Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:3497

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
18 juni 2026
Publicatiedatum
22 juni 2026
Zaaknummer
12202391 \ CV EXPL 26-1214
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing ontruimingsvordering wegens aanwezigheid harddrugs in gehuurde woning

WBO Wonen vordert ontruiming van een woning die sinds januari 2022 wordt gehuurd door [gedaagde], vanwege de vondst van 880 gram speed in de vriezer tijdens een politie-inval op 15 januari 2026. De politie trof geen aanwijzingen voor handel aan en er was geen sprake van overlast in de buurt.

[gedaagde] erkent de aanwezigheid van de drugs, maar stelt dat deze door een derde persoon zonder haar medeweten in de woning is geplaatst en dat zij direct heeft geprobeerd de drugs te laten verwijderen. Zij betwist ook dat zij is aangehouden en wijst op inconsistenties in de bestuurlijke rapportage.

De kantonrechter oordeelt dat de aanwezigheid van een dergelijke hoeveelheid harddrugs een ernstige tekortkoming in de huurovereenkomst kan opleveren, maar dat er in dit kort geding onvoldoende bewijs is om vast te stellen dat [gedaagde] langer dan enkele uren op de hoogte was. Gezien het verweer en het ontbreken van aanvullende bewijslevering is er te veel twijfel over de kans van slagen van de vordering in de bodemprocedure. Daarom wordt de ontruimingsvordering afgewezen en wordt WBO Wonen veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De vordering tot ontruiming wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs dat huurder langer dan enkele uren op de hoogte was van de drugs.

Uitspraak

RECHTBANKOVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Enschede
Zaaknummer: 12202391 \ CV EXPL 26-1214
Vonnis in kort geding van 18 juni 2026
in de zaak van
de stichting
STICHTING WBO WONEN,
gevestigd en kantoorhoudende in Oldenzaal,
eisende partij, hierna te noemen WBO Wonen,
gemachtigde: mr. M. Douwenga,
tegen
[bewindvoerder], handelend onder de naam
[bedrijf 1], tevens handelend onder de naam
[bedrijf 2], in hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [gedaagde] ,
wonende in [woonplaats] ,
gedaagde partij, hierna te noemen de bewindvoerder, respectievelijk [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. M.D. Ubbink.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 21 mei 2026;
- de producties van de zijde van de bewindvoerder;
- de mondelinge behandeling van 4 juni 2026, waar beide partijen pleitaantekeningen hebben overgelegd en waar de griffier aantekeningen heeft gemaakt van wat er is besproken;
1.2.
Ten slotte heeft de kantonrechter bepaald dat vandaag vonnis zal worden gewezen.

2.De feiten

2.1.
[gedaagde] huurt sinds 12 januari 2022 de woning aan [adres] van WBO Wonen. Op de huurovereenkomst zijn de Algemene Huurvoorwaarden van WBO Wonen van toepassing.
2.2.
Op 15 januari 2026 is de politie de woning van [gedaagde] binnengevallen. Daarbij heeft de politie in de vriezer een plastic tas met 880 gram speed gevonden.
2.3.
WBO Wonen heeft in maart 2026 de bestuurlijke rapportage van 12 februari 2026 van de politie ontvangen, waarin staat:
“(…) Door de politie is er op 15 januari 2026 een doorzoeking gedaan in de woning “[adres]. (…)
Tijdens deze doorzoeking troffen politiemedewerkers een plastic Albert Heijn tas aan in de vriezer. Bij de politiemedewerkers is het ambtshalve bekend dat men speed (amfetamine) in de vriezer moet bewaren.
Toen de politiecollega’s deze tas openden, zagen zij een pakket met witte pasta. Na later onderzoek bleek dit vermoedelijk om 880 gram speed (amfetamine) te gaan. Deze drugs zijn in beslag genomen en de bewoonster, (…), werd hiervoor aangehouden.
In de woning vonden de politiecollega’s verder nog een gebruikshoeveelheid cannabis.
Verder zijn in de woning geen spullen aangetroffen die duiden op mogelijke handel.”
2.4.
Na ontvangst van de bestuurlijke rapportage heeft tussen de gemeente Oldenzaal, WBO Wonen en [gedaagde] en haar partner een gesprek plaatsgevonden. [gedaagde] heeft erkend dat er speed in de woning aanwezig was en dat zij daarmee bekend was. Op 30 maart 2026 heeft mr. Douwenga [gedaagde] en de bewindvoerder namens WBO Wonen aangeschreven en haar de keuze gegeven om de huurovereenkomst op te zeggen, bij gebreke waarvan een procedure zou worden gestart.

