Uitspraak
1.[gedaagde 1] ,
2.
[gedaagde 2],
1.De samenvatting
2.De procedure
- de conclusie van antwoord
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
3.De feiten
Ik stuur je deze mail omdat ik vragen had over de GTI die ik van uw zoon heb gekocht. Ik heb geprobeerd hem te bereiken alleen het lijkt alsof hij mij geblokkeerd heeft.
Wat betreft de bout van de motorsteun, er is nooit wat los geweest in verhouden met de motorsteunen sinds de auto in mijn bezit was, het zou kunnen dat het bedrijf waar ik hem van heb gekocht ooit iets los heeft gehad maar dit zou dan al 30.000km of meer geleden moeten zijn dus het lijkt mij niet dat het door hun komt. Het zou kunnen dat er een bout is losgetrild naarmate er meer met de auto werd gereden en dat jij het pech hebt gehad. Het is eenmaal een 20 jaar oude auto met veel vermogen dus er gaat wel is wat mis natuurlijk(…).”
Nog een vraagje, was er iets met de koppeling? Had een sport koppel? Of hij was vervangen? Soms schakelt hij namelijk ff moeilijk, weet niet of jij daar ook soms last van had, laat het me maar weten!”
Wat betreft de koppeling, de koppeling is rond de 135.000km vervangen toen ik hem net in een paar weken in mij bezit had. Maar ik denk dat dat ook niks te maken heeft met het lastig schakelen want dat is al een best aantal km geleden.”
Het bovenstaande betekent dat u de onderhoudsstempels plaatste, dan wel liet plaatsen, terwijl u wist dat de garage geen onderhoud uitvoerde aan de auto. U liet het voorkomen alsof een betrouwbare garage onderhoud uitvoerde aan de auto, terwijl u wist dat dit niet zo was. Hiermee handelde u onrechtmatig tegenover cliënt (artikel 6:162 BW Pro). Cliënt ging uit van de juistheid van het onderhoudsboekje. Met opzet gebruikte u de stempels van [garage 1] , terwijl u daartoe niet bevoegd was. Hierdoor lijdt cliënt schade. Cliënt zou de auto niet hebben gekocht als u deze stempels niet ten onrechte gebruikte. Cliënt zou bovendien geen geld aan reparaties hebben uitgegeven, als hij wist dat u de stempels ten onrechte zette, terwijl u daartoe niet bevoegd was.
4.Het geschil
5.De beoordeling
de onderhoud in goede orde” uitgevoerd. Als reactie op de verklaring van [garage 1] over de ten onrechte gezette stempels, merkten [gedaagden] op dat uit de verklaring niet bleek dat het onderhoud niet zou zijn uitgevoerd. Ook zou er niet uit blijken dat de stempels ten onrechte waren gezet. In de correspondentie tussen partijen hebben [gedaagden] dus, ook na vragen van [eiser] , het beeld laten bestaan dat de auto door [garage 1] was onderhouden.
onder begeleiding” van [garage 1] werkzaamheden verrichten aan auto’s. Volgens hen heeft hij ook werkzaamheden verricht aan de auto en dit als zodanig aangegeven in het onderhoudsboekje. Volgens [gedaagden] is dus “
op geen enkele wijze onrechtmatig omgegaan met enige stempels van [garage 1].” In de conclusie van antwoord hebben [gedaagden] weliswaar erkend dat de stempels niet door [garage 1] waren gezet, maar hebben zij het beeld laten bestaan dat de stempels met recht waren gezet omdat de werkzaamheden waren uitgevoerd onder begeleiding van [garage 1] .
op de juiste manier” was uitgevoerd.
– [eiser] heeft het gesteld en [gedaagden] hebben het niet weersproken – dat de koppeling van de auto niet kan worden vervangen zonder de steunbouten los te maken. Dit betekent dat [gedaagde 1] . de steunbouten weldegelijk moet hebben losgedraaid in de periode dat zijn vader de auto in eigendom had.
gebruikt waardoor er sprake is van een waardevermindering en gedaagde partij een beroep toekomt op een aftrek vanwege nieuw – oud vanwege de technische verbeteringen die deze facturen behelzen”. De kantonrechter begrijpt dat [gedaagden] bedoelen dat mogelijk sprake is van een waardeverméérdering door de reparaties. Voor zover [gedaagden] een beroep willen doen voordeelstoerekening (artikel 6:100 BW Pro) is het aan hen om te onderbouwen hoe het door [eiser] genoten voordeel er dan uitziet. Dat hebben zij niet gedaan. [eiser] heeft tijdens de mondelinge behandeling toegelicht dat de motor moet worden verwijderd en weer moet worden teruggeplaatst om de reparatie uit te voeren en dat dit om die reden de naam ‘motorrevisie’ heeft gekregen. In het licht van deze uitleg en betwisting door [eiser] van de waardevermeerdering hebben [gedaagden] onvoldoende gesteld voor hun beroep op voordeelstoerekening.
.De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
6.De beslissing
- € 1.351,52 vanaf 19 mei 2025 tot aan de dag van volledige betaling
- € 2.294,20 vanaf 6 juni 2025 tot aan de dag van volledige betaling
- € 1.254,28 vanaf 24 juli 2025 tot aan de dag van volledige betaling