ECLI:NL:RBOVE:2026:3643

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
16 juni 2026
Publicatiedatum
27 juni 2026
Zaaknummer
11969622 \ CV EXPL 25-3606
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:228 BWArt. 6:265 BWArt. 7:17 BWArt. 6:271 BWArt. 6:96 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding koopovereenkomst zeepunter wegens non-conformiteit en toewijzing schadevergoeding

Partijen sloten op 25 april 2024 een koopovereenkomst voor een tweedehands zeepunter. Kort na aankoop zonk de boot tijdens de tweede vaart, waarna een expertiserapport gebreken aan het hout en constructie vaststelde. Eiser vorderde vernietiging van de koopovereenkomst wegens dwaling, subsidiair ontbinding wegens non-conformiteit, terugbetaling van de koopsom en vergoeding van kosten.

De kantonrechter verwierp het beroep op dwaling omdat eiser onvoldoende onderbouwde dat de verkoper onjuiste informatie had verstrekt of een mededelingsplicht had geschonden. Het beroep op non-conformiteit slaagde echter, omdat de boot niet voldeed aan de gerechtvaardigde verwachtingen en onveilig was om mee te varen. De ontbinding van de koopovereenkomst werd uitgesproken.

De verkoper werd veroordeeld tot terugbetaling van de koopsom, vergoeding van veiling-, bergings-, liggeld-, transport- en expertisekosten, alsmede buitengerechtelijke incassokosten. De wettelijke rente werd toegewezen vanaf relevante data. De proceskosten werden eveneens aan de verkoper opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De koopovereenkomst wordt ontbonden wegens non-conformiteit en gedaagde wordt veroordeeld tot terugbetaling van de koopsom en vergoeding van bijkomende kosten.

Uitspraak

RECHTBANKOVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer: 11969622 \ CV EXPL 25-3606
Vonnis van 16 juni 2026
in de zaak van
[eiser],
te [woonplaats 1],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
gemachtigde: mr. M. Heimensem,
tegen
[gedaagde],
te [woonplaats 2],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.

1.Samenvatting

[gedaagde] heeft aan [eiser] een zeepunter verkocht. De zeepunter is tijdens de tweede dag varen met [eiser] komen te zinken. [eiser] vordert in deze procedure primair vernietiging van de koopovereenkomst en subsidiair een verklaring voor recht dat de koopovereenkomst is ontbonden. Daarnaast vordert [eiser] terugbetaling van de koopsom en vergoeding van de kosten die hij in verband met de zeepunter heeft gemaakt. De kantonrechter wijst de subsidiaire vordering toe en oordeelt dat [gedaagde] de koopsom moet terugbetalen en de door [eiser] gemaakte kosten moet vergoeden. In het navolgende wordt dit oordeel nader toegelicht.

2.De procedure

2.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 10,
- de conclusie van antwoord met productie 1 tot en met 4,
- de aanvullende producties 7a en 11 van [eiser],
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
- de mondelinge behandeling van 11 mei 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
2.2
Ten slotte is vonnis bepaald.

