Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:3330

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
3 juni 2026
Publicatiedatum
14 juni 2026
Zaaknummer
C/08/332668 / HA ZA 25-142
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:217 BWArt. 6:74 BWArt. 6:265 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijke ontbinding overeenkomst van opdracht wegens tekortschieten in levering gekwalificeerde leads

Power Closers sloot met meerdere zonnepanelenleveranciers overeenkomsten voor het leveren van leads en besteedde het vinden van deze leads uit aan [gedaagde]. Volgens Power Closers voldeed het merendeel van de aangeleverde leads niet aan de overeengekomen kwalificatie-eisen, wat leidde tot ingebrekestelling en gedeeltelijke ontbinding van de overeenkomst.

De rechtbank stelde vast dat partijen overeenkwamen dat [gedaagde] 75 leads zou leveren, elk met een concrete afspraakdatum en -tijd voor een adviesgesprek met zakelijke partijen die interesse hadden in zonnepanelen. [gedaagde] leverde echter slechts 17 leads die aan deze voorwaarden voldeden en erkende dat zij na ongeveer tien leads stopte met het maken van concrete afspraken.

De rechtbank oordeelde dat [gedaagde] tekortgeschoten is in de nakoming van haar verplichtingen en dat Power Closers de overeenkomst rechtsgeldig gedeeltelijk heeft ontbonden. Hierdoor ontstond een verbintenis tot terugbetaling van € 18.325,09 voor het ontbonden deel. Daarnaast is Power Closers in de gelegenheid gesteld haar schade nader te specificeren en onderbouwen, waarna [gedaagde] daarop kan reageren. De verdere beslissing is aangehouden.

Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat [gedaagde] tekortgeschoten is, de overeenkomst gedeeltelijk rechtsgeldig is ontbonden en dat terugbetaling van € 18.325,09 verschuldigd is; de schadevergoeding wordt nader behandeld.

Uitspraak

RECHTBANK Overijssel

Civiel recht
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer: C/08/332668 / HA ZA 25-142
Tussenvonnis van 3 juni 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap
POWER CLOSERS B.V.,
gevestigd in Amsterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: Power Closers,
advocaat: mr. H.L. van der Aa,
tegen
[naam 1], handelend onder de naam
[gedaagde],
wonende in [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
advocaat: mr. G.T. Poot.

1.Waar deze zaak over gaat

Power Closers heeft met meerdere zonnepanelenleveranciers overeenkomsten gesloten op basis waarvan zij tegen betaling potentiële klanten (hierna te noemen: ‘leads’) aan deze zonnepanelenleveranciers zou leveren. Power Closers heeft het vinden van deze leads vervolgens, eveneens tegen betaling, uitbesteed aan [gedaagde] . Volgens Power Closers is [gedaagde] jegens haar tekortgeschoten, omdat het merendeel van de door [gedaagde] aangeleverde leads niet voldeed aan de overeengekomen voorwaarden en/of kwalificatie-eisen. Power Closers betoogt dat zij de overeenkomst daarom rechtsgeldig (gedeeltelijk) heeft ontbonden en vordert in deze procedure terugbetaling van het door haar aan [gedaagde] betaalde bedrag dat correspondeert met het ontbonden deel van de overeenkomst. Power Closers vordert daarnaast vergoeding van de schade die zij stelt te hebben geleden, nader op te maken bij staat. [gedaagde] voert verweer.
De rechtbank wijst een tussenvonnis waarin wordt geoordeeld dat [gedaagde] jegens Power Closers is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst en dat Power Closers de overeenkomst rechtsgeldig (gedeeltelijk) heeft ontbonden, met als gevolg dat voor [gedaagde] een verbintenis tot ongedaanmaking van het ontbonden deel van de overeenkomst is ontstaan. Partijen worden in de gelegenheid zich gesteld zich nader uit te laten over de door Power Closers gestelde schade.

