Uitspraak
RECHTBANK Overijssel
1.[partij A1],
2.
[partij A2],
- de dagvaarding van 20 mei 2025 met producties;
- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in voorwaardelijke reconventie van 9 juli 2025 met producties;
- de conclusie van antwoord in voorwaardelijke reconventie van 17 september 2025;
- productie 10 van de zijde van [partij A] van 2 december 2025;
- de mondelinge behandeling van 8 december 2025, waarbij de advocaten spreekaantekeningen hebben voorgedragen en de griffier aantekeningen heeft gemaakt van wat verder is besproken.
2.De feiten
- van 1973 tot 1989 is het Perceelgedeelte door hun rechtsvoorgangers onafgebroken gebruikt als tuin;
- sinds 1989 is het Perceelgedeelte onafgebroken gebruikt als terras bij de brasserie.
- sinds 1989 hebben zij het Perceelgedeelte onafgebroken geëxploiteerd als terras bij de brasserie, met 25 tafels en 80 stoelen;
- sinds 1989 hebben zij het Perceelgedeelte onderhouden door regelmatig te vegen, de aanwezige beplanting te snoeien en te verzorgen en onkruid te verwijderen;
- in 1989 hebben zij verlichting aangebracht op het Perceelgedeelte;
- in 1993 hebben zij de fontein op het Perceelgedeelte gerestaureerd en voorzien van een eigen watersysteem;
- sinds 1989 vormt het Perceelgedeelte een optische eenheid met de brasserie.
daadwerkelijkafspraken met de Gemeente zijn gemaakt over het gebruik van het Perceelgedeelte, kan in dit geval in het midden blijven. Ook als de ouders van [partij A], toen zij het Perceelgedeelte in 1989 in gebruik namen,
in de veronderstelling verkeerdendat er over dit gebruik afspraken waren gemaakt met de Gemeente, zijn zij immers houders voor de Gemeente geworden en is van inbezitneming in 1989 hoe dan ook geen sprake geweest. Die situatie doet zich hier voor. Daartoe is het volgende redengevend.
alle bestaande afspraken tussen de gemeente Zwolle en [bedrijf] rondom het plein blijven gehandhaafd. Dit houdt in dat wij/en of onze eventuele opvolgers van het plein gebruik mogen blijven maken als verlengstuk van onze bedrijfsvoering, vrij van precariobelasting of andersoortige belastingen aan de gemeente. Wij en/of degene na ons onderhouden het plein zoals wij dat al 31 jaar doen;
ons bordes zal op 5 meter van onze gevel recht worden afgelijnd over de gehele breedte van het plein. De paar meter die wij hier mee zouden, winnen worden ons eigendom overgedragen. Daarmee krijgen wij een rechte kavel.”
- de gemeente heeft in 1991 een hekwerk rondom het Perceelgedeelte geplaatst, de sleutel van dit hekwerk aan de ouders van [partij A] gegeven en hen daarmee in staat gesteld het Perceelgedeelte af te sluiten voor iedereen, dus ook voor de Gemeente zelf;
- de gemeente heeft het Perceelgedeelte in 2009 op de situatietekening bij de drank- en horecavergunning aangeduid als: “Terras circa 100 m2 (eigen terrein)”;
- in het bestemmingsplan van 2013 heeft het Perceelgedeelte de bestemming “enkelbestemming tuin -1”, een tuin hoort volgens de planvoorschriften altijd bij een op aangrenzende grond gelegen hoofdgebouw en dat kan alleen het gebouw van de brasserie zijn;
- de gemeente heeft in reactie op het bezwaarschrift tegen de precariobelasting in 2016 geantwoord: “(…) gelet op het feit dat er tot op heden geen precariobelasting voor het terras is opgelegd en dat ook op de situatietekening bij de Drank- en Horecavergunning uit 2009 blijkt dat de gemeente de grond heeft beschouwd als eigen terrein behorende bij [adres], mocht u erop vertrouwen dat aan u geen aanslag precariobelasting opgelegd zou worden”.