ECLI:NL:RBOVE:2026:3663

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
19 juni 2026
Publicatiedatum
30 juni 2026
Zaaknummer
12206949 \ EJ VERZ 26-130
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:671 BWArt. 7:673 lid 7 sub c BWArt. 7:677 lid 1 BWArt. 7:678 lid 1 BWArt. 6:96 lid 2 sub a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing billijke vergoeding na rechtsgeldig ontslag op staande voet wegens diefstal medicatie

Werknemer was sinds september 2018 in dienst bij Deventer Ziekenhuis als specialistisch verpleegkundige SEH. Na een intern en extern onderzoek waarbij een verhoogde consumptie van Midazolam werd vastgesteld, werd werknemer op 27 februari 2026 op staande voet ontslagen wegens het stelselmatig wegnemen van deze medicatie.

Werknemer betwistte de diefstal en verzocht om een billijke vergoeding en transitievergoeding. De werkgever stelde dat het ontslag rechtsgeldig was en verzocht tevens om vergoeding van de kosten van het onderzoeksbureau Bravo.

De kantonrechter oordeelde dat de werkgever voldoende bewijs had geleverd dat werknemer de medicatie had weggenomen, onder meer door dienstroosters, badge-registraties en verklaringen. De persoonlijke omstandigheden van werknemer wogen niet zwaarder dan de ernst van het verwijt. Het ontslag op staande voet werd daarom rechtsgeldig verklaard en de verzoeken van werknemer afgewezen. Ook het verzoek van werkgever tot vergoeding van de onderzoekskosten werd afgewezen omdat geen aansprakelijkheid was vastgesteld.

Uitkomst: Het ontslag op staande voet is rechtsgeldig verklaard en het verzoek om billijke vergoeding afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANKOVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer / rekestnummer: 12206949 \ EJ VERZ 26-130
Beschikking van 19 juni 2026
in de zaak van
[partij A],
wonende te [woonplaats],
verzoekende partij,
verwerende partij in het tegenverzoek,
hierna te noemen: [partij A],
gemachtigde: mr. M.F. Riepma,
tegen
STICHTING DEVENTER ZIEKENHUIS,
gevestigd te Deventer,
verwerende partij,
verzoekende partij in het tegenverzoek,
hierna te noemen: Deventer Ziekenhuis,
gemachtigde: mr. M.G.N. de Jonge.

1.De zaak in het kort

1.1
In deze zaak verzoekt de werknemer om toekenning van een billijke vergoeding na een ontslag op staande voet door de werkgever. De kantonrechter wijst het verzoek af, omdat het ontslag op staande voet (rechts)geldig is. Het tegenverzoek van werkgever tot betaling van de kosten voor het inschakelen van een deskundige wordt eveneens afgewezen, aangezien geen sprake is van redelijke kosten ter vaststelling van de aansprakelijkheid van werknemer.

2.De procedure

2.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met producties 1 tot en met 12,
- het verweerschrift, met een zelfstandig tegenverzoek, met producties 1 tot en met 20,
- de brief met aanvullende productie 13 van [partij A],
- de brief met aanvullende productie 21 van Deventer Ziekenhuis
- de pleitnota van de gemachtigde van [partij A],
- de pleitnota van de gemachtigde van Deventer Ziekenhuis
- de mondelinge behandeling van 22 mei 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
2.2
De beschikking is bepaald op vandaag.