2.De procedure

2.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 5f, uitgebracht op 28 april 2025,
- de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 3,
- de akte wijziging eis van Power Closers met producties 6 tot en met 9,
- de akte overlegging producties van [gedaagde] met producties 4 en 5,
- de akte uitlating van [gedaagde] met productie 6,
- de akte uitlating van Power Closers met producties 10a tot en met 18,
- de mondelinge behandeling van 17 april 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt en waarbij namens Power Closers een pleitnota is voorgedragen.
2.2
Tijdens de mondelinge behandeling heeft [gedaagde] bezwaar gemaakt tegen de akte uitlating van Power Closers met producties 10a tot en met 18 en de rechtbank verzocht deze buiten beschouwing te laten. De rechtbank heeft de akte toegelaten, omdat deze op tijd
(tien dagen voor de mondelinge behandeling) in het geding is gebracht en haar omvang
(zes pagina’s) niet zodanig is dat de indiening op de laatste dag van de tiendagentermijn in strijd is met de goede procesorde. Dat ligt anders bij de – erg omvangrijke en niet gemakkelijk te doorgronden – producties. Door het late moment van indiening heeft [gedaagde] zich niet adequaat op deze producties kunnen voorbereiden. In de akte wordt ook niet concreet naar bepaalde passages in de producties verwezen, waardoor het voor [gedaagde] ook niet op voorhand duidelijk kon zijn waartegen zij zich moest verweren. De producties dateren bovendien grotendeels uit 2024. Zij hadden dus al (veel) eerder ingediend kunnen worden. Niet valt in te zien waarom dat niet is gebeurd. De producties zijn daarom buiten beschouwing gelaten wegens strijd met de goede procesorde. Alleen productie 11 heeft de rechtbank toegelaten, omdat Power Closers in de dagvaarding al naar deze productie verwijst en [gedaagde] bekend wordt geacht met de inhoud van deze productie. Het betreft immers een aan haar verstuurde mail.
2.3
Aan het eind van de mondelinge behandeling is vonnis bepaald.

3.De feiten

3.1
Power Closers is een bedrijf dat sales- en marketingdiensten verleent. Power Closers heeft met meerdere zonnepanelenleveranciers overeenkomsten gesloten op basis waarvan zij tegen betaling leads aan deze zonnepanelenleveranciers zou leveren. Power Closers heeft het vinden van deze leads vervolgens, eveneens tegen betaling, uitbesteed aan [gedaagde] . Zij is daartoe op 18 juli 2024 een overeenkomst aangegaan met [gedaagde] , waarin – voor zover nu van belang – het volgende is opgenomen:
“1. Opdrachtnemer[ [gedaagde] , toevoeging rechtbank]
zal in het kader van deze overeenkomst de volgende diensten verlenen:

Het vinden van potentiële klanten;

Het faciliteren van afspraken in de agenda van opdrachtgever
2.
Opdrachtnemer geeft eigen invulling aan hoe zij de afspraken faciliteren met gebruik van de volgende service:

Telefonische acquisitie gericht op MKB- en/of grootzakelijke bedrijven in Nederland.

Aanbod analyse

Data-enrichment potentiële klanten

Inplannen van B2B-Afspraken voor de productgroepen: ZONNEPANELEN

Terug bel verzoeken beheren.

Wekelijkse updates

24/7 e-mail en WhatsApp support.”
3.2
In de praktijk maakte [gedaagde] gebruik van telefonische acquisitie en leverde zij de leads bij Power Closers aan in de vorm van een afspraakformulier.
3.3
Op 25 oktober 2024 heeft Power Closers [gedaagde] per mail in gebreke gesteld, omdat volgens haar het merendeel van de door [gedaagde] aangeleverde leads niet voldeed aan de overeengekomen voorwaarden en kwalificatie-eisen.
3.4
Op 29 november 2024 heeft Power Closers [gedaagde] gemaild dat zij de overeenkomst gedeeltelijk ontbindt, namelijk voor zover deze betrekking heeft op de ondeugdelijke leads.