3.Het geschil

3.1.
WBO Wonen vordert dat de kantonrechter de bewindvoerder zal veroordelen om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis de woning aan [adres], met al hetgeen daartoe behoort en met wie en wat daarin of daarop aanwezig is, te ontruimen, in goede staat en onder afgifte van de sleutels op te leveren en ontruimd te houden.
3.2.
De bewindvoerder voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van WBO Wonen, althans subsidiair tot toewijzing van de vorderingen met een ontruimingstermijn van meerdere maanden en afwijzing van de gevorderde uitvoerbaar bij voorraad verklaring, met veroordeling van WBO Wonen in de kosten van deze procedure.

4.De beoordeling

Toetsingskader
4.1.
Het gaat hier om een in kort geding gevorderde ontruiming als voorlopige voorziening. De kantonrechter moet daarom eerst beoordelen of WBO Wonen bij die voorzieningen een spoedeisend belang heeft. Daarnaast geldt dat de kantonrechter in dit kort geding moet beoordelen of de vorderingen in de bodemprocedure een zodanige kans van slagen hebben, dat vooruitlopend daarop toewijzing van ontruiming als voorlopige voorziening gerechtvaardigd is. Als uitgangspunt geldt bovendien dat in deze procedure geen plaats is voor bewijslevering.
Spoedeisend belang
4.2.
Het spoedeisend belang bij de vordering is voldoende aannemelijk. WBO Wonen heeft voldoende onderbouwd gesteld dat er bij drugsgerelateerde activiteiten spoedig maatregelen moeten worden genomen om de doorgang van deze activiteiten, met alle negatieve gevolgen van dien, te beëindigen.
De gevorderde ontruiming
4.3.
WBO Wonen heeft gesteld dat de aanwezigheid van 880 gram speed in de woning, 1.760 keer de gedoogde gebruikshoeveelheid, een tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst oplevert. [gedaagde] heeft erkend dat zij wist dat de drugs in de vriezer lag. [gedaagde] heeft verklaard dat de drugs van iemand anders was, maar zij is ook verantwoordelijk voor gedragingen van anderen die zich met haar goedvinden in het gehuurde bevinden. Deze tekortkoming is zodanig ernstig dat deze ontruiming van de woning rechtvaardigt. De hoeveelheid drugs die is aangetroffen duidt overduidelijk op een handelshoeveelheid. De aanwezigheid van drugs veroorzaakt allerlei nadelige effecten in de buurt, van de aanloop van kopers tot geweld. Daarom streeft WBO Wonen een zerotolerance beleid na.
4.4.
[gedaagde] heeft aangevoerd dat iemand anders, een zeker [naam], de drugs bij haar in de vriezer heeft gelegd. Dat gebeurde op een moment dat er meerdere mensen bij haar in de woning aanwezig waren. De voordeur stond open, zoals wel vaker, en deze [naam], die zij al enkele maanden niet meer had gezien, kwam binnen. [gedaagde] besteedde weinig aandacht aan hem omdat zij van slag was door de arrestatie van haar vriend en daarover met vriendinnen in gesprek was. Rond middernacht kwam zij erachter dat hij speed in haar vriezer had gelegd. Naar eigen zeggen wist [gedaagde] meteen dat het van hem was, aangezien haar vriendinnen en buren zich niet met drugs bezighouden. [gedaagde] besloot om deze [naam] meteen de volgende ochtend te vragen de drugs op te halen. Heel vroeg in de ochtend viel de politie echter de woning binnen. De politie had kort daarvoor haar vriend opgepakt en voerde een huiszoeking uit om de telefoon van haar vriend in beslag te nemen. De inval had dus niet met de drugs te maken, aldus [gedaagde] .
4.5.
