ECLI:NL:RBOVE:2026:3668

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
13 mei 2026
Publicatiedatum
30 juni 2026
Zaaknummer
C/08/347263 / FA RK 26-982
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • H.T. Pos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 WvggzArt. 6:5 sub b Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing zorgmachtiging voor verplichte geestelijke gezondheidszorg bij bipolaire stoornis

De rechtbank Overijssel behandelde op 13 mei 2026 het verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging aansluitend op een eerdere machtiging, op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Betrokkene, een 25-jarige man met een bipolaire stemmingsstoornis en schizofreniespectrumstoornis, vertoonde ernstig nadeel waaronder psychische schade, maatschappelijke teloorgang en risico op agressie.

Tijdens de mondelinge behandeling werd betrokkene gehoord, evenals een maatschappelijk werker. De advocaat van betrokkene was telefonisch aanwezig en voerde aan dat betrokkene niet meer psychotisch is, wilsbekwaam is en geen drugs meer gebruikt, waardoor de noodzaak van verplichte zorg betwijfeld kan worden. De rechtbank oordeelde echter dat de zorgmachtiging noodzakelijk blijft om de medicatie gecontroleerd af te bouwen en ernstig nadeel te voorkomen.

De rechtbank stelde vast dat er geen passende vrijwillige zorgmogelijkheden zijn en dat de voorgestelde verplichte zorg, waaronder medicatietoediening, bewegingsbeperking en toezicht, evenredig en effectief is. De zorgmachtiging wordt daarom voor de duur van zes maanden toegekend, tot uiterlijk 13 november 2026.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden voor verplichte zorg aan betrokkene met een bipolaire stemmingsstoornis.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Familierecht en Jeugdrecht
Locatie: Zwolle
Zaak-/rekestnr.: C/08/347263 / FA RK 26-982
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg aansluitend op een zorgmachtiging
Beschikking van 13 mei 2026naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging in aansluiting op een eerdere zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 juncto Pro 6:5 sub b van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 2001 te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats],
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. D.F. Briedé te Almelo.

1.Procesverloop

1.1
Het verzoekschrift is ingekomen bij de griffie op 23 april 2026.
1.2
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
 de medische verklaring d.d. 21 april 2026 ondertekend door I. Hazemeijer, psychiater;
 het zorgplan d.d. 3 april 2026;
 de zorgkaart d.d. 30 maart 2026;
 de bevindingen van de geneesheer-directeur d.d. 22 april 2026;
 de justitiële en strafvorderlijke gegevens van betrokkene;
 de gegevens over eerder afgegeven machtigingen ingevolge de Wvggz.
1.3
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 13 mei 2026 bij Dimence, [adres].
1.4
Tijdens de mondelinge behandeling heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
 betrokkene;
 [naam], maatschappelijk werker.
Op maandag 11 mei 2026 was een zitting gepland waarop alle betrokkenen zijn verschenen, behalve de heer [betrokkene], die zich had verslapen. Daarom is een nieuwe zitting gepland op woensdag 13 mei 2026 om 13.00 uur. Op die zitting is de heer [betrokkene] wel verschenen. Zijn advocaat heeft per mail laten weten dat hij niet fysiek aanwezig kon zijn, maar wel telefonisch en dan vanaf 13.15 uur.
De griffie en ook de rechter is er op basis van deze mail vanuit gegaan dat de zitting om 13.00 uur door kon gaan, ook omdat in de mail punten van verweer waren opgesomd, indien telefonisch contact niet mogelijk bleek. In verband met het zittingsrooster was uitstel tot 13.15 uur niet mogelijk.

