3.3Het oordeel van de rechtbank
Ten aanzien van het onder feit 1 en feit 2 ten laste gelegde
De rechtbank komt op grond van de redengevende feiten en omstandigheden, die in de bewijsmiddelenzijn vervat en waarop de bewezenverklaring steunt, tot een bewezenverklaring van het onder feit 1 ten laste gelegde. De rechtbank overweegt als volgt.
De feiten en omstandigheden
[slachtoffer 1] verklaart in zijn aangifte op 22 juni 2023 bij de politie dat hij meerdere keren een afspraak heeft gehad met zijn WhatsApp-contact “[alias 1]”, bij hem thuis. Hij kent [alias 1] al ongeveer anderhalf jaar via de website Kinky.nl. In de avond van 13 juni 2023 neemt [alias 1] een vriendin mee die zichzelf voorstelt als “[alias 2]”. [slachtoffer 1] en [alias 1] spreken af dat zij tussen 21:30 uur en 22:00 uur bij hem komen, voor twee uren sekswerk, voor € 800,--. Omstreeks 22:30 uur arriveren beide dames. [slachtoffer 1] krijgt van “[alias 1]” een tikkie (een betaalverzoek) van € 800,--, die hij vóóraf moet voldoen. [slachtoffer 1] maakt dit geldbedrag direct over via internetbankieren met de ING Bank-app op zijn mobiele telefoon naar het rekeningnummer [rekeningnummer 1] ten name van mevrouw [medeverdachte]. [alias 2] vraagt aan hem of hij wel eens cocaïne gebruikt. [slachtoffer 1] zag dat [alias 2] het opgevouwen papiertje voor hem hield en tegen hem zei dat hij het goedje wat in het papiertje zat op moest snuiven. [slachtoffer 1] doet dit en merkt dat hij er heel erg warm van wordt en voelt dat zijn hartslag omhoog gaat. Hij merkt dat hij relaxter en ongeremder wordt en dat het lustopwekkend werkt. [alias 2] zegt vervolgens tegen [slachtoffer 1], terwijl zij hem met een sip gezicht aankijkt, dat dit goedje eigenlijk € 50,-- kost en wel moet worden betaald. [slachtoffer 1] vindt dit geen probleem, waarop [alias 2] hem een tikkie stuurt. Hij betaalt genoemd bedrag gelijk via de ING Bank-app op zijn mijn mobiele telefoon. Het bedrag wordt overgeschreven naar het rekeningnummer van [alias 2], [rekeningnummer 2] ten name van [naam]. Daarna kletsen [slachtoffer 1], [alias 1] en [alias 2] nog wat met zijn drieën en weten zij hem over te halen om hun bezoek met nogmaals twee uren te verlengen. [slachtoffer 1] ontvangt daartoe van [alias 1] en [alias 2] een tikkie, die hij ook direct voldoet. Hij maakt € 400,-- over naar het bankrekeningnummer van [alias 1] en ook € 400,-- naar het banrekeningnummer van [alias 2]. Op het moment dat [slachtoffer 1] die transacties verricht, zitten beide dames naast hem op de bank. [slachtoffer 1] verklaart dat [alias 1] en [alias 2] hebben kunnen zien welke handelingen hij voor het overmaken van de bedragen heeft verricht. [slachtoffer 1] en [alias 2] gaan samen naar zijn slaapkamer. Hij laat zijn mobiele telefoon op de salontafel in de woonkamer liggen. [alias 1] blijft in de woonkamer en komt af en toe bij [slachtoffer 1] en [alias 2] in de slaapkamer. “We wisselen steeds van samenstelling en af”, aldus [slachtoffer 1]. [alias 2] blijft vrijwel de hele nacht bij [slachtoffer 1] en [alias 1] verblijft vaker een poos alleen in de woonkamer. Omdat [alias 1] op een gegeven moment niet meer actief meedoet, zegt zij tegen [slachtoffer 1] dat [alias 2] het voor haar betaalde deel wel op kan maken zodat de dames dus langer kunnen blijven dan is afgesproken. Net na half zeven ’s ochtends wil [alias 1] plotseling naar buiten. Zij zegt een joint te gaan roken. [alias 2] pakt vervolgens haar spullen op, kijkt [slachtoffer 1] niet meer aan en vertrekt. Het bevreemdt [slachtoffer 1] dat [alias 1] en [alias 2] zo plotseling weggaan. Hij heeft er een slecht gevoel bij. [slachtoffer 1] ziet dat zijn mobiele telefoon nog op de salontafel ligt. Als [slachtoffer 1] op zijn telefoon via de ING Bank-app naar het saldo op zijn bankrekening met rekeningnummer [rekeningnummer 3] kijkt, ziet hij dat meerdere bedragen zijn afgeschreven. [slachtoffer 1] heeft die bedragen niet zelf overgemaakt. Om 02:07:21 uur is € 1.000,-- overgemaakt naar het rekeningnummer [rekeningnummer 4] ten name van [verdachte]. Daarna, om zowel 06:34:04 uur als 06:34:34 uur, is € 4.000,-- overgemaakt naar het rekeningnummer [rekeningnummer 2] ten name van [naam] met als omschrijving “gift voor jou”. Vervolgens is daarna nog eens € 4.000,-- en om 06:35:56 uur € 3.000,-- naar datzelfde rekeningnummer overgemaakt. [slachtoffer 1] ziet dat de beide dames wegrijden. Hij wordt heel erg boos en pakt snel zijn mobiele telefoon om [alias 1] te appen. [slachtoffer 1] ziet dat alle WhatsApp-berichten die zij hem vanaf 13 juni 2024 had gestuurd, zijn verwijderd. Hij ziet dat haar mobiele telefoonnummer ook uit zijn contacten is verwijderd. [slachtoffer 1] ziet de mobiele telefoonnummers van [alias 2] nog wel in zijn telefoon staan. Hij stuurt haar om 06.55 uur een WhatsApp-bericht met de tekst: “Veel plezier met mijn geld, aangifte is onderweg” met daarbij een boze smiley.
