ECLI:NL:RBOVE:2026:375

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
28 januari 2026
Publicatiedatum
28 januari 2026
Zaaknummer
ak_25_2370
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 1a van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswettenArtikel 1a:1, vierde lid, van de Wajong
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing Wajonguitkering wegens niet-duurzaam ontbreken arbeidsvermogen

Eiser, een 19-jarige man met een lichte verstandelijke beperking, vroeg op 1 februari 2024 een Wajonguitkering aan. Het UWV wees deze aanvraag op 9 juli 2024 af en handhaafde dit besluit op bezwaar op 25 juli 2025, omdat het ontbreken van arbeidsvermogen niet duurzaam was.

Eiser betwistte dit en stelde dat niet alle factoren waren meegewogen en dat de ontwikkelingsmogelijkheden onvoldoende waren gemotiveerd. Ook vond hij dat de beoordeling te veel steunde op een telefoongesprek tussen de arbeidsdeskundige en zijn stagebegeleider.

De rechtbank oordeelde dat het UWV zorgvuldig onderzoek had gedaan, waarbij alle relevante factoren waren betrokken. De verzekeringsarts en arbeidsdeskundige concludeerden dat eiser arbeidsvermogen kan ontwikkelen, mede door trainingen en begeleiding. Het telefoongesprek was slechts een onderdeel van het totale beeld.

Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees zij het verzoek om terugbetaling van griffierecht en proceskostenvergoeding af.

Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt dat eiser geen recht heeft op een Wajonguitkering wegens niet-duurzaam ontbreken van arbeidsvermogen.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL
Zittingsplaats Almelo
Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 25/2370

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser,

gemachtigde: mr. K. Aslan,
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen(UWV),
gemachtigde: [gemachtigde] .

Samenvatting

Deze uitspraak gaat over de afwijzing van eisers aanvraag voor een Wajonguitkering. Volgens het UWV heeft eiser per [geboortedatum] 2024 (zijn 18e verjaardag) geen recht op een Wajonguitkering, omdat het ontbreken van arbeidsvermogen niet duurzaam is. Eiser is het daar niet mee eens, omdat niet alle factoren bij de beoordeling betrokken zijn en omdat de ontwikkelingsmogelijkheden niet duidelijk zijn gemotiveerd. Ook is de beoordeling te veel gebaseerd op een telefoongesprek dat de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep had met de stagebegeleider van zijn school. De rechtbank oordeelt in deze uitspraak dat het UWV de aanvraag terecht heeft afgewezen. Daarom is eisers beroep ongegrond.

Inleiding

1. Eiser is een 19-jarige man (geboortedatum: [geboortedatum] 2006) met een lichte verstandelijke beperking. Hij gaat naar de ZML-school Het Meerik VSO en heeft verschillende stages gehad. Op 1 februari 2024 is een aanvraag ingediend voor een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong).
1.1.
Met het besluit van 9 juli 2024 is de aanvraag afgewezen. Met het bestreden besluit van 25 juli 2025 op het bezwaar van eiser is het UWV bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
1.2.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift en aanvullende rapporten van de verzekeringsarts bezwaar en beroep en de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 23 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van UWV.

Wettelijk kader

2. Om in aanmerking te komen voor een Wajonguitkering moet eerst vast komen te staan dat iemand op zijn of haar achttiende verjaardag geen arbeidsvermogen heeft. Ook moet het ontbreken van arbeidsvermogen duurzaam zijn. Van het ontbreken van arbeidsvermogen is sprake als eiser:
geen taak kan uitvoeren in een arbeidsorganisatie; of
niet over basale werknemersvaardigheden beschikt; of
niet aaneengesloten kan werken gedurende ten minste een periode van een uur; of
niet ten minste vier uur per dag belastbaar is, tenzij hij ten minste twee uur per dag belastbaar is en in staat is per uur ten minste een bedrag te verdienen dat gelijk is aan het minimumloon per uur. [1]
Deze criteria worden beoordeeld door een verzekeringsarts. De criteria onder a. en b. worden ook beoordeeld door een arbeidsdeskundige.
Duurzaam
2.1.
Dat het ontbreken van arbeidsvermogen duurzaam moet zijn, betekent dat de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie zich niet kunnen ontwikkelen. [2] Hiervan is sprake als iemand geen enkel perspectief meer heeft op ontwikkeling en als herstel is uitgesloten. Het UWV hoeft bij deze beoordeling niet te onderbouwen dat de betrokkene in de toekomst zal beschikken over arbeidsvermogen. Wel moet het UWV aannemelijk maken dat er mogelijkheden zijn om zich zo te kunnen ontwikkelen dat niet uitgesloten is dat het arbeidsvermogen ontstaat. Het gaat dan om de mogelijkheden tot verbetering van de belastbaarheid, de verdere ontwikkeling en de toename van bekwaamheden. [3]
2.2.
Om duurzaamheid goed te kunnen beoordelen geldt er een stappenplan. Dit stappenplan en de toelichting daarop staan in bijlage 1 van het ‘Compendium Participatiewet’.

Het geschil

3. Volgens het UWV heeft eiser vanaf 25 juni 2024 (zijn 18e verjaardag) geen recht op een Wajonguitkering, omdat het ontbreken van arbeidsvermogen niet duurzaam is. Er is bij eiser geen sprake van ernstige stoornissen zonder behandelmogelijkheden, of van dusdanige ernst dat ontwikkeling in de toekomst volledig is uitgesloten.
4. Eiser is het daar niet mee eens. Volgens hem zijn - samengevat - niet alle factoren bij de beoordeling betrokken en zijn de ontwikkelingsmogelijkheden niet duidelijk gemotiveerd. Ook is de beoordeling te veel gebaseerd op het telefoongesprek van 14 mei 2025 dat de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep had met de stagebegeleider van zijn school.

