Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:3543

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
25 juni 2026
Publicatiedatum
25 juni 2026
Zaaknummer
12210003 \ CV EXPL 26-1498
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontruiming woning wegens ernstige overlast en vernielingen ondanks psychische problemen huurder

Stichting Openbaar Belang vordert ontruiming van een woning die door betrokkene wordt gehuurd vanwege ernstige en structurele overlast en vernielingen sinds maart 2025. Betrokkene verblijft momenteel in een zorginstelling vanwege psychische problemen, waaronder PTSS, en ontvangt behandeling. Zeker Financiële Zorgverlening, als bewindvoerder, voert verweer dat het belang van betrokkene bij behoud van de woning zwaarder weegt en dat er geen spoedeisend belang is omdat betrokkene niet in de woning verblijft.

De kantonrechter overweegt dat ontruiming een ingrijpende maatregel is die alleen kan worden toegewezen als het in hoge mate waarschijnlijk is dat de bodemrechter de vordering zal toewijzen en er sprake is van een spoedeisend belang. Ondanks het verblijf van betrokkene in de zorginstelling is het spoedeisend belang aanwezig vanwege de onzekerheid over de duur van het verblijf en mogelijke terugkeer.

Betrokkene erkent de overlast en vernielingen, veroorzaakt door onbeheersbare woede-uitbarstingen door psychische problemen. De kantonrechter acht het aannemelijk dat de bodemrechter de huurovereenkomst zal ontbinden. De belangenafweging leidt tot het oordeel dat het belang van Stichting Openbaar Belang, waaronder het behartigen van de belangen van omwonenden en het herstellen van de woning, zwaarder weegt dan het belang van betrokkene bij behoud van de woning.

De ontruimingstermijn wordt gesteld op veertien dagen na betekening, zodat betrokkene tijd heeft om persoonlijke spullen te verwijderen. Zeker Financiële Zorgverlening wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten en wettelijke rente. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De vordering tot ontruiming van de woning wordt toegewezen met een ontruimingstermijn van veertien dagen.

Uitspraak

RECHTBANKOVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer: 12210003 \ CV EXPL 26-1498
Vonnis in kort geding van 25 juni 2026
in de zaak van
STICHTING OPENBAAR BELANG,
te Zwolle,
eisende partij,
hierna te noemen: Stichting Openbaar Belang,
gemachtigde: mr. M.J. Seijbel,
tegen
ZEKER FINANCIËLE ZORGVERLENING B.V., handelend in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de (toekomstige) goederen van de heer
[betrokkene],
te Almere,
gedaagde partij,
hierna afzonderlijk te noemen: Zeker Financiële Zorgverlening; [betrokkene].
gemachtigde: mr. O. Saaliti.

1.De zaak en het oordeel in het kort

1.1.
[betrokkene] huurt een woning van Stichting Openbaar Belang. Omdat [betrokkene] structureel ernstige overlast veroorzaakt en vernielingen heeft aangericht in de woning vordert Stichting Openbaar Belang ontruiming van de woning door [betrokkene]. [betrokkene] is het daar niet mee eens. Hij heeft psychische problemen waardoor hij overlast heeft veroorzaakt en waarvoor hij op dit moment een behandeling krijgt in een zorginstelling. Het is voor hem van groot belang dat hij een woonruimte heeft wanneer hij de zorginstelling mag verlaten. Volgens Zeker Financiële Zorgverlening is geen sprake van een spoedeisend belang en weegt het belang van [betrokkene] bij behoud van de woning zwaarder dan het belang van Stichting Openbaar Belang bij ontruiming daarvan. Volgens Zeker Financiële Zorgverlening moet de vordering dan ook worden afgewezen.
1.2.
De kantonrechter zal de vordering van Stichting Openbaar Belang toewijzen en Zeker Financiële Zorgverlening (en dus [betrokkene]) veroordelen de woning te ontruimen. De kantonrechter zal dat oordeel hierna uitleggen.

2.De procedure

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;
- de mondelinge behandeling van 11 juni 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt;
- de pleitnota van Zeker Financiële Zorgverlening.

