Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:3477

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
9 juni 2026
Publicatiedatum
20 juni 2026
Zaaknummer
11877677 \ CV EXPL 25-2732
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:87 BWArt. 6:96 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onvoldoende geschiktheid vuilwaterpomp in chalet leidt tot schadevergoeding

D&G Chaletbouw plaatste een chalet met een vuilwaterpomp bij de woning van [partij A], bedoeld als mantelzorgwoning. [partij A] stelde dat de vuilwaterpomp ongeschikt was voor de afvalwaterstromen, wat werd bevestigd door onafhankelijke installatiebedrijven. D&G Chaletbouw betwistte dit en voerde aan dat storingen het gevolg waren van verkeerd gebruik.

De rechtbank stelde vast dat partijen een aannemingsovereenkomst hadden gesloten waarbij de vuilwaterpomp geschikt moest zijn voor het gebruik in de chalet. De deskundigenrapporten en offertes toonden aan dat de geïnstalleerde pomp technisch onjuist en storingsgevoelig was. D&G Chaletbouw was tekortgeschoten en in verzuim omdat zij niet binnen een redelijke termijn de pomp verving.

[partij A] mocht de vordering tot nakoming omzetten in een vordering tot schadevergoeding. De rechtbank wees de schadevergoeding toe op basis van de laagste offerte voor vervanging, inclusief een gedeeltelijke vergoeding voor tijdelijke huisvesting en zorgkosten voor de zoon van [partij A]. Daarnaast werden herstelkosten en buitengerechtelijke incassokosten toegewezen. De tegenvordering van D&G Chaletbouw werd afgewezen wegens verrekening.

De rechtbank veroordeelde D&G Chaletbouw tot betaling van in totaal € 5.425,38 aan schadevergoeding, € 196,02 aan herstelkosten, € 655,95 aan incassokosten, wettelijke rente en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: D&G Chaletbouw is tekortgeschoten en in verzuim, en wordt veroordeeld tot betaling van schadevergoeding, herstelkosten, incassokosten, rente en proceskosten aan [partij A].

Uitspraak

RECHTBANKOVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer: 11877677 \ CV EXPL 25-2732
Vonnis van 9 juni 2026
in de zaak van

1.[partij A1] ,

wonende in [woonplaats 1] ,
2.
[partij A2],
wonende in [woonplaats 2] ,
eisende partijen in conventie, verwerende partijen in reconventie,
hierna samen te noemen: [partij A] ,
gemachtigde: mr. S. Renardie
tegen
de besloten vennootschap
D&G CHALETBOUW B.V.,
gevestigd in Veenendaal,
gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: D&G Chaletbouw,
gemachtigde: mr. E.W. Lassche.

1.De zaak in het kort

D&G Chaletbouw heeft in opdracht van [partij A] een chalet bij de woning van [partij A] geplaatst, met daarbij een vuilwaterpomp. Volgens [partij A] is de door D&G Chaletbouw geplaatste vuilwaterpomp niet geschikt voor de chalet. In deze procedure vragen [partij A] onder andere om een schadevergoeding voor het vervangen van de ongeschikte vuilwaterpomp. D&G Chaletbouw heeft een tegenvordering ingesteld. Zij vordert betaling van het restant van een factuur voor haar werkzaamheden.

2.De procedure

2.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding, uitgebracht op 20 augustus 2025,
- de conclusie van antwoord, met daarin een tegenvordering,
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald.
2.2
[partij A] hebben vervolgens een conclusie van repliek ingediend, samen met een conclusie van antwoord in reconventie. Tijdens de mondelinge behandeling van 12 mei 2026 heeft de kantonrechter beslist dat de kantonrechter geen gelegenheid heeft gegeven voor het indienen van een conclusie van repliek, alleen maar voor een conclusie van antwoord in reconventie, en dat de conclusie van repliek daarom buiten beschouwing zal worden gelaten. De daarbij meegezonden aanvullende producties maken wel onderdeel uit van het procesdossier. Van wat tijdens de mondelinge behandeling is besproken is door de griffier aantekeningen gemaakt, beide partijen hebben daarnaast gebruik gemaakt van spreekaantekeningen.
2.3
Aan het einde van de mondelinge behandeling heeft de kantonrechter meegedeeld dat vandaag uitspraak zal worden gedaan.