2.Beoordeling

2.1
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis in de vorm van schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen en bipolaire-stemmingsstoornissen.
2.2
Deze stoornissen leiden tot ernstig nadeel, gelegen in:
 ernstige psychische schade;
 ernstige materiële schade;
 ernstige immateriële schade;
 ernstige verwaarlozing;
 maatschappelijke teloorgang;
 ernstige verstoorde ontwikkeling voor of van betrokkene of een ander;
 de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept;
 de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
2.3
De rechtbank maakt uit de stukken het volgende op. Betrokkene is een 25-jarige man die bekend is met cannabisgebruik en tweemaal een manisch psychotische ontregeling heeft gehad. In oktober 2024 is hij gedwongen opgenomen geweest vanwege zijn psychotische toestandsbeeld nadat hij was gestopt met blowen. In mei 2025 werd hij met een crisismaatregel opgenomen in verband met zijn verwarde gedrag. Hij gebruikte veel cannabis en alcohol. Hij had veel meer energie, een hoger libido en ging pas slapen wanneer hij eraan toe was. Vanwege de dreiging van forse agressie was gedurende de opname politie-inzet noodzakelijk, waarna betrokkene in de EBK werd geplaatst. Betrokkene werd ingesteld op depotmedicatie en later ook op lithium. Sinds juli 2025 is betrokkene in zorg bij het FACT en is hij gemotiveerd om abstinent te blijven van middelen. Omdat betrokkene bijwerkingen van de medicatie ervaart, is in overleg met de behandelaren de dosering van het antipsychoticum verlaagd. Betrokkene wil echter ook stoppen met lithium, maar de behandelaren zijn van mening dat deze medicatie nodig is om zijn stemming te stabiliseren. Met de zorgmachtiging kan de medicatie gecontroleerd worden afgebouwd en kan tijdig worden ingegrepen als het even wat minder gaat met betrokkene.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft de maatschappelijk werker toegelicht dat er sprake is van een goede samenwerking met betrokkene. De zorgmachtiging moet vooral dienen als vangnet. Als het nodig is, kan er sneller worden ingegrepen en kan ernstig nadeel voorkomen worden.
De advocaat heeft het volgende per mail aangevoerd:
Uit de stukken volgt dat betrokkene niet (meer) psychotisch is, hij wilsbekwaam is, ziekte-inzicht heeft en geen drugs meer gebruikt. Dit roept enerzijds de vraag op of nog sprake is van een stoornis en van ernstig nadeel, en anderzijds of van cliënt niet verwacht mag worden dat hij in vrijwillig kader afspraken maakt met de behandelaren. Voorts kan worden betwijfeld of alle verzochte vormen van verplichte zorg — met uitzondering van vocht en voeding — nog noodzakelijk zijn.
Het standpunt van cliënt is (en blijft) dat hij geen machtiging wenst. Dit volgt eveneens uit het dossier.
De rechtbank is, gelet op het hiervoor vermelde, van oordeel dat de zorgmachtiging noodzakelijk is en moet worden toegewezen voor de duur van zes maanden. Dat betrokkene niet meer psychotisch is, is een aanwijzing dat de behandeling aanslaat, dat die moet worden voortgezet en eventueel zorgvuldig kan worden afgebouwd. Dat betrokkene een psychische stoornis (bipolaire stemmingsstoornissen) heeft, is door de onafhankelijke psychiater vastgesteld, en dat is ter zitting niet veranderd.
Dat betrokkene abstinent is, is in hem te prijzen, maar geeft geen garantie voor de toekomst. De onafhankelijke psychiater geeft in de medische verklaring het ernstig nadeel weer, namelijk een aanzienlijk risico voor de algemene veiligheid van personen of goederen (agressie naar anderen). Dat betrokkene wilsbekwaam is, is geen belemmering voor het verlenen van een zorgmachtiging.
Zeker in de afbouwfase van de medicatie is de beschermende mantel van de zorgmachtiging nog nodig, zij het dat gelet op het positieve beloop de zorgmachtiging kan worden beperkt tot 6 maanden. De vormen van zorg worden nog noodzakelijk geacht in het geval de afbouw van medicatie leidt tot een manisch toestandsbeeld.
2.4
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren, heeft betrokkene zorg nodig
.
2.5
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Om die reden is verplichte zorg nodig.
2.6
De verzochte vormen van verplichte zorg zijn:
 toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
 beperken van de bewegingsvrijheid;
 insluiten;
 uitoefenen van toezicht op betrokkene;
 aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
 opnemen in een accommodatie.
2.7
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
2.8
De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.9
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de duur van zes maanden, en geldt aldus tot en met 13 november 2026.

3.Beslissing

De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van
[betrokkene], geboren op [geboortedatum] 2001 te [geboorteplaats],
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen voor de duur van deze machtiging:
 toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
 beperken van de bewegingsvrijheid;
 insluiten;
 uitoefenen van toezicht op betrokkene;
 aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
 opnemen in een accommodatie,
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 13 november 2026.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 13 mei 2026 door
mr. H.T. Pos, rechter, in tegenwoordigheid van F.E. Spijkerman, griffier. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 18 mei 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.