Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:3295

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
12 juni 2026
Publicatiedatum
12 juni 2026
Zaaknummer
AK_25_1708
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing Wajong-uitkering wegens voldoende arbeidsvermogen ondanks beperkingen

Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering, die door het UWV werd afgewezen omdat op zijn 18e verjaardag geen sprake was van beperkingen door ziekte of gebrek. Eiser stelde beroep in tegen deze afwijzing. De rechtbank deed op 4 november 2025 een tussenuitspraak waarin werd vastgesteld dat het besluit onzorgvuldig was voorbereid en dat aanvullend medisch en arbeidskundig onderzoek noodzakelijk was.

Het UWV heeft vervolgens aanvullend onderzoek laten verrichten door een verzekeringsarts bezwaar en beroep en een arbeidsdeskundige bezwaar en beroep. Uit deze rapportages blijkt dat eiser bekend is met ADHD en CVS, maar dat hij ondanks vermoeidheidsklachten en andere beperkingen in staat wordt geacht om fysiek licht werk te verrichten gedurende ten minste vier uur per dag, met een aaneengesloten werkperiode van minimaal één uur. Cognitieve beperkingen werden niet vastgesteld.

Eiser betoogde dat hij duurzaam niet arbeidsbekwaam is vanwege zijn aandoeningen en concentratieproblemen, maar de rechtbank vond de medische en arbeidskundige rapportages voldoende gemotiveerd en navolgbaar. De rechtbank concludeerde dat eiser over arbeidsvermogen beschikt en daarom geen recht heeft op een Wajong-uitkering. Wel werd het beroep gegrond verklaard vanwege het eerdere motiveringsgebrek, waardoor het bestreden besluit werd vernietigd met behoud van rechtsgevolgen. Het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard vanwege motiveringsgebrek, maar eiser heeft geen recht op Wajong-uitkering; proceskosten en griffierecht worden vergoed.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 25/1708

einduitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], uit [woonplaats], eiser

gemachtigde: mr. J. Heek,
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV),
gemachtigde: [gemachtigde].

Samenvatting

Deze uitspraak gaat over de afwijzing van eisers aanvraag om een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong). Het UWV heeft zich in het bestreden besluit op het standpunt gesteld dat de aanvraag moet worden afgewezen, omdat op de 18e verjaardag van eiser geen sprake was van beperkingen op grond van ziekte of gebrek. Eiser is het hier niet mee eens en heeft beroep ingesteld. De rechtbank heeft op 4 november 2025 een tussenuitspraak gedaan, omdat het bestreden besluit niet goed is voorbereid en onzorgvuldig tot stand is gekomen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep en de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep hebben nader gerapporteerd. Het UWV heeft zich op het nadere standpunt gesteld dat er wel sprake was van ziekte of gebrek die voor de 18e verjaardag is begonnen, maar dat eiser arbeidsvermogen heeft waardoor hij niet in aanmerking komt voor een Wajong-uitkering. In deze einduitspraak komt de rechtbank tot de conclusie dat het UWV het gebrek heeft hersteld. Eiser krijgt inhoudelijk geen gelijk, maar hij krijgt wel het betaalde griffierecht terug en hij krijgt ook een vergoeding voor zijn proceskosten.

Procesverloop

1.1.
Voor het procesverloop van dit geschil verwijst de rechtbank naar de tussenuitspraak van 4 november 2025 (de tussenuitspraak). In de tussenuitspraak heeft de rechtbank geoordeeld dat het bestreden besluit niet goed is voorbereid en onzorgvuldig tot stand is gekomen. Gelet op het standpunt dat het UWV op de zitting heeft ingenomen, is niet langer in geschil dat eiser beperkingen heeft. Bij een beoordeling zoals die voorligt, is dan altijd medisch en arbeidskundig onderzoek vereist. Het onderzoek door de arbeidsdeskundige is ten onrechte niet verricht. De rechtbank heeft het UWV in de gelegenheid gesteld om het gebrek te herstellen. Dat kan met een aanvullend onderzoek, dat in ieder geval ook door een arbeidsdeskundige wordt uitgevoerd.
1.2.
Het UWV heeft in reactie op de tussenuitspraak een rapportage van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 4 december 2025 en een rapportage van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep van 29 januari 2026 ingediend. Eiseres heeft op 16 maart 2026 gereageerd. Het UWV heeft op 25 maart 2026 een reactie ingediend.
1.3.
Nadat beide partijen hebben laten weten een nader onderzoek ter zitting niet nodig te vinden, heeft de rechtbank bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft en het onderzoek gesloten.

