ECLI:NL:RBOVE:2026:3315

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
22 april 2026
Publicatiedatum
13 juni 2026
Zaaknummer
C/08/339786 / HA ZA 25-365
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • H.B. de Hek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:212 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verkoper draagt risico van administratieve vergissing bij financiering leaseauto

De zaak betreft een geschil tussen een verkoper en koper over de financiering van een nieuwe leaseauto waarbij een oude leaseauto werd ingeruild. De koper had de schuld op de oude leaseauto afgelost, maar de verkoper bracht de inruilwaarde van die auto ten onrechte in mindering op de koopprijs van de nieuwe auto. De verkoper vorderde betaling van het verschil.

De rechtbank oordeelde dat uit de offertes, correspondentie en de ondertekende leaseovereenkomst blijkt dat partijen waren overeengekomen dat de inruilwaarde van de oude auto in mindering zou worden gebracht op de koopprijs van de nieuwe auto. Er was geen afspraak dat de koper dit bedrag nog eens apart moest betalen.

De verkoper kon niet aantonen dat er een aparte betalingsverplichting bestond en mocht haar administratieve vergissing niet op de koper verhalen. Ook de subsidiaire vorderingen op grond van ongerechtvaardigde verrijking, onverschuldigde betaling en redelijkheid en billijkheid werden afgewezen. De verkoper werd veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van de verkoper af en veroordeelt haar in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK Overijssel

Civiel recht
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer: C/08/339786 / HA ZA 25-365
Vonnis van 22 april 2026
in de zaak van
[eiseres] B.V.,
te [vestigingsplaats],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres],
advocaat: mr. A. Hoekman,
tegen
TDC ENGINEERING B.V.,
te Enschede,
gedaagde partij,
hierna te noemen: TDC,
advocaat: mr. M.B. Bollen.

1.De procedure

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;
- de conclusie van antwoord;
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald;
- de mondelinge behandeling van 13 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De samenvatting

2.1
TDC heeft een auto bij [eiseres] gekocht. TDC heeft de nieuwe auto onder meer betaald door het inruilen van een eigen auto. Op deze inruilauto rustte nog een schuld. TDC heeft de schuld voor [eiseres] afgelost. Volgens [eiseres] heeft zij de inruilwaarde daarna per ongeluk in mindering gebracht op de koopprijs van de nieuwe auto. Dit was een vergissing, omdat zij ook de schuld van TDC op de inruilauto heeft afgelost. [eiseres] vordert daarom betaling door TDC van de waarde van de ingeruilde auto. De rechtbank wijst de vordering af. [eiseres] heeft onvoldoende duidelijk gemaakt waaruit blijkt dat is afgesproken dat de inruilwaarde van de auto niet in aftrek zou komen op de koopprijs van de nieuwe auto. Als er een fout is gemaakt door TDC, blijven de gevolgen voor haar risico.
3 De feiten
3.1
[eiseres] verkoopt auto’s. De heer [naam 1] (hierna: [naam 1]) werkt bij TDC. TDC stelde hem een Mercedes GLS 350D (hierna: de Mercedes) ter beschikking als leaseauto. De Mercedes was door TDC gefinancierd via Mercedes-Benz Financial Services Nederland B.V. (hierna: Mercedes FS).
3.2
Rond oktober 2023 heeft TDC aan [naam 1] toestemming gegeven om de Mercedes in te ruilen voor een nieuwe leaseauto, mits kostenneutraal en tegen een leasebudget van maximaal € 1.800,00 per maand. [naam 1] heeft [eiseres] bezocht. Hij had op haar website een nieuwe BMWi7 xDrive60 (hierna: de BMW) gezien. [naam 1] heeft de BMW bekeken met verkoopadviseur [naam 2] (hierna: [naam 2]) van [eiseres]. [naam 1] heeft daarbij het maximale leasebudget aan de orde gesteld. Ook is gesproken over de inruil van de Mercedes. De inruilwaarde is door [eiseres] gewaardeerd op € 92.446,59 (later afgerond op € 92.447,00). De BMW zou volgens [naam 2] met financial lease kunnen worden bekostigd, via BMW Financial Services Nederland B.V. (hierna: BMW FS). Door [naam 2] is voorgesteld om de aflossing van de schuld van TDC op de Mercedes mee te nemen in de financiering bij BMW FS. De restschuld op de Mercedes bedroeg op dat moment € 123.448,45, inclusief eventuele kosten voor vervroegd aflossen van de restschuld.
3.3
Met een e-mail van 17 oktober 2023 heeft [eiseres] aan [naam 1] een offerte verstuurd. De offerte bevat een specificatie, waarin onder meer het volgende staat:

Specificatie BMW Financial Lease
Merk: BMW (…)
Aanschafprijs voertuig* (zie specificatie voor prijs opbouw) € 165.725,54
(-) aanbetaling € 0,00
(-) inruil € 92.446,59
(+) openstaand saldo € 0,00
-----------------------------------------------------------------------------------------------
Te financieren bedrag (geldlening) € 73.278,95
(+) kosten van de financiering (kredietvergoeding) € 16.575,85
Totaal verschuldigd bedrag € 89.854,80
(…) Maandbedrag € 1.497,58
3.4
Het bedrag dat in de offerte als “
inruil” staat genoemd, is de door [eiseres] gewaardeerde inruilwaarde van de Mercedes, exclusief btw en inclusief bpm. De begeleidende e-mail bij de offerte luidt – voor zover relevant – als volgt:

Hierbij de offerte op de BMW i7 uit voorraad leverbaar.
Hierin zou ik nog accessoires kunnen toe voegen ( zonder te leveren ) om met deze bedragen de inruilprijs hoger te maken. Zo kunnen we een deel van de aflosboete wegpoetsen in de nieuwe leaseconstructie. Dit heb ik op deze offerte nog niet gedaan.
3.5
[eiseres] heeft [naam 1] op 18 oktober 2023 een aangepaste offerte verstuurd. In de begeleidende e-mail staat onder meer het volgende:

Hierbij alvast de aangepaste offerte.
Voor het openstaande saldo van de Mercedes heb ik extra accessoires moeten toevoegen om tot deze € 126.500,- te komen. Op deze manier lease je de aflosboete mee in de BMW i7. Deze accessoires lever ik uiteraard dan niet bij de auto.
Mocht je dit akkoord vinden lossen wij de Mercedes af.”
3.6
De bijgesloten offerte vermeldt bij de specificatie het volgende:

Specificatie BMW Financial Lease
Merk: BMW (…)
Aanschafprijs voertuig* (zie specificatie voor prijs opbouw) € 180.601,56
(-) aanbetaling € 0,00
(-) inruil € 92.447,00
(+) openstaand saldo € 0,00
-----------------------------------------------------------------------------------------------
Te financieren bedrag (geldlening) € 88.154,56
(+) kosten van de financiering (kredietvergoeding) € 19.940,84
Totaal verschuldigd bedrag € 108.094,40
(…) Maandbedrag € 1.801,59
3.7
Op 27 oktober 2023 volgde nog een offerte (hierna: de laatste offerte). Daarop staat:

Specificatie BMW Financial Lease
Merk: BMW (…)
Aanschafprijs voertuig* (zie specificatie voor prijs opbouw) € 183.911,48
(-) aanbetaling € 0,00
(-) inruil € 92.447,00
(+) openstaand saldo € 0,00
-----------------------------------------------------------------------------------------------
Te financieren bedrag (geldlening) € 91.434,48
(+) kosten van de financiering (kredietvergoeding) € 20.682,72
Totaal verschuldigd bedrag € 112.117,20
(…) Maandbedrag € 1.868,62
3.8
Op 31 oktober 2023 heeft de bestuurder van TDC, de heer [naam 3] (hierna: [naam 3]), [eiseres] bezocht. [eiseres] en TDC hebben diezelfde dag overeenstemming bereikt. Diezelfde dag heeft [eiseres] een contractbundel ter ondertekening aan TDC verstuurd. De contractbundel bevat een leaseovereenkomst, een incassomachtiging ten behoeve van BMW FS en een document met algemene voorwaarden van BMW FS. De leaseovereenkomst was al ondertekend door BMW FS. Voor zover relevant bevat de leaseovereenkomst de volgende bepalingen:

