ECLI:NL:RBOVE:2026:3552

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
25 juni 2026
Publicatiedatum
25 juni 2026
Zaaknummer
AK_26_1484
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 16.79 OmgevingswetArt. 1 sub d Besluit proceskosten bestuursrechtArt. 8:81 Algemene wet bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Schorsing omgevingsvergunning bomenkap en snoei in afwachting bezwaarprocedure

Deze bestuursrechtelijke uitspraak betreft een verzoek om voorlopige voorziening tegen een omgevingsvergunning voor het kappen van één eik en het snoeien van twee eiken ten behoeve van de bouw van een appartementencomplex. Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen deze vergunning en vraagt schorsing om onomkeerbare kap te voorkomen.

De voorzieningenrechter stelt vast dat het kappen van de bomen onomkeerbaar is en dat verzoeker daardoor een spoedeisend belang heeft. Tegelijkertijd is het mogelijk dat de bouwwerkzaamheden doorgaan zonder dat de bomen direct gekapt hoeven te worden. De beslissing op bezwaar wordt binnen korte termijn verwacht, waardoor het oponthoud voor de vergunninghouder beperkt zal zijn.

Na belangenafweging weegt het behoud van de bomen zwaarder dan het belang van de vergunninghouder bij onmiddellijke kap en snoei. Daarom wordt de vergunning geschorst tot twee weken na de beslissing op bezwaar. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan verzoeker vergoed en worden reiskosten voor de zitting toegekend.

Uitkomst: De omgevingsvergunning voor het kappen en snoeien van bomen wordt geschorst tot twee weken na de beslissing op bezwaar.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 26/1484

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker], uit [woonplaats], verzoeker,

en

het college van burgemeester en wethouders van Hof van Twente

(gemachtigde: [gemachtigde]).
Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [bedrijf] B.V. uit [vestigingsplaats]

Samenvatting

1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over de omgevingsvergunning die aan [bedrijf] B.V. is verleend voor het kappen van 1 eik en het snoeien van 2 eiken op het adres [adres] in verband met het realiseren van een appartementencomplex.
1.1
[verzoeker] heeft tegen dat besluit bezwaar gemaakt. [verzoeker] wil in deze procedure een voorlopige voorziening in de vorm van schorsing van de omgevingsvergunning om te voorkomen dat de bomen gekapt en gesnoeid worden voordat op het bezwaar is beslist.
1.2
De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe omdat het belang van [verzoeker] bij het behoud van de bomen zwaarder weegt dan het belang van [bedrijf] B.V. bij het uitvoeren van de vergunde kap en snoei. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Inleiding: feiten en procesverloop

2.1
Met het besluit van 26 september 2023 heeft het college aan [bedrijf] B.V. omgevingsvergunning verleend voor de bouw van 26 appartementen op het adres [adres]
Met het besluit van 28 juni 2024 heeft het college aan [bedrijf] B.V. omgevingsvergunning verleend voor het toevoegen van zes appartementen aan het appartementencomplex. De tegen deze omgevingsvergunning door onder andere [verzoeker] ingestelde beroepen heeft de rechtbank bij uitspraken van 23 mei 2025 ongegrond verklaard
Tegen deze uitspraken heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld en de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzitter van de Afdeling heeft het verzoek om voorlopige voorziening bij uitspraak van 25 augustus 2025 toegewezen en de omgevingsvergunning voor de bouw van 26 appartementen geschorst. Bij uitspraak van 7 mei 2026 heeft de voorzitter van de Afdeling de getroffen voorlopige voorziening opgeheven. Bij uitspraak van eveneens 7 mei 2026 heeft de voorzitter van de Afdeling het door [verzoeker] ingediende verzoek om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning voor het toevoegen van zes appartementen afgewezen.
2.2
In verband met het realiseren van het appartementencomplex heeft [bedrijf] B.V. op 27 juni 2023 een omgevingsvergunning aangevraagd voor het kappen van 1 eik en het snoeien van 2 eiken op het adres [adres].
2.3
Met besluit van 25 september 2023 heeft het college de gevraagde omgevingsvergunning aan [bedrijf] B.V. verleend. Aan de vergunning, die een geldigheidsduur heeft van 2 jaar na het onherroepelijk worden van de vergunning, heeft het college het voorschrift verbonden dat pas gekapt mag worden als de omgevingsvergunning voor de bouw van de appartementen is verleend en onherroepelijk is.
2.4
Op 4 maart 2026 heeft [bedrijf] B.V. het college gevraagd de vergunning van 25 september 2023 voor het kappen van 1 eik en het snoeien van 2 eiken te verlenen/verlengen
2.5
Met het bestreden besluit van 1 mei 2026 heeft het college wederom omgevingsvergunning verleend voor het kappen van de eik en het snoeien van de 2 eiken.
In de omgevingsvergunning is opgenomen dat het besluit uitgesteld in werking zal treden als bedoeld in het tweede lid van artikel 16.79 van de Omgevingswet.
2.6
[verzoeker] heeft tegen de omgevingsvergunning bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
2.7
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 11 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [verzoeker], in het bijzijn van [naam 1] en [naam 2], namens het college zijn zijn gemachtigde en [naam 3] verschenen. [bedrijf] B.V. heeft zich ter zitting laten vertegenwoordigen door [naam 4] en [naam 5].