4.Het geschil

4.1
Power Closers vordert (samengevat en na wijziging van eis) dat de rechtbank [gedaagde] , voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, veroordeelt tot:
a. terugbetaling van het door haar aan [gedaagde] betaalde bedrag van € 22.618,17 in verband met de gedeeltelijke ontbinding van de overeenkomst, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente,
b. vergoeding van de door haar geleden schade wegens omzetderving, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet,
c. vergoeding van de door haar geleden schade als gevolg van schade aan haar goodwill, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet,
d. de buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente,
beperkt tot een totaalbedrag van (maximaal) € 99.500,00 te vermeerderen met de proceskosten.
4.2
[gedaagde] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Power Closers in de kosten van de procedure.
4.3
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

5.De beoordeling

De vordering tot terugbetaling
5.1
Power Closers legt aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagde] is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst. Zij stelt dat de afspraak was dat [gedaagde] 75 leads zou leveren voor in totaal negen zonnepanelenleveranciers en dat [gedaagde] slechts 17 leads heeft geleverd die voldeden aan de overeengekomen voorwaarden en kwalificatie-eisen. Power Closers betoogt dat zij de overeenkomst rechtsgeldig heeft ontbonden voor zover deze betrekking had op de overige 58 leads, en dat [gedaagde] als gevolg van deze gedeeltelijke ontbinding verplicht is tot terugbetaling van het bedrag dat Power Closers [gedaagde] voor deze
58 leads heeft betaald, te weten: € 22.618,17.
5.2
[gedaagde] betwist dat zij is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst. Zij voert aan dat zij alle overeengekomen leads heeft geleverd en dat de enkele omstandigheid dat de leads niet allemaal klant zijn geworden, niet maakt dat de leads niet aan de overeenkomst beantwoordden. Volgens [gedaagde] heeft Power Closers de overeenkomst daarom niet rechtsgeldig ontbonden, met als gevolg dat zij geen terugbetalingsverplichting jegens Power Closers heeft.
5.3
De overeenkomst tussen partijen moet worden aangemerkt als een overeenkomst van opdracht. De rechtbank zal eerst beoordelen wat partijen in het kader van deze overeenkomst zijn overeengekomen, voor zover dat voor de beoordeling van de vorderingen van belang is. Vervolgens zal de rechtbank beoordelen of [gedaagde] in de nakoming hiervan is tekortgeschoten.
Wat partijen zijn overeengekomen
- In totaal 75 leads
5.4
Power Closers stelt dat zij met [gedaagde] is overeengekomen dat [gedaagde] 75 leads aan haar zou leveren voor in totaal negen zonnepanelenleveranciers. Zes leveranciers zouden elk tien leads ontvangen en drie leveranciers zouden elk vijf leads ontvangen. Dit is tijdens de mondelinge behandeling door [gedaagde] bevestigd en daarmee niet (langer) in geschil.
- Potentiële klant voor zonnepanelen
5.5
In de overeenkomst staat dat iedere aangeleverde lead een potentiële klant voor zonnepanelen moet zijn. Volgens Power Closers betekent dit dat iedere lead 1) interesse moet hebben in specifiek zonnepanelen en 2) daadwerkelijk mogelijkheden moet hebben voor zonnepanelen. [gedaagde] heeft hier geen (concrete) andersluidende uitleg van het begrip ‘potentiële klant voor zonnepanelen’ tegenover gesteld, zodat de rechtbank uitgaat van de uitleg die Power Closers aan dit begrip geeft.
- Zakelijke partij
5.6
Power Closers stelt dat zij met [gedaagde] is overeengekomen dat [gedaagde] alleen zakelijke partijen zou benaderen en als lead zou aanleveren. Zij verwijst daarbij naar de overeenkomst van 18 juli 2024, waarin staat: “Telefonische acquisitie gericht op MKB- en/of grootzakelijke bedrijven in Nederland” en “Inplannen van B2B-Afspraken voor de productgroepen: ZONNEPANELEN”. [gedaagde] heeft dit niet gemotiveerd betwist, zodat de rechtbank dit als vaststaand aanneemt.
