Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], uit [woonplaats], [eiser]
het college van burgemeester en wethouders van Twenterand, het college
Samenvatting
Procesverloop
2.1. Met het bestreden besluit van 4 februari 2025 op het bezwaar van [eiser] is het college bij dat besluit gebleven.
2.2. [eiser] heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.8. Het college heeft hierop gereageerd bij emailbericht van 6 oktober 2025. Bij brief van 23 oktober 2025 heeft de gemachtigde van [eiser] gereageerd op dit emailbericht.
2.9. Bij brief van 17 november 2025 heeft de rechtbank het college verzocht te melden of zij nog voornemens is om het bestreden besluit te wijzigen of dat zij thans een gewijzigd standpunt aanneemt ten opzichte van het standpunt ter zitting.
1 december 2022 tot en met 15 mei 2023.
Beoordeling door de rechtbank
PW-uitkering over de periode van 7 maart 2023 tot en met 15 mei 2023. De rechtbank behandelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van [eiser] voor zover deze betrekking hebben op de terugvordering.
6 juli 2023 en ten aanzien van de ingangsdatum van zijn later (opnieuw) toegekende
PW-uitkering. Deze gronden hebben echter geen betrekking op het bestreden besluit, vallen daarom buiten de omvang van het geding en behoeven geen bespreking.
[eiser] heeft dan ook de inlichtingenplicht geschonden.
In de omstandigheid dat [eiser] vader ernstig ziek bleek en dat hij onverhoopt langdurig in het buitenland heeft verbleven ziet de rechtbank echter onvoldoende reden voor toepassing van deze bepaling. Dat dit een nare situatie was voor [eiser] is duidelijk. Dat hij echter op geen enkel moment het college hierover zou hebben kunnen inlichten is niet navolgbaar.
27 februari 2024 opnieuw een bijstandsuitkering heeft ontvangen en dat hij deze ook nog drie maanden heeft ontvangen nadat hij buiten de gemeente verbleef. De rechtbank ziet geen reden om [eiser] te volgen in de door hem geschetste gang van zaken ten aanzien van de bijstandsaanvraag vanwege de door hem afgelegde tegenstrijdige verklaringen. Zo heeft hij verklaard geen bijstandsaanvraag te mogen doen in december 2023, maar vervolgens verklaart hij toch in februari 2024 bij het college te vragen waarom hij nog geen uitkering heeft ontvangen. Dit is niet met elkaar te rijmen. Daar komt bij dat het college heeft verklaard dat [eiser] in december contact heeft gehad met een werkconsulent die niet bevoegd is tot het behandelen van de aanvraag. Deze werkconsulent was degene waar [eiser] regelmatig contact mee had en diens status had hem dan ook bekend kunnen zijn. Voorts heeft het college ter zitting verklaard dat het zeker geen beleid is om een bijstandsuitkering te weigeren als sprake is van een kort geding op termijn vanwege een woningontruiming. [eiser] heeft gelet hierop niet aannemelijk gemaakt dat dit bij hem wel het geval zou zijn geweest.