3.De feiten

3.1
[partij A] is van 1 september 2018 tot en met 27 februari 2026 in dienst geweest bij Deventer Ziekenhuis. De functie van [partij A] was specialistisch verpleegkundige SEH (Spoedeisende hulp) met een loon van € 4.203,61 bruto per maand exclusief emolumenten. [partij A] had, naast zijn reguliere werkzaamheden, samen met één andere collega de taak om de medicijnkamer te ordenen en opgeruimd te houden.
3.2
In week 3 van 2026 heeft een werknemer die werkzaam is op de afdeling SEH, bij de afdelingsmanager (dhr. [naam 1], hierna te noemen: [naam 1]) gemeld dat het geneesmiddel Midazolam neusspray (hierna te noemen: Midazolam) een niet te verklaren, hogere consumptie heeft dan de gebruikelijke hoeveelheid van één à twee flesjes per week.
3.3
In de periode van 19 tot en met 26 januari 2026 hebben vier andere werknemers op eigen initiatief de voorraad Midazolam dagelijks gemonitord. Op 26 januari 2026 hebben deze vier werknemers hun bevindingen, namelijk dat de voorraad Midazolam zonder verklaring afneemt, bij [naam 1] gemeld.
3.4
In de periode van 26 januari 2026 tot en met 2 februari 2026 heeft [naam 1] de voorraad Midazolam zelf gemonitord en geconcludeerd dat er flesjes Midazolam zijn weggenomen en dat [partij A] hiervoor verantwoordelijk is.
3.5
Op 2 februari 2026 is [partij A] na een gesprek met [naam 1] en mw. [naam 2] (HR-adviseur) over de verdenkingen op non-actief gesteld.
3.6
Op 3 februari 2026 heeft Deventer Ziekenhuis Bravo Recherche- en onderzoeksbureau (hierna te noemen: Bravo) opdracht gegeven om onderzoek te doen naar het verdwijnen van Midazolam. Op 25 februari 2026 is [partij A] door Bravo gehoord.
3.7
Op 27 februari 2026 is [partij A] op staande voet ontslagen. In de ontslagbrief is onder meer het volgende opgenomen:
“Deventer Ziekenhuis neemt het jou kwalijk dat jij geruime tijd stelselmatig tijdens en buiten diensttijd medicatie hebt weggenomen, dat jij gedurende werktijd veelvuldig geen werkzaamheden hebt verricht en dat jij geen verantwoordelijkheid hebt willen nemen voor jouw gedrag. (…)
De dringende reden van jouw ontslag is er onder meer in gelegen dat
  • uit intern en extern onderzoek is gebleken dat jij herhaaldelijk en ongeoorloofd de medicijnkamer hebt betreden op momenten waarop vervolgens Midazolam neusspray bleek te ontbreken;
  • deze vermissingen waren niet te relateren aan patiëntenzorg, voorschriften of andere legitieme werkzaamheden;
  • er een patroon is vastgesteld tussen jouw diensten en aanwezigheid in het ziekenhuis en het verdwijnen van de Midazolam neusspray;
  • jij de medicijnkamer zevenmaal hebt betreden terwijl je niet was ingeroosterd voor werkzaamheden op de SEH;
  • jij geen plausibele en verifieerbare verklaring hebt kunnen geven voor onder andere jouw aanwezigheid in de medicijnkamer terwijl je niet aan het werk was;
  • dat jij ten onrechte volstrekt onbereikbaar bent gebleven voor zowel Bravo als jouw werkgever;
  • jij ernstig in strijd hebt gehandeld met de op jou rustende verplichtingen als specialistisch verpleegkundige en het in jou gestelde vertrouwen op grove wijze geschonden;
  • jouw handelen heeft geleid tot risico's voor de patiëntveiligheid en tot een onherstelbare vertrouwensbreuk.
Alle omstandigheden in overweging nemende zijn wij van oordeel dat de voornoemde ernstige constateringen ieder voor zich en/of in onderling verband beschouwend een dringende reden (…) voor een onmiddellijke beëindiging van jouw dienstverband opleveren.”