3.Het geschil

3.1.
Stichting Openbaar Belang vordert samengevat - ontruiming van het gehuurde, de woning aan [adres].
3.2.
Stichting Openbaar Belang legt aan de vordering ten grondslag dat [betrokkene] sinds maart 2025 ernstige en structurele (geluids)overlast veroorzaakt. [betrokkene] schreeuwt in de woning, bonkt op de muren en richt vernielingen aan in de woning. Hij veroorzaakt daardoor ook een gevoel van onveiligheid bij zijn buren. [betrokkene] gedraagt zich daarom niet als goed huurder en schiet tekort in de nakoming van zijn verplichtingen onder de huurovereenkomst en moet de woning ontruimen, aldus Stichting Openbaar Belang
3.3.
Zeker Financiële Zorgverlening voert verweer. Zeker Financiële Zorgverlening concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Stichting Openbaar Belang en voert het volgende aan. [betrokkene] heeft ernstige psychische problemen waardoor zijn gedrag werd veroorzaakt en hij verblijft op dit moment met een in een zorginstelling waar hij onder behandeling staat. Omdat het voor [betrokkene] van groot belang is dat hij een woonruimte heeft wanneer hij de zorginstelling mag verlaten, weegt zijn belang zwaarder dan het belang van Stichting Openbaar Belang bij ontruiming van de woning. Ook is er volgens Zeker Financiële Zorgverlening geen spoedeisend belang omdat [betrokkene] niet in de woning verblijft en dus geen overlast veroorzaakt.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Vordering tot ontruiming
4.1.
De kantonrechter stelt voorop dat een bij voorlopige voorziening bevolen ontruiming een maatregel is die diep ingrijpt in het gebruiksrecht van de huurder. Bij de beoordeling van een dergelijke vordering moet volgens vaste jurisprudentie grote terughoudendheid worden betracht omdat er in een kortgedingprocedure geen plaats is voor een diepgaand onderzoek naar bestreden feiten en omdat een ontruiming in kort geding vergaande en vaak onomkeerbare gevolgen heeft.
4.2.
Een dergelijke vordering kan daarom alleen toegewezen worden als in hoge mate waarschijnlijk is dat de bodemrechter, in een eventuele bodemprocedure, de vordering zal toewijzen. Bovendien moet ook sprake zijn van een zodanig ernstige tekortkoming dat de beslissing in de bodemzaak niet kan worden afgewacht.
Spoedeisend belang
4.3.
Hoewel [betrokkene] op dit moment in een zorginstelling verblijft en daarom geen overlast veroorzaakt in de woning, heeft Stichting Openbaar Belang voldoende spoedeisend belang bij haar vordering. Zoals Stichting Openbaar Belang tijdens de mondelinge behandeling heeft toegelicht – en [betrokkene] heeft bevestigd – verblijft [betrokkene] met een zorgmachtiging in een instelling, maar is het onduidelijk hoe lang hij daar nog zal (moeten) verblijven. Nu onzeker is of [betrokkene] al dan niet op korte termijn terug zal keren naar de woning, is het spoedeisend belang gegeven.
Tekortkoming
4.4.
[betrokkene] erkent dat hij ernstige geluidsoverlast heeft veroorzaakt en dat hij vernielingen in de woning heeft aangericht. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [betrokkene] daarover verklaard dat hij psychische problemen heeft en last heeft van PTSS. Die psychische problemen zorgen voor onbeheersbare woede uitbarstingen waardoor hij schreeuwt, op de muren en ramen bonkt en de woning vernielt. Voor deze psychische problemen ontvangt hij nu een behandeling. [betrokkene] heeft nog wel aangevoerd dat de meldingen slechts door een klein aantal buren zijn gedaan, maar dat brengt in de ernst van zijn handelen en de ervaren overlast geen verandering. De tekortkoming in de nakoming van de verplichtingen onder huurovereenkomst door [betrokkene] staat daarmee vast.
4.5.
De kantonrechter overweegt dat het voldoende aannemelijk is dat een bodemrechter in een eventuele bodemprocedure tot het oordeel komt dat deze tekortkomingen ook de ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigen.
Belangenafweging
4.6.
Zeker Financiële Zorgverlening voert aan dat ondanks de tekortkoming in de nakoming van de verplichtingen onder de huurovereenkomst, een belangenafweging in het voordeel van [betrokkene] moet uitvallen en de vordering moet worden afgewezen. Zij voert daartoe aan dat [betrokkene] met een zorgmachtiging in de zorginstelling de Woenselse Poort verblijft en dat [betrokkene], zoals hij zelf ook heeft toegelicht tijdens de mondelinge behandeling, groot belang heeft bij een woning wanneer hij de zorginstelling mag verlaten. Omdat hij geen vrienden of familie heeft waar hij kan verblijven zal hij zonder zijn woning waarschijnlijk dakloos worden, waardoor zijn psychische problemen zullen verergeren.
4.7.
