voor het onderdeel zitten. Voor het staan en staan tijdens het werk geldt volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep hetzelfde als wat hij over het lopen heeft overwogen. [eiseres] kan maximaal 15 minuten aaneengesloten staan en in totaal ongeveer 1 uur per dag
5.6.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep is in zijn rapport van 25 november 2025 ingegaan op wat [eiseres] in beroep heeft aangevoerd. Hij ziet geen aanleiding om tot een andere beoordeling van de belastbaarheid van [eiseres] te komen. Er is rekening gehouden met de ACNES-klachten, de gevolgen van het medicatiegebruik en de informatie van de behandelend specialist. Uit de informatie van Steegers is niet te herleiden dat er ernstige beperkingen voor zitten of het veranderen van houding moeten worden aangenomen.
5.7.
De rechtbank ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de medische beoordeling van de verzekeringsarts en de verzekeringsarts bezwaar en beroep. Zij hebben afdoende gemotiveerd dat niet meer en verdergaande beperkingen nodig zijn, in het bijzonder ten aanzien van het dragen, tillen, zitten, lopen en de urenbeperking. Dat [eiseres] als gevolg van, kort gezegd, ACNES en de daaruit voortkomende pijn- en vermoeidheidsklachten zwaardere beperkingen op vooral fysiek vlak ervaart, betekent niet zonder meer dat ook meer beperkingen moeten worden aangenomen. Van belang is namelijk niet alleen wat [eiseres] ervaart, maar wat objectief medisch als gevolg van ziekte of gebrek aan beperkingen is vast te stellen. Uit de medische informatie die in het dossier zit, blijkt de rechtbank niet van aanwijzingen dat de verzekeringsartsen een onjuist beeld hadden van de medische situatie van [eiseres] of een verkeerde inschatting hebben gemaakt van haar belastbaarheid op de datum in geding. Uit de informatie van onder meer Ettema, Steegers, Roumen en Meuffels, die de verzekeringsartsen bij hun beoordeling hebben betrokken, blijkt dat [eiseres] pijnklachten ervaart als gevolg van diverse aandoeningen, waarbij de pijnklachten als gevolg van ACNES op de voorgrond staan. Die informatie biedt echter geen steun voor het standpunt van [eiseres] dat zij vanwege de ACNES-klachten verdergaand beperkt is, dan de verzekeringsartsen hebben aangenomen. [eiseres] heeft ook geen nieuwe medische informatie in het geding gebracht waaruit naar voren komt dat de medische situatie op de datum in geding verkeerd is beoordeeld. Dit alles betekent dat de rechtbank vindt dat het UWV mocht uitgaan van de juistheid van de medische rapporten en de daarbij behorende FML.
5.8.
Omdat geen twijfel bestaat over de juistheid van de medische grondslag van het bestreden besluit, wordt geen aanleiding gezien voor het benoemen van een deskundige. Het verzoek daartoe van [eiseres] wordt daarom afgewezen.
5.9.
In beroep en op de zitting heeft [eiseres] naar voren gebracht dat haar (pijn)klachten zijn toegenomen en ook dat zij inmiddels pijnbestrijding ondergaat in de vorm van onder andere ketamine-infusen. Dit ziet echter op de situatie van [eiseres] ná de datum in geding, te weten 12 april 2023. Indien [eiseres] van mening is dat haar situatie na de datum in geding is verslechterd, kan zij een herbeoordeling aanvragen bij het UWV. De rechtbank wijst erop dat de verslechtering van de gezondheidssituatie geobjectiveerd zal moeten worden aan de hand van medische stukken.
De arbeidskundige beoordeling
5.10.
De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft voor [eiseres] de functies productiemedewerker industrie (samenstellen van producten) (SBC-code 111180), administratief ondersteunend medewerker (SBC-code 315100) en medewerker binderij, grafisch nabewerker (SBC-code 268030) geselecteerd. Uitgaande van de FML is het aannemelijk dat [eiseres] in staat is om deze aan de schatting ten grondslag gelegde functies te vervullen. In de rapporten van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep van 25 april 2025 en 4 december 2025 is naar het oordeel van de rechtbank afdoende gemotiveerd waarom deze functies geen overschrijdingen opleveren van de belastbaarheid van [eiseres] op de datum in geding. De eisen voor de functies en de belastbaarheid van [eiseres] zijn met elkaar vergeleken. Wanneer bij deze vergelijking is gesignaleerd dat de belastbaarheid van [eiseres] mogelijk wordt overschreden, heeft de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep voldoende gemotiveerd dat de functies toch passend zijn.
De arbeidskundige bezwaar en beroep is in het bijzonder ingegaan op het verhoogd persoonlijk risico vanwege een beperkte reactiesnelheid, het frequent reiken tijdens werk en het staan tijdens werk. Hij heeft in dit verband overleg gevoerd met de verzekeringsarts bezwaar en beroep en geconcludeerd dat er op deze punten geen medische bezwaren zijn. Ook heeft de arbeidsdeskundige specifiek acht geslagen op het gebogen of getordeerd actief zijn en het zitten tijdens werk en navolgbaar gemotiveerd waarom deze functiebelasting geen overschrijding van de belastbaarheid van [eiseres] oplevert. De arbeidskundige bezwaar en beroep heeft er verder op gewezen dat [eiseres] geen cognitieve beperkingen heeft en er ook geen maximeringen zijn vastgesteld op het vasthouden van de aandacht, het verdelen van de aandacht, het omgaan met storingen of met afleiding. Wat betreft hand- en vingergebruik zijn er geen beperkingen op repetitief werk, fijn motorisch werk en dergelijke gegeven, aldus de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep.
Verder heeft de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep voor wat betreft het gevraagde niveau van de beheersing van de Engelse taal in de functie productiemedewerker industrie (SBC-code 111180), in het rapport van 4 december 2025 verwezen naar de toelichting van de arbeidskundig analist op dit punt. De vakgerichte cursus die gevolgd moet worden en het examen dat moet worden afgelegd, zijn in de Nederlandse taal. Daarbij zijn technische termen/terminologie veelal in het Engels. Medewerkers die niet vaardig zijn met de Engelse taal, worden geholpen wanneer zij bepaalde termen niet begrijpen. [eiseres] zal ook zonder of met heel weinig kennis van de Engelse taal de cursus met goed gevolg kunnen afronden en het werk kunnen verrichten. Daarnaast is het een functie op basisschoolniveau. [eiseres] heeft een hoger opleidingsniveau en zal daarom cognitief niet overvraagd worden, ook niet in de Engelse taal. Deze toelichting kan worden gevolgd en hiermee staat voldoende vast dat de functie productiemedewerker industrie ook in dit opzicht passend is voor [eiseres].

Conclusie en gevolgen

6. Het voorgaande betekent dat het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid van [eiseres] per 12 april 2023 terecht heeft vastgesteld op 55,51%, zodat het bestreden besluit van 29 april 2025 in stand blijft.
7. Het beroep is ongegrond. [eiseres] krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E. Hoekstra, rechter, in aanwezigheid van
mr. A. Beenen-Oskam, griffier. Uitgesproken in het openbaar op
de griffier is buiten staat
deze uitspraak mede te ondertekenen.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen
2.werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten