ECLI:NL:RBOVE:2026:3312
Rechtbank Overijssel
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot wraking rechter in zaak gedeeltelijke gezagsuitoefening ongegrond verklaard
Verzoeker heeft tijdens een zitting op 21 mei 2026 een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. G.M.J. Vijftigschild, rechter belast met een zaak over gedeeltelijke gezagsuitoefening voor een medische behandeling van zijn kind. De rechter heeft het wrakingsverzoek afgewezen en schriftelijk gemotiveerd dat er geen sprake is van vooringenomenheid.
De wrakingskamer heeft het verzoek nader onderzocht en verzoeker de gelegenheid gegeven zijn standpunt schriftelijk toe te lichten. Na ontvangst van de nadere toelichting en de reactie van de rechter heeft de wrakingskamer geoordeeld dat er geen objectieve feiten of omstandigheden zijn die wijzen op partijdigheid of de schijn daarvan. De rechter voerde haar taak uit door de procesorde te bewaken en de regie te voeren, wat niet als vooringenomenheid kan worden aangemerkt.
De wrakingskamer heeft daarom het verzoek tot wraking ongegrond verklaard en dit besluit op 12 juni 2026 in het openbaar uitgesproken. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek tot wraking van de rechter is ongegrond verklaard wegens gebrek aan objectieve aanwijzingen voor vooringenomenheid.