4.Het verzoek, het verweer en het tegenverzoek

4.1
[partij A] verzoekt de kantonrechter:
primair:
I. Deventer Ziekenhuis te veroordelen tot betaling van de billijke vergoeding aan
[partij A] van € 59.089,00 bruto, dan wel een door de kantonrechter te bepalen billijke vergoeding;
II. Aan [partij A] een vergoeding wegens onregelmatige opzegging toe te kennen van € 12.185,27 bruto, dan wel een door de kantonrechter te bepalen billijke vergoeding;
III. Deventer Ziekenhuis te veroordelen tot betaling aan [partij A] van de transitievergoeding van € 14.878,06 bruto, dan wel een door de kantonrechter te bepalen billijke vergoeding;
subsidiair:
IV. voor zover de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is geëindigd op 27 februari 2026, om Deventer Ziekenhuis te veroordelen tot betaling van de transitievergoeding van € 14.878,06 bruto, dan wel een door de kantonrechter te bepalen billijke vergoeding;
meer subsidiair:
V. voor zover het ontslag op staande voet terecht is gegeven en tevens sprake is van ernstige verwijtbaarheid om veroordeling van Deventer Ziekenhuis tot betaling van de transitievergoeding van € 14.878,06 bruto, dan wel een door de kantonrechter te bepalen billijke vergoeding;
primair, subsidiair en meer subsidiair:
VI. Deventer Ziekenhuis te veroordelen tot betaling aan [partij A] van de wettelijke rente vanaf het tijdstip van opeisbaarheid van de bedragen tot aan de dag van algehele voldoening;
VII. Deventer Ziekenhuis te veroordelen tot het verstrekken van een deugdelijke eindafrekening;
VIII. Deventer Ziekenhuis te veroordelen in de kosten van de procedure.
4.2
[partij A] legt aan zijn verzoek ten grondslag dat geen sprake is van een dringende reden, omdat hij geen geneesmiddelen heeft weggenomen. Het ontslag op staande voet is daarom onterecht gegeven. Door de melding bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, die Deventer Ziekenhuis heeft gedaan, is hij in zijn goede naam aangetast en kan bij niet binnen redelijke afstand van zijn woonplaats in de zorg werken.
4.3
Deventer Ziekenhuis voert verweer en stelt dat de verzoeken van [partij A] moeten worden afgewezen. Deventer Ziekenhuis voert ‑ samengevat ‑ aan dat er wel degelijk sprake is van een dringende reden en zij [partij A] daarom rechtsgeldig op staande voet heeft ontslagen. Deventer Ziekenhuis heeft daarnaast een tegenverzoek gedaan, waarbij zij verzoekt om een verklaring voor recht dat het ontslag rechtsgeldig is gegeven en om [partij A] te veroordelen tot betaling van de onderzoekskosten van € 16.561,88, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 mei 2026, met veroordeling van [partij A] in de proceskosten.

