Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:3308

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
12 juni 2026
Publicatiedatum
12 juni 2026
Zaaknummer
AK_26_339
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 1a:1 WajongArtikel 1a:1, eerste lid, onder a, WajongArtikel 1a, eerste lid, Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing laattijdige Wajong-aanvraag wegens ontbreken duurzame beperkingen rond 18e verjaardag

Eiser, geboren in 2000 en sinds zijn 15e in Nederland, vroeg in mei 2025 een Wajong-uitkering aan. Het UWV wees de aanvraag af omdat uit medische rapporten bleek dat rond zijn 18e verjaardag en de daaropvolgende vijf jaar geen objectief vastgestelde, duurzame beperkingen aanwezig waren die arbeidsvermogen uitsloten.

Eiser voerde aan dat hij diverse lichamelijke en psychische klachten heeft sinds zijn 18e, waaronder maagklachten, hoofdpijn en trauma door mishandeling, en dat het onderzoek onzorgvuldig was omdat geen onafhankelijk deskundige werd geraadpleegd. De rechtbank oordeelde echter dat de verzekeringsartsen hun rapporten zorgvuldig en begrijpelijk hadden opgesteld en dat de medische informatie geen bewijs leverde voor beperkingen binnen de verzekerde periode.

De rechtbank concludeerde dat het UWV terecht de aanvraag heeft afgewezen en verklaarde het beroep ongegrond. Eiser krijgt geen recht op een Wajong-uitkering en het griffierecht wordt niet teruggegeven.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de Wajong-aanvraag wegens ontbreken van duurzame beperkingen rond de 18e verjaardag.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL
Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 26/339

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], uit Zwolle, eiser

en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen(UWV),
gemachtigde: [gemachtigde].

Samenvatting

Deze uitspraak gaat over een afwijzing van eisers aanvraag voor een Wajong [1] -uitkering. Eiser is het daar niet mee eens en voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het UWV de aanvraag terecht heeft afgewezen. Eiser krijgt geen gelijk en het beroep is dus ongegrond.

Inleiding

1. Eiser is geboren op [geboortedatum] 2000. Hij is op zijn 15e alleen vanuit Syrië naar Nederland gekomen. Van 2017 tot 2020 heeft hij Mbo-opleidingen gevolgd. Op 21 mei 2025 heeft hij met het formulier ‘Aanvraag beoordeling arbeidsvermogen’ een Wajong-uitkering aangevraagd. Het UWV heeft eiser vervolgens gevraagd om medische informatie. Eiser heeft informatie van de huisarts opgestuurd en op 22 juli 2025 heeft het spreekuur bij de verzekeringsarts plaatsgevonden.
1.1.
Met het besluit van 24 juli 2025 is de aanvraag afgewezen. Met het bestreden besluit van 10 december 2025 op het bezwaar van eiser is het UWV bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
1.2.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
1.3.
Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.4.
De rechtbank heeft het beroep op 7 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigde van het UWV.

Standpunten van eiser

2. Volgens eiser is de aanvraag ten onrechte afgewezen omdat hij sinds zijn 18e verjaardag verschillende gezondheidsklachten heeft en nog nooit heeft kunnen werken. Hij heeft maagklachten, waardoor hij niet normaal kan eten. Er zijn problemen bij het slikken en hij heeft last van hevige pijn op de borst. Ook moet hij vaak overgeven en heeft hij vaak last van diarree. Naast deze maagklachten heeft hij ook klachten tussen zijn schouders en nek, die zorgen voor hevige hoofdpijn, slecht zicht en evenwichtsproblemen. Ondanks onderzoeken zijn er geen oorzaken gevonden. Ook heeft hij psychische klachten overgehouden aan een mishandeling in zijn eigen huis in 2022. Door zijn gezondheidsklachten is hij veel afgevallen en kan hij ’s nachts niet slapen.
2.1.
Verder stelt eiser dat het onderzoek onzorgvuldig is geweest, omdat geen onafhankelijk deskundige is geraadpleegd. Dit was wel nodig omdat zijn medische situatie complex is. Hierdoor is onvoldoende rekening gehouden met het verloop en het chronische karakter van zijn gezondheidsklachten. Daarom verzoekt eiser om een deskundige in te schakelen.