3.De feiten

3.1
D&G Chaletbouw heeft in opdracht en voor rekening van [partij A] een chalet (hierna: de chalet) vlak bij de woning van [partij A] geplaatst. De chalet is bedoeld als mantelzorgwoning voor de zoon van [partij A] , die 24 uur per dag intensieve zorg nodig heeft.
3.2
In de door D&G Chaletbouw uitgebrachte offerte staat dat D&G Chaletbouw een vuilwaterpomp (hierna: de vuilwaterpomp) inclusief aftimmering in de chalet zal plaatsen, voor een bedrag van € 1.672,00 exclusief btw.
3.3
D&G Chaletbouw heeft de chalet op 5 juli 2024 opgeleverd. De aftimmering van de vuilwaterpomp, zoals genoemd in de offerte, heeft D&G Chaletbouw niet geplaatst.
3.4
Op 10 juli 2024 heeft D&G Chaletbouw een factuur gestuurd naar [partij A] met een bedrag van € 6.143,28 inclusief btw. Deze factuur hebben [partij A] voor een gedeelte van € 1.168,16 onbetaald gelaten. D&G Chaletbouw heeft voor het niet plaatsen van de betimmering een creditfactuur met een bedrag van € 250,00 naar [partij A] gestuurd.
3.5
[partij A] hebben meermaals contact opgenomen met D&G Chaletbouw vanwege storingen aan de vuilwaterpomp. [partij A] hebben deze storingen telkens zelf opgelost, of door een derde laten oplossen.
3.6
Partijen, althans hun gemachtigden, hebben uitvoerig gecorrespondeerd over onder andere de (geschiktheid van de) vuilwaterpomp. Op 15 januari 2025 heeft de gemachtigde van [partij A] een ingebrekestelling naar D&G Chaletbouw gestuurd en op 1 april 2025 heeft de gemachtigde van [partij A] aangegeven dat [partij A] niet langer nakoming van de overeenkomst willen, maar een schadevergoeding.
3.7
[partij A] hebben onder meer [bedrijf 1] (hierna: [bedrijf 1] ) en [bedrijf 2] (hierna: [bedrijf 2] ) gevraagd de geschiktheid van de vuilwaterpomp te beoordelen. [bedrijf 1] en [bedrijf 2] zijn – kort gezegd – tot de conclusie gekomen dat de vuilwaterpomp niet geschikt is voor de verschillende afvalwaterstromen uit de chalet waarop de pomp is aangesloten.
3.8
[partij A] hebben offertes opgevraagd voor het vervangen van de vuilwaterpomp. Onder andere [bedrijf 1] heeft een offerte uitgebracht, met een bedrag van € 5.619,00 inclusief btw.
4 Het geschil
In conventie
4.1
[partij A] vorderen – samengevat en na wijziging van eis – primair een verklaring voor recht dat de vordering tot nakoming is omgezet in een vordering tot vervangende schadevergoeding, en veroordeling van D&G Chaletbouw tot betaling van € 10.365,02, althans een door de kantonrechter te bepalen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente, dan wel subsidiair een schadevergoeding van € 5.619,00, te vermeerderen met de wettelijke rente. Daarnaast vorderen [partij A] in ieder geval veroordeling van D&G Chaletbouw tot betaling van herstelkosten van € 196,02, een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten en veroordeling van D&G Chaletbouw in de proceskosten. Tot slot vorderen [partij A] meer subsidiair een door de kantonrechter te bepalen schadevergoeding.
4.2
D&G Chaletbouw voert verweer.
4.3
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
In reconventie
4.4
D&G Chaletbouw vordert veroordeling van [partij A] tot betaling van € 918,12 en een bedrag van € 166,64 aan buitengerechtelijke incassokosten, beide te vermeerderen met de wettelijke rente, en met veroordeling van [partij A] in de proceskosten.
4.5
[partij A] voeren verweer.
4.6
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

