Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Wierden waarin een voorziening op het gebied van jeugdhulp voor haar kind is toegekend. Tijdens de zitting op 15 juni 2026 is vastgesteld dat het college het stappenplan van de Centrale Raad van Beroep niet correct heeft gevolgd. Het college heeft een te beperkte hulpvraag gehanteerd en niet vastgesteld of er sprake is van opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen of stoornissen, waaronder een mogelijke autismespectrumstoornis.
De voorzieningenrechter oordeelt dat hierdoor de aard en omvang van de benodigde hulp mogelijk niet goed zijn bepaald en dat het bestreden besluit in bezwaar geen stand zal houden. Daarom wordt een voorlopige voorziening getroffen waarbij het college wordt opgedragen een psychologisch onderzoek te laten uitvoeren naar de oorzaak van het gedrag van het kind en zich in te spannen om passende begeleiding bij de Klup te continueren, ook na de huidige indicatieperiode.
De voorlopige voorziening geldt tot zes weken na het besluit op bezwaar. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan verzoekster vergoed. De uitspraak is bindend voor de voorzieningenrechter maar niet voor een eventueel bodemgeding.