Reactie van het UWV op de tussenuitspraak

2. Het UWV heeft zich op het standpunt gesteld dat eiser onveranderd geen recht heeft op een Wajong-uitkering per 22 november 2023 en voor de onderbouwing daarvan verwezen naar de nadere medische en arbeidskundige rapporten.
2.1.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft in de rapportage van 4 december 2025 beschreven dat uit de aanwezige medische informatie volgt dat eiser sinds jonge leeftijd bekend is met ADHD en het Chronisch Vermoeidheidssyndroom (CVS). De diagnose CVS is in 2019 bevestigd door cardioloog Visser, die concludeerde tot CVS in geringe tot matige vorm. Uit het medisch onderzoeksverslag van de primaire verzekeringsarts van 4 september 2024 en het rapport van Condite van 14 augustus 2024 volgt dat eiser klachten is blijven houden van onder andere vermoeidheid. Bij lichamelijk onderzoek door de primaire verzekeringsarts en Condite worden geen afwijkingen en geen aanwijzingen voor orthostatische intolerantie gevonden. PEM klachten zijn wel aanwezig op basis van gemelde fysieke belemmeringen. Uit het dagverhaal, activiteitenniveau, observatie van het beweegpatroon en morfologie volgt dat eiser wel in staat is tot allerlei activiteiten. Gelet op vermoeidheid bij CVS en PEM klachten is eiser volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep in algemene zin aangewezen op fysiek lichte werkzaamheden. Vanwege het gestoorde slaapritme is eiser beperkt voor werkzaamheden ’s avonds en ’s nachts. Op het punt van het cognitief functioneren overweegt de verzekeringsarts bezwaar en beroep dat bij observatie door de primaire verzekeringsarts en bij Condite geen bijzonderheden opvallen, wat aansluit bij het feit dat eiser bij het afnemen van de neuropsychologische testen geconcentreerd en snel werkt en op de testen bovengemiddelde en uitstekende scores naar voren komen op het gebied van aandacht en geheugen. Ook activiteiten als onbeperkt fietsen op een e-bike, twee uur gamen en maximaal anderhalf uur autorijden wijzen niet op problemen wat betreft het cognitief functioneren. De verzekeringsarts bezwaar en beroep ziet daarom geen reden voor het aannemen van beperkingen op het punt van cognitief functioneren zoals bijvoorbeeld concentratie, aandacht en geheugen. Vanwege de ADHD is eiser wel aangewezen op gestructureerde en afgebakende werkzaamheden. De verzekeringsarts bezwaar en beroep concludeert vervolgens dat er geen medische redenen zijn om eiser minder dan 4 uur belastbaar te achten; hij kan dagelijks immers voldoende actief zijn. Ook wordt eiser in staat geacht om 1 uur aaneengesloten te werken.
2.2.
De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft op 29 januari 2026 gerapporteerd. Hij heeft tijdens een hoorzitting met eiser en zijn moeder gesproken. Ook heeft hij overleg gehad met de verzekeringsarts bezwaar en beroep. Uit dit overleg is naar voren gekomen dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep zich erin kan vinden dat eiser geschikt is voor fysiek licht werk onder voor hem juiste omstandigheden, namelijk niet in de avond of nacht, wel met structuur in het werk en een duidelijke afbakening van taken. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft verder vermeld dat eiser is gebaat bij een werkomgeving waar hij niet wordt afgeleid; een afgebakende werkplek is aan te bevelen. Ook is eiser gebaat bij werk zonder ad hoc orders / tempoversnellingen of deadlines. Klantencontact met de kans dat hij wordt overvraagd of overprikkeld is niet aan te bevelen. Hij moet kunnen terugvallen op een collega of een leidinggevende. Als het werk wat moeilijker is dan basaal niveau, is adequate begeleiding wenselijk. Eiser beschikt volgens de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep over basale werknemersvaardigheden, omdat hij in staat is om instructies van een werkgever te begrijpen, te onthouden en uit te voeren en in staat is gemaakt afspraken met een werkgever na te komen. Eiser heeft dit laten zien in de opleidingen die hij heeft gevolgd en de werkzaamheden die hij heeft verricht. Ook resultaten van onder andere capaciteitentesten geven hiervoor een aanknopingspunt. Redenen dat eiser de instructies en afspraken niet altijd kon volhouden, hebben niet te maken met vastgestelde beperkingen. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft als voorbeeld van een geschikte werksoort de taak ‘invoeren van gegevens’ geselecteerd. Het betreft fysiek licht werk dat op een ergonomisch zo passend mogelijke werkplek uitgevoerd kan worden. Als de werkplek te onrustig blijkt, kan er een afgebakende plek gemaakt worden door voorzieningen zoals geluidswerkende schotten, wellicht een eigen kamer en geluidsbescherming zoals oordopjes of noise cancelling. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft geconcludeerd dat eiser arbeidsvermogen heeft, omdat hij een taak in een arbeidsorganisatie kan uitvoeren, over basale werknemersvaardigheden beschikt, ten minste vier uur per dag belastbaar is, of in ten minste twee uur per dag het wettelijke minimumuurloon kan verdienen en ten minste een uur aaneengesloten kan werken.