5.De beoordeling

In conventie
5.1
De vordering van [partij A] gaat in de kern om de vraag of de door
D&G Chaletbouw geïnstalleerde vuilwaterpomp geschikt is voor gebruik in de situatie waarin deze is geplaatst, namelijk als afvoer van het water van de chalet.
5.2
Volgens [partij A] is de vuilwaterpomp niet geschikt voor gebruik in de chalet. Ter onderbouwing hiervan hebben [partij A] – kort gezegd – gewezen op de vele storingen die zich na het in gebruik nemen van de chalet hebben voorgedaan en de conclusies van de installatiebedrijven die zij naar de vuilwaterpomp hebben laten kijken.
5.3
D&G Chaletbouw heeft gemotiveerd betwist dat de door haar geplaatste vuilwaterpomp niet geschikt is voor gebruik in de chalet. Ter onderbouwing hiervan heeft D&G Chaletbouw verwezen naar de gebruikshandleiding van de vuilwaterpomp, waarin staat dat deze geschikt is voor meerdere aansluitpunten, waaronder een wc en meerdere afvoeren van wasbakken. Verder heeft D&G Chaletbouw aangevoerd dat niet is bewezen dat de storingen die zich hebben voorgedaan het gevolg zijn van een ongeschikt product of een slechte installatie daarvan. Volgens D&G Chaletbouw is het aannemelijk dat de storingen zijn opgetreden door verkeerd gebruik van de vuilwaterpomp door [partij A] Dit blijkt volgens D&G Chaletbouw uit het feit dat de storingen telkens eenvoudig zijn opgelost en omdat de vuilwaterpomp ook maandenlang achtereen wel goed functioneert.
5.4
De kantonrechter overweegt als volgt. Om te kunnen beoordelen of de door
D&G Chaletbouw geplaatste vuilwaterpomp geschikt is voor gebruik in de chalet, is allereerst van belang wat partijen hebben afgesproken en wat zij op basis daarvan mochten verwachten. Partijen zijn het erover eens dat zij een overeenkomst van aanneming van werk hebben gesloten, waarbij D&G Chaletbouw zich ten opzichte van [partij A] heeft verplicht een mantelzorgwoning te plaatsen, in de vorm van een chalet. Uit de overeenkomst blijkt dat in de chalet een keuken met spoelbak zal worden geplaatst, een toilet en een badkamer met douche en een wastafel. Daarbij zijn partijen overeengekomen dat
D&G Chaletbouw de chalet op de nutsvoorzieningen zou aansluiten en, als dat nodig blijkt, een vuilwaterpomp met aftimmering zou plaatsen. Tijdens de werkzaamheden is door D&G Chaletbouw geconcludeerd dat een vuilwaterpomp nodig was. Niet gesteld of gebleken is dat partijen over het type vuilwaterpomp hebben gesproken, of over de manier waarop deze geïnstalleerd zou moeten worden. De rechtbank is gelet hierop van oordeel dat [partij A] wat betreft de vuilwaterpomp mochten verwachten dat deze geschikt is voor het gebruik als zodanig in de chalet, en dus voor meerdere afvalwaterstromen.
5.5
Naar het oordeel van de kantonrechter hebben [partij A] met de verklaringen van [bedrijf 1] en [bedrijf 2] , als ook met de offertes van DAB Pumps en [bedrijf 3] , voldoende onderbouwd dat de door D&G Chaletbouw gekozen en geïnstalleerde vuilwaterpomp niet geschikt is voor het gebruik in de chalet. [bedrijf 1] en [bedrijf 2] hebben in hun rapporten duidelijk uitgelegd dat de door D&G Chaletbouw gekozen vuilwaterpomp in deze toepassing, en dus aangesloten op gecombineerde vuilwaterstromen, technisch onjuist en storingsgevoelig is en dat deze vuilwaterpomp met name geschikt is voor een individuele sanitaire installatie en voor relatief kleine afvalwaterstromen. Dat dit commerciële partijen zijn die graag hun producten willen verkopen, zoals door D&G Chaletbouw is aangevoerd, doet hier niet aan af. Dit is namelijk geen inhoudelijke betwisting van de conclusies in de rapporten. Dat geldt ook voor het standpunt van D&G Chaletbouw dat deze partijen niet deskundig zouden zijn. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, valt niet in te zien waarom deze twee installatiebedrijven niet ter zake deskundig zouden zijn. De enkele opmerking dat ze niet onafhankelijk zijn, is in ieder geval onvoldoende. Dat de vuilwaterpomp wel geschikt is voor de chalet, en dat de storingen het gevolg zijn van verkeerd gebruik door [partij A] , is door D&G Chaletbouw onvoldoende onderbouwd. [partij A] hebben namelijk betwist dat de vuilwaterpomp verkeerd gebruikt wordt en D&G Chaletbouw heeft haar standpunt hierop niet verder onderbouwd. Daar komt bij de kantonrechter dit niet aannemelijk voorkomt, gezien de conclusie van meerdere installatiebedrijven dat de vuilwaterpomp niet geschikt is voor gebruik in de chalet.