5.2 Als u heeft afgesproken dat u een aanbetaling doet en/of een voertuig inruilt, moet de aanbetaling en/of het voertuig bij de dealer binnen zijn voor hij het voertuig aan u aflevert.(…)
5.2
Wij voldoen de geldlening, zoals beschreven in artikel 6, aan de dealer(…)
6.1
De geldlening is het bedrag dat u leent van ons. De geldlening kan alleen worden gebruikt voor de aankoop van het voertuig. Dit bedrag bestaat uit de koopprijs van het voertuig, eventueel verminderd met een aanbetaling en/of inruil en eventueel vermeerderd met het openstaande saldo van een lopende overeenkomst. Deze koopprijs is exclusief btw. Eventuele kortingen zijn al verrekend in dit bedrag.
6.2
Onze totale financiering aan u is als volgt opgebouwd:
Aanschafprijs voertuig (excl. btw, incl. BPM) € 183.911,48
(-) Aanbetaling € 0,00
(-) Inruil € 92.447,00
(+) Openstaand saldo € 0,00
-----------------------------------------------------------------------------------------------
Te financieren bedrag (geldlening) € 91.434,48
(+) Kosten van de financiering (kredietvergoeding) € 20.682,72
Het totale door u aan ons te betalen bedrag is € 112.117,20
(…) Maandbedrag € 1.868,62
3.9
TDC heeft deze contractbundel op 31 oktober 2023 digitaal ondertekend. De ochtend erna, op 1 november 2023 om 9:48 uur, heeft [eiseres] aan TDC een e-mail verzonden, waarin onder meer het volgende staat:

Bedankt voor het tekenen van het contract!(…)
Het enige wat mij niet lukt is de factuur opvragen bij Mercedes financial services. Hierom de vraag of jullie deze willen opvragen en naar mij door willen sturen? Ook heb ik voor de volledigheid van onze administratie een factuur nodig van de Mercedes vanuit TDC groep. Hierop staan exact de bedragen zoals op de factuur van Mercedes naar TDC groep. Dit om de facturatie kloppend te maken.
3.1
Op 14 november 2023 stuurde [eiseres] nog een e-mail aan TDC, met daarin onder meer het volgende:

Wij hebben ook een factuur nodig van de Mercedes. Hierop moet het kenteken, het chassisnummer, datum van toelating en de prijs staan. De prijs is als volgt opgebouwd:
prijs inclusief € 123.448,45 (…)
Hierna is het papierwerk rond.
3.11
Op 21 november 2023 heeft TDC de factuur van Mercedes FS met [eiseres] gedeeld. De factuur vermeldt het voor de Mercedes nog af te lossen bedrag van € 123.448,45. TDC heeft daarnaast de door [eiseres] verzochte factuur verstrekt, voor het inruilen van de Mercedes. Op de factuur stond de inruilwaarde, het kenteken, het chassisnummer en de datum van toelating van de Mercedes.
3.12
[eiseres] heeft de BMW op 14 november 2023 aan TDC geleverd. Op 5 december 2023 heeft zij, namens TDC, de schuld op de Mercedes afgelost bij Mercedes FS. TDC heeft de Mercedes aan [eiseres] geleverd. TDC heeft de btw over de BMW betaald aan [eiseres] en is gestart met het betalen van de maandelijkse termijnen aan BMW FS.
3.13
Eind 2023 heeft [eiseres] zich op het standpunt gesteld dat zij een administratieve vergissing heeft gemaakt. Deze vergissing zou eruit bestaan dat zij de Mercedes zowel voor TDC heeft afgelost, als de inruilwaarde van € 92.447,00 op de koopprijs van de BMW in mindering heeft gebracht. TDC zou daarom, volgens [eiseres], een bedrag van € 92.447,00 te weinig hebben betaald voor de BMW. Dit standpunt heeft zij eind 2023 telefonisch aan TDC meegedeeld. Er heeft daarna een gesprek tussen twee vertegenwoordigers van [eiseres] en TDC plaatsgevonden. Dit gesprek heeft niet tot een oplossing geleid. [eiseres] heeft vervolgens een gemachtigde ingeschakeld en is uiteindelijk deze procedure gestart.