5.De beoordeling van het verzoek

5.1
Aan de kantonrechter ligt de vraag voor of Deventer Ziekenhuis de arbeidsovereenkomst met [partij A] rechtsgeldig heeft opgezegd. Voor de vraag of in strijd met artikel 7:671 BW Pro is opgezegd, dient te worden beoordeeld of sprake is van een dringende reden als bedoeld in art. 7:677 lid 1 BW Pro. Ingevolge art. 7:678 lid 1 BW Pro worden voor de werkgever als dringende redenen als vorenbedoeld beschouwd zodanige daden, eigenschappen of gedragingen van de werknemer, die ten gevolge hebben dat van de werkgever redelijkerwijze niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Bij de beoordeling van de vraag of van zodanige dringende redenen sprake is, moeten alle omstandigheden van het geval, in onderling verband en samenhang, in aanmerking worden genomen. Daarbij dient ook rekening te worden gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de werknemer, zoals zijn leeftijd, de aard en duur van het dienstverband, de wijze waarop de werknemer tijdens het dienstverband heeft gefunctioneerd en de gevolgen die een ontslag op staande voet voor hem zou hebben. Ook indien de gevolgen ingrijpend zijn, kan een afweging van deze persoonlijke omstandigheden tegen de aard en de ernst van de dringende reden tot de slotsom leiden dat een onmiddellijke beëindiging van de arbeidsovereenkomst gerechtvaardigd is. De stelplicht en de bewijslast ten aanzien van het bestaan van een dringende reden liggen bij Deventer Ziekenhuis als werkgever.
De dringende reden
5.2
In de ontslagbrief zijn meerdere redenen voor ontslag genoemd. Uit de bewoordingen van de ontslagbrief en het verweer in deze procedure blijkt dat de dringende reden volgens Deventer Ziekenhuis - kort gezegd – is gelegen in het feit dat
[partij A] Midazolam heeft weggenomen. Gezien de stellingen van [partij A] in dezeprocedure is het hem ook steeds duidelijk geweest dat dit de dringende reden is die tot de opzegging heeft geleid.
5.3
Nu [partij A] ontkent Midazolam te hebben weggenomen, zal de kantonrechter in deze procedure moeten beoordelen of Deventer Ziekenhuis voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat dat wel het geval is. Van een werkgever mag in geval van een verwijt als dit worden verwacht dat hij een zoveel mogelijk uitgewerkt dossier voorlegt met daarin de nodige overtuigingsstukken waaruit blijkt dat de verweten gedraging met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid is gepleegd. De kantonrechter is van oordeel dat Deventer Ziekenhuis dat in deze procedure heeft gedaan en overweegt daartoe als volgt.
5.4
Dat [partij A] gedurende een aantal jaren Midazolam heeft weggenomen blijkt volgens Deventer Ziekenhuis uit het onderzoek door de vier werknemers, het individuele onderzoek door [naam 1] en het rapport van Bravo. Uit het rapport van Bravo volgt dat zij naar aanleiding van de door Deventer Ziekenhuis aangeleverde stukken tot de conclusie is gekomen dat alleen [partij A] telkens aanwezig was op alle dagen dat er Midazolam verdween. Vervolgens heeft Bravo een overzicht opgesteld op basis van de dienstroosters van de jaren 2024, 2025 en 2026, de voorraadlijsten, de medicatieopdrachten van de apotheek en de badgemeldingen van [partij A] bij de medicijnkamer van 22 maart 2025 tot 2 februari 2026. Uit dit overzicht blijkt dat er telkens Midazolam verdween wanneer
[partij A] dienst had, met name in de nachtdiensten, terwijl in de perioden dat
[partij A] afwezig was, geen verdwijningen werden geconstateerd. Er werden onder andere geen vermissingen geconstateerd tijdens de vakanties van [partij A], maar kort ervoor en direct erna wel. Verder constateert Bravo dat [partij A] aan het einde van zijn dienst vaak de medicijnkamer bezocht, terwijl alle andere verpleegkundigen zich op dat moment elders verzamelden voor de overdracht van de diensten. Ook heeft Bravo geconstateerd dat [partij A] in de periode van april tot en met augustus 2025 in totaal acht keer in de medicijnkamer is geweest, waarvan zeven keer op momenten dat hij geen dienst had, en één keer terwijl hij een interne training volgde op een andere afdeling. Verder legt Deventer Ziekenhuis nog een anonieme verklaring aan haar stelling ten grondslag waaruit blijkt dat een werknemer de jas van [partij A] in de kleedruimte van de kapstok heeft laten vallen en zij toen een flesje Midazolam uit de jaszak van [partij A] heeft zien vallen, waarna zij deze heeft teruggeplaatst.
5.5
[partij A] betwist dat hij Midazolam heeft weggenomen. Hij voert aan dat de Midazolam mogelijk door anderen is weggenomen, maar niet door hem. Wat betreft zijn aanwezigheid in de medicijnkamer buiten zijn diensten heeft [partij A] tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat hij een aantal keer in het ziekenhuis aanwezig was vanwege een medische afspraak voor zijn zoontje. De cursus vond bovendien plaats op een afdeling vlakbij de SEH. [partij A] heeft verder verklaard dat hij zich niet kan herinneren waarom hij op die momenten de medicijnkamer zou hebben betreden. Hij zegt dat hij mogelijk een pijnstiller heeft gepakt of iets heeft opgeruimd. Hij verklaart verder nooit Midazolam te hebben gebruikt en dit ook niet in zijn jaszak te hebben gehad.
5.6
