Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Overijssel
Eiser vordert betaling van een factuur van €1.270,50 voor werkzaamheden aan het voertuig van gedaagde, waaronder polijsten en interieurreiniging. Gedaagde stelt dat hij al €945 heeft betaald en weigert het resterende bedrag te voldoen vanwege vermeende schade aan het voertuig veroorzaakt door eiser.
De kantonrechter stelt vast dat tussen partijen een overeenkomst is gesloten en dat de werkzaamheden zijn uitgevoerd. Gedaagde heeft onvoldoende onderbouwd dat de schade door eiser is veroorzaakt; voorafgaand aan de werkzaamheden waren al deukjes aanwezig en gedaagde gaf toestemming om door te gaan. Het feit dat gedaagde het voertuig heeft opgehaald zonder klachten en een groot deel van de factuur heeft betaald, impliceert erkenning van de betalingsverplichting.
De kantonrechter wijst de vordering tot betaling van het openstaande bedrag van €325,50 toe, evenals een vergoeding van €48,83 voor buitengerechtelijke incassokosten en rente. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is gewezen door mr. R.F. van Aalst en op 9 juni 2026 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van het resterende factuurbedrag van €325,50, incassokosten en proceskosten.