Op de rekening van [slachtoffer 1] in de periode 13 en 14 juni 2023 is te zien dat een aantal betalingen zijn verricht aan de hand van betaalverzoeken van [medeverdachte] en verdachte. Het gaat om geldbedragen van € 700,--, € 800,--, € 50,-- en € 400,--. Daarna zijn bedragen (in totaal € 16.525,--) van de spaarrekeningen naar de lopende rekening van [slachtoffer 1] verplaatst. Het intoetsen van een code of gezichtsherkenning is daartoe vereist. Vervolgens worden vier grote bedragen overgemaakt naar de rekening van [naam]. Deze rekening staat op naam van verdachte. Het betreft driemaal € 4.000,-- en eenmaal € 3.000,--.
Vervolgens wordt een aantal van deze bedragen overgemaakt naar [rekeningnummer 1].
Het rekeningnummer [rekeningnummer 1] staat op naam van [medeverdachte].[medeverdachte] verklaart op
7 december 2023 bij de politie dat dit rekeningnummer van haar is.Het rekeningnummer [rekeningnummer 2] betreft een ZZP-rekening van [naam] en staat op naam van verdachte.Het rekeningnummer [rekeningnummer 4] staat eveneens op naam van verdachte.
Verdachte verklaart ter zitting dat zij “[alias 2]” is en dat zij samen met “[alias 1]” op 13 juni 2023 voor een seksafspraak bij [slachtoffer 1] in huis was. “We waren de hele tijd met z’n drieën”, aldus verdachte.Voorts verklaart verdachte dat “[alias 1]” medeverdachte [medeverdachte] is.
Feit 1: Diefstal door twee personen door middel van valse sleutels
De betrouwbaarheid van de verklaring van [slachtoffer 1]
De rechtbank gaat voor de bewezenverklaring van het ten laste gelegde uit van wat [slachtoffer 1] in zijn aangifte heeft verklaard. De rechtbank ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de inhoud van zijn verklaring en acht deze dan ook betrouwbaar. De verklaring van [slachtoffer 1] wordt door andere bewijsmiddelen ondersteund, namelijk een screenshot van een WhatsApp-appgesprek met [alias 2], de screenshots van de bankoverschrijvingen en het proces-verbaal van bevindingen over de geldstroom vanaf de rekening van [slachtoffer 1] op 13 en 14 juni 2023. De rechtbank acht daarin onder meer van belang wat [slachtoffer 1] verklaart over de door “[alias 2]” en “[alias 1]” aangeboden cocaïne, wat steun vindt in de bankoverschrijving van € 50,- om 23.30 uur naar de rekening van verdachte, terwijl verdachte deze bankoverschrijving van € 50,- niet kan verklaren.
Het door verdachte geschetste alternatieve scenario
Het voorgaande brengt met zich dat de rechtbank het door verdachte geschetste scenario niet volgt. Verdachte heeft op de zitting verklaard dat [slachtoffer 1] het geldbedrag van in totaal
€ 16.000,-- naar de bankrekeningen van [medeverdachte] en verdachte heeft overgemaakt wegens achterstallige betalingen in verband met eerder niet-betaalde diensten tijdens seksafspraken.. De rechtbank overweegt het volgende.
