Uitspraak
RECHTBANK Overijssel
1.KO VASTGOED B.V.,
2.
[partij A1] B.V.,
3.
V.O.F. [partij A2],
4.
[partij A3],
5.
[partij A4],
6.
KLEIN OEVER B.V.,
1.V.O.F. [partij B1] ,
2.
[partij B2],
3.
[partij B3],
1.De zaak en het oordeel in het kort
2.De procedure
- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie;
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald;
- de mondelinge behandeling van 31 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
3.De feiten
‘Overeenkomst Gebruik binnenbak met stallen’(hierna: gebruiksovereenkomst) gesloten. De gebruiksovereenkomst is voor onbepaalde tijd aangegaan en kan op grond van artikel 3.3 door [partij A2 t/m A4] niet opgezegd worden. In de gebruiksovereenkomst is verder onder andere het volgende opgenomen:
De bewoning van de verblijfsruimte door [naam] te (doen) beëindigen.
- De in de binnenbak geplaatste boxen te ontruimen (…);
- Het gebruik van het Registergoed door [naam] te (doen) beëindigen;
- De stalling van paarden en pony's die niet uw eigendom zijn te beëindigen;
- De stalling van eigen pony’s en paarden te beperken tot maximaal tien paarden en vier pony’s in de daartoe bestemde vier voorste stallen en tien sportboxen;
- De commerciële exploitatie van het Registergoed door u en/of [naam] te staken en gestaakt te houden.
4.Het geschil
5.De beoordeling
verblijfsruimte, binnenbak met stallen’en dat het gebruiker niet toegestaan is om een andere bestemming aan het registergoed te geven.
‘de vier voorste stallen en de tien sportboxen’. Het is voor KO Vastgoed c.s. van belang dat [partij B] niet meer paarden houden omdat er op basis van de milieuvergunning op de manege ruimte is voor 83 paarden of pony’s en KO Vastgoed c.s. in haar bedrijfsvoering wordt beperkt wanneer [partij B] meer paarden houden dan hen is toegestaan.
ondermeerin eigendom wordt overgedragen de roerende zaken
zoals bij partijen bekend. KO Vastgoed c.s. hebben onbetwist aangevoerd dat partijen die bewoordingen hebben gebruikt omdat zij beoogden alle roerende zaken over te dragen, met uitzondering van de roerende zaken in artikel 12 lid Pro 2. In de lijsten bij de koopovereenkomst hebben zij al zoveel mogelijk de bekende roerende zaken opgesomd die in ieder geval onder de koopovereenkomst zouden vallen, zonder dat zij daarmee beoogden een uitputtende lijst op te stellen. Tussen partijen is ook niet in geschil dat er meerdere voorbeelden zijn van roerende zaken die niet op de betreffende lijsten staan maar wel onder de verkoop vallen. Omdat partijen beoogden alle roerende zaken over te dragen met uitzondering van de in artikel 12 lid 2 van Pro de koopovereenkomst opgesomde zaken en de spanten niet in artikel 12 lid 2 zijn Pro opgenomen, moet worden aangenomen dat de spanten tijdens de bedrijfsovername aan [partij A2 t/m A4] zijn overgedragen en zij die dus in eigendom hebben verkregen. Die zaken hebben zij op hun beurt weer overgedragen aan KO Vastgoed. Omdat de spanten geen eigendom van [partij B] meer waren, is KO Vastgoed geen vergoeding verschuldigd voor het gebruik daarvan. De vordering in reconventie wordt daarom afgewezen.