4.Het geschil

4.1
[eiseres] vordert veroordeling van TDC tot betaling van € 92.447,00, vermeerderd met rente en kosten. Zij legt aan haar vordering primair ten grondslag dat TDC de overeengekomen afspraken nog moet nakomen, omdat een koopprijs van € 222.522,00 voor de BMW zou zijn overeengekomen. Volgens [eiseres] heeft TDC weliswaar betaald, onder meer door inruil van de Mercedes, maar omdat de Mercedes nog belast was met financiering die door [eiseres] is afgelost, moet TDC de inruilwaarde nog betalen. Subsidiair beroept [eiseres] zich op ongerechtvaardigde verrijking. Aan dit beroep legt zij dezelfde feiten ten grondslag. Meer subsidiair beroept [eiseres] zich op onverschuldigde betaling. Tijdens de mondelinge behandeling heeft zij toegelicht dat zij bedoelt dat het accepteren van de Mercedes als inruilauto, terwijl daar nog een door [eiseres] af te lossen schuld aan verbonden was, een onverschuldigde betaling van [eiseres] aan TDC was. Uiterst subsidiair heeft zij zich, onder verwijzing naar de eerder gestelde feiten en omstandigheden, beroepen op de beperkende werking van redelijkheid en billijkheid.
4.2
TDC betwist dat een koopprijs van € 222.522,00 is overeengekomen. Volgens TDC is afgesproken dat zij de Mercedes zou inruilen, dat zij de btw over de BMW aan [eiseres] zou betalen, en dat zij de BMW voor het overige zou betalen via de maandtermijnen van de leaseovereenkomst met BMW FS. TDC verwijst naar de correspondentie, de verschillende offertes en de ondertekende leaseovereenkomst, waarin niet wordt gesproken over een betaling van € 92.447,00 naast de maandelijkse leasetermijnen. Voorwaardelijk heeft TDC nog het verweer gevoerd van wederzijdse dwaling. Als zou komen vast te staan dat was overeengekomen dat zij, naast de btw en de leasetermijnen, een bedrag van € 92.447,00 zou hebben moeten betalen voor de BMW, dan zou zij de overeenkomst niet zijn aangegaan. TDC verwijst ter onderbouwing van haar verweer naar de financiële grens van € 1.800,00 voor de maandelijkse leasebedragen die zij aan [naam 1] had opgelegd.

5.De beoordeling

5.1
Voor de beoordeling is van belang wat partijen zijn overeengekomen. Daaruit volgt immers niet alleen of TDC te weinig heeft betaald (de primaire grondslag), maar ook of zij verrijkt is zonder dat de afspraken daarvoor een rechtvaardiging boden (de subsidiaire grondslag), en of er in de afspraken een basis is voor de gestelde aan TDC gedane betaling (de meer subsidiaire grondslag).
5.2
Uit de rechtspraak over de uitleg van overeenkomsten volgt dat bepalend is wat partijen hebben bedoeld en wat zij van elkaar mochten verwachten (HR 13 maart 1981, ECLI:NL:HR:1981:AG4158,
Haviltex). Dit kan blijken uit meerdere omstandigheden, zoals – in dit geval – de uitgebrachte offertes, de verklaringen van partijen daarover en de contractbundel die door TDC digitaal is ondertekend.
Nakoming
5.3
[eiseres] stelt dat is overeengekomen dat TDC aan [eiseres] een koopsom moest betalen van € 222.522,00. Volgens [eiseres] heeft TDC uitsluitend de btw ter hoogte van € 38.610,83 betaald en heeft [eiseres] via BMW FS een bedrag ontvangen van € 91.434,48, vanwege de financiering die TDC bij BMW FS heeft afgesloten. Om te komen tot het totaal van de koopsom, resteert daarom volgens [eiseres] nog een bedrag van € 92.476,69.
5.4
De rechtbank overweegt als volgt. In de stukken waarnaar [eiseres] verwijst, staat niet dat TDC een bedrag van € 92.476,69 of € 92.447,00 moest betalen naast de btw en de maandelijkse leasetermijnen. In de stukken waar het totaalbedrag van € 222.522,00 wordt genoemd, wordt op dit bedrag steeds een bedrag in mindering gebracht voor de inruil van de Mercedes. Ditzelfde beeld komt terug in de verschillende offertes die [eiseres] met TDC heeft gedeeld. De door [eiseres] opgevoerde aanschafprijs van de BMW varieert steeds, maar de constante in de offertes is de inruilwaarde die aan de Mercedes is toegekend, die in iedere offerte in mindering wordt gebracht op de koopprijs van de BMW. Daarbij komt dat de door [eiseres] genoemde waarde van € 222.522,00 de in de laatste offerte genoemde prijs is, die – volgens de eigen stellingen van [eiseres] – tot dit bedrag was verhoogd met niet uitgeleverde accessoires. Tegenover de stellingen van [eiseres] staat de door TDC en BMW FS ondertekende leaseovereenkomst, waarin de waarde van de Mercedes in mindering wordt gebracht op de koopprijs van de BMW. De overeenkomst vermeldt ook dat TDC de inruilauto aan [eiseres] ter beschikking moet stellen en eventuele aanbetalingen aan [eiseres] moet overmaken vóórdat [eiseres] de BMW ter beschikking zal stellen. Het staat tussen partijen vast dat TDC de Mercedes heeft ingeleverd en uitsluitend een aanbetaling heeft gedaan ter hoogte van de btw, en dat [eiseres] de BMW aan TDC ter beschikking heeft gesteld. Op basis van het voorgaande oordeelt de rechtbank dat [eiseres], in het licht van de gemotiveerde betwisting door TDC, onvoldoende gemotiveerd heeft gesteld dat is overeengekomen dat TDC aan [eiseres] nog een bedrag moest betalen van € 92.476,69.
5.5
[eiseres] heeft niet gesteld dat er naast de overeenkomst over de aanschaf van de BMW een overeenkomst is gesloten over de aflossing van de Mercedes door [eiseres], op grond waarvan op TDC nog iets aan haar moet betalen.
5.6
[eiseres] heeft bewijs aangeboden van al haar stellingen. De rechtbank laat haar niet toe tot bewijslevering, omdat [eiseres] niet heeft onderbouwd dat door haar te bewijzen feiten, als zij bewezen zouden worden geacht, tot het oordeel zouden leiden dat TDC haar op de primaire grondslag nog € 92.476,69 schuldig is.
5.7
Het voorgaande leidt ertoe dat de rechtbank de vorderingen van [eiseres] zal afwijzen, voor zover deze zijn gebaseerd op nakoming.
Ongerechtvaardigde verrijking
5.8
[eiseres] legt aan haar beroep op ongerechtvaardigde verrijking geen andere feiten ten grondslag dan hiervoor aan de orde zijn gekomen. Zij betoogt dat TDC ongerechtvaardigd is verrijkt doordat de waarde van de Mercedes in mindering is gekomen op de koopprijs van de BMW, terwijl de restschuld op de Mercedes door [eiseres] is afgelost. TDC betwist dat zij ongerechtvaardigd is verrijkt. Volgens haar vormde de overeenkomst de grondslag voor het in aftrek nemen van de waarde van de Mercedes. Ook betwist TDC de hoogte van de door [eiseres] gestelde verrijking, die volgens TDC is gebaseerd op een onjuiste waardering van de BMW.
5.9
De rechtbank overweegt als volgt. Voor een geslaagd beroep op ongerechtvaardigde verrijking is vereist dat de ene partij is verrijkt ten koste van de andere partij, zonder dat er een rechtvaardiging was voor die verrijking. Er kan dus geen sprake zijn van ongerechtvaardigde verrijking als de verrijking is overeengekomen door partijen. In de verschillende door [eiseres] uitgebrachte offertes, en in de door TDC ondertekende leaseovereenkomst, wordt steeds een bedrag op de koopsom van de BMW in mindering gebracht. Dit bedrag is gelijk aan de door [eiseres] vastgestelde inruilwaarde van de Mercedes. Daarnaast heeft [eiseres] de gestelde verrijking gebaseerd op een verkoopprijs die niet correspondeert met de daadwerkelijke waarde van de BMW. [eiseres] heeft de in de documentatie opgenomen verkoopprijs immers verhoogd met accessoires die zij niet heeft uitgeleverd. Het voorgaande leidt ertoe dat de rechtbank oordeelt dat [eiseres], in het licht van de gemotiveerde betwisting door TDC, onvoldoende gemotiveerd heeft gesteld dat rechtvaardiging ontbreekt voor het op de koopprijs in mindering brengen van de inruilwaarde van de Mercedes. Datzelfde geldt voor de stelling van [eiseres] dat TDC daardoor is verrijkt voor een bedrag van € 92.447,00.
5.1
Voor zover [eiseres] heeft bedoeld te betogen dat TDC ongerechtvaardigd is verrijkt doordat [eiseres] de restschuld op de Mercedes heeft afgelost, overweegt de rechtbank als volgt. De aflossing van de restschuld heeft op initiatief van [eiseres] plaatsgevonden. Dat volgt uit de e-mailcorrespondentie (“
Mocht je dit akkoord vinden lossen wij de Mercedes af”) en het feitelijke handelen van [eiseres]: zij heeft bij TDC de factuur opgevraagd en deze vervolgens rechtstreeks aan Mercedes FS voldaan. Dat dit de gang van zaken was, vindt bevestiging in de door [eiseres] tijdens de mondelinge behandeling afgelegde verklaring dat zij de prijs van de BMW kunstmatig heeft opgehoogd, met als doel de klant tegemoet te komen in de wens om de auto te kunnen leasen binnen het opgegeven leasebudget. De aflossing door [eiseres] past daarmee binnen het geheel aan tussen partijen overeengekomen verbintenissen. Ook in deze context heeft [eiseres] onvoldoende gemotiveerd gesteld dat rechtvaardiging ontbreekt voor de verrijking van TDC door de aflossing van de Mercedes door [eiseres]. Dat [eiseres] mogelijk een administratieve fout heeft gemaakt en deze aflossing over het hoofd heeft gezien toen zij eerst de offertes en later de leaseovereenkomst opstelde, maakt nog niet dat er geen grondslag was voor de door haar toegezegde aflossing van de Mercedes. De conclusie is dat, als TDC al is verrijkt, dat niet “ongerechtvaardigd” was in de zin van artikel 6:212 BW Pro.
5.11
[eiseres] heeft bewijs aangeboden van al haar stellingen. De rechtbank laat dat niet toe. [eiseres] heeft immers niet onderbouwd waarom door haar te bewijzen feiten, indien bewezen, tot het oordeel zouden leiden dat TDC ongerechtvaardigd is verrijkt.
5.12
Voor zover [eiseres] haar vorderingen heeft gebaseerd op ongerechtvaardigde verrijking, zal de rechtbank de vorderingen op grond van het voorgaande afwijzen.
Onverschuldigde betaling
5.13
[eiseres] legt aan haar beroep op onverschuldigde betaling geen andere feiten ten grondslag dan hiervoor aan de orde zijn gekomen. Zij betoogt dat het in aftrek brengen van de inruilwaarde van de Mercedes op de koopprijs van de BMW een onverschuldigde betaling aan [eiseres] was, omdat op de Mercedes nog een restschuld rustte. TDC betwist dat deze betaling onverschuldigd was. Volgens haar vormde de overeenkomst de grondslag voor het in aftrek brengen van de waarde van de Mercedes.
5.14
De rechtbank overweegt als volgt. Volgens [eiseres] kan ook het toekennen van een bepaalde waarde aan een inruilauto een onverschuldigde betaling zijn. Maar ook als dat zo is, blijft voor toewijzing van de vordering van [eiseres] vereist dat er geen grondslag was voor het toekennen van die waarde aan de inruilauto. Die situatie doet zich hier niet voor. In de verschillende door [eiseres] uitgebrachte offertes, en in de door TDC ondertekende leaseovereenkomst, wordt immers steeds een bedrag op de koopsom van de BMW in mindering gebracht. Dit bedrag is gelijk aan de door [eiseres] vastgestelde inruilwaarde van de Mercedes. In het licht van de gemotiveerde betwisting door TDC heeft [eiseres] daarom onvoldoende gemotiveerd gesteld dat het in aftrek nemen van dit bedrag op de koopprijs een onverschuldigde betaling aan TDC was.
5.15
[eiseres] heeft bewijs aangeboden van al haar stellingen. De rechtbank laat haar niet toe tot bewijslevering, omdat [eiseres] niet heeft onderbouwd waarom door haar te bewijzen feiten, als zij bewezen zouden worden geacht, tot het oordeel zouden leiden dat [eiseres] een bedrag van € 92.447,00 onverschuldigd heeft betaald aan TDC.
5.16
Voor zover [eiseres] haar vorderingen heeft gebaseerd op ongerechtvaardigde verrijking, zal de rechtbank de vorderingen daarom afwijzen.
Beperkende werking redelijkheid en billijkheid
5.17
[eiseres] legt aan haar beroep op de beperkende werking geen andere feiten ten grondslag dan voor de andere grondslagen. Voor een geslaagd beroep op de beperkende werking van redelijkheid en billijkheid is vereist dat de gevolgen onaanvaardbaar zijn (HR 9 januari 1998, ECLI:NL:HR:1998:ZC2540,
Gemeente Apeldoorn/Duisterhof). Dat de gevolgen niet redelijk zouden zijn, is onvoldoende voor het slagen van een dergelijk beroep (HR 25 februari 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA4942,
FNV/Maas). Dit betekent dat de rechtbank terughoudend moet zijn bij het beperken van de gevolgen van afspraken die partijen hebben gemaakt.
5.18
De rechtbank overweegt als volgt. Dat [eiseres] een administratieve vergissing heeft gemaakt, die voor haar vervelende gevolgen heeft, betekent op zichzelf niet dat de gevolgen van die fout (gedeeltelijk) voor rekening van TDC moeten komen. De gemaakte fout ligt in de risicosfeer van [eiseres]. De gestelde administratieve vergissing heeft mede kunnen ontstaan doordat [eiseres], door het kunstmatig ophogen van de koopprijs van de BMW om de aflosboete te kunnen “
wegpoetsen”, zelf een situatie heeft laten ontstaan waarin de papieren werkelijkheid niet overeenstemde met wat volgens [eiseres] de daadwerkelijke werkelijkheid was. Mede daarom staat de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid er niet aan in de weg dat TDC mogelijk voordeel heeft genoten als gevolg van de fout van [eiseres].
Slotsom
5.19
De rechtbank zal de vorderingen van [eiseres] afwijzen. De rechtbank komt daarom niet toe aan het voorwaardelijk verweer van TDC.
5.2
[eiseres] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van TDC worden begroot op:
- griffierecht
2.995,00
- salaris advocaat
2.580,00
(2 punten × € 1.290,00)
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
5.764,00

6.De beslissing

De rechtbank
6.1
wijst de vorderingen van [eiseres] af,
6.2
veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van € 5.764,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [eiseres] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.3
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.B. de Hek en in het openbaar uitgesproken op 22 april 2026.