- Met elke lead een afspraak, op een concrete datum en tijd, voor een adviesgesprek
5.7
Partijen zijn het erover eens dat bij aanvang van de overeenkomst de afspraak is gemaakt dat [gedaagde] met elke lead een afspraak, op een concrete datum en tijd, zou maken voor een adviesgesprek tussen de betreffende lead en de zonnepanelenleverancier waarvoor de lead was bedoeld. [gedaagde] zou dat doen aan de hand van de agenda’s van de zonnepanelenleveranciers waarin ‘afspraakblokken’ voor deze adviesgesprekken waren gereserveerd. Na het inplannen van de concrete afspraak met de lead zou [gedaagde] een afspraakformulier naar Power Closers opsturen, waarop onder andere de NAW-gegevens van de lead en de gegevens van de gemaakte afspraak stonden vermeld. Power Closers zou dit formulier op haar beurt doorsturen naar de zonnepanelenleverancier, die de afspraak dan in de eigen agenda zou verwerken en zou opvolgen.
5.8
Volgens [gedaagde] is deze afspraak echter gewijzigd nadat zij ongeveer tien afspraken met leads had gemaakt. Het maken van een concrete afspraak voor een adviesgesprek werkte volgens [gedaagde] niet, omdat zij geen inzicht had in de agenda’s van de leveranciers en hierdoor niet wist wanneer een leverancier precies beschikbaar was. [gedaagde] stelt dat de afspraak toen is gaan luiden dat zij aan elke lead zou vragen in welke periode deze beschikbaar was voor een adviesgesprek en dat zij deze periode van beschikbaarheid in het afspraakformulier zou opnemen. Volgens [gedaagde] zou Power Closers of de leverancier de lead vervolgens benaderen om een concrete afspraak te maken. [gedaagde] heeft toegelicht dat zij na ongeveer tien afspraken conform deze gewijzigde afspraak is gaan handelen. Power Closers betwist dat de overeenkomst in deze zin is gewijzigd. Zij betwist dat [gedaagde] de agenda’s van de zonnepanelenleveranciers niet kon inzien en voert verder aan dat zij op geen enkel afspraakformulier een periode van beschikbaarheid heeft gezien, maar steeds alleen een concrete datum en tijd. Zij ging er dan ook van uit dat [gedaagde] deze datum en tijd steeds ook zo concreet met de betreffende lead had afgesproken.
5.9
De rechtbank is van oordeel dat [gedaagde] haar stelling dat de overeenkomst in bovengenoemde zin is gewijzigd, mede in het licht van de gemotiveerde betwisting van Power Closers, onvoldoende heeft onderbouwd. [gedaagde] heeft nauwelijks iets concreets aangevoerd over het door haar gestelde gesprek met Power Closers waarin deze gewijzigde werkwijze zou zijn overeengekomen, zoals wat er precies is besproken en hoe tot deze nieuwe werkwijze werd gekomen. Daar komt bij dat uit de door [gedaagde] overgelegde afspraakformulieren niets van deze wijziging van de overeenkomst blijkt. Er wordt in geen van de formulieren een periode van beschikbaarheid van de lead aangegeven. Integendeel, in alle formulieren (rond de zeventig) worden een concrete afspraakdatum en -tijd genoemd. [gedaagde] heeft nog aangevoerd dat zij hiermee sinds de wijziging van de overeenkomst steeds een voorstel voor een afspraak deed. Feit blijft echter dat er van de door haar gestelde wijziging van de overeenkomst niets is terug te zien in de afspraakformulieren en dat ook in geen enkel afspraakformulier staat dat de daarin vermelde afspraakdatum en -tijd slechts een voorstel betreft. De rechtbank is dan ook van oordeel dat niet komt vast te staan dat de overeenkomst tussen partijen op de door [gedaagde] gestelde wijze is gewijzigd.
[gedaagde] is tekortgeschoten
5.1
Power Closers stelt dat het merendeel van de door [gedaagde] aangeleverde leads niet voldeed aan de hiervoor genoemde voorwaarden/kwalificatie-eisen. Zij voert daartoe aan dat alle zonnepanelenleveranciers onafhankelijk van elkaar het volgende hebben teruggekoppeld:
  • bij een overgrote meerderheid van alle leads bleek er, ondanks de concrete afspraakdatum en -tijd op het afspraakformulier, helemaal geen afspraak te zijn gemaakt met de lead;
  • in een deel van de gevallen bleek de lead (daarnaast) geen mogelijkheden te hebben voor zonnepanelen of al zonnepanelen te hebben en geen interesse te hebben in en/of ruimte te hebben voor meer panelen;
  • in enkele gevallen bleek de lead (daarnaast) geen zakelijke partij te zijn.
5.11
De rechtbank overweegt als volgt. [gedaagde] heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat zij na ongeveer tien leads is gestopt met het maken van concrete afspraken voor adviesgesprekken en dat vanaf toen de op ieder afspraakformulier vermelde afspraakdatum en -tijd slechts een voorstel betrof. Hiervoor heeft de rechtbank al geoordeeld dat niet is komen vast te staan dat de overeenkomst tussen partijen is gewijzigd in de zin dat [gedaagde] dat geen concrete afspraken meer hoefde te maken. De rechtbank gaat er daarom van uit dat de afspraak is blijven luiden dat [gedaagde] voor elke lead een adviesgesprek op een concrete datum en tijd zou inplannen. Nu uit [gedaagde] ’ verklaring tijdens de mondelinge behandeling volgt dat zij dat slechts bij ongeveer tien leads heeft gedaan, komt reeds op grond hiervan vast te staan dat [gedaagde] is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de overeenkomst.
5.12
Over de twee andere door Power Closers gestelde tekortkomingen van [gedaagde] , overweegt de rechtbank nog het volgende. [gedaagde] heeft betwist dat de klachten van de zonnepanelenleveranciers iets te maken hebben met de kwaliteit van de aangeleverde leads. Zij heeft aangevoerd dat leveranciers vaak te veeleisend zijn. Power Closers heeft in reactie daarop toegelicht dat zij naar aanleiding van de klachten van de zonnepanelenleveranciers heeft gevraagd om de opnames van de telefoongesprekken met alle door [gedaagde] aangeleverde leads. [gedaagde] heeft haar daarop enkele opnames laten terugluisteren. Meer had zij er naar eigen zeggen niet meer. Naast het feit dat in geen van deze gesprekken een concrete adviesafspraak werd gemaakt, werd volgens Power Closers in deze gesprekken ook niet gecontroleerd of de persoon aan de andere kant van de lijn een zakelijke partij was en interesse had in en mogelijkheden had voor specifiek zonnepanelen. Er werd alleen in algemene zin gevraagd of er interesse bestond om te verduurzamen. Dit alles is door [gedaagde] niet betwist. Volgens [gedaagde] voldeden alle door haar aangeleverde leads niettemin aan de kwalificatie-eisen ‘potentiële klant’ en ‘zakelijke partij’. Op de vraag van de rechtbank hoe dat dan is gecontroleerd, heeft zij verklaard zij dat niet weet, omdat niet zijzelf, maar een andere partij – Binnen Verkoop Ondersteuning (hierna: BVO) – de leads regelde. In het kader van haar betwisting mocht van [gedaagde] echter op zijn minst worden verwacht dat zij dit bij BVO zou nagaan. [gedaagde] heeft de stelling van Power Closers dat meerdere van de door haar aangeleverde leads (ook) niet voldeden aan de kwalificatie-eisen ‘potentiële klant’ en ‘zakelijke partij’ daarom onvoldoende betwist. Gevolg is dat komt vast te staan dat [gedaagde] ook op deze punten is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de overeenkomst.
De omvang van de tekortkoming
5.13
