Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:3538

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
3 juni 2026
Publicatiedatum
25 juni 2026
Zaaknummer
C/08/345975 / HA ZA 26-95
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aansprakelijkheid bewindvoerder voor tekortkoming in aannemingsovereenkomst

In deze civiele procedure vordert eiser betaling van een bedrag wegens tekortkoming in de nakoming van een aannemingsovereenkomst. De gedaagde, handelend als bewindvoerder onder beschermingsbewind van betrokkene, is niet verschenen en verstek is verleend.

De rechtbank beoordeelt de vordering als gegrond en veroordeelt de bewindvoerder tot betaling van het gevorderde bedrag, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de respectievelijke data van opeisbaarheid. Tevens worden de proceskosten, inclusief nakosten en wettelijke rente, aan de zijde van eiser toegewezen.

Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen. De beslissing benadrukt de aansprakelijkheid van de bewindvoerder voor de tekortkoming in de aannemingsovereenkomst en de verplichting tot vergoeding van de schade en kosten.

Uitkomst: Bewindvoerder wordt veroordeeld tot betaling van schadevergoeding, wettelijke rente en proceskosten wegens tekortkoming in aannemingsovereenkomst.

Uitspraak

RECHTBANK Overijssel

Civiel recht
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer: C/08/345975 / HA ZA 26-95
Vonnis van 3 juni 2026
in de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats 1],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
advocaat: mr. D.S. Muller,
tegen
[gedaagde], handelend onder de naam [gedaagde] Bewind,
in hoedanigheid van bewindvoerder in het beschermingsbewind van [betrokkene], handelend onder de naam [bedrijf 2],
wonende te [woonplaats 2],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
niet verschenen.

1.De procedure

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- het tegen [gedaagde] verleende verstek.
1.2
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1
[eiser] heeft gevorderd zoals is vermeld in de dagvaarding waarmee deze procedure is ingeleid. De inhoud van deze dagvaarding moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.
2.2
Het gevorderde komt de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal als volgt worden toegewezen.
De proceskosten
2.3
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
157,50
- griffierecht
1.414,00
- salaris advocaat
1.290,00
(1 punt × € 1.290,00)
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
3.050,50
2.4
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen
een bedrag van € 62.785,88 te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro met ingang van 21 mei 2025 tot de dag van volledige betaling,
een bedrag van € 2.885,85 te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro met ingang van 15 maart 2024 tot de dag van volledige betaling,
3.2
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 3.050,50 te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.3
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
3.4
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
3.5
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.F. van Aalst en in het openbaar uitgesproken op 3 juni 2026.