3.De feiten

3.1
Partijen hebben op 25 april 2024 een koopovereenkomst gesloten strekkende tot aankoop/verkoop van een tweedehands zeilboot type zeepunter, gebouwd door [bedrijf] (hierna ook: ‘de zeepunter’) voor een bedrag van € 4.511,00. De aankoop is tot stand gekomen middels het platform ‘[internetsite 1]’.
3.2
In de kavelomschrijving is de volgende tekst opgenomen:
“Mooie grote goed onderhouden eikenhouten zeepunter met grootzijl fok en kluiver. Punter is in 2023 geheel geverfd en is voorzien van honda elektrisch gestarte buitenboordmotor.”
3.3
De zeepunter lag ten tijde van de verkoop bij [bedrijf] en moest daar worden opgehaald. [eiser] heeft met [bedrijf] een afspraak gemaakt om de zeepunter te bezichtigen en op te halen. Tijdens de bezichtigingsafspraak lag de zeepunter in het water aan de werf. Voorafgaand aan het ophalen van de zeepunter hebben [eiser] en [gedaagde] contact met elkaar gehad.
3.4
Op 11 juni 2024 heeft [eiser] de zeepunter bij [bedrijf] opgehaald. De volgende dag is [eiser], samen met zijn dochter, richting Noord-Holland gezeild. Ter hoogte van het Ketelmeer is er water de boot binnengedrongen. Op het IJsselmeer is de zeepunter vervolgens begonnen met zinken. Uiteindelijk hebben [eiser] en zijn dochter de Tintelhaven aan de Markerwaarddijk bereikt. Aan de kade is de zeepunter vervolgens gezonken.
3.5
Op 12 juni 2024 is de zeepunter geborgen en op de kant gezet.
3.6
Op diezelfde dag heeft [eiser] aan [gedaagde] via een WhatsApp-bericht laten weten wat tijdens de vaart is voorgevallen en dat de zeepunter is gezonken. Hierop heeft [gedaagde] bericht dat hij met [bedrijf] zal overleggen. Vervolgens heeft [gedaagde] aan [eiser] weten: “
Omdat de boot op een veiling gekocht is, is er geen beroep mogelijk maar uit coulance wil [bedrijf] de boot wel gratis herstellen”.
3.7
Op 20 juni 2024 heeft [eiser] aan ‘[internetsite 2] B.V.’ (hierna ook: [internetsite 2]) opdracht gegeven om een expertiserapport in verband met de zeepunter op te stellen. [internetsite 2] heeft vervolgens op 28 juni 2024 de zeepunter onderzocht en naar aanleiding hiervan een expertiserapport opgesteld.
3.8
Op 8 augustus 2024 heeft de gemachtigde van [eiser] [bedrijf] aangeschreven om de koop buitengerechtelijk te ontbinden. Hierop heeft [bedrijf] laten weten dat zij de zeepunter niet in eigendom heeft gehad. [bedrijf] wijst aansprakelijkheid van de hand.
3.9
Op 10 april 2025 heeft de gemachtigde van [eiser] [gedaagde] aangeschreven. Namens [eiser] wordt kenbaar gemaakt dat [eiser] tot buitengerechtelijke ontbinding van de koopovereenkomst wenst over te gaan. [gedaagde] wordt verzocht om de koopprijs van € 4.511,00 terug te betalen en de overige schade te vergoeden. Tevens worden de incassokosten van € 763,87 aangezegd.
3.1
[gedaagde] heeft hierop op 18 april 2025 gereageerd. Hij heeft de aansprakelijkheid en de buitengerechtelijke ontbinding afgewezen.
3.11
De gemachtigde van [eiser] heeft hierop op 25 juni 2025 gereageerd en [gedaagde] nogmaals in de gelegenheid gesteld om tot kosteloos herstel over te gaan en een contra-expertise te laten uitvoeren.
3.12
Op 5 juli 2025 heeft [gedaagde] hierop gereageerd. [gedaagde] heeft daarbij laten weten dat hij niet meer voornemens is om de zeepunter kosteloos te herstellen omdat een aanvaring of botsing niet meer uit te sluiten is.

4.Het geschil

4.1
[eiser] vordert – samengevat – dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
Primair
I. de koopovereenkomst strekkende tot aankoop van de zeepunter, gesloten op 25 april 2024 tegen een aankoopprijs van € 4.511,00 vernietigt op grond van een wilsgebrek;
Subsidiair
II. voor recht verklaart dat [eiser] de koopovereenkomst strekkende tot de aankoop van de zeepunter, gesloten op 25 april 2024 tegen een aankoopprijs van € 4.511,00 op 10 april 2025 buitengerechtelijk heeft ontbonden, dan wel de ontbinding van deze koopovereenkomst uitspreekt;
Primair en subsidiair
III. [gedaagde] veroordeelt tot terugbetaling van de koopsom van € 4.511,00 aan [eiser], alsmede de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 25 april 2024 tot aan de dag der algehele voldoening, althans een in goede justitie te bepalen bedrag;
IV. [gedaagde] veroordeelt om aan [eiser] te voldoen een bedrag van € 947,31 zijnde de veilingkosten, alsmede de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 25 april 2024 tot aan de dag der algehele voldoening, althans vanaf een in goede justitie te bepalen datum;
V. [gedaagde] veroordeelt om aan [eiser] te voldoen een bedrag van € 809,00, zijnde de leegpomp- en bergingskosten, alsmede de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 12 juni 2024 tot aan de dag der algehele voldoening, althans vanaf een in goede justitie te bepalen datum;
VI. [gedaagde] veroordeelt om aan [eiser] te voldoen een bedrag ad € 905,00, zijnde de kosten van het liggeld van de jachthaven, alsmede de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 12 juni 2024, althans vanaf een datum in goede justitie te bepalen;
VII. [gedaagde] veroordeelt om aan [eiser] te voldoen een bedrag van € 605,00, zijnde kosten van het expertiserapport, alsmede wettelijke rente over dit bedrag vanaf 20 juni 2024 tot aan algehele voldoening, althans vanaf een datum in goede justitie te bepalen;
VIII. [gedaagde] veroordeelt om aan [eiser] te voldoen een bedrag van € 484,00, zijnde de kosten van het transport, alsmede de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 20 juni 2024 tot aan de dag der algehele voldoening, althans vanaf een datum in goede justitie te bepalen;
IX. [gedaagde] veroordeelt tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten van € 953,56, alsmede de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 10 april 2024 tot aan de dag der algehele voldoening, althans vanaf een datum in goede justitie te bepalen;
X. [gedaagde] te veroordelen in de kosten van het geding, alsmede wettelijke rente over de kostenveroordeling vanaf veertien dagen na datum van vonniswijzing tot aan de dag van algehele voldoening.
4.2
[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiser], dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiser].
4.3
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

5.De beoordeling

5.1
[eiser] heeft primair een beroep gedaan op vernietiging van de koopovereenkomst op grond van dwaling ingevolge artikel 6:228 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) en subsidiair op ontbinding van de koopovereenkomst op grond van artikel 6:265 BW Pro wegens non-conformiteit van de zeepunter.
5.2
[eiser] heeft – samengevat en voor zover voor de beoordeling van belang – het volgende aan zijn vorderingen ten grondslag gelegd. [eiser] heeft via een online veiling een zeepunter van [gedaagde] gekocht. In de verkoopadvertentie van de zeepunter stond omschreven dat het om een goed onderhouden zeepunter ging. Op het moment dat [eiser] voor de tweede keer – en de eerste keer met gehesen zeilen – met de zeepunter ging varen, begon de zeepunter al na korte tijd vol te lopen met water en vervolgens te zinken. [eiser] had de zeepunter nooit gekocht, als hij had geweten dat hij niet veilig met de zeepunter zou kunnen varen. [eiser] stelt op dit punt te hebben gedwaald. Uit het expertiserapport wat [eiser] heeft laten opstellen nadat de zeepunter is gezonken en vervolgens geborgen, blijkt dat de zeepunter in uiterst slechte staat verkeerde. Onder deze omstandigheden was [eiser] nooit tot aankoop van de zeepunter over gegaan, aldus [eiser]. Bovendien is volgens [eiser] sprake van non-conformiteit.
5.3
[gedaagde] verweert zich tegen de vordering en heeft – samengevat en voor zover voor de beoordeling van belang – het volgende naar voren gebracht. [gedaagde] betwist dat er sprake was van een onjuiste voorstelling van zaken van [eiser] ten tijde van het sluiten van de koopovereenkomst. Dat de zeepunter op het moment dat [eiser] ermee is gaan varen, lekkage vertoonde, betekent niet dat de zeepunter bij aanschaf ervan niet goed was. [gedaagde] is (nog steeds) van mening dat de zeepunter ten tijde van het sluiten van de koopovereenkomst in goede staat verkeerde. Het expertiserapport is opgesteld op het moment dat de zeepunter al (te) lang op het droge lag, waardoor de uitkomsten van het onderzoek niet betrouwbaar zijn, aldus [gedaagde]. Uit coulance heeft [gedaagde] aanvankelijk aangeboden de zeepunter kosteloos te (laten) herstellen door [bedrijf]. Omdat [eiser] het voorstel niet heeft geaccepteerd, heeft [gedaagde] het vervolgens ingetrokken. Een goede grond voor het vernietigen of ontbinden van de koopovereenkomst is niet aanwezig, zodat de vorderingen dienen te worden afgewezen, aldus nog steeds [gedaagde].
5.4
De kantonrechter oordeelt als volgt.
Geen vernietiging wegens dwaling
5.5
De vraag die ten eerste voorligt is of de koopovereenkomst wegens dwaling moet worden vernietigd. Artikel 6:228 BW Pro bepaalt dat een overeenkomst vernietigbaar is wanneer deze onder invloed van dwaling tot stand is gekomen en de dwalende partij de overeenkomst bij een juiste voorstelling van zaken niet zou hebben gesloten, indien de dwaling te wijten is aan een onjuiste inlichting van de wederpartij (sub a), het schenden van een mededelingsplicht door de wederpartij (sub b) of een wederzijds onjuiste veronderstelling ten tijde van het sluiten van de overeenkomst (sub c).
5.6
Namens [eiser] is tijdens de mondelinge behandeling toegelicht dat hij primair een beroep op dwaling heeft gedaan, omdat [eiser] de zeepunter niet zou hebben gekocht als hij had geweten dat deze niet goed was onderhouden en er niet veilig mee kon worden gevaren. Hij heeft een beroep op de a-grond en b-grond van artikel 6:228 BW Pro gedaan. Als feitelijke grond voor de dwaling voert [eiser] aan dat de zeepunter ten onrechte als ‘goed onderhouden’ is aangeprezen bij de veiling, terwijl van goed onderhoud geen sprake kan zijn geweest nu de zeepunter kort na de aankoop is gezonken. [gedaagde] heeft dit weersproken. Hij heeft toegelicht dat de zeepunter op een gebruikelijke manier is onderhouden. In reactie daarop heeft [eiser] niet voldoende toegelicht waarom het door [gedaagde] verrichte onderhoud feitelijk niet voldeed. De stelling van [eiser] dat [gedaagde] ten tijde van het sluiten van de koopovereenkomst wel op de hoogte was van de slechte staat van de zeepunter en de gevolgen daarvan, heeft [eiser] – gelet op de betwisting hiervan door [gedaagde] – niet voldoende onderbouwd. Gelet hierop kan niet worden vastgesteld dat [gedaagde] een onjuiste mededeling over het onderhoud heeft gedaan. Daarbij komt nog dat [eiser] zijn verwachtingen rondom de staat van onderhoud van de zeepunter mede heeft gebaseerd op zijn veronderstelling dat [bedrijf] (met expertise op dit gebied) de zeepunter te koop aanbood. Ook de deskundige baseert zijn conclusie dat de zeepunter niet met als goed onderhouden verkocht had mogen worden mede op de ligplek van de zeilboot bij [bedrijf]. [eiser] kon er zonder nader onderzoek of het stellen van vragen echter niet gerechtvaardigd van uit gaan dat [bedrijf] de verkoper was. Evenmin kon hij daaraan de conclusie verbinden dat de zeepunter daarom als goed onderhouden moest worden aangemerkt. Het enkele feit dat de zeepunter bij [bedrijf] lag op het moment van de verkoop via de veiling is daarvoor niet genoeg. De overige omstandigheden die [eiser] aanvoert ter onderbouwing van zijn verwachting omtrent de verkoper, zijn van na de verkoop en in zoverre niet relevant. Dit nog los van het feit dat [gedaagde] bij het ophalen aanwezig was en [eiser] ook appcontact heeft gehad met [gedaagde] over de zeepunter. [eiser] heeft onvoldoende gesteld voor het beroep op dwaling. De kantonrechter zal het beroep op dwaling afwijzen en de daarop gebaseerde vernietiging afwijzen.
Non-conformiteit
5.7
Subsidiair heeft [eiser] een beroep gedaan op non-conformiteit. Dit beroep slaagt en de gevorderde ontbinding zal worden toegewezen.
5.8
Uitgangspunt is dat een afgeleverde zaak aan de overeenkomst moet beantwoorden, dat wil zeggen aan de gerechtvaardigde verwachting van de koper moet voldoen (artikel 7:17 BW Pro). De koper mag verwachten dat de zaak de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn en waarvan hij de aanwezigheid niet behoefde te betwijfelen. De gerechtvaardigde verwachting wordt ingekleurd door de aard van de zaak en de mededelingen die de verkoper heeft gedaan.
5.9
[eiser] heeft via een veiling van [gedaagde] een tweedehands zeepunter gekocht. Gelet op het feit dat [eiser] een tweedehands boot kocht via een veiling, kon hij niet verwachten dat deze in perfecte staat verkeerde. Wel mocht [eiser] verwachten dat hij veilig met de zeepunter kon varen nu deze als goed onderhouden is verkocht. [gedaagde] moest als verkoper namelijk ook weten dat een eventuele koper de zeepunter zou gebruiken om ermee te varen. In dit geval is gebleken dat dit niet veilig kon.
5.1
Tussen partijen is niet in geschil dat de zeepunter vlak na aanschaf, op 11 juni 2024, is gezonken waardoor veilig en normaal gebruik van de zeepunter niet meer mogelijk is. Uit de stukken en hetgeen partijen ter zitting naar voren hebben gebracht, volgt dat partijen het eens zijn over de waarschijnlijke oorzaak van het zinken van de zeepunter. Doordat één van de houten pennen in de zeepunter was losgeraakt en vervolgens tijdens het varen de zeilen werden gehesen, werd een zodanige uitwendige kracht op de zeepunter uitgeoefend dat de constructie daar, als gevolg van de losgeraakte pen, niet langer tegen bestand was. Hierdoor konden waarschijnlijk meerdere pennen losraken, waarna water de zeepunter binnen kon dringen en de zeepunter begon te zinken.
5.11
Voor een geslaagd beroep op non-conformiteit moet komen vast te staan dat de zeepunter al gebrekkig was op het moment van de verkoop. [eiser] heeft dit onder verwijzing naar de feiten en het expertiserapport voldoende gemotiveerd toegelicht. De zeepunter is al op de tweede dag van varen gezonken. Hiermee openbaarde het gebrek aan de zeepunter zich twee dagen na levering. [eiser] heeft met het expertiserapport voldoende gemotiveerd gesteld dat de gebreken als gevolg waarvan de zeepunter is gezonken al aanwezig waren op het moment van de koop. Dat de pinnen tijdens de tocht konden losraken (zoals omschreven in r.o. 5.10.), was volgens [eiser] het gevolg van de slechte staat van het hout van de zeepunter. Er was onder andere sprake van houtrot zoals uiteengezet door de deskundige. [eiser] heeft gemotiveerd toegelicht dat dit gebrek niet in twee dagen kan zijn ontstaan. [gedaagde] heeft deze bevindingen van de expert onvoldoende weersproken. Het enkele feit dat het onderzoek later plaatsvond dan gewenst, is daarvoor niet genoeg. Het had op de weg van [gedaagde] gelegen om concreter in te gaan op de door de expert vastgestelde gebreken. De stelling van [gedaagde] dat de zeepunter bij een keuring een jaar voor de verkoop nog goed was, is daarvoor ook niet genoeg. Daarbij weegt mee dat [gedaagde] niet uit eigen ervaring kan aangeven of de zeepunter voor de verkoop voldeed voor het varen met de zeilen, omdat [gedaagde] de zeepunter alleen op de motor heeft gevaren. Ten slotte is de algemene stelling van [gedaagde] dat niet valt uit te sluiten dat de zeepunter iets heeft geraakt tijdens de tocht, in het licht van het expertiserapport en de stellingen van [eiser], onvoldoende concreet voor een ander oordeel op dit punt.
5.12
[eiser] heeft onder verwijzing naar het expertiserapport voldoende gemotiveerd gesteld dat sprake is van een gebrek aan de zeepunter dat niet op eenvoudige wijze kan worden hersteld. Nu de zeepunter een gevaar voor de veiligheid oplevert, is sprake van non-conformiteit. Op [eiser] rustte inderdaad een onderzoeksplicht zoals [gedaagde] heeft betoogd, maar [eiser] heeft gemotiveerd gesteld dat deze gebreken niet op eenvoudige wijze konden worden ontdekt.
5.13
Naar het oordeel van de kantonrechter is sprake van non-conformiteit. [eiser] vordert een verklaring voor recht dat de koopovereenkomst buiten rechte is ontbonden bij brief van 10 april 2025.
5.14
[eiser] kan alleen de koop ontbinden als [gedaagde] in verzuim verkeert (artikel 6:265 BW Pro). Op het moment van de ontbindingsbrief van 10 april 2025 verkeerde [gedaagde] nog niet in verzuim. [gedaagde] had daarvoor via de app namelijk nog een - weliswaar beperkt en coulancehalve - herstelaanbod gedaan. Bovendien heeft [eiser] [gedaagde] per brief van 25 juni 2025 nogmaals in gebreke gesteld. Op 10 april 2025 kon [eiser] daarom nog niet tot ontbinding overgaan. De gevraagde ontbinding per 10 april 2025 zal dan ook worden afgewezen. [eiser] heeft ook gevraagd om de ontbinding in deze procedure uit te spreken. Die vordering zal worden toegewezen. Inmiddels verkeert [gedaagde] namelijk wel in verzuim, omdat [gedaagde] het eerder coulancehalve gedane herstelaanbod op 5 juli 2025 heeft ingetrokken voordat [eiser] dit kon aanvaarden.
5.15
Gelet op het voorgaande zal de vordering onder II met betrekking tot de gevorderde ontbinding worden toegewezen.
Ongedaanmakingsverplichtingen
5.16
Het gevolg van ontbinding is dat op grond van artikel 6:271 BW Pro voor beide partijen een verplichting tot ongedaanmaking van reeds ontvangen prestaties ontstaat. Voor [gedaagde] betekent dit dat hij de koopsom aan [eiser] moet terugbetalen. De vordering van [eiser] tot terugbetaling van de koopsom van € 4.511,00 zal dan ook worden toegewezen. Aangezien de verbintenis tot ongedaanmaking pas door de ontbinding is ontstaan, kan de wettelijke rente over de terug te betalen koopsom niet vanaf een eerdere datum – zoals door [eiser] is gevorderd – worden toegewezen. De kantonrechter zal in plaats daarvan de wettelijke rente toewijzen vanaf de veertiende dag na de uitspraak van dit vonnis.
5.17
In beginsel moet [eiser] vanwege de ontbinding de zeepunter terug leveren aan [gedaagde] in de staat waarin [eiser] deze heeft ontvangen. Dat is echter niet meer mogelijk nu tussen partijen vaststaat dat de zeepunter niet meer te repareren is. Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling heeft [gedaagde] ook verklaard geen belang meer te hebben bij teruggave van de zeepunter, aangezien deze waardeloos is geworden doordat de zeepunter te lang op het droge heeft gelegen. Er is echter geen grond voor vervangende schadevergoeding door [eiser], omdat de zeepunter is tenietgegaan als gevolg van het gebrek. [eiser] kan daarvan geen verwijt worden gemaakt.
Schadevergoeding vanwege extra kosten
5.18