Vast staat dus dat [gedaagde] is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst. De vervolgvraag is wat de omvang van deze tekortkoming is. De stelling van Power Closers is dat uiteindelijk slechts 17 leads beantwoordden aan de overeenkomst. Zij merkt op dat [gedaagde] , ook na de ingebrekestelling van 25 oktober 2024, wel steeds leads is blijven aanleveren, maar dat ook die allemaal niet voldeden aan de overeengekomen voorwaarden en/of kwalificatie-eisen. Het ‘eindsaldo’ deugdelijke leads werd dus niet hoger, aldus Power Closers. De rechtbank overweegt dat de stelling van Power Closers dat er uiteindelijk slechts 17 deugdelijke leads zijn geleverd, al voldoende komt vast te staan op grond van de verklaring van [gedaagde] dat er na ongeveer tien leads geen concrete afspraken meer zijn gemaakt, terwijl dit – zo is hiervoor overwogen – wel de afspraak was. [gedaagde] heeft hier ook niets concreets tegenover gesteld waaruit kan volgen dat zij meer dan 17 deugdelijke leads heeft geleverd. Zij heeft ook niet aangevoerd dat zij haar werkwijze na de ingebrekestelling heeft veranderd. De rechtbank volgt Power Closers daarom in haar stelling dat [gedaagde] 17 van de overeengekomen 75 leads juist heeft geleverd. Dat betekent dat [gedaagde] ten aanzien van 58 leads is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst.
Power Closers was bevoegd de overeenkomst gedeeltelijk te ontbinden
5.14
[gedaagde] is niet binnen de termijn van vier weken, zoals genoemd in de ingebrekestelling van 25 oktober 2024, alsnog deugdelijk is nagekomen. Zij is daarom in verzuim komen te verkeren. Power Closers was op 29 november 2024 dan ook gerechtigd om de overeenkomst (gedeeltelijk) te ontbinden. Aan het verweer van [gedaagde] dat de tekortkoming de ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt gaat de rechtbank voorbij. [gedaagde] heeft in dit kader namelijk in het geheel geen feiten of omstandigheden aangevoerd.
5.15
Door de gedeeltelijke ontbinding is een verbintenis ontstaan tot ongedaanmaking van de al verrichte prestaties uit hoofde van het ontbonden deel van de overeenkomst. Power Closers vordert terugbetaling van een bedrag van € 22.618,17. Anders dan waar Power Closers – naar de rechtbank begrijpt – in de dagvaarding van uitgaat, heeft zij de overeenkomst echter niet ontbonden voor zover deze betrekking had op 58 leads die niet voldeden, maar voor zover deze betrekking had op 48 leads die niet voldeden. In de ontbindingsverklaring is namelijk de volgende tabel opgenomen:
[[afbeelding]]
5.16
Power Closers heeft tijdens de mondelinge behandeling toegelicht dat zij de overeenkomst alleen heeft ontbonden voor zover deze betrekking had op ondeugdelijke leads die zij ook al had opgesomd in de ingebrekestelling. Dat waren:
  • 5 leads ten behoeve van Zonnepanelen B.V.;
  • 9 leads ten behoeve van Energie Soleil;
  • 8 leads ten behoeve van Atlas Power;
  • 8 leads ten behoeve van Kroon Energie;
  • 6 leads ten behoeve van Best Buy Solar;
  • 5 leads ten behoeve van Savo Solar;
  • 7 leads ten behoeve van [bedrijf].
De overige 10 leads die niet voldeden (5 leads ten behoeve van Solar Station en 5 leads ten behoeve van Lumex), was zij vergeten op te nemen in de ingebrekestelling en daarom heeft zij deze leads vervolgens ook buiten beschouwing gelaten in het kader van de ontbinding, zo heeft zij uitgelegd.
5.17
Gevolg is dat de overeenkomst met betrekking tot deze 10 leads niet door haar is ontbonden en dat dus ook alleen voor de in de tabel genoemde 48 leads waarop de ontbinding betrekking heeft, een verbintenis tot ongedaanmaking (terugbetaling) voor [gedaagde] is ontstaan. Power Closers heeft toegelicht dat zij de omvang van de terugbetalingsverplichting van [gedaagde] per zonnepanelenleverancier met de volgende formule heeft berekend: (het totaal aan [gedaagde] betaalde bedrag / het totaal aantal afgesproken leads) x het aantal ondeugdelijke leads. Zij heeft verder uitgelegd dat hierdoor een aan het aantal ondeugdelijke leads evenredig deel van de opstartkosten die [gedaagde] per leverancier in rekening heeft gebracht, in de omvang van de ongedaanmakingsverbintenis is verdisconteerd. Opmerking verdient nog dat Power Closers tijdens de mondelinge behandeling heeft toegelicht dat zij de gegevens in de hierboven weergegeven tabel heeft overgenomen uit de ingebrekestelling en dat – ondanks de extra leads die [gedaagde] nog heeft geleverd – het eindsaldo ‘goede’ leads niet meer hoger is geworden (vergelijk hiervoor onder 5.13.). De rechtbank leidt hieruit af dat de kolommen ‘geleverd’ en ‘gereclameerd’ ten tijde van de ontbinding niet meer representatief waren, maar de overige kolommen – in het bijzonder ‘inkoop’, ‘aantal’ en ‘goed’, waarmee door Power Closers is gerekend – wel. Dat komt ook overeen met hetgeen hiervoor onder 5.13. over het aantal deugdelijke leads is overwogen. [gedaagde] heeft de inkoopprijzen, de door Power Closers op basis daarvan gemaakte rekensommen en de uitkomsten daarvan niet weersproken, zodat de rechtbank de omvang van de terugbetalingsverplichting van [gedaagde] aan Power Closers vaststelt op het in de tabel genoemde bedrag van € 18.325,09.
Het beroep van [gedaagde] op de ‘klachtplicht’ in haar algemene voorwaarden slaagt niet
5.18
[gedaagde] heeft zich nog beroepen op de ‘klachtplicht’ uit artikel 8 van Pro haar algemene voorwaarden. Zij betoogt dat zij niet kan worden aangesproken tot terugbetaling, omdat Power Closers niet binnen de in artikel 8 gestelde Pro termijn van acht dagen na de factuurdatum heeft geklaagd over de leads. Power Closers heeft betwist dat de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden is overeengekomen. Voor de vraag of de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden is overeengekomen, geldt dat [gedaagde] ze moet hebben aangeboden en dat Power Closers ze moet hebben aanvaard (artikel 6:217 van Pro het Burgerlijk Wetboek). Niet in geschil is dat de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden niet bij het aangaan van de overeenkomst van 18 juli 2024 is overeengekomen. Anders dan [gedaagde] betoogt, rechtvaardigt de enkele omstandigheid dat onderaan de nadien door [gedaagde] verstuurde facturen naar (overigens niet nader geduide) algemene voorwaarden wordt verwezen door middel van de zin
“Voor al onze diensten gelden de algemene voorwaarden”, niet de conclusie dat hun toepasselijkheid alsnog is overeengekomen. Het beroep van [gedaagde] op artikel 8 van Pro haar algemene voorwaarden kan dus reeds om die reden niet slagen.
Schadevergoeding
5.19
Power Closers stelt dat zij ook schade heeft geleden als gevolg van de tekortkoming van [gedaagde] . Deze schade bestaat volgens haar uit de volgende posten:
  • ‘Omzetderving’: Power Closers stelt dat zij als gevolg van het tekortschieten van [gedaagde] zelf is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen jegens de zonnepanelenleveranciers en dat alle leveranciers hebben laten weten terugbetaling te (gaan) vorderen van het door hen aan Power Closers betaalde bedrag. Alle leveranciers, op [bedrijf] en Best Buy Solar na, hebben de overeenkomst met haar al in 2024 of 2025 ontbonden en terugbetaling gevorderd. Van [bedrijf] en Best Buy Solar heeft zij gehoord dat die dat ook van plan zijn. Power Closers stelt dat zij tot nu toe een bedrag van ongeveer € 2.000,00 heeft terugbetaald en dat haar openstaande schuld € 29.600,00 bedraagt.
  • ‘Schade als gevolg van schade aan haar goodwill’: Power Closers heeft toegelicht dat met ‘goodwillschade’ nadrukkelijk niet wordt bedoeld ‘schade aan haar goede naam’, maar ‘omzetschade als gevolg van het missen van vervolgopdrachten’. Power Closers stelt dat de opdrachten van de meeste zonnepanelenleveranciers een pilot vormden en dat er, na goed verloop van de pilot, vervolgopdrachten in het verschiet lagen – en waren toegezegd – die zij nu door het tekortschieten van [gedaagde] is misgelopen.
[gedaagde] heeft haar aansprakelijkheid voor deze schadeposten niet uitgesloten
5.2
[gedaagde] heeft zich beroepen op het exoneratiebeding in haar algemene voorwaarden. Zoals de rechtbank hiervoor onder 5.18. al heeft overwogen, is niet gebleken dat partijen de toepasselijkheid van algemene voorwaarden zijn overeengekomen. De rechtbank gaat hier dus aan voorbij.