Reactie van eiser

3. Eiser heeft zich op het standpunt gesteld dat hij duurzaam niet over arbeidsvermogen beschikt en recht heeft op een Wajong-uitkering. Door de CVS, PEM, psychische problemen, ADHD en het gestoorde slaapritme is hij energetisch dermate beperkt dat hij niet 4 uur per dag belastbaar is. Hij heeft tot nu toe enkel kortdurend 3 tot 4 uur kunnen werken en bleek niet in staat om dit duurzaam vol te houden. Ook vervolgonderwijs is niet mogelijk gebleken. Daarnaast kan eiser zich door vermoeidheid en concentratieproblematiek niet gedurende een uur op een taak concentreren en deze uitvoeren. De onderzoeken van Condite en van de verzekeringsarts zijn niet geschikt om het cognitieve functioneren te meten, omdat het momentopnames zijn. Er is ook een gedocumenteerde cognitieve achteruitgang tussen het 8e en 12e levensjaar van eiser. Verder is de voorbeeldtaak ‘invoeren van gegevens’ voor hem niet geschikt, omdat hij niet langdurig kan zitten en omdat hij zich niet 4 uur kan concentreren op een taak. Tot slot beschikt eiser niet over basale werknemersvaardigheden, omdat hij door overprikkeling en frustratie snel, hevig geagiteerd is en die uit door boosheid en irritatie naar anderen.

