Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
Stichting [eiser 1], uit [vestigingsplaats],
[eiser 2], uit [woonplaats],
het college van burgemeester en wethouders van Steenwijkerland,
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
en het beheer van andere zaken betrekking hebbend op de familie [eiser 2]’dat zij zich niet uitsluitend ten doel heeft gesteld om de vermogensbestanddelen van de familie te beheren. Dat de Stichting zich expliciet ten doel heeft gesteld om grafrechten te beheren, betekent naar het oordeel van de rechtbank niet dat zij zich niet kan inzetten voor familieleden die in algemene graven zijn begraven. Dit volgt naar het rechtbank uit de woorden
‘waaronder begrepen’waaruit afgeleid kan worden dat de Stichting niet een beperkende lijst van voorbeelden heeft gegeven. Het belang waar de Stichting in onderhavige zaak voor opkomt, namelijk het toekennen van een bijzondere status aan het algemene graf van [naam 1], past in haar statutaire doelstelling. Dit betekent dat de Stichting belanghebbende is bij het besluit van 26 september 2024 in de zin van artikel 1:2 van Pro de Awb en haar bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk is geacht. De beroepsgrond slaagt.
Conclusie en gevolgen
In beroep hebben de Stichting en [eiser 2] twee artikelen overgelegd en erop gewezen dat er twee officiële publicaties zijn waarin de specifieke waarde van mevrouw [naam 1] voor [plaats] wordt onderschreven. Beide artikelen zijn na het bestreden besluit verschenen in
Historie [plaats](museum [plaats]) respectievelijk in
DEELgenoot(historische kring Blaricum). Het is aan het college om een nieuwe afweging te maken en alle belangen en omstandigheden daarbij te betrekken. De rechtbank is van oordeel dat het college bij de beantwoording van de vraag of Van der Groot-Kis van groot historisch belang is geweest voor de lokale gemeenschap en/of de gemeente deze twee artikelen bij zijn heroverweging in bezwaar moet betrekken.