Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:3641

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
16 juni 2026
Publicatiedatum
27 juni 2026
Zaaknummer
C/08/346950 / KG RK 26-197
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:268 BWArt. 3:254 BWArt. 3:89 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming voor onderhandse verkoop van appartementsrecht op grond van artikel 3:268 BW

Hypinvest Hypotheken B.V. verzoekt de voorzieningenrechter om toestemming voor de onderhandse verkoop van een appartementsrecht en bijbehorende roerende zaken, op grond van artikel 3:268 lid 2 BW Pro. De hypotheekgevers zijn in verzuim en Hypinvest heeft het onderpand laten taxeren. De marktwaarde is vastgesteld op €275.000, terwijl de vermoedelijke opbrengst bij executieveiling €234.000 bedraagt.

Hypinvest heeft een koopovereenkomst gesloten voor €240.000, wat hoger is dan de executiewaarde. De voorzieningenrechter overweegt dat dit een redelijke grond is om af te wijken van de openbare veiling en de onderhandse verkoop goed te keuren. Geen van de betrokken partijen heeft bezwaar gemaakt tegen het verzoek.

De voorzieningenrechter bepaalt dat de verkoop onderhands zal plaatsvinden en veroordeelt de hypotheekgevers tot ontruiming van het onderpand bij levering. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en is op 16 juni 2026 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: De voorzieningenrechter keurt de onderhandse verkoop goed en veroordeelt de hypotheekgevers tot ontruiming van het onderpand.

Uitspraak

RECHTBANK Overijssel

Civiel recht
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer / rekestnummer: C/08/346950 / KG RK 26-197
Beschikking van de voorzieningenrechter van 16 juni 2026
in de zaak van
HYPINVEST HYPOTHEKEN B.V.,
te ‘s-Gravenhage,
verzoekende partij,
hierna te noemen: Hypinvest,
advocaat: mr. T.J.P. Jager,
en

1.[hypotheekgever 1] ,

wonende te [woonplaats 1] ,

2.2. [hypotheekgever 2] ,

wonende te [woonplaats 2] ,
hierna samen te noemen: de hypotheekgevers,
niet verschenen,

3.3. [koper] ,

wonende te [woonplaats 3] ,
hierna te noemen: de koper,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1
De bank heeft een verzoekschrift ingediend ex artikel 3:268 lid 2 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW).
1.2
Bij brieven van de griffier van 29 april 2026 zijn de hypotheekgever en de koper tot en met 11 mei 2026 in de gelegenheid gesteld een mondelinge behandeling te verzoeken, indien van hun zijde bezwaar zou bestaan tegen het ingediende verzoek.
1.3
Op deze brieven is geen reactie ontvangen van de hypotheekgever en de koper.
1.4
De beschikking is vervolgens bepaald op heden.

2.Het verzoek

2.1
Het verzoek heeft betrekking op het registergoed:
Het appartementsrecht, rechtgevende op het uitsluitend gebruik van de vierkamerwoning met toebehoren op de begane grond van het flatgebouw aan [adres 1] , plaatselijk bekend als [adres 1] , kadastraal bekend [Kadestrale aanduiding 1] , alsmede het appartementsrecht, rechtgevende op het uitsluitend gebruik van de berging gelegen in het souterrain van voormeld flatgebouw plaatselijk bekend als [adres 2] , kadastraal bekend [Kadestrale aanduiding 2] , alsmede het appartementsrecht rechtgevende op het uitsluitend gebruik van de beging gelegen op de bovenste verdieping van voormeld flatgebouw, plaatselijk bekend als [adres 2] , kadastraal bekend [Kadestrale aanduiding 3] ,
2.2
Hypinvest verzoekt de voorzieningenrechter om, uitvoerbaar bij voorraad, dat het voornoemde registergoed, daaronder begrepen de roerende zaken als bedoeld in artikel 3:254 van Pro het Burgerlijk Wetboek, onderhands op grond van de koopovereenkomst tussen verzoekster en [koper] d.d. 13/14 april 2026 met daarbij behorende bedingen, aan [koper] zal worden verkocht en voorts hypotheekgevers te veroordelen dat het registergoed uiterlijk op de datum van de levering moet zijn ontruimd.
2.3
Hypinvest stelt hiertoe onder meer het volgende. Bij notariële akte van 11 december 2006 is door de hypotheekgevers ten gunste van Hypinvest het recht van eerste en tweede hypotheek verleend op het onderpand. De hypotheekgevers zijn in verzuim met de voldoening van hetgeen waarvoor de hypotheek tot waarborg strekt. Hypinvest is op grond van artikel 3:268 BW Pro bevoegd om het onderpand openbaar te verkopen. Zij heeft bij exploot van 12 maart 2026 de executie aangezegd. De veiling zou plaatsvinden op 22 april 2026. Nadat de openbare verkoop is bepaald, is Hypinvest erin geslaagd op 13/14 april 2026 een koopovereenkomst te sluiten voor de somma van € 240.000,00 k.k.