De rechtbank ziet niets in het dossier dat duidt op eerdere sessies/diensten geleverd door verdachte en [medeverdachte] die niet door [slachtoffer 1] zijn betaald. Daar komt bij dat in de omschrijving van een drietal betalingen staat “gift”, wat niet duidt op een achterstallige betaling. De WhatsApp-berichten die verdachte na haar vertrek aan [slachtoffer 1] stuurde wijzen ook geenszins in de richting van achterstallige betalingen.
Het door verdachte geschetste scenario is de rechtbank niet aannemelijk geworden en is in het licht van de bewijsmiddelen en wat hierover reeds is overwogen ongeloofwaardig.
Diefstal met valse sleutel
In de avond van 13 juni 2023 heeft [slachtoffer 1] eerst zelf een aantal geldbedragen (2x € 400,--,
€ 50,-- en € 800,--) via betaalverzoeken (tikkies) naar bankrekeningen van [medeverdachte] en verdachte overgemaakt. Hierna heeft hij zijn telefoon in de woonkamer gelaten waarna hij zelf in de slaapkamer verbleef. Verdachte heeft geen handelingen verricht omtrent de duizenden euro’s die later in de nacht van 13 op 14 juni 2023 binnen zeer kort tijdsbestek en kort vóór het plotselinge vertrek van [medeverdachte] en verdachte naar verdachtes bankrekeningen zijn overgemaakt. Evenmin is gebleken dat [slachtoffer 1] daartoe aan verdachte of een ander toestemming heeft verleend. Om dergelijke geldbedragen via internetbankeren met de ING Bank-app op een mobiele telefoon naar andere bankrekeningen te kunnen overschrijven, is een handeling als bijvoorbeeld het intoetsen van een pincode vereist. [medeverdachte] en verdachte hebben kunnen zien welke handelingen [slachtoffer 1] op zijn telefoon heeft verricht voor het overmaken van de eerdergenoemde bedragen eerder die avond. Van andere aanwezigen in de woning van [slachtoffer 1] die nacht is niet gebleken. Het kan naar het oordeel van de rechtbank daarom niet anders zijn dan dat de telefoon van verdachte met daarop de ING Bank-app door [medeverdachte] en verdachte is gebruikt om zonder toestemming met de daartoe vereiste pincode een geldbedrag van in totaal € 16.000,-- naar verdachtes bankrekeningen over te maken, met het oogmerk om zich die geldbedragen wederrechtelijk toe te eigenen. Omdat onbevoegd gebruik is gemaakt van een sleutel (de pincode), is deze sleutel vals. [medeverdachte] en verdachte hebben de diefstal door middel van een valse sleutel samen uitgevoerd. Zij waren vóór, tijdens en ná het incident samen en hebben allebei meegedeeld in de buit en zichzelf hiermee wederrechtelijk bevoordeeld. Daarom is de rechtbank van oordeel dat tussen [medeverdachte] en verdachte sprake is geweest van een voor medeplegen vereiste voldoende nauwe en bewuste samenwerking die in de kern bestond uit een gezamenlijke uitvoering en is daarmee het onder feit 1 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.
De rechtbank zal verdachte van het onder feit 2 ten laste gelegde vrijspreken. Van geweld of bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid is immers niet gebleken.
Ten aanzien van het onder feit 3 ten laste gelegde
Primair: Diefstal door twee of meer verenigde personen
De rechtbank is van oordeel dat onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is om vast te kunnen stellen dat verdachte op 16 september 2023 in [plaats] samen met een ander € 23.005,-- van [slachtoffer 2] heeft gestolen. De rechtbank kan niet vaststellen dat door verdachte of een ander enige wegnemingshandeling ten aanzien van die geldsom is verricht. [slachtoffer 2] heeft verklaard dat hij zelf de overboekingen heeft verricht. De rechtbank zal verdachte van het onder feit 3 primair ten laste gelegde vrijspreken.
De rechtbank is van oordeel dat evenmin voldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is om vast te kunnen stellen dat verdachte op 16 september 2023 in [plaats] samen met een ander [slachtoffer 2] door (bedreiging met) geweld of enige andere feitelijkheid wederrechtelijk heeft gedwongen tot het overmaken van geldbedragen. Het is de rechtbank niet gebleken dat door verdachte of een ander geweldshandelingen zijn verricht of dat hiermee is gedreigd. De rechtbank kan ook niet vaststellen dat door verdachte of een ander handelingen zijn verricht die van zodanige aard zijn dat deze in de gegeven omstandigheden leiden tot een zodanige psychische druk dat [slachtoffer 2] hieraan geen weerstand kon bieden. Het dicht op [slachtoffer 2] staan en zijn mogelijke beïnvloedbaarheid vanwege zijn verstandelijke beperking acht de rechtbank hiervoor onvoldoende. De rechtbank zal verdachte van het onder feit 3 subsidiair ten laste gelegde vrijspreken.