De kantonrechter stelt voorop dat de aanwezigheid van zo’n grote hoeveelheid harddrugs, indien [gedaagde] daarvan wist of onvoldoende toezicht op haar bezoek heeft gehouden, een tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst oplevert. In dit geval bestrijdt [gedaagde] echter uitdrukkelijk dat zij meer dan 4 à 5 uur van de aanwezigheid van drugs in haar woning op de hoogte was en stelt zij meteen de volgende dag voor het (laten) verwijderen daarvan te hebben willen zorgen. De drugs is volgens [gedaagde] in de vriezer geplaatst door iemand die niet in de woning woont en daar niet meer aanwezig is en/of vaker zal komen. Het pakketje was plat en kan makkelijk onder de kleding worden verborgen. Zij heeft niet gezien dat het in de vriezer werd gelegd. Ter onderbouwing van haar verweer heeft [gedaagde] een verklaring van [naam] overlegd, waarin hij verklaart dat hij de drugs in de vriezer van [gedaagde] heeft gelegd. Van die verklaring kan zonder nadere bewijslevering echter niet worden vastgesteld of [naam] degene is die de verklaring heeft opgesteld. [gedaagde] heeft namelijk verklaard dat niet zijzelf, maar haar vriend naar [naam] is gegaan om hem om een verklaring te vragen. Er is echter geen ID-kaart of iets anders waarmee zijn handtekening kan worden vergeleken overgelegd.
Ook heeft [gedaagde] betwist dat haar verklaringen tegenover de politie en tegenover de gemeente en WBO Wonen van elkaar verschillen. Daartoe heeft [gedaagde] gesteld dat zij op 15 januari 2026 bij de politie een verklaring heeft afgelegd, waarin zij reeds heeft verklaard dat de drugs zonder haar medeweten in haar vriezer waren gelegd. Daaruit volgt volgens [gedaagde] dat zij consistent verklaart over de gebeurtenissen van die avond en nacht. Verder betwist [gedaagde] uitdrukkelijk dat zij op 15 januari 2026 is aangehouden, zoals in de bestuurlijke rapportage van 12 februari 2026 staat. Zij is gevraagd om naar het bureau te komen om een verklaring af te leggen. Die verklaring is echter niet in het geding gebracht. Ook is er volgens partijen een besluit van de burgemeester van 24 april 2026 waarin (enkel) een voorwaardelijke dwangsom is opgelegd. Ook die heeft geen van partijen in het geding gebracht. Gelet op het gevoerde verweer zijn dit relevante stukken.
4.6.
Wel staat vast dat de politie tijdens de huiszoeking niets heeft gevonden dat duidt op handel in harddrugs. Ook heeft de burgemeester de woning niet gesloten en is in het besluit van 24 april 2026 alleen een voorwaardelijke dwangsom opgelegd. Tussen partijen staat verder vast dat er geen sprake is van overlast in en rond de woning van [gedaagde] . Er is volgens WBO Wonen wel sprake van drugsgebruik in de omgeving waar [gedaagde] woont, maar er is geen enkele melding van (drugsgerelateerde) overlast door (bezoekers van) [gedaagde] . Dat maakt dat er geen sprake is van andere tekortkomingen in de nakoming van de huurovereenkomst. Ook maakt dat dat er in mindere mate sprake is van een belang van WBO Wonen bij een spoedige ontruiming van de woning.
4.7.
De kantonrechter is van oordeel dat meer informatie nodig is om te kunnen beoordelen in hoeverre [gedaagde] (langer dan enkele uren) wist van de aanwezigheid van de harddrugs in haar woning en daarmee hoe ernstig de tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst is. Daarvoor is het overleggen van aanvullende stukken of bewijslevering (bijvoorbeeld het horen van [naam]) nodig. In dit kort geding is daarvoor geen plaats. Naar het oordeel van de kantonrechter is er daarom, gelet op het verweer van [gedaagde] , te veel twijfel om te kunnen concluderen dat de vordering tot (ontbinding en) ontruiming in een bodemprocedure zullen worden toegewezen. De vordering tot ontruiming in dit kort geding zal dan ook worden afgewezen.
De proceskosten
4.8.
WBO Wonen wordt in deze procedure in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten van de bewindvoerder betalen. Deze worden begroot op:
salaris gemachtigde € 865,00
nakosten
€ 144,00
totaal € 1.009,00

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
wijst de vordering van WBO Wonen af;
5.2.
veroordeelt WBO Wonen in de proceskosten, aan de zijde van de bewindvoerder begroot op € 1.009,00.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.M.S. Kuipers en in het openbaar uitgesproken op 18 juni 2026. (SB)