ECLI:NL:RBOVE:2026:3744
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bijzondere bijstand hulphond wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Zwolle om de verstrekking van bijzondere bijstand voor de (meer)kosten van een hulphond voort te zetten, waarbij jaarlijks handmatig gegevens over inkomen en vermogen moeten worden aangeleverd.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het verzoek kennelijk ongegrond is omdat er geen sprake is van een spoedeisend belang. Verzoeker stelt dat de jaarlijkse handmatige controle vanwege zijn medische en psychische gesteldheid zeer belastend is en kan leiden tot ernstige psychische ontregeling. Hij verwijst naar medische brieven ter onderbouwing.
De rechter stelt vast dat de hulphond onmisbaar is en dat de bijzondere bijstand doorloopt. Het college vraagt slechts eenmaal per jaar om financiële gegevens, en dit zal pas begin 2027 plaatsvinden. Er is geen acute noodsituatie die onmiddellijke ingreep vereist. Het beroep zal naar verwachting nog dit jaar worden behandeld, zodat verzoeker de uitkomst kan afwachten.
Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af en is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.