De kantonrechter is van oordeel dat [partij A] onvoldoende gemotiveerd heeft betwist dat hij Midazolam heeft weggenomen. Hierbij is met name van belang dat hij geen verklaring heeft gegeven voor het feit dat hij als enige dienst had op alle dagen dat Midazolam verdween, er telkens Midazolam verdween als hij in de medicijnkamer was geweest en er geen Midazolam verdween als hij geen dienst had of op vakantie was. Verder acht de kantonrechter van belang dat [partij A] geen verklaring heeft kunnen geven over zijn bezoeken aan de medicijnkamer op de spoedeisende hulp (waarna er ook Midazolam verdwenen bleek te zijn) op de momenten waarop hij geen dienst had. Een bezoek aan het ziekenhuis voor zijn zoontje verklaart immers niet een bezoek aan de medicijnkamer.
5.7
[partij A] heeft wel aangevoerd dat de Midazolam, gelet op de diensten, kan zijn weggenomen door meerdere andere collega’s gezamenlijk, maar dat acht de kantonrechter niet geloofwaardig, mede gelet op het feit dat er geen Midazolam verdween tijdens de vakanties of afwezigheid van [partij A]. Voor zover [partij A] verder stelt dat hij door de zwart gelakte stukken in het rapport van Bravo niet kan nagaan of hij de enige is geweest die op de momenten van de wegneming van Midazolam altijd dienst had, oordeelt de kantonrechter dat uit de conclusies van Bravo blijkt dat hij de enige was. Verder volgt uit de lijst die de vier werknemers van de SEH van 19 tot en met 26 januari 2026 hebben opgesteld (en waarop geen namen zijn zwart gelakt) dat [partij A] de enige werknemer is die steeds dienst had wanneer er in die periode Midazolam verdween. Tot slot volgt de kantonrechter [partij A] ook niet in zijn betoog dat het mogelijk is dat iemand de medicijnkamer is binnengekomen zonder een badge te gebruiken door achter een andere medewerker aan mee naar binnen te lopen en dat deze persoon de Midazolam heeft weggenomen. [partij A] heeft de stelling dat dit is gebeurd, laat staan dat dit gebeurde met het oogmerk om Midazolam weg te nemen, niet op enige wijze onderbouwd en Deventer Ziekenhuis heeft ook betwist dat dit gebeurt. Bovendien is het ten aanzien van dit alternatieve scenario niet begrijpelijk waarom de Midazolam alleen zou zijn verdwenen op de momenten dat (ook) [partij A] in de medicijnkamer is geweest.
5.8
Gezien het voorgaande stelt de kantonrechter met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid vast dat [partij A] zich schuldig heeft gemaakt aan het ongeoorloofd wegnemen van Midazolam. Deventer Ziekenhuis heeft aangevoerd dat Midazolam een benzodiazepine is, verslavend werkt, op de zwarte markt verkocht kan worden en zeer schadelijke gevolgen kan hebben wanneer het verkeerd wordt gebruikt. [partij A] was er bovendien van op de hoogte dat hij het middel niet zonder toestemming voor eigen gebruik of anderszins mocht wegnemen. Door dit toch te doen heeft [partij A] het door Deventer Ziekenhuis in hem gestelde vertrouwen ernstig geschaad en heeft hij zijn verplichtingen uit hoofde van de arbeidsovereenkomst ernstig geschonden. [partij A] heeft zelf overigens ook gesteld dat diefstal van medicijnen kwalificeert als dringende reden.
5.9
Bij de beoordeling van de vraag of de gedragingen van [partij A] in dit geval ook een dringende reden opleveren, wordt ook acht geslagen op zijn persoonlijke omstandigheden. [partij A] heeft in dat verband geen bijzondere persoonlijke omstandigheden naar voren gebracht. De kantonrechter heeft wel gekeken naar de leeftijd en de duur van het dienstverband van [partij A] en naar het feit dat er een melding is gedaan bij de Inspectie gezondheidszorg en jeugd. De kantonrechter begrijpt dat de gevolgen van het ontslag voor [partij A] ingrijpend zijn. In aanmerking moet echter worden genomen dat hij welbewust, gedurende een langere periode en op grote schaal Midazolam heeft weggenomen, wetende dat dit niet was toegestaan. Een afweging van deze persoonlijke omstandigheden tegen de aard en de ernst van het handelen leiden er in dit geval toe dat een onmiddellijke beëindiging van de arbeidsovereenkomst gerechtvaardigd is.
5.1
Gezien het voorgaande oordeelt de kantonrechter dat het handelen van [partij A] kwalificeert als een dringende reden tot onmiddellijke beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Het ontslag op staande voet is daarom rechtsgeldig.
De verzochte vergoedingen
5.11
Het verzoek van [partij A] tot toekenning van een billijke vergoeding wordt afgewezen, omdat het ontslag rechtsgeldig is. Hetzelfde geldt voor het (subsidiaire en meer subsidiaire) verzoek om Deventer Ziekenhuis te veroordelen tot betaling van een transitievergoeding. De kantonrechter heeft hiervoor geoordeeld dat sprake is van feiten en omstandigheden die een dringende reden opleveren voor het ontslag op staande voet. Die feiten en omstandigheden brengen in dit geval ook mee dat het eindigen van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van handelen van [partij A] dat als ernstig verwijtbaar moet worden aangemerkt. Daarom is Deventer Ziekenhuis geen transitievergoeding aan [partij A] verschuldigd. [1]
Proceskosten
5.12
De proceskosten komen voor rekening van [partij A], omdat [partij A] in het ongelijk wordt gesteld. De proceskosten aan de zijde van Deventer Ziekenhuis worden begroot op € 1.009,00 (€ 865,00 aan salaris gemachtigde en € 144,00 aan nakosten), plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing.
5.13
De door Deventer Ziekenhuis gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