Beoordeling door de rechtbank

5. De rechtbank is van oordeel dat het UWV de aanvraag terecht heeft afgewezen. De rechtbank licht dit aan de hand van de beroepsgronden als volgt toe.
5.1.
Tussen eiser en het UWV is niet in geschil dat eiser op 25 juni 2024 geen arbeidsvermogen had omdat hij niet over basale werknemersvaardigheden beschikte. In geschil is de vraag of het ontbreken van arbeidsvermogen duurzaam is.
5.2.
Volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep is bij eiser sprake van een lichte verstandelijke beperking en is daarbij eigenlijk altijd sprake van leerbaarheid, zoals ook in de Richtlijn Ontwikkelingsstoornissen Wajong, juli 2010 (hierna: Richtlijn) staat. Ook is bij eiser geen sprake van een progressief ziektebeeld of een stabiel ziektebeeld zonder behandelmogelijkheden. Eisers medische situatie kan met trainingen en begeleiding verbeteren. In overleg met de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep is geconcludeerd dat eiser arbeidsvermogen kan ontwikkelen. Zo is eiser voldoende in staat om afspraken met een werkgever na te komen. Eiser zou dan bijvoorbeeld de taken, inpakken of het beleggen van broodjes kunnen verrichten. Soortgelijke taken heeft hij ook bij zijn stage gedaan.
5.3.
Eiser stelt dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep niet alle factoren bij de beoordeling heeft betrokken, terwijl de Richtlijn aangeeft dat kritische succesfactoren heel bepalend zijn voor werkelijk succes of falen. Zo is geen rekening gehouden met zijn omgeving en de rol van zijn ouders. Uit de Richtlijn blijkt dat stagnatie in de ontwikkeling voorkomen wordt wanneer de omgeving (met name de ouders) op tijd problemen doorzien en de jongere op zijn denkniveau benaderen en corrigeren. Het is echter onduidelijk of zijn ouders hiertoe in staat zijn.
Ook stelt eiser dat niet duidelijk is gemaakt waarom de thans vastgestelde beperkingen wel kunnen ontwikkelen. Het dossier bevat daar geen enkel aanknopingspunt voor. Gedurende zijn school- en stageperiode is geen sprake geweest van verbetering van zijn functioneren. De primaire arbeidsdeskundige heeft dit in zijn rapport ook vermeld. Eisers problematiek is de afgelopen jaren juist alleen maar toegenomen.
5.4.
Deze beroepsgronden slagen niet. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft zorgvuldig onderzoek gedaan en alle factoren bij zijn beoordeling betrokken. De rechtbank is van oordeel dat dit in het rapport van 23 juli 2025 inzichtelijk en navolgbaar is toegelicht. Daarin staat vermeld welke medische beperkingen eiser heeft en is ingegaan op de succesbepalende factoren voor het ontwikkelen van arbeidsvermogen. Daarnaast is in het aanvullende rapport van 29 oktober 2025 voldoende gemotiveerd dat de eventuele onvoorziene omstandigheden, of het ontbreken van begeleiding, of het niet kunnen veranderen van bepaalde gedragingen, geen reden zijn om op voorhand al te concluderen dat het arbeidsvermogen niet tot ontwikkeling zal komen. Deze verzekeringsarts heeft afdoende verduidelijkt dat ook de context van eiser bij de beoordeling is betrokken, waaronder de interactie met zijn ouders. De rechtbank is dan ook van oordeel dat concreet en voldoende is gemotiveerd dat, (bijvoorbeeld) door middel van een emotie-regulatietraining, psychomotore therapie, sociale vaardigheidstraining, psycho-educatie voor ASS, ambulante begeleiding en algemene ontwikkeling na het 18e jaar, niet uitgesloten is dat eiser arbeidsvermogen kan ontwikkelen.
5.5.
Eiser heeft verder aangevoerd dat hij de indruk heeft gekregen dat verzekeringsarts bezwaar en beroep en de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep zijn functioneren op school en de stages hebben gebaseerd op het enkele telefoongesprek van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep op 14 mei 2025 met de stagebegeleider van zijn school. Uit dat gesprek zou zijn gebleken dat hij op school en bij de stages goed heeft kunnen functioneren. Volgens eiser is de werkelijkheid anders. Uit eigen ervaring kan hij aangeven dat hij op school en op de stages niet goed heeft kunnen functioneren. Dat is door de stagebegeleider van zijn school desgevraagd op 18 maart en op 9 en 16 april 2024 ook aan de primaire arbeidsdeskundige verteld.
5.6.
Deze beroepsgrond slaagt ook niet, omdat de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep bij de heroverweging in bezwaar is uitgegaan van het gehele beeld. Het telefoongesprek van
14 mei 2025 maakt daar slechts onderdeel van uit. Net zoals de drie gesprekken uit 2024.
De rechtbank is verder van oordeel dat afdoende is gemotiveerd dat het al dan niet hebben van arbeidsvermogen niet bepaald wordt door een stagebegeleider van school, maar op basis van een medisch- en arbeidsdeskundig onderzoek.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is ongegrond. Dit betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Daarom krijgt hij het betaalde griffierecht niet terug en ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.T. de Kwaasteniet, rechter, in aanwezigheid van
J.T. Boddeüs, griffier. Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Artikel 1a van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten.
2.Artikel 1a:1, vierde lid, van de Wajong.
3.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de CRvB van 15 maart 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:508 en van