ECLI:NL:RBOVE:2026:3511
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding wegens overschrijding latentieperiode chroom-6 blootstelling
Eiser werkte van januari 1985 tot januari 2006 als monteur op POMS-Site Vriezenveen en kreeg in 2020 de diagnose COPD, die hij toeschrijft aan blootstelling aan chroom-6 tijdens zijn werk. Hij vroeg op grond van de Regeling uitkering chroom-6 om schadevergoeding, maar de staatssecretaris wees dit af omdat de diagnose niet binnen tien jaar na de laatste blootstelling was gesteld.
Eiser maakte bezwaar en startte meerdere procedures wegens het niet tijdig beslissen op zijn bezwaar, waarbij de rechtbank de staatssecretaris dwangsommen oplegde. Uiteindelijk bleef het afwijzende besluit van 31 oktober 2024 in stand, ondanks dat het besluit aanvankelijk verkeerd was geadresseerd.
De rechtbank oordeelt dat de regeling een latentieperiode van tien jaar hanteert, gebaseerd op RIVM-onderzoek dat stelt dat COPD zich binnen vijf jaar na blootstelling moet manifesteren om een verband aannemelijk te achten. Omdat eiser pas veertien jaar na zijn laatste blootstelling werd gediagnosticeerd, voldoet hij niet aan de regeling. Ook de verwijzing naar andere regelingen en de situatie van collega’s overtuigt de rechtbank niet.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, eiser krijgt geen schadevergoeding, geen griffierecht terug en geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter F. Koster.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen wegens overschrijding van de latentieperiode van tien jaar.