5.6
D&G Chaletbouw heeft nog aangevoerd dat zij onvoldoende tijd heeft gehad om een eigen deskundige naar de vuilwaterpomp te laten kijken, aangezien de beoordelingen van de vuilwaterpomp door [bedrijf 1] en [bedrijf 2] pas enkele weken voor de mondelinge behandeling door [partij A] zijn ingediend. D&G Chaletbouw heeft aangeboden om te bewijzen dat de vuilwaterpomp wel degelijk geschikt is voor gebruik in de chalet. De kantonrechter gaat aan dit aanbod voorbij. Hiervoor is van belang dat de beoordelingen door [bedrijf 1] en [bedrijf 2] een verdere onderbouwing zijn van het al eerder ingenomen standpunt van [partij A] dat de vuilwaterpomp niet geschikt is voor het beoogde gebruik in de chalet. Zo is de ongeschiktheid van de vuilwaterpomp tijdens de e-mailwisseling tussen partijen in oktober en november 2024 al ter sprake gekomen en is ongeschiktheid ook genoemd in de ingebrekestelling van [partij A] van 15 januari 2025. Ook blijkt dit standpunt uit de dagvaarding. Gelet daarop is er geen sprake van een nieuw ingenomen standpunt ten aanzien waarvan D&G Chaletbouw in de gelegenheid moet worden gesteld om haar verweer nader te onderbouwen. D&G Chaletbouw heeft ruimschoots de gelegenheid gehad om te onderbouwen dat de vuilwaterpomp wel geschikt is voor gebruik in de chalet. Het verweer op de zitting dat zij deze installatie in 150 andere chalets heeft toegepast en dat alleen de installatie bij [partij A] storingen geeft, komt dan ook te laat. Het had op de weg van D&G Chaletbouw gelegen om dit te onderbouwen, bijvoorbeeld met een lijst van uitgevoerde opdrachten met dezelfde toepassing.
5.7
Gelet op het voorgaande is D&G Chaletbouw tekortgeschoten in de nakoming van de tussen partijen gesloten overeenkomst.
Is D&G Chaletbouw in verzuim geraakt?
5.8
Nu is vast komen te staan dat D&G Chaletbouw is tekortgeschoten in de nakoming van de tussen partijen gesloten overeenkomst, moet beoordeeld worden of
D&G Chaletbouw in verzuim is geraakt. Die voorwaarde stelt de wet in artikel 6:87 BW Pro aan het omzetten van een vordering tot nakoming in een vordering tot (vervangende) schadevergoeding.
5.9
Volgens D&G Chaletbouw is er geen sprake van verzuim, kort gezegd omdat [partij A] nooit een redelijke termijn voor herstel hebben geboden, alleen maar onredelijke korte termijnen. Mocht er al sprake zijn van verzuim, dan heeft
D&G Chaletbouw dat verzuim gezuiverd door een passende oplossing aan te bieden, die door [partij A] is geweigerd.
5.1
De kantonrechter is van oordeel dat D&G Chaletbouw in verzuim is geraakt. Voor dit oordeel is het volgende van belang. Op 15 januari 2025 hebben [partij A] een brief naar D&G Chaletbouw gestuurd waarin zij D&G Chaletbouw een termijn van 21 dagen hebben gegeven om – kort gezegd – de vuilwaterpomp te vervangen door een geschikte vuilwaterpomp. Wat vaststaat is dat D&G Chaletbouw niet op deze brief heeft gereageerd. Dat betekent dat het verzuim van D&G Chaletbouw na de in de brief van 15 januari 2025 gestelde termijn is ingetreden. Het aanbod waarop D&G Chaletbouw zich beroept, maakt dit oordeel niet anders. Vast staat namelijk dat D&G Chaletbouw heeft aangeboden om ofwel de waarde van de vuilwaterpomp en het plaatsen daarvan te vergoeden, ofwel dezelfde vuilwaterpomp op de door [partij A] voorgestane manier te installeren. De kantonrechter is van oordeel dat [partij A] dit aanbod in redelijkheid mochten weigeren. [partij A] hebben overigens onweersproken aangevoerd dat het gesprek hierover op
