Uitspraak
RECHTBANK Overijssel
Ailant Bouwtech B.V.,
1.[gedaagde 1] B.V.,
2.
[gedaagde 2] B.V.,
3.
[gedaagde 3],
Rechtbank Overijssel
De curator in het faillissement van Ailant Bouwtech B.V. vordert dat drie bestuurders hoofdelijk aansprakelijk worden gesteld voor het faillissementstekort op grond van artikel 2:248 BW Pro. De bestuurders verschenen niet in de procedure, waarna verstek werd verleend. De curator stelt dat het bestuur kennelijk onbehoorlijk heeft gehandeld door niet te voldoen aan administratie- en publicatieplicht, wat heeft bijgedragen aan het faillissement.
De rechtbank oordeelt dat de vorderingen toewijsbaar zijn omdat de bestuurders niet zijn verschenen en de feiten niet zijn weersproken. Het faillissementstekort bedraagt voorlopig € 544.948,86, exclusief boedelschulden en faillissementskosten. Er is conservatoir beslag gelegd op het aandeel van één bestuurder in een woning.
De rechtbank veroordeelt de bestuurders hoofdelijk tot betaling van het faillissementstekort, een voorschot van € 350.000, de beslagkosten van € 4.239,28 (alleen tegen de bestuurder op wiens aandeel beslag is gelegd) en de proceskosten van € 5.669,24, te vermeerderen met wettelijke rente bij niet-tijdige betaling. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart drie bestuurders hoofdelijk aansprakelijk voor het faillissementstekort en veroordeelt hen tot betaling van het tekort, voorschot, beslagkosten en proceskosten.