Oordeel van de rechtbank

4. Voor het beoordelingskader verwijst de rechtbank naar de tussenuitspraak.
4.1.
De rechtbank is van oordeel dat het UWV het in de tussenuitspraak geconstateerde motiveringsgebrek heeft hersteld. De verzekeringsarts bezwaar en beroep en de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep hebben voldoende zorgvuldig onderzoek gedaan en ook zijn de conclusies navolgbaar.
4.2.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft voor de rechtbank inzichtelijk gemotiveerd dat eiser met inachtneming van de vastgestelde beperkingen in staat moet worden geacht om aaneengesloten te kunnen werken gedurende ten minste een periode van een uur en dat hij ten minste vier uur per dag belastbaar is. De diagnostiek is volgens de rechtbank compleet en juist beschreven. Voor de rechtbank is helder uiteengezet welke beperkingen hier volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep uit voortvloeien. Met de vermoeidheidsklachten en de energetische beperkingen van eiser is vervolgens rekening gehouden door hem aangewezen te achten op fysiek lichte werkzaamheden, die niet in de avond of nacht plaatsvinden. De rechtbank kan de conclusie volgen dat eiser in dergelijke werkzaamheden vier uur per dag belastbaar is.
4.3.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft ook uitgebreid gemotiveerd waarom het aannemen van cognitieve beperkingen niet nodig is. Dat de neuropsychologische testen slechts momentopnames zijn, zoals eiser heeft betoogd, betekent nog niet dat de resultaten hieruit niet kunnen worden gebruikt voor het vaststellen van de beperkingen. Bovendien heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep daarnaast terecht eisers activiteiten in de thuissituatie van belang geacht en het feit dat bij observatie op het spreekuur ook geen bijzonderheden op cognitief terrein zijn opgevallen. Ook dat er een cognitieve achteruitgang tussen het 8e en 12e levensjaar is gedocumenteerd, betekent dat nog niet dat eiser als cognitief beperkt moet worden beschouwd, zeker niet zodanig dat hij niet één uur aaneengesloten kan werken.
4.4.
De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft verder goed gemotiveerd dat eiser geschikt is voor de taak ‘invoeren van gegevens’ en dat hij over basale werknemersvaardigheden beschikt. Als sprake is van passend werk in een passende werkomgeving, moet eiser ook volgens de rechtbank in staat worden geacht om deze taak volgens de afspraken uit te voeren. Dat eiser hiertoe niet in staat zou zijn heeft hij niet onderbouwd met objectieve (medische) gegevens. Dat hij boos en geïrriteerd naar anderen kan zijn, betekent niet dat hij niet over basale werknemersvaardigheden beschikt. Het is van belang dat eiser kan werken in duidelijk en gestructureerd werk waarin hij niet wordt overvraagd en overprikkeld. In dit verband wijst de rechtbank er ook op dat de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep eiser heeft gewezen op de mogelijkheid om als voorziening een jobcoach in te zetten om eiser bij het toetreden tot de arbeidsmarkt te helpen en te begeleiden.
4.5.
De rechtbank komt tot de conclusie dat het UWV goed heeft onderbouwd dat en waarom eiser beschikt over arbeidsvermogen. Er is terecht geconcludeerd dat eiser geen recht heeft op een Wajong-uitkering. De rechtbank voegt daar nog wel het volgende aan toe. Op de zitting heeft eiser toegelicht hoe hij zijn dagelijkse leven ervaart en hoe zijn pogingen om te werken op een teleurstelling uitliepen. De rechtbank kan zich goed voorstellen dat eiser daarom vindt dat de uitkomst van deze procedure geen recht aan doet aan zijn situatie. Dat maakt echter niet dat er aanknopingspunten zijn om te concluderen dat eiser aan de voorwaarden voor een Wajong-uitkering voldoet.

Conclusie en gevolgen

5.1.
Omdat pas na de tussenuitspraak sprake is van een voldoende motivering van het bestreden besluit, bestaat aanleiding om het beroep tegen dat gegrond te verklaren en dat besluit te vernietigen onder de bepaling dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven. Dit wil zeggen dat het beroep wel gegrond is, maar dat de uitkomst hetzelfde blijft en eiser geen recht heeft op Wajong-uitkering.
5.2.
Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, zal de rechtbank het UWV veroordelen in de proceskosten van eiser in beroep. De gemachtigde heeft een beroepschrift ingediend (1 punt), aan de zitting deelgenomen (1 punt) en een zienswijze na de tussenuitspraak ingediend (0,5 punt). De vergoeding voor verleende rechtsbijstand bedraagt dan in totaal € 2.335,-. Ook moet het UWV aan eiser het door hem betaalde griffierecht ten bedrage van € 53,- vergoeden.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep tegen het bestreden besluit van 27 mei 2025 gegrond en vernietigt dat besluit;
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven;
- veroordeelt het UWV tot betaling van € 2.335,- aan proceskosten aan eiser;
- draagt het UWV op het betaalde griffierecht van € 53,- aan eiser te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Eikelenboom, rechter, in aanwezigheid van
mr. F. Ernens, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak en de tussenuitspraak, kan een hoger beroepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak en de tussenuitspraak. Het hoger beroepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.