Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het procesverloop
2.De feiten
[kind 1]. De man heeft [kind 1] als ongeboren vrucht met toestemming van de vrouw erkend, waarbij zij gezamenlijk hebben gekozen voor de geslachtsnaam: [geslachtsnaam van de man] .
- [kind 2]
[kind 3]
3.Het verzoek
I. te bepalen dat de geboorteakten van de minderjarigen [kind 3] en [kind 2] [geslachtsnaam van de man] ,
4.Het standpunt van de ABS
5.De beoordeling
Voor de geboorteen luidt
:“Als u bij de erkenning voor uw achternaam kiest, heeft het kind deze naam vanaf de geboorte. De kinderen die u beiden hierna krijgt, hebben automatisch dezelfde achternaam, als ze door dezelfde vader of duomoeder worden erkend.” Naar het oordeel van de rechtbank volgt hieruit duidelijk dat de geslachtsnaam van de vader pas vanaf de erkenning aan de kinderen wordt gegeven en dat deze erkenning voor de geboorte dient plaats te vinden om ervoor te zorgen dat de kinderen deze naam vanaf de geboorte dragen. Er is derhalve geen sprake van een door de overheid veroorzaakte rechtsdwaling. Op de ouders rust daarnaast ook een eigen informatieplicht. Zij hadden eenvoudig vooraf kunnen navragen of hun aanname correct was, juist wanneer dit blijkbaar voor hen van eminent belang is, zoals blijkt uit hun verzoekschrift en de ter gelegenheid van de mondelinge behandeling gegeven toelichting.
6.De beslissing
a) door verzoeker en door degene(n) aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;