10 januari 2025 heeft plaatsgevonden, en dus voor de ingebrekestelling van 15 januari 2025. Voor zover D&G Chaletbouw bedoeld heeft aan te voeren dat [partij A] door het weigeren van het aanbod van D&G Chaletbouw in schuldeisersverzuim is geraakt, gaat dit standpunt gelet op het voorgaande evenmin op.
5.11
Gelet op het voorgaande is D&G Chaletbouw tekortgeschoten in de nakoming van de tussen partijen gesloten overeenkomst en is zij daarna in verzuim geraakt. Dat betekent dat [partij A] hun vordering tot nakoming mochten omzetten in een vordering tot betaling van vervangende schadevergoeding. De gevorderde verklaring voor recht wordt toegewezen.
De omvang van de schadevergoeding
5.12
De vervangende schadevergoeding treedt in de plaats van de niet-geleverde prestatie. In het algemeen wordt de waarde bepaald aan de hand van een objectieve waarderingsmethode waarbij wordt uitgegaan van de vervangingswaarde in het economisch verkeer. Anders gezegd, de vervangende schadevergoeding moet de schuldeiser in staat stellen om de gemiste prestatie alsnog bij een derde in te kopen. De schade van
[partij A] moet dus worden begroot op het moment van omzetting.
5.13
[partij A] hebben verschillende offertes overgelegd, zonder daarbij een onderscheid te maken. Op de zitting hebben [partij A] verklaard dat zij menen dat de oplossing zoals die door [bedrijf 1] is voorgesteld en bij conclusie van antwoord in reconventie is overgelegd, passend is. Deze offerte houdt in het vervangen van de door
D&G Chaletbouw geïnstalleerde vuilwaterpomp en deze vervangen voor een geschikte oplossing voor het afvoeren/-pompen van afvalwater. Inhoudelijk heeft D&G Chaletbouw geen verweer tegen deze offerte van [bedrijf 1] gevoerd. De kantonrechter zal bij het bepalen van de hoogte van de schadevergoeding bij deze offerte – hoewel subsidiair gevorderd – aansluiting zoeken, nu deze qua kosten het laagste is en, zoals gezegd, door [partij A] is verklaard even zo goed een passende oplossing biedt voor vervanging van de vuilwaterpomp.
5.14
D&G Chaletbouw heeft aangevoerd dat er een nieuw-voor-oud correctie moet worden toegepast. De kantonrechter gaat hier niet in mee. Allereerst omdat het maar de vraag is of sprake is van een dergelijke situatie, aangezien D&G Chaletbouw een nieuwe vuilwaterpomp zou plaatsen, en niet een oude vuilwaterpomp zou vervangen. Daar komt bij dat de waardevermeerdering moet worden bezien op het niveau van de waarde van de gehele onroerende zaak en die is in dat opzicht verwaarloosbaar, althans is niet gesteld of gebleken dat van een substantiële waardevermeerdering – de hier aan te leggen maatstaf –sprake is.
5.15
[partij A] hebben ook aanspraak gemaakt op een vergoeding van de kosten voor tijdelijke huisvesting van hun zoon, op het moment dat de vuilwaterpomp in de chalet vervangen wordt. Volgens [partij A] zijn deze kosten in totaal € 1.449,00, voor drie dagen op een vakantiepark in de buurt van de woning van [partij A] , met extra hulpverlening. D&G Chaletbouw vindt dat deze vordering moet worden afgewezen.
5.16
De kantonrechter overweegt als volgt. [partij A] hebben voldoende uitgelegd dat hun zoon de onrust die het vervangen van de vuilwaterpomp met zich brengt, niet aan kan. Dat betekent dat de zoon van [partij A] tijdelijk op een andere plek moet verblijven. De kosten daarvan komen als gevolgschade voor rekening van
D&G Chaletbouw. [partij A] hebben echter onvoldoende onderbouwd waarom drie dagen (en 4 nachten) noodzakelijk is. [bedrijf 1] heeft namelijk verklaard dat zijn werkzaamheden waarschijnlijk 2 of 3 dagen in beslag zullen nemen. Gelet hierop gaat de kantonrechter ervan uit dat maximaal twee nachten in een vakantiewoning voldoende zullen zijn. Dat de vakantiewoning niet voor een kortere periode geboekt kan worden komt voor risico van [partij A] De extra kosten voor de nachtzorg zullen eveneens voor de periode van twee nachten worden toegewezen. De kantonrechter is van oordeel dat niet van [partij A] verwacht hoeft te worden dat zij de nachtzorg zelf op zich nemen als hun zoon elders verblijft. Gelet hierop zal de kantonrechter de helft van de gevorderde schadevergoeding toewijzen, overeenkomend met twee nachten in een vakantiewoning en de daarvoor benodigde extra zorg, wat neer komt op een bedrag van € 724,50.