Stichting Openbaar Belang vindt dat de belangenafweging in haar voordeel moet uitvallen. [betrokkene] veroorzaakt sinds maart 2025 ernstige overlast voor de omwonenden waardoor een gevoel van onveiligheid en grote onrust is ontstaan in de wijk. Zoals Stichting Openbaar Belang tijdens de mondelinge behandeling onbetwist heeft aangevoerd, heeft [betrokkene] voor een bedrag van bijna € 40.000,- aan schade aangericht in de woning en is de woning door de aangerichte vernielingen ook niet veilig voor bewoning. Tot slot voert zij aan dat zij in 2025 al een kort geding tot ontruiming is gestart, maar dat zij die procedure heeft ingetrokken omdat [betrokkene] kort voor de mondelinge behandeling was opgenomen voor een behandeling bij Tactus. Omdat [betrokkene] kort na zijn terugkeer in de woning opnieuw overlast veroorzaakte, heeft zij er geen vertrouwen in dat het na zijn terugkeer uit de Woenselse Poort wel goed zal gaan.
4.8.
Vooropgesteld onderkent de kantonrechter dat [betrokkene] groot belang heeft bij behoud van zijn woning zodat hij een woonruimte heeft om naar terug te keren wanneer zijn behandeling is afgerond. Ook is voor de kantonrechter duidelijk dat, zoals [betrokkene] heeft toegelicht tijdens de mondelinge behandeling, zijn gedrag was ingegeven door psychische problemen en dat hij daarvoor nu de juiste zorg ontvangt. Naar het oordeel van de kantonrechter weegt zijn belang echter niet zwaarder dan het belang van Stichting Openbaar Belang. Zoals Stichting Openbaar Belang heeft aangevoerd moet zij ook aan de buren van [betrokkene] huurgenot verschaffen en moet zij ook hun belangen behartigen. Zij heeft daarom na de lange periode van overlast en de intrekking van het eerste kort geding door de opname van [betrokkene] bij Tactus, behoefte aan duidelijkheid. Die duidelijkheid krijgt zij alleen wanneer [betrokkene] de woning ontruimt. Bij afwijzing van de vordering blijft het immers onduidelijk wanneer [betrokkene] de zorginstelling zal mogen verlaten en terug zal keren naar zijn woning. Het is ook onduidelijk of de overlast dan zal stoppen. Daarbij komt dat er door de ernst en de duur van de overlast veel onrust is ontstaan in de buurt en dat de enkele terugkeer van [betrokkene] die onrust waarschijnlijk weer zal doen oplaaien. Daarnaast wil Stichting Openbaar Belang de woning restaureren maar kan zij dat niet doen zolang [betrokkene] de woning niet verlaten heeft. Ook heeft Stichting Openbaar Belang onbetwist aangevoerd dat zij de benedenwoning onder die van [betrokkene] niet kan verhuren omdat de aanblik van de bovenwoning en de verhalen van de omwonenden over het gedrag van [betrokkene], ervoor zorgen dat potentiële huurders afzien van de woning. Het belang van Stichting Openbaar Belang bij ontruiming van de woning weegt daarom zwaarder dan het belang van [betrokkene].
4.9.
Gelet op het voorgaande zal de vordering van Stichting Openbaar Belang worden toegewezen en zal Zeker Financiële Zorgverlening in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de (toekomstige) goederen van [betrokkene], worden veroordeeld tot ontruiming van de woning.
Ontruimingstermijn
4.10.
Zeker Financiële Zorgverlening voert verweer tegen de gevorderde ontruimingstermijn van 48 uur na betekening van het te wijzen vonnis. Omdat [betrokkene] is opgenomen in een zorginstelling die hij niet mag verlaten en hij geen familie of vrienden heeft die de woning voor hem zouden kunnen ontruimen, is het voor hem onmogelijk om binnen de gestelde termijn de woning te ontruimen.
4.11.
De kantonrechter acht de termijn van 48 uur gelet op het voorgaande te kort en zal een termijn van veertien dagen na betekening van het vonnis hanteren zodat [betrokkene] tijd heeft om persoonlijke spullen uit de woning te (laten) halen. Verder heeft Stichting Openbaar Belang tijdens de mondelinge behandeling toegezegd om, in overleg met de deurwaarder, bij ontruiming van de woning de spullen van [betrokkene] op te laten slaan.
Proceskosten
4.12.
Zeker Financiële Zorgverlening is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Stichting Openbaar Belang worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
151,94
- griffierecht
139,00
- salaris gemachtigde
577,00
- nakosten
43,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
911,44
4.13.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt Zeker Financiële Zorgverlening in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de (toekomstige) goederen van de heer [betrokkene], om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis de woning aan [adres] te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van Stichting Openbaar Belang zijn, en de sleutels af te geven aan Stichting Openbaar Belang,
5.2.
veroordeelt Zeker Financiële Zorgverlening in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de (toekomstige) goederen van de heer [betrokkene] in de proceskosten van € 911,44, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als zij niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
veroordeelt Zeker Financiële Zorgverlening in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de (toekomstige) goederen van de heer [betrokkene] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.W. Eshuis en in het openbaar uitgesproken op
25 juni 2026.(mb)