ECLI:NL:RBOVE:2026:3766

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
22 juni 2026
Publicatiedatum
3 juli 2026
Zaaknummer
C/08/347481 / HA RK 26-54
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:203 lid 1 onder a BWArt. 4:206 lid 1 BWArt. 149 lid 1 onder d BWArt. 202 lid 1 onder a BWArt. 223 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Benoeming van mr. P.F. Schepel tot vereffenaar nalatenschap wegens gebrek aan vertrouwen tussen erfgenamen

Op 22 juni 2026 heeft de rechtbank Overijssel uitspraak gedaan in een zaak over de benoeming van een vereffenaar voor de nalatenschap van een in 1927 geboren erflaatster die is overleden. De erfgenamen, kinderen van de erflaatster, verzochten de rechtbank mr. P.F. Schepel te benoemen tot vereffenaar, nadat hij eerder als executeur was ontslagen. Schepel had enkele fouten gemaakt, zoals het over het hoofd zien van schulden en het te laat aanvragen van uitstel voor erfbelasting, maar was goed ingevoerd in de zaak en had al diverse werkzaamheden verricht.

De tegenpartij, een andere erfgenaam, verzette zich tegen de benoeming van Schepel vanwege vermeende fouten, vooringenomenheid en zijn afwezigheid in de zomerperiode. Ook een belanghebbende sprak haar gebrek aan vertrouwen uit. De rechtbank oordeelde echter dat de fouten niet van dien aard waren dat aan de kwaliteit van Schepels werkzaamheden getwijfeld moest worden. Er was geen sprake van verstrengeling of wantrouwen die benoeming in de weg stond.

De rechtbank vond dat het benoemen van Schepel, een advocaat, de voorkeur had boven een notaris vanwege mogelijke toekomstige procedures en de reeds gemaakte voortgang. Het verzoek tot benoeming van Schepel tot vereffenaar werd toegewezen en het tegenverzoek van de andere erfgenaam werd afgewezen. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de proceskosten werden verdeeld, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.

Uitkomst: Mr. P.F. Schepel wordt benoemd tot vereffenaar van de nalatenschap, het tegenverzoek wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK Overijssel

Civiel recht
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer / rekestnummer: C/08/347481 / HA RK 26-54
Beschikking van 22 juni 2026
in de zaak van

1.[partij A.1] ,

wonende te [woonplaats 1] ,
verzoekster sub 1, verweerster sub 1 in het tegenverzoek, hierna ook wel te noemen: [partij A.1] ,
advocaat: mr. W.F.A. Zwart-Peters, te Deventer,

2.2. [partij A.2] ,

wonende te [woonplaats 2] ,
verzoeker sub 2, verweerder sub 1 in het tegenverzoek, hierna ook wel te noemen: [partij A.2] ,
advocaat: mr. W.F.A. Zwart-Peters, te Deventer,
tegen
[partij B],
wonende te [woonplaats 3] ,
hierna ook wel te noemen: [partij B] ,
verweerder, verzoeker in het tegenverzoek,
advocaat: mr. L.B. Plantema-Volkers, te Zwolle,
belanghebbende:
[belanghebbende],
wonende te [woonplaats 4] ,
hierna ook wel te noemen: [belanghebbende] ,
belanghebbende,
vanwege de gelijkluidende familienaam worden partijen ook wel aangeduid met hun voornaam (roepnaam).

1.De procedure

1.1
Op 30 april 2026 is bij de rechtbank ingekomen het verzoekschrift van [partij A.1] en [partij A.2] om een vereffenaar te benoemen op grond van artikel 4:203 lid 1 onder Pro a van het Burgerlijk Wetboek (BW), met producties, en tevens het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen als bedoeld in artikel 223 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).
1.2
[partij B] heeft op 8 juni 2026 een verweerschrift en een zelfstandig (tegen)verzoek ingediend.
1.3
De mondelinge behandeling is gehouden op 11 juni 2026. [partij A.1] en [partij A.2] zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. [partij A.2] heeft de mondelinge behandeling via een online verbinding bijgewoond. [partij B] is verschenen bij zijn gemachtigde. [belanghebbende] is verschenen.
1.4
De beschikking is bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1
Op [overlijdensdatum] is overleden [erflaatster] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1927 (hierna: erflaatster). De laatste woonplaats van erflaatster was [woonplaats 5] .
2.2
Partijen zijn kinderen en erfgenamen van erflaatster.
2.3
In het testament van 5 juni 2020 heeft erflaatster beschikt over haar nalatenschap. Zij heeft [partij B] tot executeur van haar nalatenschap benoemd.
2.4
[partij B] heeft op 18 juni 2025 de nalatenschap van erflaatster beneficiair aanvaard.
2.5
Bij beschikking van 25 juli 2025 van de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, zaaknummer 11705239 EJ VERZ 25-83, is [partij B] ontslagen als executeur en is mr. P.F. Schepel benoemd tot vervangende executeur.

3.Het verzoek en het verweer met zelfstandig (tegen)verzoek

Het verzoek van [partij A.1] en [partij A.2]
3.1
[partij A.1] en [partij A.2] verzoeken de rechtbank op grond van artikel 4:203 lid 1 onder Pro a Burgerlijk Wetboek (BW) bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad, mr. P.F. Schepel , werkzaam bij JPR Advocaten te Deventer, te benoemen tot vereffenaar van de nalatenschap van erflaatster.
3.2
Daarnaast verzoeken zij bij wijze van voorlopige voorziening mr. P.F. Schepel te benoemen tot voorlopige vereffenaar.
3.3
Aan het verzoek hebben [partij A.1] en [partij A.2] , kort samengevat, het volgende ten grondslag gelegd. Zij merken op dat door Schepel als executeur geen ruimschoots verklaring als bedoeld in artikel 202 lid 1 onder Pro a BW kan worden afgegeven. Daarom moet de nalatenschap vereffend worden overeenkomstig de wet. Dit leidt er toe dat de taak van de executeur eindigt op grond van artikel 149 lid 1 onder Pro d BW.
3.4
[partij A.1] en [partij A.2] merken op dat Schepel diverse werkzaamheden heeft verricht zoals het verzamelen van informatie, bijvoorbeeld bij banken, het voeren van gesprekken met de vereffenaar van [bedrijf] B.V., en het beoordelen van de rechtsverhouding tussen de nalatenschap en [partij B] . Zij erkennen dat Schepel helaas twee schulden van de nalatenschap aanvankelijk over het hoofd heeft gezien en Schepel daardoor pas laat tot de conclusie kwam dat er geen ruimschoots verklaring kon worden afgegeven.
Ondanks het voorgaande heeft het de voorkeur van [partij A.1] en [partij A.2] dat Schepel wordt benoemd tot vereffenaar. Schepel is volledig ingevoerd in de zaak. Het benoemen van een andere vereffenaar zal veel extra tijd en kosten met zich mee brengen. Ook is Schepel advocaat en heeft het benoemen van een advocaat de voorkeur boven het benoemen van een notaris. Het is immers niet uitgesloten dat in de toekomst procedures gevoerd moeten worden. [partij A.1] en [partij A.2] wijzen er daarbij op dat de zaak al vele jaren loopt en er al veel procedures zijn gevoerd. Ook is Schepel gespecialiseerd in het erfrecht.
3.5
[partij A.1] en [partij A.2] wijzen er op dat Schepel nog diverse werkzaamheden dient uit te voeren maar hij niet alle werkzaamheden kan uitvoeren wegens het eindigen van zijn taak als executeur. In het bijzonder dient de woning van erflaatster aan de [adres] [geboorteplaats] , te worden verkocht en geleverd.
3.6
Daarom wordt verzocht om Schepel te benoemen tot (voorlopig) vereffenaar.
3.7
Over de gevraagde voorlopige voorziening merken [partij A.1] en [partij A.2] op dat dit in iedere verzoekschriftenprocedure kan worden gevraagd. De voorlopige voorziening is nodig om binnen korte tijd over te kunnen gaan tot verkoop en levering van de woning van erflaatster aan de [adres] [geboorteplaats] .
Het verweer met zelfstandig tegenverzoek van [partij B]
3.8
[partij B] verzet zich tegen toewijzing van het verzoek en voert daartoe, kort samengevat, het volgende aan.
3.9
[partij B] merkt op dat Schepel meerdere steken heeft laten vallen in de uitvoering van zijn werkzaamheden als executeur en Schepel vooringenomen is met betrekking tot [partij B] . Schepel heeft de legaten aan de kleinkinderen over het hoofd gezien alsook de rente van 6% over de schuldig erkende bedragen. Daarnaast heeft Schepel te laat uitstel aangevraagd voor het doen van aangifte erfbelasting. De executeur heeft dit gedaan in januari 2026 terwijl dit in november 2025 had gemoeten.
3.1
[partij B] heeft geen vertrouwen in Schepel als vereffenaar. [partij B] merkt verder op dat het merkwaardig is dat Schepel pas in maart 2026 verklaart dat hij geen ruimschoots verklaring kan afleggen. Het was al veel eerder bekend dat de nalatenschap negatief was. Ten slotte merkt [partij B] op dat Schepel van 13 juni tot en met 30 juli 2026 afwezig is en het niet in het belang is van de afwikkeling van de nalatenschap dat de werkzaamheden zo lang stil komen te liggen.
3.11
[partij B] stelt in zijn (tegen)verzoek voor om mr. [notaris] , notaris te [vestigingsplaats] , als vereffenaar te benoemen die zich daartoe op 8 juni 2026 bereid heeft verklaard.
Het standpunt van [belanghebbende]
3.12
[belanghebbende] heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat zij geen vertrouwen heeft in Schepel . Zij heeft lang moeten wachten op informatie van Schepel .
Het verweer van [partij A.1] en [partij A.2] op het zelfstandig tegenverzoek van [partij B]
3.13
[partij A.1] en [partij A.2] betwisten dat Schepel vooringenomen is. Vaststaat dat [partij B] is veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding en hij deze aan de boedel zal moeten vergoeden. Schepel heeft een opdracht verstrekt aan een makelaar om de woning te verkopen. De woning moet echter nog wel worden opgeruimd voordat de woning kan worden verkocht. Schepel hoeft enkel de makelaar nog opdracht te geven om verder te gaan met de verkoop. Dit kan ook tijdens de vakantie van Schepel .
3.14
Indien een andere vereffenaar wordt benoemd zal deze zich moeten inlezen en dit zal tijd kosten en meer kosten met zich meebrengen. Zij erkennen dat Schepel niet tijdig uitstel heeft gevraagd voor aangifte erfbelasting. Dit uitstel is later wel gevraagd en ook verleend en heeft verder geen gevolgen. Ondanks de gemaakte fouten hebben zij vertrouwen in Schepel . Hij heeft de nodige competenties en is ingevoerd in de zaak.
3.15
[partij A.1] en [partij A.2] hebben bezwaar tegen benoeming van [notaris] als vereffenaar.
3.16
De door partijen aangedragen gronden zullen hierna worden besproken.

4.De beoordeling

Het verzoek in de bodemzaak
4.1
De in artikel 4:206 lid 1 BW Pro genoemde personen, voor zover bekend, zijn gehoord althans behoorlijk opgeroepen.
4.2
Ter beoordeling staat of een vereffenaar moet worden benoemd. De rechtbank is van oordeel dat dat het geval is, omdat de erfgenamen niet in staat zijn om gezamenlijk de nalatenschap van erflaatster correct af te wikkelen. Het onderlinge vertrouwen tussen partijen is ernstig geschaad. Dit blijkt reeds uit de diverse procedures die partijen tegen elkaar hebben gevoerd. Het verzoek tot benoeming van een vereffenaar zal daarom worden toegewezen. Ter beoordeling staat aldus wie als vereffenaar moet worden benoemd.
4.3
Mr. P.F. Schepel heeft zich bereid verklaard om als vereffenaar van de nalatenschap op te treden. Schepel is ingevoerd in het dossier en bereid om een benoeming tot vereffenaar te aanvaarden. De rechtbank overweegt dat zij geen doorslaggevende bezwaren aanwezig acht tegen benoeming van Schepel tot vereffenaar. Dat Schepel aanvankelijk twee schulden over het hoofd heeft gezien, maakt nog niet dat aan de kwaliteit van zijn werkzaamheden moet worden getwijfeld. Schepel heeft erkend dat hij een en ander pas in een laat stadium heeft onderkend en dat dit een fout betrof.
4.4
De rechter overweegt dat de fout te betreuren is, maar hier staat tegenover dat uit het dossier blijkt dat Schepel de afwikkeling van de nalatenschap naar behoren heeft verricht.
Schepel heeft diverse werkzaamheden uitgevoerd. Bijvoorbeeld om inzicht in de nalatenschap te verkrijgen. Hiervoor was het noodzakelijk om ook gesprekken te voeren met de vereffenaar van [bedrijf] B.V. Hieruit kan niet worden afgeleid dat sprake is van verstrengeling of vooringenomenheid.
4.5
Ook heeft Schepel onweersproken gesteld dat hij de gemachtigden van partijen steeds in de cc heeft meegenomen, hij alle erfgenamen heeft aangeschreven en hun daarbij in de gelegenheid heeft gesteld om te reageren.
4.6
Daarnaast is van belang dat het te laat vragen van uitstel voor het doen van aangifte erfbelasting niet heeft geleid tot nadelige financiële gevolgen. Ook het ontbreken van vertrouwen van [partij B] en [belanghebbende] leidt niet tot de conclusie dat Schepel niet voor benoeming tot vereffenaar in aanmerking komt. Schepel heeft verklaard dat bij zijn werkzaamheden van executeur behoort het beoordelen van de rechtsverhouding tussen de nalatenschap en [partij B] . De rechter kan Schepel hierin volgen. Voor het overige zijn geen zaken aan het licht komen die wantrouwen rechtvaardigen. Bijvoorbeeld is er geen aanleiding om aan te nemen dat er een verstrengeling is van de onderhavige vereffening met de vereffening van [bedrijf] B.V. Schepel heeft aangevoerd dat het, gezien de opstelling van [partij B] tot nu toe, niet valt uit te sluiten dat er in de toekomst (weer) geprocedeerd moet gaan worden. Het ligt daarom meer voor de hand om een advocaat tot vereffenaar te benoemen, dan een notaris. De rechtbank kan Schepel en [partij A.1] en [partij A.2] op dit punt volgen. Wanneer er een notaris tot vereffenaar wordt benoemd, zal in het geval er geprocedeerd moet gaan worden een advocaat ingeschakeld moeten worden. Dit brengt dan extra tijd en kosten met zich mee.
4.7
De rechter komt tot de afweging dat de voortgang van de afwikkeling van de nalatenschap niet gebaat is bij de benoeming van een nieuwe vereffenaar die zich immers moet inlezen in de uitgebreide materie. Evenmin ligt het voor de hand om een notaris tot vereffenaar te benoemen. De gemaakte fouten die Schepel heeft gemaakt, zijn niet van dien aard dat getwijfeld moet worden aan de kwaliteit van de werkzaamheden van Schepel als vereffenaar. Daarbij is van belang dat Schepel concreet heeft aangegeven welke stappen hij binnen korte termijn gaat zetten. Bijvoorbeeld ten aanzien van de verkoop van de woning van erflaatster.
Dat twee van de erfgenamen hebben verklaard dat zij geen vertrouwen hebben in Schepel leidt niet tot een ander oordeel. Dit gelet op de stappen die Schepel inmiddels heeft genomen, de stappen die hij concreet heeft aangekondigd en het feit dat de andere erfgenamen wel vertrouwen hebben in Schepel als te benoemen vereffenaar.
4.8
De rechter zal daarom met ingang van de datum van deze beschikking mr. P.F. Schepel benoemen tot vereffenaar. De vereffenaar zal daarbij onder meer de bevoegdheid hebben over te gaan tot verkoop en levering van de woning van erflaatster aan de [adres] [geboorteplaats] .
4.9
De rechtbank ziet aanleiding om deze beschikking op de voet van artikel 288 Rv Pro uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
Het zelfstandig tegenverzoek in de bodemzaak
4.1
Nu het verzoek van [partij A.1] en [partij A.2] wordt toegewezen zal het tegenverzoek van [partij B] worden afgewezen.
Proceskosten in het verzoek en zelfstandig tegenverzoek in de bodemzaak
4.11
Omdat partijen familie van elkaar zijn zullen de proceskosten tussen hen worden verdeeld, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
In de voorlopige voorziening artikel 223 Rv Pro
4.12
Nu in de bodemzaak en voorlopige voorziening gelijktijdig uitspraak wordt gedaan behoeft de voorlopige voorziening geen nadere beoordeling meer.

5.De beslissing

De rechtbank:
In het verzoek in de bodemzaak
5.1
benoemt mr. P.F. Schepel ,
werkzaam bij JPR advocaten te Deventer,
kantoorhoudende te Mr. H.F. de Boerlaan 34 te 7417 DB Deventer,
tot vereffenaar van de nalatenschap van:
[erflaatster] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1927,
met als laatste woonplaats [geboorteplaats] ,
overleden op [overlijdensdatum] ,
5.2
draagt de griffier op de benoeming van deze vereffenaar onverwijld in het boedelregister in te schrijven,
5.3
draagt de vereffenaar op de benoeming bekend te maken in de (digitale) Staatscourant,
5.4
compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
5.5
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
In het zelfstandig tegenverzoek in de bodemzaak
5.6
wijst het verzoek af,
5.7
compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Deze beschikking is gegeven te Almelo door mr. A.H. Margadant en in het openbaar uitgesproken op 22 juni 2026.