Uitspraak
1.De procedure
- de dagvaarding, en
- de mondelinge behandeling van 29 mei 2026. [gedaagde] is niet verschenen en daarom is tegen hem verstek verleend.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Overijssel
De stichting Jongeren Huisvesting Twente (SJHT) verhuurde sinds 2020 een kamer aan de huurder. Vanaf 2021 veroorzaakte de huurder voortdurend overlast. In 2026 trof de politie handelshoeveelheden softdrugs en wapens aan in de woning, waarna de burgemeester besloot de woning per 6 mei 2026 voor drie maanden te sluiten.
SJHT ontbond daarop de huurovereenkomst buitengerechtelijk en vorderde ontruiming van de woning binnen vijf dagen na opheffing van de sluiting, betaling van huurachterstand en een gebruiksvergoeding. De huurder verscheen niet in de procedure en verleende verstek.
De kantonrechter oordeelde dat SJHT terecht de huurovereenkomst mocht ontbinden op grond van artikel 7:231 lid 2 BW Pro, omdat de woning was gesloten op grond van de Opiumwet. De huurder had geen verweer gevoerd en had een opzeggingsverklaring ondertekend, wat instemming met beëindiging impliceert.
De gevorderde ontruiming werd toegewezen, evenals de betaling van de huurachterstand van €1.035,83 en de gebruiksvergoeding van €750,10 per maand vanaf 1 juni 2026 tot ontruiming. De huurder werd tevens veroordeeld in de proceskosten van €1.013,02. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot ontruiming binnen vijf dagen na opheffing van de sluiting en tot betaling van huurachterstand, gebruiksvergoeding en proceskosten.