Beoordeling door de rechtbank

3. De rechtbank is van oordeel dat het UWV de aanvraag terecht heeft afgewezen. De rechtbank licht dit als volgt toe.
Beoordelingskader
3.1.
In de regels van de Wajong staat dat iemand alleen een Wajong-uitkering kan krijgen als hij/zij jonggehandicapte is. [2] Als jonggehandicapte wordt beschouwd iemand die op of rond de 18e verjaardag door medische en objectief vast te stellen beperkingen duurzaam, dus blijvend, geen arbeidsvermogen heeft. [3] Van het ontbreken van arbeidsvermogen is sprake als iemand:
 geen taak kan uitvoeren in een arbeidsorganisatie; of
 niet over basale werknemersvaardigheden beschikt; of
 niet aaneengesloten kan werken gedurende ten minste een periode van een uur; of
 niet tenminste vier uur per dag belastbaar is, tenzij hij ten minste twee uur per dag belastbaar is en in staat is per uur ten minste een bedrag te verdienen dat gelijk is aan het minimumloon per uur. [4]
3.2.
Eiser heeft niet rond zijn 18e verjaardag ([geboortedatum] 2018) een aanvraag gedaan, maar ruim zeven jaar later. Daardoor is sprake van een zogenoemde laattijdige aanvraag. Dit betekent dat bij de beoordeling moet worden teruggekeken in de tijd. Omdat het medisch beeld met het verstrijken van de tijd steeds moeilijker is vast te stellen, ligt de bewijslast op eiser. Bij deze beoordeling moet het UWV zich niet beperken tot de situatie in het achttiende levensjaar, maar ook beoordelen of eiser in de vijf jaar daarna alsnog zijn arbeidsvermogen is verloren. Dat moet dan wel voortkomen uit dezelfde oorzaak als die op grond waarvan hij beperkingen ondervond op zijn achttiende verjaardag of tijdens studie. [5]
3.3.
Het UWV mag zijn besluiten hierover basereen op rapporten van verzekeringsartsen, maar deze rapporten moeten dan wel aan een aantal voorwaarden voldoen. Zo moeten de rapporten op een zorgvuldige manier tot stand zijn gekomen, mogen deze geen tegenstrijdigheden bevatten en moeten de daarin getrokken conclusies voldoende begrijpelijk zijn.
Verzekeringsgeneeskundige beoordeling
3.4.
In het rapport van 22 juli 2025 concludeert de verzekeringsarts dat eiser per datum aanvraag wel gezondheidsklachten en beperkingen heeft, maar dat op basis van het spreekuur en de informatie van de huisarts niet duidelijk is geworden of sprake is van ziekte of gebrek op of rond zijn 18e verjaardag of tijdens zijn studieperiode. In de informatie van de huisarts staan geen gegevens over de periode rond zijn 18e verjaardag. De buikklachten die er sinds enkele jaren zijn, zijn volgens de verzekeringsarts geduid als functionele buikklachten. Uit de informatie van de MDL-arts van oktober 2024 blijkt dat er geen aantoonbare afwijkingen zijn gevonden. Daarom kan de verzekeringsarts de ervaren belemmeringen medisch gezien onvoldoende verklaren. Voor de psychische klachten, na een mishandeling in 2022, is eiser gestart met EMDR-therapie, maar hij was toen niet meer studerend. In oktober 2024 is hij voor zijn psychische klachten doorverwezen naar Dimence, maar dat valt buiten de verzekerde periode van [geboortedatum] 2018 tot en met [geboortedatum] 2023. Bovendien bevatten de buikklachten en psychische klachten geen duurzame problematiek, omdat met adequate behandeling en natuurlijk beloop nog verbetering verwacht kan worden.
3.5.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep concludeert in het rapport van 1 december 2025 dat er geen aanleiding is om de beoordeling van de verzekeringsarts te wijzigen. De informatie van de huisarts en MDL-arts die bij het bezwaarschrift zijn overgelegd, waren al bij de beoordeling betrokken. Daarnaast is er geen nieuwe medische informatie overgelegd. Volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep is inzichtelijk en navolgbaar gemotiveerd dat de vastgestelde en beschreven medische problematiek dateert van ruim na de verzekerde periode. Daarom is er geen aanleiding om de beoordeling te wijzigen.
3.6.
De rechtbank is van oordeel dat de rapporten zorgvuldig tot stand zijn gekomen en goed zijn gemotiveerd. De rechtbank twijfelt niet aan de juistheid van de beoordeling en ziet daarom geen aanleiding om een deskundige te benoemen. Tijdens de zitting is duidelijk geworden dat eiser veel heeft meegemaakt, maar de verzekeringsartsen hebben navolgbaar gemotiveerd dat uit de medische informatie die beschikbaar is niet blijkt dat bij eiser, rondom zijn 18e verjaardag of in de periode van vijf jaar daarna, sprake was van objectief vast te stellen beperkingen die duurzaam aanwezig waren. Daarom heeft het UWV de aanvraag voor een Wajong-uitkering terecht afgewezen.

Conclusie en gevolgen

4. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.T. de Kwaasteniet, rechter, in aanwezigheid van
J.T. Boddeüs, griffier. Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hoger beroepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten.
2.Artikel 1a:1 van de Wajong.
3.Artikel 1a:1, eerste lid, onder a, van de Wajong.
4.Artikel 1a, eerste lid, van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten.
5.Zie de uitspraak van de CRvB, 20 mei 2026, met kenmerk: ECLI:NL:CRVB:2026:646