Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
(primair)dan wel dat hij heeft geprobeerd haar zwaar lichamelijk letsel toe te brengen door haar te wurgen
(subsidiair);
3.De bewijsmotivering
- de bekennende verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 18 juni 2026;
- het procesverbaal van bevindingen van 22 november 2025, pagina 104;
- geschriften, te weten NFiDENT rapporten van 25 november 2025, pagina 169173.
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod.
5.De strafbaarheid van verdachte
6.De op te leggen straf of maatregel
7.De vordering tenuitvoerlegging
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod
gevangenisstrafvoor de duur van
40 (veertig) maanden;
10 (tien) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de
proeftijd van 3 (drie) jarende navolgende algemene voorwaarde niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaardendat verdachte:
daarbij gelden als voorwaarden van rechtswege dat de verdachte:
maatregel strekkende tot beperking van de vrijheidals
3 (drie) jaren;
3 (drie) jarenop geen enkele wijze – direct of
2 (twee) wekenhechtenis en bepaalt daarbij dat de maximale hechtenis zes maanden bedraagt;
dadelijk uitvoerbaar;
tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf met parketnummer 08.266989.23
tenuitvoerleggingvan de bij vonnis van de politierechter te Almelo van 13 september 2024 voorwaardelijk opgelegde
gevangenisstrafvoor de duur van
3 (drie) weken.