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Spoedeisend belang
3.1
Als tegen een besluit bezwaar is gemaakt voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de bestuursrechter die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, kan de voorzieningenrechter op verzoek een voorlopige voorziening treffen als onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. [1]
3.2
De voorzieningenrechter bekijkt of het nodig is om het besluit van het college te schorsen in afwachting van de beslissing op het bezwaar. De voorzieningenrechter beoordeelt daarbij eerst of sprake is van onverwijlde spoed. Vervolgens geeft de voorzieningenrechter een voorlopig oordeel over de rechtmatigheid van het besluit en daarmee van de kans van slagen van het bezwaarschrift, en hij weegt de belangen van partijen bij een schorsing.
3.3
Bij emailbericht van 9 juni 2026 heeft [bedrijf] BV verklaard dat het kappen en snoeien van de bomen zal plaatsvinden in de week van 13 jul 2026 (week 29). Het college heeft op zitting aangegeven dat de beslissing op bezwaar op zijn vroegst in de tweede helft van juli 2026 zal worden genomen.
Gelet hierop en het feit dat de kap en het snoeien van de bomen onomkeerbaar is heeft [verzoeker] een spoedeisend belang bij de gevraagde voorlopige voorziening.
Belangenafweging
3.4
De voorzieningenrechter ziet in onderhavige zaak aanleiding om te volstaan met een belangenafweging.
3.5
De voorzieningenrechter overweegt dat het kappen van de boom een onomkeerbare handeling betreft. Dit weegt mee in de belangenafweging. Daarnaast weegt de voorzieningenrechter nog de volgende feiten en omstandigheden mee.
Uit de Boom Effect Analyse die ten grondslag ligt aan de verleende omgevingsvergunning blijkt dat het kappen en snoeien van de bomen noodzakelijk is voor het realiseren van het appartementencomplex. De te kappen boom is uiteindelijk niet duurzaam te behouden vanwege het verwijderen van een keerwand en het verlagen van het maaiveldniveau. Deze werkzaamheden zijn nodig voor het de aanleg van tuinen en terrassen bij het complex. Verder is de kap en snoei nodig in verband met het overhangen van takken op de te realiseren balkons.
Op korte termijn staat de te kappen boom met name in de weg aan de vanwege de bouw te plaatsen steigers.
3.6
De voorzieningenrechter acht in het kader van de belangenafweging van belang dat de directeur van [bedrijf] B.V. ter zitting heeft aangegeven dat de steigers mogelijk zo gepositioneerd kunnen worden dat de vergunde kap en snoei nog niet hoeft plaats te vinden.
Verder is van belang dat het college bij emailbericht van 15 juni 2026 heeft meegedeeld dat de voor 29 juni 2026 geplande hoorzitting van de bezwaarcommissie ondanks een verzoek om uitstel van [verzoeker] gewoon doorgang zal vinden en een beslissing op bezwaar te verwachten valt midden tot eind augustus 2026.
3.7
De voorzieningenrechter acht het in het kader van de belangenafweging eveneens van belang wanneer de uitspraak van de Afdeling is te verwachten. Hoewel dit niet van belang is voor de juridische toets van de afgifte van een omgevingsvergunning om bomen te kappen en te snoeien, neemt de voorzieningenrechter het doel van voornoemde vergunning, namelijk de realisering van het appartementencomplex, wel mee in de belangenafweging die hij moet maken als gevolg van het ingediende verzoek en de wens van [bedrijf] B.V. om zo snel mogelijk te gaan kappen en snoeien. De zitting van de Afdeling staat gepland op 18 augustus 2026 zodat een uitspraak en daarmee een definitief oordeel over de omgevingsvergunning voor de bouw van het appartementencomplex kan worden verwacht eind september/begin oktober 2026.
3.8
Gelet op het voorgaande acht de voorzieningenrechter het niet onwaarschijnlijk dat [bedrijf] B.V. door kan gaan met de bouwwerkzaamheden zonder te kappen/snoeien. Mocht dat toch niet het geval zijn dan is een beslissing op bezwaar eind augustus te verwachten zodat, mogelijk ook temeer vanwege de bouwvakvakantie, het oponthoud voor [bedrijf] B.V. van korte duur zal kunnen zijn.

Conclusie en gevolgen

4.1
De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe en schorst het bestreden besluit tot twee weken nadat op het bezwaar is beslist.
4.2
Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst, dient het college aan [verzoeker] het door hem betaalde griffierecht te vergoeden.
4.3
Voor wat betreft de gevraagde proceskostenvergoeding komen de door [verzoeker] gemaakte reiskosten voor het bijwonen van de zitting op grond van artikel 1, sub d van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor vergoeding in aanmerking.
Deze reiskosten bedragen € 28,22 (100,8 km tegen een tarief van € 0,28 per km).

Beslissing

De voorzieningenrechter:
  • wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe;
  • schorst het bestreden besluit tot twee weken nadat op het bezwaar is beslist;
  • draagt het college op het betaalde griffierecht van € 200, - aan [verzoeker] te vergoeden;
  • veroordeelt het college in de proceskosten van [verzoeker] tot een bedrag van
€ 28,22.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.T. de Kwaasteniet, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A. Landstra, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op .
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Dat staat in artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht