ECLI:NL:RBOVE:2026:3646

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
17 juni 2026
Publicatiedatum
28 juni 2026
Zaaknummer
C/08/344115 / HA ZA 26-33
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWArt. 6:119 BWArt. 6:119a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot nakoming en betaling geldsom met incassokosten toegewezen

Svea Finans Nederland B.V. heeft een vordering ingesteld tegen de gedaagde, handelend onder een bedrijfsnaam, wegens niet-nakoming van een betalingsverplichting. De gedaagde is niet verschenen, waarna verstek is verleend. De rechtbank heeft de vordering van Svea Finans beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten.

De rechtbank oordeelt dat Svea Finans voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht, waardoor recht bestaat op vergoeding van € 1.117,19 plus rente. Daarnaast wordt de hoofdsom van € 34.219,00 toegewezen, vermeerderd met wettelijke handelsrente vanaf 1 januari 2026 en een bedrag aan rente tot 31 december 2025.

De proceskosten worden begroot op € 4.233,57 en worden eveneens aan de gedaagde opgelegd, inclusief rente en mogelijke verhogingen bij niet-tijdige betaling. Het vonnis wordt tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de gedaagde tot betaling van de geldsom, incassokosten, rente en proceskosten, en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Uitspraak

RECHTBANK Overijssel

Civiel recht
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer: C/08/344115 / HA ZA 26-33
Vonnis van 17 juni 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
SVEA FINANS NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Reeuwijk,
eisende partij,
hierna te noemen: Svea Finans,
advocaat: mr. L.F.P. Coehorst,
tegen
[gedaagde], handelend onder de naam [bedrijf],
wonende te [woonplaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
niet verschenen.

1.De procedure

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- het tegen [gedaagde] verleende verstek.
1.2
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1
Svea Finans heeft gevorderd zoals is vermeld in de dagvaarding waarmee deze procedure is ingeleid. De inhoud van deze dagvaarding moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.
2.2
Svea Finans vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Svea Finans heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Svea Finans heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Daarom zal een bedrag van € 1.117,19 worden toegewezen. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen.
2.3
De vordering komt de rechtbank voor het overige niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal als volgt worden toegewezen.
De proceskosten
2.4
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Svea Finans worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
125,57
- griffierecht
3.083,00
- salaris advocaat
836,00
(1 punt × € 836,00)
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
4.233,57
2.5
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1
veroordeelt [gedaagde] om aan Svea Finans te betalen
een bedrag van € 34.219,00 te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW vanaf 1 januari 2026 tot de dag van volledige betaling,
een bedrag van € 4.532,74 aan wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW berekend tot en met 31 december 2025
een bedrag van € 1.117,19 aan buitengerechtelijke kosten te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf 16 januari 2026 tot de dag van volledige betaling,
3.2
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 4.233,57 te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.3
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
3.4
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
3.5
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.F. van Aalst en in het openbaar uitgesproken op 17 juni 2026.