3.De beoordeling

3.1
De voorzieningenrechter overweegt als volgt. Uitgangspunt is dat een executoriale verkoop van een onroerende zaak geschiedt bij openbare veiling (artikel 3:268 lid 1 BW Pro). Op grond van het bepaalde in het tweede lid van artikel 3:268 BW Pro kan de voorzieningenrechter op verzoek van de hypotheekhouder of de hypotheekgever bepalen dat de executoriale verkoop van een onroerende zaak in plaats van in het openbaar door middel van een veiling, onderhands zal geschieden, bij een overeenkomst die hem ter goedkeuring bij het verzoek wordt overgelegd. Een dergelijk verzoek is slechts toewijsbaar indien, gelet op de omstandigheden van het geval, valt te verwachten dat onderhandse verkoop conform de overgelegde koopovereenkomst leidt tot een hogere opbrengst dan wanneer de onroerende zaak openbaar wordt verkocht op de veiling.
3.2
De bank heeft het onderpand laten taxeren. In het taxatierapport is het onderpand getaxeerd op een marktwaarde van € 275.000,00 leeg en vrij van huur en gebruik(srechten). De vermoedelijke verkoopopbrengst van het object in onverhuurde staat bij een executieveiling bedraagt € 234.000,00.
3.3
De overeengekomen koopsom van € 240.000,00 ligt boven de getaxeerde executiewaarde. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is dan ook onvoldoende aannemelijk dat bij een reguliere openbare verkoop van het onderpand ter veiling een wezenlijk hogere opbrengst zal worden gerealiseerd dan met de thans voorgestelde onderhandse verkoop.
3.4
Geen van de belanghebbenden heeft bezwaar gemaakt tegen goedkeuring van de koopovereenkomst. Daarnaast is de voorzieningenrechter niet van hogere biedingen gebleken en zijn overigens geen omstandigheden gebleken die aan en toewijzing van het onder 2.2 verzochte in de weg staan. De voorzieningenrechter zal de koopovereenkomst dan ook goedkeuren en zal bepalen dat verkoop van het onderpand onderhands zal geschieden bij deze koopovereenkomst.

4.De beslissing

De voorzieningenrechter
4.1
bepaalt dat de verkoop van het onderpand, te weten het registergoed:
Het appartementsrecht, rechtgevende op het uitsluitend gebruik van de vierkamerwoning met toebehoren op de begane grond van het flatgebouw aan [adres 1] , plaatselijk bekend als [adres 1] , kadastraal bekend [Kadestrale aanduiding 1] , alsmede
Het appartementsrecht, rechtgevende op het uitsluitend gebruik van de berging gelegen in het souterrain van voormeld flatgebouw plaatselijk bekend als [adres 2] , kadastraal bekend [Kadestrale aanduiding 2] alsmede
Het appartementsrecht rechtgevende op het uitsluitend gebruik van de beging gelegen op de bovenste verdieping van voormeld flatgebouw, plaatselijk bekend als [adres 2] , kadastraal bekend [Kadestrale aanduiding 3] ,
daaronder begrepen de roerende zaken als bedoeld in artikel 3:254 BW Pro, onderhands op grond van de koopovereenkomst tussen Hypinvest en [koper] d.d. 13/14 april 2026, met de daarbij behorende bedingen, aan [koper] zal geschieden;
4.2
veroordeelt de hypotheekgevers om het in 4.1 genoemde onderpand, op het moment van inschrijving, als bedoeld in artikel 3:89 BW Pro, met al de zijnen en al het zijne te ontruimen en met afgifte van de sleutels ter vrije beschikking te stellen aan de bank;
4.3
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
Deze beschikking is gegeven door mr. G.W.G. Wijnands en in het openbaar uitgesproken op 16 juni 2026.