Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:3312

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
12 juni 2026
Publicatiedatum
12 juni 2026
Zaaknummer
C/08/348061 KG RK 26/251
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot wraking rechter in zaak gedeeltelijke gezagsuitoefening ongegrond verklaard

Verzoeker heeft tijdens een zitting op 21 mei 2026 een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. G.M.J. Vijftigschild, rechter belast met een zaak over gedeeltelijke gezagsuitoefening voor een medische behandeling van zijn kind. De rechter heeft het wrakingsverzoek afgewezen en schriftelijk gemotiveerd dat er geen sprake is van vooringenomenheid.

De wrakingskamer heeft het verzoek nader onderzocht en verzoeker de gelegenheid gegeven zijn standpunt schriftelijk toe te lichten. Na ontvangst van de nadere toelichting en de reactie van de rechter heeft de wrakingskamer geoordeeld dat er geen objectieve feiten of omstandigheden zijn die wijzen op partijdigheid of de schijn daarvan. De rechter voerde haar taak uit door de procesorde te bewaken en de regie te voeren, wat niet als vooringenomenheid kan worden aangemerkt.

De wrakingskamer heeft daarom het verzoek tot wraking ongegrond verklaard en dit besluit op 12 juni 2026 in het openbaar uitgesproken. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek tot wraking van de rechter is ongegrond verklaard wegens gebrek aan objectieve aanwijzingen voor vooringenomenheid.

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK OVERIJSSEL

Wrakingskamer
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer: C/08/348061 KG RK 26/251
Beslissing van 12 juni 2026
in de zaak van
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
verzoeker tot wraking.

1.De procedure

1.1.
Op 21 mei 2026 heeft verzoeker tijdens de mondelinge behandeling met gesloten deuren een verzoek tot wraking gedaan van mr. G.M.J. Vijftigschild, rechter in deze rechtbank en in de hoedanigheid van kinderrechter belast met de behandeling van de zaak die is geregistreerd onder C/08/346839 JE RK 26/566. De zaak houdt verband met een verzoek voor de gedeeltelijke gezagsuitoefening voor een medische behandeling van een kind, waarvan verzoeker tot wraking de vader is.
1.2.
Mr. Vijftigschild heeft niet berust in de wraking. Zij heeft schriftelijk op het wrakingsverzoek gereageerd. Mr. Vijftigschild heeft uitgelegd dat er in haar visie geen sprake is van (een schijn van) vooringenomenheid.
1.3.
De wrakingskamer was voornemens het wrakingsverzoek van verzoeker op 26 mei 2026 te behandelen. Bij de mondelinge behandeling is verzoeker verschenen, waarbij hij heeft aangegeven meer tijd nodig te hebben voor de voorbereiding van zijn toelichting op het wrakingsverzoek. Mr. Vijftigschild is niet verschenen en heeft dit ook op voorhand laten weten. De wrakingskamer heeft het verzoek van verzoeker tot aanhouding gehonoreerd en bepaald dat verzoeker binnen een termijn van veertien dagen zijn nadere toelichting aan de wrakingskamer moet doen toekomen, waarna mr. Vijftigschild daar op mag reageren. De wrakingskamer heeft medegedeeld dat vervolgens zal worden beoordeeld of het verzoek al dan niet op een nadere zitting zal worden behandeld. Op 4 juni 2024 heeft verzoeker zijn wrakingsverzoek schriftelijk nader toegelicht. Mr. Vijftigschild heeft daar op 8 juni 2026 schriftelijk op gereageerd, waarbij zij evenmin in de wraking heeft berust.
1.5.
De wrakingskamer acht zich gelet op de ontvangen stukken voldoende geïnformeerd en zal daarom zonder nadere mondelinge behandeling op het wrakingsverzoek beslissen.

2.De beoordeling

2.1.
De wrakingskamer moet beoordelen of de rechter partijdig is of dat de rechter die indruk heeft gewekt. Die indruk gaat niet alleen maar over het persoonlijke gevoel van verzoeker, maar moet “geobjectiveerd” zijn. Dat wil zeggen dat een willekeurige andere persoon in de plaats van verzoeker op grond van bepaalde feiten en omstandigheden óók moet hebben gedacht dat de rechter partijdig is of die schijn heeft gewekt. Het uitgangspunt is dat de rechter vanwege zijn/haar aanstelling als rechter moet worden vermoed onpartijdig te zijn. Dat kan anders zijn als zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat sprake is van (een schijn van) vooringenomenheid van de rechter tegenover verzoeker.
2.2.
De wrakingskamer stelt voorop dat het de taak is van de rechter is om regie te voeren en de goede procesorde te bewaken. Dat betekent dat het aan mr. Vijftigschild is om, binnen de grenzen van de wet, het moment te bepalen wanneer procespartijen het woord mogen voeren en aan (een van) hen naar eigen inzicht (kritische) vragen te stellen en/of (een van) hen het woord te ontnemen. Het is de wrakingskamer op basis van de inhoud van het proces-verbaal van de zitting van 21 mei 2026 niet gebleken dat sprake is van (een schijn van) vooringenomenheid van mr. Vijftigschild. Zij heeft verzoeker er na het houden van een betoog op gewezen dat zij maar één ding heeft te beoordelen: het verzoek om toestemming voor een medische behandeling. Daarna heeft verzoeker haar wegens het onderbreken van zijn betoog (en zoals verzoeker stelt door zijn spreekrecht te ontnemen) gewraakt. Verzoeker heeft dit wrakingsverzoek nader toegelicht, maar heeft naar het oordeel van de wrakingskamer geen feiten en omstandigheden aangevoerd die tot de conclusie kunnen leiden dat mr. Vijftigschil bij het voeren van de regie en het bewaken van de procesorde van (een schijn van) vooringenomenheid heeft doen blijken. Het verzoek tot wraking is daarom ongegrond.

3.De beslissing

De wrakingskamer:
- verklaart het verzoek tot wraking van mr. G.M.J. Vijftigschild ongegrond.
Deze beslissing is gegeven door de rechters mr. A. van Holten, voorzitter, mr. F. Koster en mr. C.W. Couperus-van Kooten, in tegenwoordigheid van de griffier mr. N. Klunder, en in het openbaar uitgesproken op 12 juni 2026.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.