Herstelkosten
5.17
[partij A] maken aanspraak op vergoeding van herstelkosten die zij hebben gemaakt op 9 juli 2025, toen zij voor een storing aan de vuilwaterpomp een servicemonteur hebben ingeschakeld. Deze kosten komen op grond van artikel 6:96 BW Pro voor vergoeding in aanmerking, nu het enige verweer van D&G Chaletbouw is dat zij niet in verzuim is geraakt. Hiervoor heeft de kantonrechter geoordeeld dat dit wel het geval is. Deze vordering zal dan ook worden toegewezen.
Conclusie
5.18
De verklaring voor recht zal worden toegewezen. De schadevergoeding is toewijsbaar tot een bedrag van € 6.343,50 (€ 5.619,00 + 724,50). Ten aanzien van de vordering in reconventie hebben [partij A] een beroep gedaan op verrekening, de kantonrechter komt hierop in rechtsoverweging 5.23. terug. Verder wordt een bedrag van € 196,02 aan herstelkosten toegewezen.
5.19
Tegen de gevorderde wettelijke rente is door D&G Chaletbouw geen specifiek verweer gevoerd, zodat deze als op de wet gegrond zal worden toegewezen, nu D&G Chaletbouw in verzuim is met betaling van een geldsom. De wettelijke rente zal evenwel vanaf de dag van dagvaarding worden toegewezen, nu door [partij A] onvoldoende is onderbouwd dat D&G Chaletbouw op een eerder moment in verzuim is geraakt ten aanzien van de betaling van schadevergoeding.
Buitengerechtelijke incassokosten
5.2
[partij A] vorderen vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). [partij A] hebben voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. [partij A] hebben daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Daarom zal een bedrag van € 655,95 worden toegewezen.
In reconventie
5.21
D&G Chaletbouw vordert betaling van het restant van een factuur die zij naar [partij A] gestuurd heeft, als ook een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten.
5.22
De kantonrechter is van oordeel dat de vordering van D&G Chaletbouw in beginsel toewijsbaar is. [partij A] hebben namelijk aangevoerd dat zij bevoegd waren betaling van het restant van de factuur van D&G Chaletbouw op te schorten, maar opschorting ontslaat [partij A] niet van hun betalingsverplichting. Datzelfde geldt voor het feit dat D&G Chaletbouw is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen.
5.23
[partij A] hebben echter ook een beroep gedaan op verrekening. Dat beroep slaagt. Dat betekent dat de vordering in reconventie tenietgaat en zal worden afgewezen. Dit geslaagde beroep op, in eerste instantie, opschorting en vervolgens verrekening brengt ook mee dat de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente worden afgewezen.
In conventie en in reconventie
5.24
Gezien de verrekening van het in conventie en in reconventie toe te wijzen bedrag zal in conventie een bedrag van € 5.425,38 (€ 6.343,50 – € 918,12) aan schadevergoeding worden toegewezen.
De proceskosten
5.25
D&G Chaletbouw is in conventie grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [partij A] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
148,04
- griffierecht
257,00
- salaris gemachtigde
864,00
(2 punten × € 432,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.413,04
5.26
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
5.27
Omdat de vordering in reconventie zonder verrekening zou zijn toegewezen, en [partij A] in reconventie dus in het ongelijk zouden zijn gesteld, moeten zij de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van D&G Chaletbouw worden begroot op € 216,00 aan salaris gemachtigde en op € 108,00 aan nakosten.
5.28
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

6.De beslissing

De kantonrechter
In conventie
6.1
verklaart voor recht dat [partij A] hun vordering tot nakoming rechtsgeldig hebben omgezet in een vordering tot schadevergoeding,
6.2
veroordeelt D&G Chaletbouw om aan [partij A] te betalen een bedrag van € 5.425,38 aan schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het toegewezen bedrag, vanaf 20 augustus 2025 tot de dag van volledige betaling,
6.3
veroordeelt D&G Chaletbouw om aan [partij A] te betalen een bedrag van € 196,02 aan herstelkosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het toegewezen bedrag, vanaf 20 augustus 2025 tot de dag van volledige betaling,
6.4
veroordeelt D&G Chaletbouw om aan [partij A] te betalen een bedrag van € 655,95 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro, vanaf de veertiende dag na de datum van dit vonnis, tot de dag van volledige betaling,
6.5
veroordeelt D&G Chaletbouw in de proceskosten van € 1.413,04, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als D&G Chaletbouw niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.6
veroordeelt D&G Chaletbouw tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
6.7
wijst het meer of anders gevorderde af,
In reconventie
6.8
wijst de vordering af,
6.9
veroordeelt [partij A] in de proceskosten van € 324,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [partij A] niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
In conventie en in reconventie
6.1
verklaart dit vonnis – met uitzondering van hetgeen is beslist onder 6.1., 6.7. en 6.8. – uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.W. Eshuis en in het openbaar uitgesproken op 9 juni 2026. (wv)