5.21
Daarnaast beroept [gedaagde] zich op artikel 5 van Pro de overeenkomst van opdracht van 18 juli 2024 waarin het volgende is opgenomen:
5. Vrijwaring.
1.
Opdrachtnemer is op geen enkele wijze verantwoordelijk voor de afhandeling van de ingeschoten klanten. Specifiek wanneer de klant Opdrachtgever in gebreke stelt of aanspraak maakt op een schadevergoeding kan deze niet verhaald worden bij Opdrachtnemer.”
Ook hieraan gaat de rechtbank voorbij. Het gaat in deze procedure niet om de afhandeling van ‘ingeschoten klanten’ (leads), maar om schade als gevolg van de door [gedaagde] aangeleverde ondeugdelijke leads. Power Closers vordert in dat kader bovendien haar eigen schade. Het gaat dus niet om het verhaal van schade van klanten.
De gevorderde verwijzing naar de schadestaatprocedure
5.22
Power Closers vordert in het kader van de door haar gestelde schadeposten verwijzing naar de schadestaatprocedure. Daarover overweegt de rechtbank het volgende. Gezien hetgeen Power Closers heeft aangevoerd, is de rechtbank van oordeel dat de mogelijkheid van schade als gevolg van de tekortkoming van [gedaagde] aannemelijk is. De enkele omstandigheid dat geen van de leveranciers vooralsnog rechtsmaatregelen heeft getroffen, doet aan de aannemelijkheid hiervan – anders dan [gedaagde] heeft betoogd – niet af. Voor een verwijzing naar de schadestaatprocedure is echter ook vereist dat de schade niet dadelijk (in de hoofdprocedure) kan worden begroot. Gelet op hetgeen Power Closers heeft gesteld en gelet op de tijd die is verstreken sinds de tekortkoming van [gedaagde] (ruim anderhalf jaar), valt vooralsnog niet in te zien waarom zij de door haar gestelde schade niet al in deze procedure concreet zou kunnen maken en zou kunnen onderbouwen. De enkele stelling van Power Closers dat weliswaar een groot deel van haar schade bekend is, maar dat niet valt uit te sluiten dat de leveranciers naast wat zij in 2024 en 2025 al hebben aangekondigd te (gaan) vorderen (namelijk: terugbetaling van hetgeen zij aan Power Closers hebben betaald) ook nog schadevergoeding zullen vorderen, is in elk geval te speculatief om de zaak naar de schadestaatprocedure te verwijzen.
Slotsom
5.23
De rechtbank acht het vooralsnog mogelijk om in deze procedure te oordelen over de door Power Closers aangevoerde schadeposten. Deze zijn tot nu toe echter nauwelijks onderdeel geweest van het debat tussen partijen. Om die reden zal Power Closers in de gelegenheid worden gesteld de door haar gestelde schade als gevolg van het [gedaagde] ’ tekortschieten (nader) te specificeren, toe te lichten en met stukken te onderbouwen, waarna [gedaagde] daarop bij antwoordakte zal mogen reageren. De zaak zal daartoe worden verwezen naar de rol. De rechtbank merkt hierbij nog op dat [gedaagde] slechts gehouden kan zijn tot vergoeding van schade voor zover zij in verzuim is. Zoals hiervoor is overwogen, is [gedaagde] ten aanzien van de leveranciers Lumex en Solar Station niet in gebreke gesteld. Daarmee is [gedaagde] ten aanzien van deze twee leveranciers ook niet in verzuim geraakt. Dat betekent dat [gedaagde] niet gehouden is tot vergoeding van schade voor zover deze het gevolg is van haar tekortschieten in de levering van leads ten behoeve van deze twee leveranciers.
5.24
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

6.De beslissing

De rechtbank
6.1
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van
woensdag 1 juli 2026voor het nemen van een akte door Power Closers over wat is vermeld onder 5.23.,
6.2
bepaalt dat de zaak, nadat Power Closers de akte als bedoeld onder 6.1. heeft genomen, op de rol zal komen van vier weken daarna voor het nemen van een antwoordakte door [gedaagde] ,
6.3
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. N.P. Heisterkamp en in het openbaar uitgesproken op 3 juni 2026. (hg)