Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering, die door het UWV werd afgewezen omdat op zijn 18e verjaardag geen sprake was van beperkingen door ziekte of gebrek. Eiser stelde beroep in tegen deze afwijzing. De rechtbank deed op 4 november 2025 een tussenuitspraak waarin werd vastgesteld dat het besluit onzorgvuldig was voorbereid en dat aanvullend medisch en arbeidskundig onderzoek noodzakelijk was.
Het UWV heeft vervolgens aanvullend onderzoek laten verrichten door een verzekeringsarts bezwaar en beroep en een arbeidsdeskundige bezwaar en beroep. Uit deze rapportages blijkt dat eiser bekend is met ADHD en CVS, maar dat hij ondanks vermoeidheidsklachten en andere beperkingen in staat wordt geacht om fysiek licht werk te verrichten gedurende ten minste vier uur per dag, met een aaneengesloten werkperiode van minimaal één uur. Cognitieve beperkingen werden niet vastgesteld.
Eiser betoogde dat hij duurzaam niet arbeidsbekwaam is vanwege zijn aandoeningen en concentratieproblemen, maar de rechtbank vond de medische en arbeidskundige rapportages voldoende gemotiveerd en navolgbaar. De rechtbank concludeerde dat eiser over arbeidsvermogen beschikt en daarom geen recht heeft op een Wajong-uitkering. Wel werd het beroep gegrond verklaard vanwege het eerdere motiveringsgebrek, waardoor het bestreden besluit werd vernietigd met behoud van rechtsgevolgen. Het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.