Naast terugbetaling van de koopsom vordert [eiser] schadevergoeding voor extra kosten die hij in verband met (het zinken van) de zeepunter heeft gemaakt (vorderingen IV. tot en met VIII.). De tekortkoming van [gedaagde] staat vast vanwege de hiervoor vastgestelde non-conformiteit. [gedaagde] moet de schade vergoeden die [eiser] als gevolg van die tekortkoming lijdt.
5.19
Ten aanzien van de gevorderde kosten van het expertiserapport van € 605,00 overweegt de kantonrechter dat tegen deze kosten geen afzonderlijk voldoende gemotiveerd verweer is gevoerd en dat deze kosten redelijk en noodzakelijk zijn voor de vaststelling van de schade en de oorzaak van de schade (ex artikel 6:96 lid 2 sub b BW Pro). Dit onderdeel van de vordering zal worden toegewezen.
5.2
Ook de overige schadeposten zullen worden toegewezen nu deze het gevolg zijn van de non-conformiteit. De veilingkosten van € 947,31 waren onderdeel van de aankoopkosten en de overige kosten heeft [eiser] moeten maken in verband met het zinken van de zeepunter. Het gaat dan om de kosten van leegpompen en berging (€ 809,00), het liggeld van de jachthaven (€ 905,00) en de transportkosten (€ 484,00). Daarbij komt dat tegen voornoemde kosten geen afzonderlijk, voldoende gemotiveerd verweer is gevoerd. De kantonrechter gaat er daarom van uit dat de juistheid, noodzaak en hoogte van deze posten niet, althans onvoldoende zijn betwist, zodat deze bij gebreke van gemotiveerde betwisting als vaststaand worden aangenomen. Gelet op het voorgaande komen deze kosten voor vergoeding in aanmerking en zullen zij worden toegewezen. Het gaat dan om een totaalbedrag van € 3.145,31.
5.21
[eiser] vordert wettelijke rente over de schadevergoeding vanaf verschillende momenten. Die data zijn niet nader toegelicht. De wettelijke rente over de schade zal daarom worden toegewezen vanaf de datum van de dagvaarding (28 oktober 2025).
5.22
[eiser] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] een consument is (een natuurlijk persoon die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf). Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. [eiser] heeft aan [gedaagde] een of meer aanmaningen gestuurd die voldoen aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW Pro. Daarom zal in lijn met het besluit een bedrag van € 788,07 worden toegewezen. [eiser] heeft een hoger bedrag gevorderd, het meerdere zal worden afgewezen. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen. Omdat [eiser] niet heeft gesteld dat de schade (de buitengerechtelijke incassokosten) al eerder dan op de datum van de dagvaarding is geleden, zal de gevorderde rente worden toegewezen vanaf de dag van dagvaarding.
5.23
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
145,45
- griffierecht
257,00
- salaris gemachtigde
720,00
(2 punten × € 360,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.266,45
5.24
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

6.De beslissing

De kantonrechter
6.1
ontbindt de koopovereenkomst betreffende de zeepunter, zoals gesloten op 25 april 2024 tegen de aankoopprijs van € 4.511,00;
6.2
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 4.511,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het toegewezen bedrag, met ingang vanaf de veertiende dag na de dag waarop dit vonnis is gewezen, indien en voor zover [gedaagde] dan nog niet aan deze veroordeling heeft voldaan;
6.3
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 3.145,31 als schadevergoeding, met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf 28 oktober 2025 tot de dag dat volledig is betaald;
6.4
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te voldoen een bedrag van € 605,00, zijnde kosten van het expertiserapport, met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf 28 oktober 2025 tot de dag dat volledig is betaald;
6.5
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 788,07 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro, met ingang van 28 oktober 2025 tot de dag dat volledig is betaald;
6.6
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.266,45, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
6.7
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;
6.8
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.N.R. Wegerif en in het openbaar uitgesproken op 16 juni 2026.