Eiser betwist de door het UWV vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid van 36,55% per 3 november 2023 na een herbeoordeling op verzoek van zijn ex-werkgever. De rechtbank beoordeelt of het UWV deze mate juist heeft vastgesteld aan de hand van medische en arbeidskundige rapporten.
De verzekeringsarts en de arts bezwaar en beroep concludeerden dat eiser beperkingen heeft door PTSS en schouderklachten, met een marginaal dagverhaal en beperkte belastbaarheid. De rechtbank stelt vast dat het dagverhaal van eiser overeenkomt met dat uit 2018, toen nog een arbeidsongeschiktheid van 80-100% werd aangenomen. De vermeende verbetering in het psychisch ziektebeeld is onvoldoende onderbouwd, mede omdat de behandeling is afgeschaald zonder dat dit duidelijk wijst op een relevante verbetering van belastbaarheid.
De rechtbank oordeelt dat het UWV onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de ontwikkeling van het ziektebeeld sinds 2018 en dat het bestreden besluit daarom niet deugdelijk is gemotiveerd. Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en het UWV opgedragen een nieuw besluit te nemen. Eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn schadeverzoek. Het UWV moet het griffierecht en proceskosten vergoeden.