6.De beoordeling van het tegenverzoek

Verklaring voor recht
6.1
Uit het bovenstaande blijkt dat sprake was van een dringende reden op grond waarvan Deventer Ziekenhuis de arbeidsovereenkomst met [partij A] onmiddellijk mocht opzeggen. Het verzoek van Deventer Ziekenhuis om een verklaring voor recht dat het ontslag rechtsgeldig is gegeven, zal daarom worden toegewezen.
Kosten voor onderzoek Bravo
6.2
Deventer Ziekenhuis verzoekt verder om [partij A] te veroordelen tot betaling van de kosten die zij heeft moeten maken voor het inschakelen van Bravo. Dit betreft een bedrag van € 16.561,88. Deventer Ziekenhuis stelt dat sprake is van redelijke kosten ter vaststelling van de aansprakelijkheid van [partij A]. Daarover overweegt de kantonrechter als volgt.
6.3
Op grond van artikel 6:96 lid 2 sub a BW Pro komen redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid voor vergoeding in aanmerking. In deze procedure is echter niet gesteld dat sprake is van aansprakelijkheid en een daaruit voortvloeiende verplichting tot betaling van schadevergoeding van [partij A]. De vastgestelde dringende reden levert niet automatisch aansprakelijkheid voor schade van [partij A] op. Omdat in deze procedure geen oordeel wordt gevraagd over de aansprakelijkheid van [partij A] en dus ook geen aansprakelijkheid van [partij A] is vastgesteld, kan in deze procedure ook geen vergoeding worden gevorderd van kosten ter vaststelling van die aansprakelijkheid. De kantonrechter zal het verzoek van Deventer Ziekenhuis tot betaling van het bedrag van
€ 16.561,88 afwijzen.
Proceskosten tegenverzoek
6.4
De kantonrechter zal bepalen dat partijen in het tegenverzoek ieder hun eigen proceskosten moeten betalen, omdat het tegenverzoek voor zover dat wordt toegewezen voortvloeit uit de beoordeling van het hoofdverzoek door [partij A], en het tegenverzoek tot betaling wordt afgewezen.

7.De beslissing

De kantonrechter
op het verzoek
7.1
wijst het verzoek af,
7.2
veroordeelt [partij A] in de proceskosten van € 1.009,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [partij A] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en de beschikking daarna wordt betekend,
7.3
veroordeelt [partij A] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
7.4
veroordeelt [partij A] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
7.5
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad, met uitzondering van de beslissing onder 7.1.
op het tegenverzoek
7.6
verklaart voor recht dat het door Deventer Ziekenhuis aan [partij A] verleende ontslag op staande voet op 26 februari 2026 rechtsgeldig is gegeven,
7.7
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.W. Eshuis en in het openbaar uitgesproken op 19 juni 2026.
EA

Voetnoten

1.Artikel 7:673 lid Pro 7, onder c, van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW).