Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:3480

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
10 juni 2026
Publicatiedatum
21 juni 2026
Zaaknummer
C/08/347651 / HA ZA 26-155
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWArt. 6:119 BWArt. 706 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtbank bevestigt rechtsgeldige buitengerechtelijke ontbinding aannemingsovereenkomst en toewijzing schadevergoeding

Eiser vordert een verklaring voor recht dat de tussen partijen gesloten aannemingsovereenkomst rechtsgeldig buitengerechtelijk is ontbonden, alsmede betaling van een geldsom, vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten, beslagkosten en ontbindingsschade.

De rechtbank oordeelt dat eiser voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht en kent daarom vergoeding van incassokosten toe. Tevens worden beslagkosten conform artikel 706 Rv Pro toegewezen. De gevorderde wettelijke rente over de ontbindingsschade wordt slechts toegewezen vanaf de dagvaarding, omdat niet is gebleken van een aanmaning vooraf.

De rechtbank verklaart de ontbinding rechtsgeldig en veroordeelt Senzora tot betaling van de hoofdsom, ontbindingsschade, incassokosten, beslagkosten en proceskosten. Daarnaast wordt een maandelijkse vergoeding toegekend voor de periode dat eiser niet in de chalet kan wonen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: De rechtbank verklaart de buitengerechtelijke ontbinding rechtsgeldig en veroordeelt Senzora tot betaling van schadevergoeding, incassokosten, beslagkosten en proceskosten aan eiser.

Uitspraak

RECHTBANK Overijssel

Civiel recht
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer: C/08/347651 / HA ZA 26-155
Vonnis van 10 juni 2026
in de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
advocaat: mr. R. de Vries,
tegen
de besloten vennootschap
SENZORA CHALETBOUW B.V.,
gevestigd te Hardenberg,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Senzora,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- het tegen Senzora verleende verstek.
1.2
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1
[eiser] heeft gevorderd zoals is vermeld in de dagvaarding waarmee deze procedure is ingeleid. De inhoud van deze dagvaarding moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.
2.2
[eiser] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). [eiser] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. [eiser] heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. [eiser] heeft het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten vermeerderd met btw. Omdat [eiser] geen ondernemer is, wordt de vergoeding verhoogd met btw. Daarom zal een bedrag van € 1.285,63 worden toegewezen. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten zal eveneens worden toegewezen.
2.3
De rechtbank begrijpt dat [eiser] de beslagkosten van Senzora wil vorderen. Deze vordering is gelet op het bepaalde in artikel 706 Rv Pro toewijsbaar. De beslagkosten worden vastgesteld op € 1.408,49 voor kosten deurwaardersexploten, € 341,00 voor griffierecht en € 836,00 voor salaris advocaat (1,0 punt(en) × € 836,00), totaal € 2.585,49.
2.4
[eiser] maakt aanspraak op de wettelijke rente over haar vorderingen. De gevorderde wettelijke rente is echter niet toewijsbaar vanaf de door [eiser] genoemde datum ten aanzien van de vordering op grond van ontbindingsschade van € 7.067,45.
2.4.1
[eiser] vordert de wettelijke rente over zijn vordering van € 7.067,45 vanaf 28 januari 2026. Niet gebleken is dat [eiser] bij brief van 20 januari 2026 of anderszins, Senzora heeft aangemaand bovenstaand bedrag te betalen. Senzora is wat betreft deze vordering dus niet in verzuim komen te verkeren. De rechtbank zal de wettelijke rente over € 7.067,45 daarom toewijzen vanaf de datum van dagvaarding, 1 april 2026.
2.5
De vordering komt de rechtbank voor het overige niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal als volgt worden toegewezen.
De proceskosten
2.6
Senzora is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
153,02
- griffierecht
1.073,00
- salaris advocaat
836,00
(1 punt × € 836,00)
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.251,02

3.De beslissing

De rechtbank
3.1
verklaart voor recht dat de tussen partijen gesloten overeenkomst van aanneming van werk op 28 januari 2026 rechtsgeldig buitengerechtelijk gedeeltelijk is ontbonden,
3.2
veroordeelt Senzora om aan [eiser] te betalen
een bedrag van € 28.750,00 te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro met ingang van 28 januari 2026 tot de dag van volledige betaling,
een bedrag van € 7.067,45 aan ontbindingsschade berekend tot en met maart 2026 te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro met ingang van 1 april 2026 tot de dag van volledige betaling,
een bedrag van € 1.285,63 inclusief btw aan buitengerechtelijke incassokosten te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro met ingang van 28 januari 2026 tot de dag van volledige betaling,
3.3
veroordeelt Senzora om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 1.413,49 voor iedere maand na maart 2026 dat [eiser] niet in de chalet kan wonen te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro met ingang van de respectieve maand,
3.4
veroordeelt Senzora om aan [eiser] te betalen de overige ontbindingsschade, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, met betrekking tot het afbouwen van de chalet,
3.5
veroordeelt Senzora in de beslagkosten, tot op heden vastgesteld op € 2.585,49, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over dit bedrag met ingang van de vijftiende dag na betekening van het vonnis tot de dag van volledige betaling,
3.6
veroordeelt Senzora in de proceskosten van € 2.251,02 te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Senzora niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.7
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
3.8
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.F. van Aalst en in het openbaar uitgesproken op 10 juni 2026.