De rechtbank Overijssel heeft op 29 mei 2026 besloten de ondertoezichtstelling van een minderjarige te verlengen tot 5 juni 2027. De gecertificeerde instelling (GI) verzocht om verlenging en om regie over de omgang tussen de vader en de minderjarige, omdat de omgang momenteel stil ligt en er onduidelijkheid bestaat over de wensen van de vader.
Tijdens de zitting bleek dat de vader de zaal vroegtijdig verliet en niet terugkeerde, waardoor hij geen standpunt kon innemen over het verzoek. De kinderrechter constateerde dat het verzoek om regie over de omgang niet schriftelijk was ingediend en daarom niet kon worden behandeld. Wel werd vastgesteld dat de voorwaarden voor verlenging van de ondertoezichtstelling zijn vervuld.
De minderjarige woont bij de moeder en krijgt hulp via JeugdGGZ en een zorgboerderij, wat positieve ontwikkelingen laat zien. Desondanks is er sprake van ernstige bedreiging in haar ontwikkeling door traumagerelateerde problematiek en problematische omgangsrelaties. De communicatie tussen ouders is slecht, wat de situatie belast. De kinderrechter acht het in het belang van de minderjarige dat de GI regie blijft voeren en dat er duidelijkheid komt over de zorg- en contactregeling.